Brieven gekregen van Yad Vashem, Israël.

3-7-1942
Mein Liebes Paulchen und Lienchen,
Die Situation ist für Euch im Augenblick wirklich recht schwer ind Ihr wist nicht wie Franz sich seit gestern mit Eurere Probleme herumschlägt und im Ereunde nicht weiss, was da zu .... ist. Alles kann gut gehen, kann aber auch schief gehen. Er schlägt nach, überlegt, ver..auft und ist ganz verzweifelt. Und Er sagt man kann eigentlich ... , die einen nahestehene, gar nicht ... weil man zu befangen ist.
Vielen Dank Pauvel, dass Du die Decke ganz bezahlen willst. Es kammst mir sehr gelegen. Und ich hab auch durch die Fotos noch soviel ausgegeben, dass ich gar keines Geld mehr habe. Da das Geld an Tante
Mijn lieve Paulchen en Lienchen,
De situatie is op dit moment echt behoorlijk moeilijk voor jullie en jullie weten niet hoe Franz zich sinds gisteren met jullie problemen bezighoudt en in wezen niet weet wat er aan te doen is. Alles kan goed gaan, maar het kan ook misgaan. Hij zoekt dingen na, denkt erover na, verkoopt… en is helemaal wanhopig. En hij zegt dat men eigenlijk …, degenen die je na staan, helemaal niet … kan, omdat men te zeer bevooroordeeld is.
Hartelijk dank, Pauvel, dat je de deken helemaal wilt betalen. Dat komt mij zeer goed uit. En door de foto’s heb ik ook nog zoveel uitgegeven dat ik helemaal geen geld meer heb. Omdat het geld bij tante …


Lieve Paul, 3-7-1942
Hoewel ik de hoop op verrassingen geenszins heb opgegeven, moet ik toch toegeven dat het er op dit moment naar uitziet dat de voor ons vertrouwde uitdrukking “besch…” (bedoeld als eufemistische omschrijving) als een vergoelijkende omschrijving moet worden beschouwd. Het argument dat mij in zulke gevallen door mijn familie wordt tegengeworpen, is dat men door moedeloosheid niets verbetert, maar zichzelf de nodige weerstandskracht ontneemt. Zeker bevinden wij ons dicht bij een toestand waarin wij de situatie alleen nog door een goede houding kunnen verdragen. Maar zijn wij niet erg verwend geweest? Zijn er niet altijd mensengroepen geweest die werden vervolgd? En zou het geen verspilling zijn om deze tijd – die ons toch op onze levensjaren wordt aangerekend – helemaal te verwerpen? En zijn er niet miljoenen mensen die het tegenwoordig nog veel slechter hebben dan wij?
Ik stel voor dat wij de gevaren die ons bedreigen willen trotseren. Het is een vergissing te denken dat de onderdrukkers gelukkig zijn en de onderdrukten ongelukkig. Aequam memento rebus in arduis servare mentem (gedenk een evenwichtige geest te bewaren in moeilijke omstandigheden), zong Horatius, die uit ervaring wist hoe het is wanneer het er vuil aan toegaat. Zullen wij eens proberen zo’n evenwichtige geest te bereiken? Doe je mee?
Laten we de gevaren eens wat nader bekijken. De deportatie naar werkkampen in Duitsland zal voor ons beiden – voor jou en voor mij – en daarmee ook voor onze families voorlopig nauwelijks in aanmerking komen, want de leeftijdsgrens is tot nu toe vastgesteld op 40 jaar. Die kan natuurlijk nog worden verhoogd voordat wij onze tandenborstel moeten pakken.
Het onderzoek naar de tweede grootouder van Lientje is natuurlijk niet prettig. Mocht het, wat ik niet hoop, ongunstig aflopen en zouden vrouw en kind zich dan bij jou onze “ras-toebehorigheid” moeten laten registreren, dan zou dat ook niet zo erg zijn; men zou eraan moeten wennen. En als jullie werkelijk naar Amsterdam zouden moeten verhuizen, dan zou ook dat wel lukken. Tenminste zou men elkaar dan af en toe kunnen spreken.
De vraag hoe men zich moet gedragen vanwege het niet aangeven van Paulieneke is erg moeilijk. Ik heb nu gehoord dat men de gele registratieverklaring naast het persoonsbewijs niet meer bij zich hoeft te dragen, en daarom was ik al van mening dat men de zaak beter niet meer kon oprakelen. Gezien jullie nieuwe mededeling dat er vanwege de grootvader onderzoek wordt ingesteld, vrees ik dat bij die gelegenheid ook de kwestie van Paulienekes aangifte ter sprake kan komen, en daarom ben ik eigenlijk weer meer van mening dat men de aangifte alsnog met een verontschuldiging moet doen.
Het is zo moeilijk te overzien hoever zulke onderzoeken reiken. Anderzijds weet men niet of een verontschuldiging bij ontdekking niet hetzelfde effect kan hebben, zodat een vrijwillige aangifte misschien helemaal niet nodig is. Aan de andere kant ben ik er in principe van overtuigd dat men alleen voor zijn eigen misstappen moet instaan – je weet dat al. Ook moet men de organisatie niet onderschatten. Maar de nieuwe onderzoeken kunnen natuurlijk gemakkelijk ook Lientje raken en dan weet men niet wat er gebeurt. Het is verschrikkelijk moeilijk je hierin te adviseren. Maar ik geloof bijna dat ik in jouw situatie dan zou ik waarschijnlijk de latere (achteraf gedane) aangifte doen, om van de onzekerheid af te komen. Maar kun je niet nog eens met de welwillende man op het raadhuis spreken en hem vragen of hij niet al eens een soortgelijk geval heeft meegemaakt en of de te late aangifte gevolgen heeft gehad? Misschien kan hij daarover eventueel bij collega’s in Den Haag navraag doen. Probeer toch eens daarover iets te weten te komen.
Schrijf mij het resultaat.
Nu bedenk ik me echter dat die man je deze vraag waarschijnlijk helemaal niet zal kunnen beantwoorden. Maar proberen zou je het toch kunnen; misschien wordt het dan wat duidelijker.
Hartelijke groeten aan jullie allen.
Je
Franz

Lieve Paul en Lientje! 10-7-1942
Om meteen maar met het belangrijkste te beginnen: sinds vandaag komen de “Hollanders” (Joden) aan de beurt; er worden er dagelijks zo’n 1200 afgevoerd. Alle mannen tussen 16 en 40 jaar gaan naar Duitsland naar de arbeidsdienst. De mannen van 40–55 jaar worden hier in Nederland voor de arbeidsdienst gekeurd en voorlopig nog behandeld.
De jongeren moeten zich allemaal bij de Joodse Raad melden, krijgen een formulier om in te vullen met de aanduiding “verklaring”, en krijgen tegelijk een briefje in de hand waarop staat dat zij zich morgen vroeg moeten melden. Daarna worden zij naar Westerbork gestuurd (het doorgangskamp in Drenthe, dat vermoedelijk door Luderswijk of Lüderswijk – naam onduidelijk in het handschrift – is ingericht).
Bij het invullen van de formulieren is de Joodse Raad behulpzaam. Deze zijn zeer vereenvoudigd. Van getrouwde mannen gaat de familie automatisch mee. Gescheiden vrouwen en hun kinderen hoeven niet mee. Vanwege de vrijstellingen werd bevolen dat personen die voor de gemeenschap onmisbaar zijn eventueel van de lijsten kunnen worden geschrapt, dus personen die als bedrijfsmedewerkers bij de Joodse Raad zijn aangesteld, en ook degenen die bij instellingen in België werken die onder het R. vallen, dus bijv. bij de slachterij en de Zuidelijke gemeente. Artsen en apothekers hoeven ook niet mee te gaan.
Vandaag zijn bij al een hele reeks Joden zonder voorafgaande waarschuwing de telefoons afgesloten. Men had wel een opzegging gekregen per 1 augustus resp. 1 september, maar dat was waarschijnlijk alleen maar een soort grap.
En zo gaat het verder. Ik was vandaag bij Brigitte, die zich fantastisch goed houdt eigenlijk net als iedereen. De kameraadschap zal alleen al veel betekenen. In elk geval hebben we Barbara tegen cholera en tyfus laten inenten. Drie inentingen moeten genoeg zijn, één is er nu gedaan.
Jullie Ilse
Wie was Brigitte?



Mijn Lieve Paultje, 22-8-1942
Ach, wat is dat een buitengewoon mooie foto, ik ben er heel blij mee en kijk er steeds naar en hoop .... dat ik er echt nog lang hier in de flat van genieten kan. Iedereen vindt het echt betoverend. Het was goed dat ik Lientje nog een keer gesproken heb en dat wij nu van elkaar alles weten. Ik had willen schrijven jullie na onze schok, maar het ging niet. Men houdt met elke mogelijkheid rekening en houdt zich sterk dat is de hoofdzaak.
28-7-1942
Sanne kan zich niet voorstellendat zij weer naar school kan en weer kan leren. Maar zij heeft toch ook veel meegemaakt en voelt de onzekerheid van het huidige bestaan heel erg sterk aan. Heerlijk dat jullie daar buiten staan, dat helpt haar echt.
Mevrouw Kaempfer heeft het Lientje zeker wel verteld. Tata vergat steeds wat jullie haar gegeven hebben, gelukkig was dat met jullie foto niet mogelijk. Lena, Paultje veel dank voor de verassing van mooie gift en 1000 groeten aan jouw, Lientje en Paulientje.
Je Ilse.
Deel van een brief van Ilse Ledermann-Citroen aan haar broer Paul Citroen en zijn echtgenote Lien.
Brief van Franz Ledermann aan zijn zwager Paul Citroen.
Brief van Ilse Ledermann-Citroen aan haar broer Paul Citroen en aan haar schoonzus Lien.
Brief van Ilse Ledermann-Citroen aan haar broer Paul Citroen.
WEGGUM.COM