Tegen de tijd dat Poulsson, Kjelstrup en Haugland naar de Sensbuhut terugkeerden was de temperatuur sterk gedaald. Het weer was prachtig, maar het was ook verschrikkelijk koud. Aan de binnenzijde van de muren en het dak van de hut zat een dikke lag rijp. De mannen waren zich er niet van bewust, maar dit was één van de strengste winters die men ooit in Telemarken had meegemaakt. De temperatuur kwam in de maanden januari en februari maar zelden boven de -30 graden Celcius uit! Alleen in de directe omgeving van de kachel was het een beetje warm. Swallow moest volgens schema op de 9e januari 1943 weer met Engeland contact opnemen, maar Poulsson had de accu’s niet eerder dan de 13e januari weer binnengekregen. Helaas waren zij niet voldoende geladen en zat er te weinig accuzuur in. Zelfs de ontvangst werd steeds slechter en omdat Einar Skinnerland de enige was die tijdens de stand-by periode de hut mocht verlaten was hij degene die de handgenerator moest gaan halen. Het komen en gaan tussen de verschillende hutten en verstopplekken van de voorraden was een logistieke nachtmerrie, maar noodzakelijk voor een dergelijke missie. Men kon het risico eenvoudig niet nemen om alle voorraden en uitrusting op één plek te bewaren. Bovendien was het onmogelijk voor het team om alles met zich mee te dragen, het was gewoon te zwaar.
Net als Gunnerside in Engeland verveelde ook Swallow zich stierlijk tussen de maan-perioden in en men begon gefrustreerd te raken van het wachten. Helberg hield zichzelf bezig door rond Rjukan een aantal verkenningstochten te maken. Elke keer moest hij de verleiding onderdrukken om in Rjukan contact te maken met familie en vrienden en op die manier ook hun voorraden aan te vullen met ander noodzakelijk voedsel dan rendiervlees.
Helberg: “Op een gegeven moment passeerden twee goede vrienden mij, het waren trouwe Noren, maar zij zeiden niets en vertelden mijn vader zelfs niets” Helberg maakte zijn verkenningstrips meestal wanneer het donker was en sliep dan in een hut vlak naast zijn ouderlijk huis. Geen enkele keer heeft hij die paar meters die hem van zijn familie scheiden overgestoken. Zijn ouders dachten zelfs gedurende de hele oorlog dat hun zoon in Engeland zat.
Eindelijk kwam op 23 januari het langverwachte bericht op de radio binnen, telegram 211, Gunnerside was eindelijk op weg naar Noorwegen. Meteen begonnen de teamleden met de voorbereidingen om hun landgenoten te kunnen ontvangen.
Swallow had op een geven moment Eureka ingeschakeld, maar deze zat na inschakeling al vrijwel meteen zonder spanning. Men had al bijna de hoop opgegeven toen Skinnerland met de handgenerator arriveerde en zij op die manier weer over spanning konden beschikken. Rond middernacht hoorden de mannen het bekende geluid van een vliegtuig en snel ontstaken zij de markeringslampen, maar het vliegtuig vloog door naar het westen en verdween zonder dat Eureka ook maar iets van een pieptoon had geproduceerd.
Om drie ’s nachts, uitgeput en ontroostbaar realiseerde het team zich dat ook deze dropping was afgebroken.
In het rapport van de RAF-piloot staat dat men bij de eerste poging de locatie te vinden faalde en dat men tijdens een tweede poging het gebied al gepasseerd was. Men dacht het Møsvatnmeer gezien te hebben, maar zeker was men daar niet van omdat het ijs op het meer de vorm veranderd had. Zij hadden op geen enkel moment de lampen van Swallow kunnen ontdekken en ook het Rebecca/Eureka-systeem had geen contact kunnen maken.” De passagiers is gevraagd om ook mee te zoeken naar herkenningspunten op de grond, maar men was daartoe niet in staat. De passagiers hebben ook geconstateerd dat er niets van Eureka ontvangen werd”, aldus de piloot. Op het moment dat de brandstofvoorraad kritiek begon te worden besloot de piloot terug te keren naar Kinloss. Moe en geïrriteerd kroop het Gunnerside-team weer uit het vliegtuig. Over het algemeen had men in die tijd weinig kritiek op de RAF die al duizenden bemanningsleden had verloren tijdens sorties achter de vijandelijke linies, maar tijdens de debriefing had de navigator danig op zijn kop gekregen vanwege het feit dat hij de dropzone niet had kunnen vinden. SOE voegde daaraan toe dat men de teamleden van Gunnerside dan maar blind had moeten droppen omdat men toch in de buurt van de dropzone was.
Wie voor dit laatste verantwoordelijk was werd niet duidelijk, wel was duidelijk dat men weer tijdens volle maan, zonder bewolking het gebied was overgevlogen om vervolgens onverrichter zake naar Schotland terug te keren. Weer moest men een maand wachten op de volgende volle maan periode en men begon nu in tijdnood te komen.


Haukelid: “In januari 1943 stonden wij ’s nachts op een vliegveld om eindelijk naar Noorwegen te vertrekken en Professor Tronstad kwam ons uitzwaaien. Onze teleurstelling was groot toen wij na vier uur vliegen weer terug moesten keren omdat de RAF de dropzone van Swallow, die door lampen gemarkeerd zou worden, niet had kunnen vinden. Wel had ik het Langesjåmeer in de Hardangervidda gezien. Zelfs had ik Noren voor hun huizen zien staan en Noorse honden op straat zien lopen.
Op ons eigen verzoek werden wij op 1 februari 1943 in een afgelegen huis dat aan Majoor McKenzie van SOE behoorde ondergebracht. Het huis lag in Kifinan, Argyllshire aan de oever van Loch Fyne. Hier werd verder getraind in de bergen en werd er op herten en zeehonden gejaagd. Er kwamen veel oude Noorse namen voor in dit district, maar alle boerderijen waren verlaten en de velden waren overgenomen door bossen en wild.
Met de komst van de volle maan van februari trokken wij weer naar het zuiden en verbleven weer in STS-61, wachtend op onze vlucht.

Ondertussen waren er al drie maanden verstreken sinds de aankomst van Swallow op de Hardangervidda en tot twee keer toe had men klaar gestaan om een aanvalsgroep te kunnen ontvangen. Zouden hun kameraden ooit komen? Zouden zij zelf in staat zijn het weer en de ondervoeding te weerstaan? Waren de Nazi’s al bezig het net rond hen te sluiten? Tot overmaat van ramp werd Haugland de dag na de mislukte dropping van Gunnerside ernstig ziek en Poulsson had een zeer pijnlijke ontsteking aan zijn linker voet opgelopen. Als gevolg van sneeuwval en ziekte was de belangrijkste sabotagemissie in de militaire geschiedenis geheel tot stilstand gekomen.
SOE was bang dat de laatste mislukte dropping een zeer negatief effect zou hebben op de stemming van het Swallow-team en daarom stuurde men hen het volgende bericht om hen wat op te beuren:
-spijtig genoeg hebben de weersomstandigheden er toe geleid dat het onmogelijk was het team te droppen stop hopelijk zijn jullie in staat het vol te houden tot de volgende stand-by periode van de 11e tot de 25e februari van 22.00 -02.00 GMT stop
bedanken jullie hartelijk en zijn vol bewondering einde-
Poulsson was ook vol bewondering voor het team dat onder zijn commando stond. Al met al was dit de ultieme test voor een team, maar zoals uit zijn noties duidelijk blijkt ,was hij erg onder de indruk over de kracht en hoe professionaliteit van de mannen. Over Helberg schreef hij:’een werker, zo hard als staal, spaarde zichzelf nooit, door toeval kreeg hij de zwaarste last op zijn schouders, was altijd goedgehumeurd en altijd bereid om iets te doen. Kjelstrup: ‘slim en voorzichtig, vraagt nooit om aandacht, ondanks het feit dat hij chronisch maagklachten had ’. Haugland: ‘uitmuntende marconist. Weet precies wat hij moet doen en is in staat om onder zeer moeilijke omstandigheden zijn werk te doen ‘.
In Engeland werd intussen onder tijdsdruk en door de frustraties van het Gunnerside-team besloten dat men blind zou springen, dus niet op het door Swallow te markeren terrein en ook wanneer de navigator het terrein weer niet zou kunnen vinden. Rønneberg:“Wij vertelden iedereen zich geen zorgen te maken, wij zouden springen en zelf de weg naar het onderkomen van Swallow zoeken”.
Weer zocht Gunnerside alles bij elkaar, checkten en dubbel-checkten alles om er zeker van te zijn dat men niets zou vergeten.
Vandaag de dag bestaat er veel lichtere uitrusting dan die van het Gunnerside team, maar aan de andere kant namen zij eigenlijk alleen dat mee wat elke buitensporter voor zo’n soort trip nodig heeft, behalve de wapens en explosieven natuurlijk. Hetzelfde principe qua uitrusting is nog steeds van toepassing. Wol bijvoorbeeld is een ander soort materiaal dan een synthetische stof. Wol is buitengewoon effectief in een klimaat als dat van de Hardangervidda, want het houd je warm terwijl het opdroogt en je kunt er weken in leven zonder te gaan stinken en vies te worden zoals in synthetische stof. De kleren die Gunnerside meenam waren zeker zo goed, of misschien zelfs beter dan wat er vandaag de dag te koop is. Het volume en gewicht van hun uitrusting was echter wel een probleem. Als je dertig kilo op je rug draagt en een slee trekt die zestig kilo of meer weegt door bergachtig terrein, waar het vriest dat het kraakt, dan kom je gauw in de aan de grens van wat een mens aankan. Elke buitensporter weet dat het belangrijk is zo min mogelijk bagage mee te nemen, want op die manier houd je energie over, dit was echter geen optie voor zowel Swallow als voor Gunnerside.
Zij moesten wapens en explosieven meenemen, maar ook rantsoenen voor enkele weken, kookuitrusting, tenten, extreem grote en hinderlijke zendapparatuur en generatoren. Daarnaast moest er nog van alles mee wat van vitaal belang was voor hun missie, en om te kunnen overleven. Het verplaatsen van een dergelijke hoeveelheid uitrusting is op zich al een heel karwei, maar als dat ook nog eens moet gebeuren in extreme weersomstandigheden is een prestatie die het uiterste vergt van het lichaam en geest.

Zodra de twee zieken, Haugland en Poulsson,weer enigszins op krachten waren gekomen, begon het team opnieuw aan de voorbereidingen voor de volgende dropping. De door Skinnerland aangepaste handgenerator was zo’n succes dat men besloot de accu’s die steeds voor problemen hadden gezorgd weg te doen. Deze 12 volt accu’s bleken in het geheel niet te voldoen en daarbij was het risico ontdekt te worden, als zij bijgeladen moesten worden via contactpersonen in Rjukan, te groot. Skinnerland zou de laatste set accu’s nadat deze waren opgeladen nog komen brengen, maar hij stortte tijdens de tocht naar de hut in elkaar en lag met koorts in een hut genaamd Grunnos. Wat voor het team op zich wel heel goed was, was het feit dat men tijdens deze langere donkere dagen niet veel anders kon doen dan in bed blijven. Soms sliepen zij wel vijftien uur achter elkaar en op die manier hielden zij nog wat van hun krachten over. Helberg: “Gedurende de lange periode dat wij op Gunnerside moesten wachten gingen wij vaak om zes uur al naar bed, op deze manier spaarden wij brandstof voor verlichting en je kon verder toch niets doen in het donker. We lagen gewoon in onze slaapzakken en om de beurt hield een van ons een lezing over een bepaald onderwerp. Ik vertelde over de bergen en hoe zij aan hun namen waren gekomen. Wij spraken over van alles en nog wat om de tijd door te komen. Arne die loodgieter was vertelde ons van alles over zijn vak.
Maar de lange winternachten waren een ramp voor Haugland. Vanwege de vooraf bepaalde tijden voor luisteren en zenden moest hij steeds midden in de nacht zijn slaapzak uit. Haugland: “Elke nacht moest ik om kwart over een mijn slaapzak uit om met mijn station verbinding te maken, terwijl mijn vrienden lagen te snurken. Gelukkig had ik tijdens mijn laatste trip naar Stockholm een kleine wekker gekocht. Soms ontving ik twee of drie verschillende berichten en dan had bijna twee uur in de kou en het donker nodig om ze te decoderen want er zou een belangrijke boodschap tussen kunnen zitten. Ik deed dit werk in het licht van een enkele kaars en de volgende dag had ik steeds een barstende koppijn vanwege het slechte licht en dat ik zo moest ingespannen om nog iets te kunnen zien. Het was vaak ’s nachts verschrikkelijk koud, maar ik kon niet met handschoenen aan seinen, ik was bang dat dit mijn seinschrift aan zou tasten en dat men in Engeland zou denken dat ik onder dwang van de Nazi’s zat te zenden. *)
Ik moest ook nog eens om negen uur ’s morgens contact opnemen, dus waren de nachten soms wel heel erg kort”.
*) Pas in de loop van 1943 begon SOE de “handschriften” van de telegrafisten vast te leggen zodat men wist of de juiste persoon achter de seinsleutel zat. Iedereen seint namelijk op een iets andere wijze de verschillende morse tekens. In Engeland had SOE op dat moment namelijk al het vermoeden dat niet de eigen telegrafisten in Nederland berichten verstuurden, naar Nazi-telegrafisten. Dit was het zogenaamde Englandspiel.
Het maken van fouten door telegrafisten achter vijandelijke linies als gevolg van stress was heel gebruikelijk, maar Haugland maakte tijdens zijn hele verblijf op de Hardangervidda maar één enkele fout.
Voor deze fout werd hij zwaar op de vingers getikt want hij had in de haast en met verkleumde vingers van de kou in een belangrijk bericht een verkeerde coderingsmethode toegepast. De operators in Engeland waren gewend geraakt aan de handschriften van de diverse telegrafisten in het veld en het laatste bericht van Haugland had hun wantrouwen gewekt. Daarom werd een met Haugland van te voren afgesproken veiligheidsbericht verstuurd: ‘ wat kwam u tijdens een wandeling langs Strand in de vroege ochtend van 1 januari 1941 tegen?’ Haugland antwoordde: ‘ drie roze olifanten’. Bij SOE was men merkbaar opgelucht, Haugland zond niet onder Nazi regie. Hijzelf was niet zo blij met de suggestie dat hij een fout gemaakt zou hebben.
Uiterst vertrouwen hebbende in de kwaliteit van zijn uitzendingen zond hij Engeland het volgende priemende telegram:
‘ ben verbaasd over uw telegram stop volg slechts de beste Engelse radioprocedures stop ons telegram
over de landingsplaats was heel duidelijk stop einde van bericht was correct zoals in alle
voorafgaande berichten sluiten’.
Juist op dag, 11 februari 1942, dat er een verschrikkelijke storm over de Hardangervidda raasde werd Swallow op stand-by gezet. Het was die dag onmogelijk om zich buiten de hut te begeven, de mannen werden buiten door de snijdende wind gewoon omver geblazen. Zij hadden allemaal tijdens hun jeugd meerdere winters op de Hardangervidda doorgebracht, maar geen van hen kon zich een dergelijke storm herinneren. Deze storm bracht het risico met zich mee dat de dropping van het Gunnerside-team opnieuw zou worden uitgesteld en daardoor bleef er nog maar één mogelijkheid in maart over. Na de volle maan- periode in maart zouden de nachten alweer te kort worden voor dergelijke operaties. Terwijl de mannen alle openingen in de hut dichttimmerden was er toch nog een voordeeltje; bij dit weer zouden de Nazi’s hen nooit kunnen vinden. Zij werden beschermd door het beste defensieve middel wat er is: de natuur zelf.
Het Swallow team was de hoogvlakte gaan beschouwen als hun eigen achtertuin, een klein stukje land in bezet Noorwegen wat nog steeds vrij was. De Nazi’s zouden duizend jaar kunnen blijven, maar zij zouden de Hardangervidda nooit kunnen bezetten. Swallow was niet bang voor de Hardangervidda, zij respecteerden de krachten van de natuur. Als het stormde bleven zij in een hut, of in een sneeuwhol en kwamen pas weer naar buiten als de storm uitgeraasd was. Zij probeerden de Hardangervidda niet te bedwingen, want dat had geen zin, als het er op aan kwam was er maar één winnaar. Zij gebruikten de Hardangervidda in hun voordeel tegen de Nazi’s en als zij voorzichtig genoeg waren, was de hoogvlakte een ondoordringbare plek om je schuil te houden. Er bestond altijd het gevaar door een vliegtuig gezien te worden tijdens patrouilles, of door vijandelijke soldaten als zij bij gelegenheid weer eens een deel van het gebied uitkamden. Zij hadden echter altijd de mogelijkheid zich verder in de wildernis terug te trekken en daar durfden de Nazi’s niet te komen. Het gebied was ook hun voorraadschuur geworden, het voorzag hen van eten, brandhout en water.
Op 16 februari 1942 stonden de leden van Gunnerside weer op het vliegveld terwijl het regende dat het goot. Het vliegveld werd vaker gebruikt voor geheime zaken en het personeel had al vaker het vertrek van vreemde operaties gezien. Toch keken zij nog verbaasd op toen een groep tot de tanden bewapende slodaten met zware bepakking in witte camouflage kleding uit de regen opdoken. Weer was professor Tronstad aanwezig om hen geluk te wensen.
Haukelid: “Het was erg krap in het vliegtuig, met onze zware uitrusting, wapens en dikke kleding konden wij ons bijna niet bewegen en nadat wij ons door de deur gewurmd hadden werd deze achter ons dicht geslagen. Wij vertrokken om 20.00 uur vanuit een regenachtig Engeland, maar na enige uren vlogen wij over een door de maan verlicht Noorwegen en weer vlogen wij over de Hardangervidda. Van de piloot kregen wij te horen dat wij over tien minuten moesten springen, deze keer hoefden wij niet naar het ontvangstcomité te zoeken. De deur in de bodem van het vliegtuig werd geopend en wij bereiden ons voor om te springen. Het maken van een parachutesprong is altijd spannend, of je het nu eerder gedaan hebt of niet en de harten van een ieder van ons klopten toch wel wat sneller dan normaal. De gedachte dat wij op het punt stonden in het maanlicht naar ons geliefde Noorwegen te springen maakte geen verschil.
De waarschuwingslamp sprong op groen: springen! Het was 00.02 uur toen Joachim als eerst met veel gekletter door het gat in de donkere nacht verdween, meteen daar achter aan nog een man, daarna twee containers, nog drie mannen sprongen en weer twee containers. Ik maakte mij gereed om te springen. De RAF helper drukte zichzelf tegen de wand om mij door te laten, maar aan de verkeerde kant. De static- lijn die mijn parachute met het vliegtuig verbond had zich rond zijn lichaam gewikkeld op een manier dat ik hem mee naar buiten zou trekken als ik sprong. Ik pakte hem beet, duwde hem naar de andere kant van het vliegtuig en sprong al staande door het gat, er was geen tijd meer om eerst te gaan zitten”.

De mannen sprongen op een hoogte van maar 230 meter. Met hen werden ook nog elf containers afgeworpen en dit moet een spectaculair gezicht geweest zijn. Zeventien geopende parachutes die langzaam naar een enorme witte vlakte zweefden. In het rapport van de laadmeester stond: dropping perfect uitgevoerd, alles volgens plan. De staartschutter had zeventien geopende parachutes gezien en Squadron Leader Gibson, bevestigde dat er contact was geweest met Eureka, Swallow daarin tegen meldde geen contact te hebben gehad met het Rebecca toestel in het vliegtuig.
Haukelid:”Terwijl ik aan mijn parachute door de lucht zweefde zag ik het vliegtuig naar het Noorden verdwijnen, terug naar Engeland, terug naar de regen, naar lekkere warme thee en naar een volgend feest. Onder mij was niets anders dan sneeuw en ijs. Ik landde midden tussen de containers. Door een misverstand had de piloot de containers als laatste afgeworpen en plaats van ze als eerste eruit te gooien. Ik begon te parachutes op te rollen zodat de containers en pakketten niet door de wind weggeblazen zouden worden. Een pakket met daarin onze rugzakken ging er toch met hoge snelheid vandoor richting het einde van een groot meer. Birger Strømsheim rende er achteraan, kreeg het te pakken maar werd twee kilometer meegesleept tot een scheur in het ijs hen tot stilstand bracht.
Als het pakket met de rugzakken verloren was gegaan dan had dit de operatie danig kunnen vertragen. Van alle afgeworpen uitrusting waren er alleen een slaapzak en twee rugzakken beschadigd, de rest was veilig geland. Het team pakte de containers uit en namen alles mee wat zij direct nodig zouden hebben en wat voor de aanval nodig zou zijn. De rest werd onder de sneeuw begraven en met stokken gemarkeerd zodat zij hun uitrusting op een later tijdstip terug zouden kunnen vinden. Om vier ’s morgens waren zij klaar en konden op weg gaan om Swallow te zoeken.
Haukelid: “Rønneberg vroeg mij waar wij ergens waren en ik antwoordde, van mijn part in China, ik ken dit gebied niet”.
Zij keken uit over een enorme witte vlakte die door de maan verlicht werd. Het leek wel of zij op een andere planeet geland waren. De laatste twaalf maanden hadden zij onder totaal andere omstandigheden doorgebracht. Gedurende die tijd wisten zij dat zij ondanks hun keiharde training dat zij een enorm ondersteunend netwerk om zich heen hadden. Eèn die hen onderdak verschafte, voor voedsel zorgde, hen van kleding had voorzien en hen zelfs vermaakten. Maar nu twaalf uur later stonden zij er alleen voor, in een van de meest verlaten gebieden op aarde, midden in vijandelijk gebied en tenminste 400 kilometer verwijderd van enige vorm van veiligheid: de Zweedse grens. Het was een vreemd en bitter gevoel te bedenken dat zij nu vreemden in hun eigen land waren en een prooi voor een genadeloze bezetter.
weggum.com
Gunnerside, deel 2.