Brieven gekregen van Yad Vashem, Israël VIII.
Persoonsbewijs met rode J.
Mijn lieve Paul en Lientje, 20-5-1943
Dank voor jullie brief met bijlagen en kaart. Het slot van Muche bevalt mij buitengewoon goed. Zo juist beoordeelt, nu zo'n goede afstand tot de vorige afhankelijkheid, het sympatieke is: zelfs als het gaat om een ??duidelijke erkenning en geestelijke onthechting,maar bovenal vasthouden aan het hart. Ik mag dit heel erg graag. Heel veel dank.
Heinz schreef mij dat moeder de zieken in haar barak verpleegd en daardoor soms mag koken. Zij heeft zelf ook een paar dagen in bed gelegen, maar is nu weer op terwijl zij nog niet helemaal in orde is. Zij bestrijdt de zalen met opium en energie en is heel dapper, zij wordt door iedereen bewonderd. Hoefde zij maar niet deze verschrikkelijke week weg. Ik hoop op zondagavond P. het benodigde te kunnen brengen. Er schijnen wel 80 'Rood gestempelden' doorgestuurd te zijn en dat rode stempel gold toch als de beste bescherming. Hier moeten niet alleen de 'ongestempelden' weg, waarvan er zich maar heel weinig van gemeld hebben, maar ook de 'gedoopten' hierdoor vrezen wij morgen het ergste. Hier vallen veel bekenden en vrienden onder, ook de Krays. Ook Lizzy en haar man kregen een oproep. Door het werk van een aantal mensen is het echter gelukt, op Lizzy's verjaardag het stempel (nummer?) 120.000 te krijgen waardoor zij voorlopig van alles af zijn. De slechsten krijgen dit steeds voor elkaar. Voor ons zal het niet lang meer duren. Ik moet alleen dat voor moeder nog voor elkaar krijgen.
Er bestaat een Palestina uitruil-lijst, dat wil zeggen dat zij die kunnen bewijzen dat zij ouders of kinderen in Palestina hebben, of dat zij over een certificaat beschikken worden op een lijst gezet en die worden volgens P. dan geruild tegen Duitse Rijksburgers. Tot nu toe zij al deze mensen in Westerbork vastgehouden. Dat proberen wij nu ook via het Palestina bureau in Geneve, waarmee wij via het Rode-Kruis getelegrafeerd hebben, waarna zij in Tel Aviv bij Toby ons certificaat nummer gaan zoeken. Wij hebben Hans gevraagd er achter aan te zitten, maar het zal wel te laat zijn. Wanneer wij uit Geneve een brief krijgen waarin onze aanvraag bevestigd wordt kan dat natuurlijk helpen. Wij wachten af. Wel Paultje veel liefs verder en wees maar blij dat je niet hier woont.
1000 groeten, jullie Ilse.


Lief Moedertje, 24-5-1943
Nu is de Joodse Raad aan de beurt. Op vrijdag werd, zoals ik al schreef, werd Cohen medegedeeld dat een deel van de Joodse Raad voor de Arbeitseinsatz naar Duitsland opgezogen wordt. Op zaterdagavond en zondag werd dag en nacht aan de lijst gewerkt. De Joodse Raad moest zelf mensen van de (vrijgestelden) lijst strepen em moest de oproepen zelf uit laten gaan en bezorgen. het is een twijfelachtig werk. Sommigen hebben hun eigen graf gegraven. Barbara had zaterdagavond dienst. Eerst moest 50% van de Oosteinde lijst afgestreept worden en daardoor bleef zij gespaard. Maar toen moest het 70% worden. Men kwam huilend naar haar toe dat men haar van de lijst moest strepen, men wilde van alles voor haar doen en vertelde haar dat zij één van de beste medewerkers was geweest. Maar wat heeft zij daar nu aan? Wij maakten een verschrikkelijke nacht door. Toen Franz zondagmorgen naar de Keizersgracht fietste om Meijer de Vries te spreken had hij haar al van de lijst verwijderd. Franz zakte door alle spanning in elkaar. Hij viel namelijk juffrouw
De Lange, die het hem vertelde, schnikkend om de hals en gaf haar een zoen. Blijkbaar willen zij geen families uit elkaar trekken, in het bijzonder als het om een zo'n jong kind gaat. Maar hoeveel leed wordt er vandaag en morgen over families uitgestort.
Het schijnt dat er 8000 oproepen verzonden te worden. Wij zijn echter bang dat er zich niet genoeg mensen meldenen dat er represailles volgen op de achterblijvers. In ieder geval moet alles klaar staan voor vertrek. Wij weten ook niet wanneer er nog meer van de lijst weggestreept worden en of Barbara nog langer kan blijven. Franz zal waarschijnlijk tot de categorie behoren die het laatst aan de beurt zijn. De situatie is niet fraai en men leeft voortdurend onder groote angst en spanning. Vandaag heb ik een pakket naar Heinz gestuurd waar ook iets voor jou bij zit. Mevrouw Mehler was zaterdagavond en nacht hier om zich jouw brief te laten voorlezen. Hij was al naar Paul gestuurd, maar ik kende hem uit mijn hoofd. De Mehlers moeten naar het Oosten. Nu toch nog!
Wie is juffrouw De Lange?

Ludwig Jacob Mehler is op 10-4-1945 in Bergen-Belsen om het leven gekomen.
Zijn dit de Mehlers waar Ilse het over heeft?

David Cohen (Deventer, 31 december 1882 – Amsterdam, 3 september 1967) was een Nederlands hoogleraar in de klassieke talen. In 1933 richtte hij samen met de Duitser Alfred Wiener het Jewish Central Information Office op, om zo de wereld voor te lichten over het racistische en antisemitische beleid van opkomend politicus Adolf Hitler. Tijdens de bezetting van Nederland door nazi-Duitsland in de Tweede Wereldoorlog, werd hij als een van de twee voorzitters van de Joodse Raad aangesteld.
Cohen werd geboren als oudste zoon van makelaar Herman Cohen en Rebecca van Essen. Hij was een oudere broer van schrijver Josef Cohen en van Ru Cohen, oprichter van de Deventer Vereniging. In Deventer doorliep Cohen de lagere school en het gymnasium, waarna hij bij de beroemde universiteiten van Leipzig, Göttingen en Leiden klassieke talen studeerde. In 1912 promoveerde hij in die laatste stad cum laude op het proefschrift De magistratibus Aegyptiis externas Lagidarum regni provincias administrantibus: specimen litterarium inaugurale ("Over de Egyptische magistraten die de buitenprovincies van het rijk der Ptolemëen bestuurden: een letterkundig proefschrift").
Hij vestigde zich als leraar in Den Haag en werd aan de Rijksuniversiteit Leiden privaatdocent. In 1924 werd hij aan dezelfde universiteit bijzonder hoogleraar, een ambt dat hij aanvaardde met het uitspreken van de rede Universalisme en particularisme in den aanvang van het Hellenistisch tijdperk. Twee jaar later werd hij benoemd tot gewoon hoogleraar in de Oude Geschiedenis aan de Gemeentelijke Universiteit Amsterdam. Cohen was een van de oprichters en enige tijd redacteur van Hermeneus - Maandblad voor de Antieke Cultuur, waarvan de eerste aflevering in 1928 verscheen.
Cohen was een hoogleraar die zijn vakgebied in de volle breedte beheerste en de focus legde op het wetenschappelijk onderwijs. Hij verzorgde enkele belangrijke leerboeken over de klassieke oudheid en begeleidde vele promovendi. Van hem zijn echter geen baanbrekende werken of nieuwe wetenschappelijke inzichten overgeleverd. Sommigen typeerden hem als een typische huiskamergeleerde, die geen voeling had met de maatschappij. Dat was echter niet het geval. Cohen was zeer actief in het maatschappelijke en religieuze (Joodse) verenigingsleven en zette zich in voor de onderdrukten in de samenleving.
Al op twintigjarige leeftijd was Cohen betrokken bij het vluchtelingenwerk voor Oost-Europese Joden en hij werd actief in verschillende organisaties, waaronder de Nederlandse Zionistenbond en het Nederlands Israëlietisch Seminarium. Hij zette zich later ook zeer actief in voor het bieden van hulp aan Joden die uit Duitsland waren gevlucht. Ook was hij betrokken bij de oprichting van het Comité voor Bijzondere Joodse Belangen in maart 1933. Hij werd secretaris en Abraham Asscher voorzitter. Cohen werd voorzitter van het belangrijkste subcomité, namelijk het Comité voor Joodsche Vluchtelingen.
Mede door deze werkzaamheden ontwikkelde hij zich tot een bekwaam bestuurder met een internationaal netwerk, die werd geroemd vanwege zijn plichtsbesef, pragmatisme, stoďcijnse afstandelijkheid en grote kalmte. Minder lof oogstte hij echter met zijn bij tijd en wijle autoritaire gedrag. Deze eigenschappen, die zowel positief als negatief kunnen uitpakken, waren ook kenmerkend voor zijn gedrag tijdens de bezetting.
Samen met de voor de nazi-regering naar Amsterdam gevluchte Duitser Alfred Wiener, die bij de Centralverein deutscher Staatsbürger jüdischen Glaubens had gewerkt, richtte Cohen in 1933 het Jewish Central Information Office (JCIO) op. Doelstelling was inlichtingen te verzamelen en Joodse gemeenschappen, media, overheden en inlichtingendiensten in binnen- en buitenland te informeren over de stand van zaken binnen de nationaal socialistische beweging. Wiener als directeur en Cohen als voorzitter hoopten door voorlichting over de steeds sterker wordende discriminatie en vervolging van mensen die door de regering als 'Jood' werden bestempeld, te kunnen bijdragen aan het remmen van de ontwikkelingen. Tussen 1934 en 1939 bracht het JCIO volgens auteur Piet Hagen zo’n 1200 persberichten en andere publicaties daarover uit. Zo werd onder andere bericht over de pogroms in Berlijn die bekend kwamen te staan onder de naam 'Kristallnacht'.
In 1939 verhuisde het bureau naar London, waar het na de oorlog uitgroeide tot een onderzoeksinstituut en openbare bibliotheek met de naam Wiener Holocaust Library.
In november 1940 werd hij door de universiteit als hoogleraar uit zijn ambt gezet en in februari 1941 ontslagen, vanwege zijn Joodse afkomst. Hij richtte een Joodse organisatie op om de gevaren van de te verwachten rassenpolitiek van de bezetter aan te kaarten.
In 1941 werden Cohen en Asscher door de Duitse bezetter aangesteld als voorzitters van de Joodse Raad voor Amsterdam. Zo werden zij – ongewild – instrumenteel in de vervolging en deportatie van vele Joodse Nederlanders. Cohen zou uiteindelijk de facto de enige leider van de Joodse Raad worden. Hij was er van overtuigd dat medewerking met de Duitsers op dat moment nog de enige optie was om een rol te kunnen spelen bij het remmen of afzwakken van de door de nazi's voorgenomen maatregelen. Zijn adagium daarbij was: “om erger te voorkomen”. Zo kwam het dat de Joodse Raad deel ging uitmaken van het organisatorische raderwerk dat de deportaties en moord op zijn eigen geloofs- en gemeenschapsgenoten uitvoerde. Cohen hoopte op die manier te redden wat er te redden viel en de boel op zijn minst te vertragen, zodat Joden tijd en gelegenheid kregen om te vluchten of onder te duiken. Zelf zou hij dit, gezagsgetrouw als hij was, echter niet doen.
In september 1943 werden Cohen en Asscher ook zelf gearresteerd en weggevoerd naar het doorgangskamp Westerbork. Later werden zij daarvandaan gedeporteerd, Cohen naar het nazi-concentratiekamp Theresienstadt, Asscher naar Bergen-Belsen. Beiden overleefden de oorlog.
Na de oorlog werd Cohen het voorzitterschap van de Joodse Raad door velen zwaar aangerekend. De Joodse Ereraad verbood hem in 1947 ooit nog een functie te vervullen binnen de Joodse gemeenschap maar dit besluit werd geannuleerd in 1950. Na de oorlog kreeg Cohen zijn hoogleraarschap terug aan de Universiteit van Amsterdam, waar hij in 1953 met emeritaat ging.
David Cohen was sinds 1912 getrouwd met Cornelia Slijper (1881-1953). Na de Tweede Wereldoorlog scheidde hij van haar. Samen hadden zij drie kinderen, de bouwkundige Herman David Cohen (1914-2005), verzetsstrijder Virrie Cohen (1916-2008) en Mirjam Cohen (1920-1990). De eerste was van 1939 tot 1967 actief bij de opbouw van het land Israël. Een van David Cohens kleinkinderen, zoon van dochter Virrie, is voormalig PvdA-politicus Rob Oudkerk. Bron: Wikipedia.
Tot zo ver de brief aan moeder. Ik stuur jullie het afschrift, zodat ik niet alles nog een keer moet opschrijven. Overigens mogen jullie niet meer pakketten opsturen. Alleen Joden uit Amsterdam mogen dat nog, dus stuur ze naar mij. Hier hier gebeurt kunnen jullie je absoluut niet voorstellen. De kaart van Hans heb ik doorgestuurd. Heerlijk. Ik laat vandaag onze kat en vogel door het asiel ophalen, waardoor men ze een andere thuis kunnen bezorgen. Ik ben te bang om de dieren nog langer hier te houden. Ons hart breekt. Maar anderen hebben het nog zwaarder.
Jullie Ilse


Geliefde kinderen, (maandag) 14-6-1943
Hilde en Hans zijn hier. Ik heb beiden de groeten gedaan, ik wist niets anders te zeggen, zo als gewoonlijk, als het erop aan komt. Ik ben zelfs even bij Hilde geweest, Hans kwam zaterdagavond toen ik net naar bed was gegaan, vroeger als anders, maar ik had van vrijdag half zes tot zaterdagavond tot half zeven doorgewerkt. Hij mocht de zaal niet meer op. Dus kon ik hem alleen laten mededelen da ik op mijn zomer jurk graag een kleine lintje op de sluiting van de kraag wil hebben, een witte punt of gehaakt. Misschien is dat nog te krijgen. Alle brieven en pakketten werden weer vreugdevol ontvangen, het was versterkend en de eerste rustgevende was dat jullie Ledermanns betreft, ik maak mij zorgen wat Paultje betreft en hoop dat alles bij het oude blijft. Paulieneke heeft weer zo lief en verfrissend geschreven en lief getekend. Wat leuk, dat de poppen ook nog aan mij denken, maar ik vergeet hen ook niet. De versterkingsmiddelen bewijzen mij nu een goede dienst, want ik heb weer drie dagen met buikkramp en oververmoeidheid in bed gelegen. Ik zal nog moeten opletten om naar jou te luisteren, Franz. De jaren beginnen te tellen, zelfs als het lichaam door gewoonten weerstand biedt. De 25 uurige werkdag, toen ik nog gezond was, heeft mij veel vreugde gebracht. Vrijdag (11 juni) om zeven uur 's avonds werd de barak door de vier dagen daarvoor ingetrokken bewoners leeg gehaald, bedden werden naar buiten gedragen daarna werd er geveegd, bijna zonder resultaat, alles wat achtergelaten of vergeten werd verzameld en alles werd heringericht voor de te verwachten gevangen buitenlanders, waarvoor zij de afgelopen vier weken hierheen gestuurd zijn weet niemand. De meeste van deze mensen komen uit de Amsterdamse Jodenbuurt, zij zijn misschien nakomelingen van jahren geleden geëmmigreerde voorouders en zij volen zich een beetje bijzonder. Hun haat voor de Duitse Joden is heel giftig en onbedwingbaar. Ik leid daar persoonlijk niet onder, maar het doet wel pijn. Deze mensen zien er allemaal goed uit en zijn vol lof over de behandeling en verpleging en bestuur door de SS, in tegenstelling tot hier. De eersten arriveerden ongeveer om drie 's nachts, de laatsten om half zes.
In mei 1943 werden op grote schaal Joodse gevangenen vanuit Kamp Amersfoort naar Kamp Westerbork overgebracht als doorgangshuis naar vernietigingskampen. Een prominente gebeurtenis was het transport op 11 mei 1943, waarbij ruim 1.400 mensen werden gedeporteerd. Een ander groot transport volgde op 18 mei 1943 met 2.511 Joden, van wie niemand de oorlog overleefde.
Om half zeven ging ik tot zeven uur slapen, toen begon mijn werkdag opnieuw: ziekenlijsten opstellen op de mannen- en vrouwenzaal, die door de ingang van de barakkenzaal, hier de keuken genoemd gescheiden wordt. De zieken, wanneer zij niet daar niet zelf toe in staat zijn wassen, verbanden aanleggen, thee zetten en havermout koken, etc. Zij zijn snel met mij vertrouwt en weten mij in mijn hoekje te vinden. Misschien lukt het nog om verbanden in verschillende bereedte van 2-6 cm op te sturen. Verwonde armen, benen en handen komen hier veel voor, hoewel ik nu goede hulp gekregen heb, Sanne, ben ik blij dat jij voorlopig je moeder nog kunt helpen.Het is ontroerend, Ilsje, dat jij nog steeds pakketten opstuurt naar Eva Bl. en je denkt ook nog aan zoveel anderen en weet altijd het goede te vinden. Ik ben helemaal verliefd geworden op de halve liter beker met deksel, het is voor van alles te gebruiken en het was goed gevuld met allerlei heerlijke dingen. Mijn engelenbeker is gestolen en ik wil graag een andere hebben. Het mag ook een dikker kopje en schotel zijn. Van de porcelijnen ondersteek die overigens prima verpakt, was zijn het handvat en de tuit afgebroken en is ondanks dat in gebruik. Een Kussen (er daarbij misschien nog twee slopen), een theemuts en mag ik de trainingsbroek weggeven? Voor deze dingen is een stijgende vraag en ook voor kindertijdschriften! Het wemelt hierop het ogenblik van babies en kinderen tot 12 jaar. Daaronder zijn veel maselen en kinkhoest zieken en die ondanks het besmettingsgevaar niet in de ziekenbarak opgenomen worden, maar in hun eigen barakken moeten blijven. Dit is één van de nieuwe verscherpte bepalingen. het lijkt hier steeds meer op Vught waar de kindersterfte verschikkelijk schijnt te zijn. Dat moet voor iedereen gruwelijk zijn. De moeder van mevrouw Landauer is ondertussen gestorven, terwijl het met hem, meneer Landauer beter schijnt te gaan. In de ziekenbarak kom ik bijna niet meer, ben te moe, het bezoek uur van 7 tot kwart voor acht. Ik kwam Dr. Bial kort tegen en hij nodigde mij en Heinz meteen voor de volgende zaterdagavond uit. Eerlijk gezegd heb ik steeds het gevoel wat wij niet weten wat wij met elkaar aan moeten en ik was blij dat ik een paar dagen ziek was er niet heen hoefde. Het doet mij vreugd Lena en Johan af en toe te spreken en ik ben nieuwsgierig wat jullie over zijn nichtje te vertellen hebben. Ook Herry (Henri?) en zijn vrouw zijn heel sympatiek, net als alle andere B's. Doe hen de hartelijke groeten van mij. Ik ben erg verdrietig dat ik zo weinig van Hans hoor, zelfs als de waarschijnlijkheid van bepaalde berichten over hun leven mij ook tevredenstelt en ik hun hun doorzettingsvermogen bewonder.
Misschien houden zij rekening met de dertig. (?) Hiervoor heb ik nog een bijzondere wens, een stuk zeep! Overigens Ilsje, het pakket met de kousen voor Tata (waar zal zij zijn, hoe zou het met haar gaan?) is niet aangekomen, of er stond veel meer was op het label vermeld en op het pakket stonden verschillende adressen en is naar de Post teruggestuurd. Heinz is mijn trouwe bezoeker en wij zijn werkelijk goede vrienden geworden en begrijpen elkaar. Hij is overal geliefd. Blijf gezond, lieve allemaal en wees innig omarmt door
Moeder
Tata was reeds op 5 februari in Auschwitz vermoord, samen met haar zus Lala.

Ledermann's am 20-6-1943 nach Westerbork - am 16-11-1943 weg!
Omi (Ellen-Philippi-Citroen) am 1-3-1943 zum 2 ten Mal nach Westerbork am 7-12-1943 weg.
Dit zou een notitie van Barbara Ledermann kunnen zijn.
WEGGUM.COM