Brieven gekregen van Yad Vashem, Israël VI.
Paultjes,                                                                                                             18-2-1943

Had ik jullie toch maar niet meteen mesjogge gemaakt. Franz was vandaag op de plek waar ik de bagage voor de Schouwburg had afgegeven. Haar hadden zij Moeder's eigen handtekening waarmee zij bevestigde dat zij de koffer en de Ballens (beddengoed) ontvangen had. Dus zij heeft beslist deze bagage ontvangen. Zij meent blijkbaar, dat zij dat wat ik de eerste avond bij de Expo afgegeven heb en wat naar Westerbork is gebracht, niet ontvangen heeft. Ik heb haar namelijk een brief in de Schouwburg geschreven, waarin ik vertelde, dat deze bagage naar de Borneokade gebracht was en daar verwachtte zij het terug te vinden. Ik ben heel erg opgelucht, Heb haar vandaag nog een levensmiddelen pakket gestuurd waarin ook 2 handdoeken en een lepel in zaten.
Heinz is nog steeds in Westerbork. Heeft vandaag onze windjack en twee overhemden teruggestuurd, omdat hij wat van zijn eigen spullen gekregen heeft.
Dag kinderen,

                                                                                                                Jullie Ilse
Henriette (Hetty) is op 25 maart 1924 getrouwd met Lodewijk Prins, geboren 28-6-1901 te Amsterdam, omgekomen 10-2-1945 ergens in Midden-Europa. Hetty Prins-Morpurgo is geboren op 6-5-1903 te Amsterdam en vermoord op 17-9-1943 te Auschwitz.
Mozes Morpurgo is vermoord in Auschwitz op 5-2-1943. Hij zat dus in hetzelfde transport als Pauline en Sophie Philippi.
Paultje en Lientje,                                                                                                          23-2-1943

Ach, ik ben zo gelukkig. Heb verschillende goede berichten uit Westerbork, geen van Moeder zelf, maar van onze vrienden. De belangrijkste is dat één van hen aan zijn ouders schreef: "Heinz Kaempfer vertelde dat Ilse's moeder voorlopig geen zorgen heeft." Dus heeft ons voorwerk toch zin gehad, zeker is dat Chaja daarbij een grote rol heeft gespeeld, zij schijnt zeer invloedrijk te zijn. Het blijft belangrijk dat jullie bij haar de interesse voor Moeder levend houden. Ik was de hele dag zo onrustig misschien is zij vandaag al doorgestuurd. Ik ben zo vrolijk. Toen schreef iemand dat Moeder zo dapper is en met haar koffie gedronken heeft. Ik moet een laken en een kussensloop sturen wat ondertussen gebeurd is. Haar houding wordt door iedereen bevestigd. Vervolgens is er nog een wonder gebeurd. Het kleine zwarte lakkoffertje en beide dekens die de eerste avond per ongeluk naar Westerbork gingen zijn daar gevonden en aan Moeder overhandigd. Nu is zij rijkelijk verzorgden kan uitzoeken wat zij wil meenemen en wat zij achterlaat. Zo ziet vandaag de dag geluk er uit. Kinderen, kinderen. Hetty Prins schreef mij vandaag , dat Ro Prins en haar man daar met een straftransport opdoken. Hetty's vader, de oude Morpurgo, was er ook bij en is doorgestuurd. Daar was zij in quarantaine vanwege enkele difterie gevallen in haar barak en kon hem nauwelijks spreken. Vandaag zijn Anna's ouders, de oude Ptasniks, opgepakt . Zij woonden aan het Merwedeplein. De hele familie is nu helemaal verdwenen. Het oppakken van ouderen en zieken gaat op volle kracht door. Zowel overdag als 's nachts. Dus jullie kunnen vanaf nu Moeder schrijven, zoveel jullie willen, maar wees voorzichtig. En jullie kunnen ook geschenken van liefde sturen. Mij werd geschreven dat zij nu alles heeft wat zij nodig heeft. het gaat dus werkelijk om kleine dingen hartversterkingen. Iets wat Pauliene heeft getekend of zo. Mensen, mensen als men haar daar nog een tijd zou kunnen houden tenmiste tot dit koude jaargetijde voorbij is.
Adieu, Adieu.

                             Veel liefs, jullie Ilse.

De boeken heb ik nog niet ontvangen.
Abraham Citroen en Chana Citroen-Ptasznik werden op 31-8-1942 te Auschwitz vermoord. Hun dochter Theo werd hier op 24-7-1942 ook vermoord.


Karel Adolf Citroen is op 12 februari 1920 in Amsterdam geboren als zoon van Abraham Citroen en Chane Ptasznik. Na zijn studie in Brussel en Amsterdam wordt hij medefirmant van Roelof Citroen, een bekende juwelierszaak in de Amsterdamse Kalverstraat. Na de Duitse inval raadt de bedrijfsleider hem aan via IJmuiden naar Engeland te gaan. Karel wil echter het familiebedrijf niet in de steek laten en blijft boven de zaak wonen.
Eind 1941 gaan Karel Citroen en zijn neef Bob Franken naar Zwitserland. In diezelfde periode vertrekken ook twee andere neven naar Zwitserland, Alfred en Edwin Rottenberg. Daar hoort Karel dat zijn ouders en enige zusje en de ouders van Bob op 31 augustus 1942 in Auschwitz zijn vermoord. De twee neven besluiten naar Engeland te gaan om tegen de Duitsers te vechten.
Via Frankrijk, Spanje, Portugal en Curaeao bereiken ze de Verenigde Staten, waar ze bij de Royal Navy komen. Karel wordt decoder op een Brits schip en luistert Duitse schepen af. Op 23 oktober 1943 wordt de HMS Limbourne bij Guernsey door de Duitsers getorpedeerd. Er vallen 42 doden, maar Karel behoort tot de 100 overlevenden die door de HMS Talybunt worden gered.
Na de oorlog blijkt de zaak in de Kalverstraat door de Duitsers te zijn leeggehaald. In de Staatscourant leest Karel dat zijn voorraad in Duitsland is teruggevonden. Hij kan het familiebedrijf voortzetten en wordt een bekende zilverexpert. Hij trouwt met Wiebrigje Pasma.
In 1971 fuseert zijn bedrijf met Schaap & Van Gelder, waarna het Schaap & Citroen heet. Karel is lid geweest van de Industriele Groote Club, Goldsmiths Company London, Silver Society London en de Society Jewellery Historians London. Hij schrijft een aantal boeken, waaronder ''Amsterdamse Zilversmeden'', ''Haarlemse Zilversmeden'' en ''Valse Zilvermerken in Nederland''.
Karel Citroen is op 5 september 1944 op Maidenhead door de Koningin onderscheiden met het Verzetsherdenkingskruis (KB 29-7-1943). Bron: Tracesofwar.nl
Een kaart (overgetypt) van Ellen Citroen-Philippi aan haar zoon Paul geschreven vanuit kamp Westerbork.
Lieve kinderen,                                                                                                 1-3-1943

Schrijfdag! Op grootse wijze werd ik hier door onze en jullie vrienden vriendelijk ontvangen, en jullie mooie pakket! Als het niet hier was, dan was het een vreugde geweest. Chaja was de eerste en bij haar en Dr. Wallach moest ik gisteren, zondag, komen koffie drinken. Het was gezellig - maar het verlangen naar jullie allen is ondraagelijk. Morgen ga ik weer verder, de trein staat al klaar. Wij horen pas om half vijf 's morgens wie mee moet. Ik heb weinig hoop. Heel veel dank voor alles. Leer Paulientje mij niet te vergeten. Jullie leven verder in mij en om jullie wil verblijf ik, wees gezegend. Moeder

                                                                                                                             4-3-1943

Ik krijg net het volgende: een kaart van Hilde Cramer, nadat ik mijn ogen uitgehuild had over jullie brief en dacht dat Moeder zeker zou zijn doorgestuurd.

"Lieve Ledermanns,                                                                                               
3-3-1943

Heinz en Nori
doen de groeten. Het gaat met hun beiden goed. Nori wil graag een paar schoenen hebben, zij heeft alleen het paar dat zij aan heeft, het paar dat in de dekenrol zat is verdwenen. En zij wil de fluwelen blouse die juliie hebben wil zij graag hebben. - Ik kreeg vandaag een pakje en Liesel ook. Zondag komen onze vakanties gangers aan, ik denk dat Hans Bial zich onder hen bevindt. En dan zouden wij ook de eerste mondelinge berichten kunnen krijgen. Vanuit huis schrijven zij dat alles in goede stemming ... en wij zijn ondanks alles gelukkig, hartelijke groeten Hilde Cramer."
Ik heb geen idee hoe ik aan die schoenen moet komen, het zal waarschijnlijk maar 38 of 38 moeten zijn. Weten jullie het? Lientje neem het mij niet kwalijk, maar ik ben op dit moment zowel lichamelijk en geestelijk zo overspannen dat dit mij teveel is waneer Paulientje hier komt overnachten. Ik heb geen bed meer over, dat heb ik weggegeven aan een jongen wiens huis helemaal is leeg gehaald. En dus moest Paulientje in de voorkamer op de bank slapen, wat voor haar niet zo leuk is en het opmaken mij veel moeite kost. Ik zie overal tegenop als een berg. Mijn hoofd staat niet naar een verjaardag. Jullie moeten bedenken dat ik eerst moet overleggen waarom jullie plotseling op maandag willen komen. Jou wil ik graag zien en spreken en je kan dan meteen het bericht van Bial horen. Breng Paulientje toch mee, hoewel zij Sanne niet kan ontmoeten omdat zij de hele dag op school zit, ook tijdens de lunchpauze. De Kunstoom heb ik al in haar klas laten vallen. Ik stuur een kaart mee waarop Moeder al in de Schouwburg mee begonnen is en Vught wachtend op transport naar Westerbork mee verder gegaan is en in Westerbork op de bus gedaan heeft. Schokkend. Stuur hem aan mij terug en stuur mij de kaart aan jullie van 1 maart om te lezen. Ik stuur jullie een pakket met daarin zaken die van jullie zijn, maar die Moeder teruggestuurd heeft. Duizend groeten en veel liefs,
                                                                                                                           jullie Ilse

De als ... bekwaam is ook een ... bekwaam als ... en goed voor alles. Daag
Lieve Paul en Lientje en Paulieneke,                                                               12-3-1943

Bedankt voor jullie brief. Vandaag kwam er een brief van Moeder die ik jullie morgen zal sturen, Babara moet hem vanavond eerst nog lezen. Maar ik wil jullie nu alvast schrijven dat ik door jullie gift haar bril heb kunnen laten maken en iets aan haar tand kon laten doen. Zoiets is toch geweldig. Lientjes pantofferls houden haar warm en mijn matras is haar redding. Vandaag kwam onze vriendin Hilde langs vanaf het Amstelstation gekleed in een broek met skischoenen en zij vertelde geweldig. Moeder is onbeschrijfelijk eenvoudig. Zij had meteen door hoe het leven in het kamp gaat, zich geweldig praktisch heeft geinstalleerd, alle vrouwen in de barak komen naar toe om voor duizende dingen raad te vragen. Problemen met deze en gene, niet op tijd klaar zijn, lost zij eenvoudig op en vind er niets van. Zij zegt zelfs:"Ach, zij stellen zich het veel erger voor dan het is." Hilde vindt het ontroerend. Onder haar onderlaken heeft zij nog een deken liggen zodat het stro niet zo prikt en het is lekker warm. In het bovenst bed ligt een jong meisje dat heel lief is. Het middelste bed is leeg en dat is Moeder's zolder. Jullie vriendin is geweldig en heeft Hilde gezegd dat er voorlopig geen gevaar is. Zij was überhaupt nog nooit in gevaar geweest, dat heeft zij zelf nooit geweten. W. heeft haar een keer gezegd wat Ch, zo allemaal voor haar doet. Daarvoor wist zij dat niet eens. En men moet daar niet over spreken. W. zei niets. Verkalkt. In het kamp spreekt men van 'verward' wanneer iemand een beetje dom doet. Toch zijn de onderlinge verhoudingen niet slecht. Mijn verjaardag hebben zij op feestelijke wijze gevierd met alles wat ik opgestuurd had. Hilde was met Ch. Liesel Österreicher erbij. Moeder heeft zichzelf voorzien van kopjes en schotels, het had er zeer feestelijk uit gezien en geweldig gesmaakt. Nadien zijn de familieleden nog gekomen. Wel erg is dat mevrouw Asch en haar dochter doorgestuurd zijn, terwijl het in eerste instatie zo was dat zij konden blijven op grond van een het gegeven dat zij een docher in Palestina heeft en daardoor dus voor ruiling in aanmerking zouden moeten komen. Over het algemeen zouden sollicitaties slecht zijn. Wordt men afgewezen dan gaat men direct door. Dan maar liever zo door gaan.
Franz heeft geen Malaria, wat het wel weet men niet. Eén of andere infectie. Hij heeft koorts ondanks de kinine, steeds ronde 38 en hij is zeer mistroostig en depressief. Ik moest nogmaals schrijven dat hij zelden zo'n betovered boek gelezen heeft, zoals over die schepen van jou. Gisteravond heeft hij er Barbara over vertelt. Hij heeft het al drie keer gelezen.

                                                                              Wees omhelst,

                                                                                                      jullie Ilse


Ch. zou dat Chaja zijn?

Wie is W?




Op 2 maart 1943 vertrok uit kamp Westerbork een trein met 1105 mensen naar het toen onbekende vernietigingskamp Sobibor. Na een reis van drie dagen kwam de trein op 5 maart aan. Het was het eerste transport uit Nederland naar dit kamp. Nog 18 transporten zouden volgen tot het laatste transport op 20 juli 1943. 34.313 Joodse mannen, vrouwen en kinderen maakten de gedwongen reis naar dit gruwelijke oord in oost-Polen. In nog geen vijf maanden werden zij, op ongeveer duizend na, op de dag van aankomst vergast. Van de ruim 34.000 keerden slechts enkelen terug.
Het eerste transport werd, net als het tweede, uitgevoerd met een personentrein. Daarna gebruikte men veewagens. Van het eerste transport overleefde niemand. Opvallend is dat van de ruim elfhonderd mensen tweederde vrouw was en eenderde man.
VERVOLG.
WEGGUM.COM
Bruno Asch bekleedde tussen 1920 en 1933 verschillende publieke functies in Höchst am Main, Frankfurt am Main en Berlijn. Hij was burgemeester van Höchst van 1922 tot 1925. Daarna was hij wethouder in Frankfurt am Main. In 1933 vluchtte hij uit Duitsland, omdat hij jood en socialist was. Op 16 mei 1940 maakte hij een einde aan zijn leven.
Tegen het einde van 1939 vertrok oudste dochter Mirjam (1920) naar Palestina.
Über zionistische Kreise lernte Ruth Philip Jacobs kennen, sie verlobten sich. Im Sommer 1941 nahmen die Verhaftungen von jungen jüdischen Männern zu, die in Arbeits- oder Konzentrationslager verschleppt wurden. Unter diesem Eindruck verließ Philip Jacobs auf Drängen von Eltern und Freunden die Niederlande. Nach einem langen Fluchtweg traf er letztlich in Großbritannien ein und schloss sich dort der britischen Armee an und diente bei der Royal Air Force. Seine Verlobte sah er niemals wieder. Den Verlust seiner Familie und seiner Verlobten schildert er schluchzend im Jahr 2020 beim Prozess gegen den Sobibor-Täter Demjanuk: „Die Ereignisse von damals prägen alle Tage meines Lebens.“
Die Mutter Margarete wurde drei Wochen später, am 10. März 1943, zusammen mit Ruths Schwester Renate Charlotte von Westerbork nach Sobibor deportiert. Dies war der 2. Transport, der Westerbork in Richtung Sobibor mit insgesamt 1105 Menschen verließ. Am 13. März 1943 erreichten sie das deutsche Vernichtungslager Sobibor, wo sie unmittelbar nach ihrer Ankunft ermordet wurden.


De nazi's realiseerden zich dat koolmonoxide in afgesloten ruimtes minder efficiënt was dan Zyklon B, maar in Sobibor, Treblinka en Belzec (onderdeel van Aktion Reinhardt) werden permanente gaskamers op basis van motoruitlaatgassen gebruikt.
OESTREICHER, Maria Karoline, vooral bekend als Maria Austria (geb. Karlsbad, Oostenrijk-Hongarije 19-3-1915 – gest. Amsterdam 10-1-1975), fotografe. Dochter van Karl Oestreicher (1864-1915), arts, en Clara Kisch (1871-1945). Marie Oestreicher trouwde (1) op 1-4-1942 in Amsterdam? met Hans Walter Bial (1911-2000), zakenman (scheiding: 4-12-1945); (2) op 15-3-1953 in Amsterdam? met Hendrik Pieter Jonker (1912-2002), gemeenteambtenaar, later fotograaf (scheiding: 28-10-1969). Beide huwelijken bleven kinderloos.
Maria Oestreicher was een nakomertje. Haar vader, internist in het kuuroord Karlsbad in Bohemen (het huidige Karlovy Vary in Tsjechië), stierf veertien dagen vóór haar geboorte. Samen met haar broer Felix en zus Lisbeth groeide zij op in een Joods intellectueel en artistiek milieu. Na het gymnasium ging ze naar Wenen, waar ze een gedegen vaktechnische opleiding voor fotografie volgde aan de Höhere Graphische Bundes Lehr- und Versuchanstalt. Van februari 1934 tot juli 1935 was ze assistente bij de Weense fotograaf Willinger, voor wie ze veel avant-gardistische toneeluitvoeringen fotografeerde.
In 1937 vertrok Maria Oestreicher naar Amsterdam omdat ze nauwelijks meer kon werken vanwege de maatregelen tegen Joden in Wenen. Ze trok in bij haar zus Lisbeth, die aan het Bauhaus was opgeleid tot textielontwerpster en op dat moment in Amsterdam aan de kost probeerde te komen met het ontwerpen van breipatronen. Eva Besnyö maakte de foto’s van de modellen, maar geleidelijk nam Maria dat werk over. De gezusters Oestreicher werkten onder de naam 'Model en Foto Austria' en Maria ging voor haar fotowerk voortaan de naam Maria Austria gebruiken. In deze vooroorlogse jaren fotografeerde ze veel portretten in opdracht.
Maria Austria trouwde in 1942 met de Duitse zakenman Hans Bial. Toen zij zich nog datzelfde jaar moest melden in het doorgangskamp Westerbork, gaf ze hieraan geen gehoor – dit in tegenstelling tot haar man en haar zus. Ze ging werken als verpleegster in het Portugees-Israëlitisch ziekenhuis en als kindermeisje tot ze in september 1943 moest onderduiken. In haar onderduiktijd in de Vondelstraat kreeg ze een verhouding met Henk Jonker, werkzaam bij het Amsterdamse bevolkingsregister en actief in het verzet. Hij vervalste persoonsbewijzen en Maria maakte er de pasfoto's bij.
Na de Bevrijding pakte Maria Austria de draad van haar fotowerk weer op, maar nu zonder haar zus – die inmiddels was getrouwd en haar werk als textielontwerpster voorlopig had opgegeven. Zelf liet ze zich in 1945 scheiden van haar eerste echtgenoot. Ze maakte modereportages in opdracht, maar haar hart lag vooral bij de maatschappelijke fotoreportages van Nederland in de wederopbouw. Met Henk Jonker, die zich tijdens de bezetting tot verdienstelijk fotograaf had ontwikkeld, Aart Klein en Wim Zilver Rupe richtte zij in 1945 fotobureau Particam op, een samentrekking van 'partizanen camera'. Het fotobureau (gevestigd aan de Amsterdamse Willemsparkweg) specialiseerde zich in documentaire reportages over het alledaagse leven van werkende mensen én het culturele leven van naoorlogs Nederland. Maria Austria maakte vooral naam als fotografe van de podiumkunsten. Samen met Jonker, met wie ze in 1953 trouwde (waardoor ze de Nederlandse nationaliteit kreeg) maakte ze talloze theaterfoto's en portretten van musici, dirigenten, acteurs, dansers, regisseurs en cabaretiers. Samen woonden en werkten ze nog steeds op de Willemsparkweg 120. Hun opdrachtgevers waren de grote balletgezelschappen en het Holland Festival (vanaf 1947), de Nederlandse Opera Stichting (vanaf 1949) en het Concertgebouworkest en andere orkesten (vanaf 1951). Van 1949 tot circa 1960 hadden Austria en Jonker bovendien een fotorubriek op de achterpagina van het Algemeen Handelsblad: een reeks over allerlei maatschappelijke thema's. Na het vertrek van Wim Zilver Rupe werd de naam Particam gewijzigd in Particam Pictures. Toen Aart Klein in 1956 ook vertrok, bestond het bureau alleen nog uit Jonker en Austria. In 1963 ging het echtpaar uit elkaar en zette Maria het bureau alleen voort. Wel had zij in deze periode een aantal leerling-assistenten onder wie Vincent Mentzel, Jaap Pieper en Bob van Dantzig. In deze periode ging Austria zich steeds meer toeleggen op het experimentele theater (ze werd de huisfotografe van het Mickery Theater) en het Holland Festival. Ze nam afstand van de glamourfoto’s van het repertoiretoneel en fotografeerde de spelers het liefst op de huid. Deze expressieve foto's van spraakmakende voorstellingen gaven haar landelijke bekendheid.
Daarnaast ontwikkelde Maria Austria een voorliefde voor het sociaal-politieke theater dat zich begin jaren zeventig in Nederland aandiende. Zij fotografeerde de optredens van de toneelgezelschappen Werktheater, Proloog, Baal en Sater. Ook bij de avant-garde stromingen in de muziek en bij nieuwe ontwikkelingen in de dans voelde zij zich zeer betrokken. De voorstellingen van Kurt Stuyf en Ellen Edinoff van de Stichting Eigentijdse Dans fascineerden haar. In deze dansfoto’s komt haar belangstelling voor schoonheid en perfectie goed tot zijn recht.
Tot in de jaren 1970 gebruikte Maria Austria een Rolleiflex-camera. Pas kort voor haar dood fotografeerde zij met een kleinbeeldcamera. Ze bezat de ervaring en intuïtie om onder moeilijke en onverwachte omstandigheden haar werk te doen. Zij ging zeer efficiënt met haar tijd om, fotografeerde vaak tijdens een 'doorloop' of bij repetities en werkte ’s nachts door om het werk op tijd bij de redacties te kunnen afleveren.
Maria Austria was van 1945 tot aan haar dood lid van het bestuur van de afdeling Fotografie van de Vereniging van Beoefenaars der Gebonden Kunsten (GKf) en de Nederlandse Vereniging van Fotojournalisten. Zij zette zich in voor de fotografie als volwaardige kunstdiscipline en pleitte als bestuurslid van de GKf bij het ministerie van OCW voor een eigen budget op de kunstbegroting. Zij zag het als een groot onrecht dat kranten foto's publiceerden zonder de naam van de fotograaf te vermelden.
Met haar tomeloze inzet voor haar vak trok Maria Austria een wissel op haar gezondheid. Nauwelijks hersteld van een zware griep overleed ze geheel onverwacht in 1975 op 59-jarige leeftijd.
Maria Austria staat in Nederland bekend als de theaterfotografe par excellence. Ze was een sterke persoonlijkheid: perfectionistisch, strijdbaar en ambitieus. Door haar felle temperament en uitgesproken ideeën nam zij niet iedereen voor zich in. Haar naam leeft voort in de Stichting Fotoarchief Maria Austria-Particam die een jaar na haar dood werd opgericht en tot doel heeft haar archief toegankelijk te houden. De stichting heeft zich bovendien beijverd voor het tot stand komen van een Nederlands Foto-archief. Ook is er het Maria Austria Instituut (MAI), dat de archieven beheert van bekende fotografen als Eva Besnyö en Philip Mechanicus. Het Amsterdams Fonds voor de Kunst heeft een tijdlang (om de twee jaar) de Maria Austria-Prijs uitgereikt. En in de Amsterdamse wijk IJburg is een straat naar haar genoemd. In 2018 publiceerde Martien Frijns een biografie over Maria Austria en wijdde het Joods Historisch Museum (opnieuw) een tentoonstelling aan haar oeuvre.