Brieven gekregen van Yad Vashem, Israël IV.
Brief van Ilse Ledermann-Citroen aan haar broer Paul.
Mijn Geliefden, 20-1-1943
Wij zijn op dit moment zeer ongerust over Moeder en Tata. Op dit ogenblik is een actie tegen de rusthuizen aan de gang. Een hele rij daarvan is al leeggehaald. Gisteravond kwam een kennis van Moeder langs en vertelde , door haar opgedragen, ons dat zij gehoord had dat haar tehuis vandaag niet geruimd wordt. Zij was heel onrustig en wist niet wat zij moest doen. Deze actie vindt gedurende de hele dag plaats. Daarom wilde zij morgenochtend vertrekken en dan pas 's avond weer terugkomen. Nadat wij in eerste instantie toegestemd hadden, hebben wij toch laat in de avond via de bode haar een brief gestuurd waarin wij onze bedenkingen over het een en ander hebben uitgelegd. Wij vrezen, dat indien er niemand thuis is, de deur opengebroken en eventueel verzegeld wordt waardoor zij helemaal niet meer weet waar zij naar toe moet. Zij stuurde ons met onze bode een een zeer terneergeslagen brief terug waarin zij ons vertelde dat zij gehoord heeft dat diegene die opgepakt zijn dezelfde dag per trein naar Vught gebracht zijn en vandaaruit naar Duitsland en Polen gaan. Zij weet helemaal niet meer wat zij moet doen, hoopt echter dat het morgen duidelijker wordt. Van morgen bleek echter dat de actie niet richt op de rusthuizen, maar tegen de mensen die uitstel wegens hun ziekte hadden gekregen. Overal, ook in onze straat rijden de overvalwagens voor en ouderen en zieken worden uit hun huizen gehaald, of soms gedragen. Het was een vreselijk gezicht.
's Middags waren Ille (Ilse) en ik bij haar huis. Er werd echter niet opengedaan en een bekende vertelde ons dat ze allemaal zijn weggegaan. Ik reed daarna naar huis, maar Ille stelde vast dat Moeder en Tata toch thuis waren, maar dat zij het bellen niet gehoord hadden. Ille heeft hen gesproken. Men weet niet wat men hen kan aanraden. Voor een deel wordt aangeraden thuis te blijven een ander deel raadt aan overdag weg te gaan. Men zegt, dat indien men overdag opgepakt wordt, er niets meer aan te doen is. Terwijl als men 's avonds opgepakt wordt men de Joodse Schouwburg terecht komt en vandaar door de stempel weer vrijkomen kan. Morgen zal er overdag waarschijnlijk geen actie zijn. Maar overmorgen waarschijnlijk wel weer. Hierbij komt nog, dat zij geen personeel meer heeft. Erna is opgepakt en zit in Westerbork. Het andere meisje voor overdag, mevrouw Gottschalk vertrouwt het niet meer om te komen, zoals overal het personeel van rusthuizen is weggelopen. Jullie kunnen jullie de toestand voorstellen. Jullie kunnen overigens ook niet helpen, maar wij willen jullie toch op de hoogte stellen. 's Avonds wordt nu meer en meer het Joodse personeel van de Wehrmacht opgepakt. Terwijl ik dit schrijf, kwam mevrouw Cygielnik bij ons langs, dat zij ook opgepakt worden en meteen moesten vertrekken. Dit is de derde keer dat zij opgepakt zijn, afgezien dat zij 6 weken in een gevangenis in Duitsland hebben gezeten en wij vrezen echter, dat zij deze keer niet zullen terugkeren.
Het is een lust om te leven.
In deze zin
jullie Franz
Mijn geliefden! Ik kan bijna niet meer. Lichaamelijk en geestelijk is de ... bijna te ... Ik zie geen redding meer voor Moeder. Ik heb samen met haar gepakt, alles is klaar. ... waren wij zij en Tata thuisgebleven en alle anderen waren weg.
Ilse




Brief van Ilse aan haar broer Paul.
Ik neem aan dat dit de Van den Bergh is die Ilse bedoelt, hij werkte voor de Joodse Raad.
Mr. Arnold van den Bergh (Oss, 20 januari 1886 – Chelsea (Londen), 28 oktober 1950 was een Nederlands notaris. Hij was tijdens de Tweede Wereldoorlog lid van de Joodse Raad. In januari 2022 kwam Van den Bergh postuum in het nieuws omdat een groep onderzoekers hem aanwees als hoofdverdachte die de onderduikers in Het Achterhuis aan de Duitsers zou hebben verraden. Verschillende Nederlandse historici waren zo kritisch over de conclusies van het onderzoek, dat het boek waarin het onderzoek was beschreven inclusief de conclusies over Van den Bergh, in maart 2022 door de uitgever uit de handel werd gehaald.
Van den Bergh werd geboren in Oss en behoorde als kleinzoon van Daniël van den Bergh tot de zogenaamde Bergoss-tak van die familie. Arnolds oudoom Simon van den Bergh stond mede aan de wieg van het Unilever-concern. In 1908 behaalde Arnold van den Bergh zijn Notarieel Staatsexamen en begin 1909 werd hij als kandidaat-notaris in Amsterdam aangenomen. Hij trouwde op 8 juni 1920 in Enschede met Auguste Kan (1899-1968). Op 26 januari 1923 werd Van den Bergh benoemd tot notaris in Amsterdam. In 1938 fuseerde zijn notariskantoor met dat van notaris E. Spier. Het kantoor bleef eerst aan de Sarphatistraat gevestigd, maar verhuisde in april 1939 naar het Westeinde. Intussen was Van den Bergh in 1936 secretaris van het Nederlands Israëlitisch Armbestuur geworden.
Na de bezetting van Nederland door de nazi's behield Van den Bergh in eerste instantie zijn functie. Toen Alois Miedl in juli 1940 met rijksmaarschalk Hermann Göring het onroerend goed van Jacques Goudstikker en de collectie Goudstikker kocht, was Van den Bergh de notaris bij deze transactie. Omdat hij joods was werd hij op 21 februari 1941 door de Duitsers uit zijn ambt gezet. Op 13 februari werd hij bij de oprichting lid van de Joodse Raad. Van den Bergh beschikte over een Sperre zodat zijn gezin niet op transport werd gesteld, en slaagde er zelfs in zich door Hans Calmeyer te laten ariseren. Een collega-notaris maakte daar echter met succes bezwaar tegen, waarna zijn arisering werd ingetrokken. Hij mocht daarom geen notaris blijven. Op 9 september 1943 meldde De Residentiebode, dat in de vacature A. van den Bergh een andere notaris was benoemd. Diezelfde maand werd de Joodse Raad opgeheven. Begin 1944 werd een notaris aangewezen als waarnemer van het notariskantoor van Van den Bergh.
In 1943 lukte het Van den Bergh voor zijn dochters onderduikadressen te vinden; een tweeling kreeg onderdak in Noord-Scharwoude, dochter Annie-Marie in Sprundel. Zij haalden het einde van de oorlog. Van den Bergh en zijn vrouw zaten vanaf eind 1943 ondergedoken in Laren.
Na de oorlog werd Van den Bergh op 23 mei 1945 weer in zijn ambt als notaris hersteld. Begin juni hervatte hij zijn praktijk, aanvankelijk aan de Keizersgracht. Begin augustus was zijn kantoor weer verenigd met dat van notaris Spier en werkten zij opnieuw vanaf het vooroorlogse adres aan het Westeinde. Hij werd voorzitter van De Joodse Invalide; in 1947 droeg hij als waarnemend voorzitter van De Joodse Invalide het gebouw aan de gemeente Amsterdam over. en van de Nederlands Israëlitische Instelling voor Sociale Arbeid (N.I.I.S.A.), en bestuurslid van de Maatschappij tot nut der Israëlieten in Nederland, en was lid van de B'nai B'rith Loge Hilleel. Ook in niet-joodse kringen was hij een bekende persoonlijkheid.
Van den Bergh overleed op 64-jarige leeftijd aan kanker en liet zijn echtgenote en drie dochters achter. Hij werd op 1 november 1950 op de Joodse begraafplaats te Muiderberg begraven.
Volgens een in januari 2022 gepubliceerd boek over een onderzoek zou Van den Bergh de onderduikers van Het Achterhuis hebben verraden, in een poging zijn eigen gezin te redden. Verschillende Nederlandse historici kwamen tot de conclusie dat die beschuldiging geen hout snijdt. Naar aanleiding van die kritiek besloot de uitgever in maart 2022 om het boek uit de handel te halen. Twee vertegenwoordigers van het Cold Case Team publiceerden een verweer waarin ze hun eindconclusie verdedigden. Bron: Wikipedia.
Mijn Geliefden, 28-1-1943
Onze brief aan mevrouw Van den Bergh is precies op tijd geschreven. Moeder zit sinds gisteravond met alle inwoners van het rusthuis, inclusief Lala, in de (Hollandse) Schouwburg. Johan en Lena kwamen 2 minuten nadat de Zwarten (Schalkhaarse politie) aangekomen waren aan om 9 uur 's avonds. Zij hebben toen tot half twaalf geholpen met pakken voor allen die afgevoed werden. De bus kwam laar aan, want men had vanwege de duisternis de weg niet kunnen vinden. Johan belde om ongeveer half tien op. Wij stelden meteen Professor Cohen en mevrouw Van den Bergh telefonisch op de hoogte. Ik was vandaag vroeg bij hen in de Expo (Deportatie afdeling van de Joodse Raad?) Zij had meteen nadat zij de brief had ontvangen het één en ander met Slucker (Edwin) besproken en beloofde te zullen helpen. Maar vandaag is nog niemand vrijgelaten, ook niemand anders. Zij blijven vannacht nog in de Schouwburg. Zij hadden heel veel eten bij zich en worden daar uitstekend verzorgt. Ik stuurde naar de Schouwburg een brief voor haar en ook snoep. Moeder antwoordde, dat zij en Tata nu gerust zijn, Tata had het eerst als enige op haar zenuwen gekregen. Alleen is Tata zeer vertwijfelt. Ik neem aan dat Moeder terugkomt. Ook de Cygielniks zijn teruggekomen. Nu is het weer allemaal afwachten. Veel erger is het dat Heinz (Kaempfer) ons vanuit de gevangenis in Arnhem geschreven heeft. Hij is opgepakt. Wij weten verder niets naders. Hij schreef dat hij niets mocht meenemen en vraagt om bepaalde dingen zoals een tandenborsel, scheergerei, ondergoed. Wij hebben al het al opgestuurd. Over Eva weten wij niets. Ach kinderen, wat een leven. Lena zegt: Moeder is een wonder. Zij was zo rustig gebleven en had steeds gezegd ik kom terug. Heeft iedereen geholpen en gerust gesteld.
Vanmorgen vroeg jullie brief. En het bericht dat mevrouw Van den Bergh, mevrouw De Leeuw en juffrouw De Vries vrij zijn. Moeder had dat ook verwacht en stond al aangekleed klaar, maar op het laatste ogenblik is er iets tussen gekomen, wat weet ik niet. Ik was op de Expo, zij werken daar als een malle aan de zaak en hopen haar er vandaag uit te krijgen. De hoofdzaak is dat zij tot dinsdag in de Schouwburg blijven. Ach, kinderen!
Heinz is al in Westerbork, met Eva gaat het goed maar heeft last van zenuwen en is er niet bij. Wij doen nu alles Heinz daar te houden.
Kinderen, ZIJ IS VRIJ! Ik kom net terug van de Expo, waar mij verteld werd dat Moeder met de ouderen en de zieken al naar de Borneokade is om afgevoerd te worden naar Westerbork en dat Slucker er voor voor haar vergeefs opuit getrokken is, maar dat men het om 6 uur opnieuw wil proberen. Ik ging vertwijfelt weer naar huis waar ik op dat moment door Franz werd opgevangen met de mededeling zij is vrij, heeft zelf gebeld dat zij in de Creche, tegenover de Schouwburg is en daar vannacht blijft. Wij zijn er meteen heen gegaan.
Jullie Ilse.
In het gemeente archief van Amsterdam is niets te vinden over Edwin Sluzer, maar het moet zijn Slucker.


Brief van Ellen-Citroen-Philippi aan haar zoon Paul Citroen met daaronder een notie van Ilse.
Ellen Citroen-Philippi, alias 'Mutti'.
Op dinsdag 2 februari 1943 vertrok vanuit kamp Westerbork het 47e transport naar vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau. De trein bestond uit 19 wagons. In deze trein zaten 890 mensen, slechts 1 van hen keerde terug. Inmiddels waren de Nazi's een heel eind gekomen met hun streven om Nederland "Judenfrei" te maken, een maand na de datum van dit transport zouden de helft van de Nederlandse Joden weggevoerd zijn en binnen het jaar na de aanvang van de transporten op 17 juli 1942 zou dit aantal meer dan 70% zijn: 75.000 mensen.
Sophie en Pauline Philippi maakten deel uit van dit transport en werden op 5 februari 1943 in Auschwitz om het leven gebracht.
Geliefde kinderen, 1-2-1943
Daar ben ik weer, jammer genoeg zonder Lala en Tata. Dat is wel waar, ik stond voor de keuze : jullie of zij. Net kwam Ille binnen mij halen van de Creche waar ik het eerst naar toe moest. Mijn been en voeten waren zoo opgezet, dat ik onmogelijkhier naar toe kan lopen. Ilse bestelde een ziekenauto en nu ben ik al sinds gisteren half één bij Ledermann. Zoo moe en kapot veel pijn in alle ledematen dat ik haast niets doen kan. Het was een geluk dat juist op het gegeven ogenblik Leen en Jo ... kwamen ... geholpen hebben te pakken en alle ... ... op te bellen ... zoo verliep de ... heel anders als we ons dat voorgesteld hadden. Ook de buuren kwamen helpen tot we allen eindelijk klaar voor het vertrekken waren en wuifden en riepen ons toe. Ja en de twee andere zusters? De gedachte aan hen laat me niet los. Tata was helemaal in de war en voelt het daardoor misschien niet zo erg.Dag lieve Drietjes! Omhelst en veel liefs van Mutti en de Ledermanns.
Op 8-2-1943 ging zij (Ellen) even naar haar woning om iets op te halen, tegen 5 uur werd zij uit haar huis weggehaald door een overval commando en meteen naar de Schouwburg gebracht.




Geliefde Lientje en Paul, 3-2-1943
Jullie willen natuurlijk graag weten wat zich hier afgespeeld heeft. Vandaag, een week geleden verwachtte ik Lena en Johan, op de thee om ongeveer negen uur. Ik bereidde in de keuken alles voor, zoals zij het zou graag hebben en toen werd er 3 keer aangebeld. Zouden ze er al zijn? Ik deed het keine raampje van de voordeur open en vroeg: "Wie is daar"? Politie! Ik deed open "Wij hebben een oproep voor mevrouw Schönlicht-Philips". "Die is mij niet bekend", zeg ik. "Zoo, maar die moet hier wonen. Wie bent u? Laat uw persoonsbewijs zien"! "Dat is toch dezelfde naam Philipps"! Nee, zeg ik, U ziet toch, hier staat Philippi! Wie woont hier nog? Wij moeten alle persoonsbewijzen zien. Zij openden meteen alle kamerdeurenen vroegen iedereen of zij Schönlicht-Philips heten, vroegen mij of zij misschien vroeger hier gewoond had, het moest echter Philippi zijn ... boven woonde.Zij hadden ook een oproep voor Sophie Neumann Philipps. Hier moesten zijn iedereen meenemen, ik had er voor te zorgen dat alles in drie kwartier klaar stond. Ondertussen werden zij naar ... gaan. Jullie kunnen je indenken, dat mij dit hartkloppingen bezorgde. Intussen was het 5 minuten later toen de politie eerst Lena en ongeveer 10 minuten later Johan tegenkwamen. Hij belde meteen Franz op en de Expositeur en andere invloedrijke bekenden, van alle anderen gasten. Lena pakte alle voor haar bereikbare levensmiddelen voor mij in en de drie Postma zussen, Lala verzorgster, kwam naar mij toe om te zeggen, dat Lala niet mee hoefde omdat zij niet lopen kon. Ik ging met juffrouw Postma naar boven om van Lala afscheid te nemen. Ook mevrouw Van Praag wiens dochter borstkanker heeft werd na veel geharrewar vrijgesteld om te blijven. Maar wanneer de ... op de volgende dag kwamen werden ook de zieken op ... gepakt en meegenomen. Daarop besloten zij iedereen mee te nemen. Goede buren verschenen en hielpen allemaal met pakken ... ... eindelijk ... ... gevaar om half twaalf in de vrachtauto waarin al twee mensen zaten en onderweg werden nog drie mensen opgehaald, in de Hollandsche Schouwburg. Wij kwamen daar om twaalf uur aan, werden geregistreerd, de grootste bagagestukken werden in de opslag gedaan., de vele kleinder koffers, rugzakken en tassen moest iedereen bijzich houden. Wij zochten naar plaatsen, een lange rij van 9 zetels en brachten daarop de eerste dag door, nadat nog een ieder van koffie was voorzien, dit waren ongeveer 300 personen. Mijn mensen hebben zich flink gehouden en ik zelf rekende op vrijlating en was daardoor in een goede stemming die voor een deel en op de anderen overdroeg. Iedereen die uitzicht op vrijlating of die een Sperrstempel hadden werden op de volgende dag het persoonsbewijs opgevraagd, maar hoe groot was mijn teleurstelling toen drie van ons vrij kwamen en ik niet één van hen was Mijn hele wezen was verandert, ik kon mij zelfs niet meer de angst en de vreselijke pijn jullie allen nooit meer weer te zien en jullie zonder afscheid te moeten verlaten. De achterblijvers werden ingedeeld, de jongeren naar Vught, de ouderen naar Westerbork. Deze, ook wij, naar de gallerij doorverwezen waar nu de tweede nacht, zonder enige vorm van comfort doorgebracht moest worden. Natuurlijk viel men uiteindelijk in slaap om met stijve ledematen weer wakker te worden.Om half tien werd weer koffie met zes boterhammen met jam geserveerd, om 12 uur stonden de vrachtautos klaar, die ons met bagage naar de trein bij de Borneokade brachten, pas om acht uur 's avonds naar Westerbork vertrok, zodat men daar om half twee 's nachts aankwamen. Het was voor mij onmogelijk mij te beheersen omdat mijn gedachten bij jullie waren ondanks de vele medelotgenoten mijn tranen niet te verbergen. Nadat wij 2 uur in de trein zaten, hoorde ik plotseling mijn naam. Ik werd uit de trein gehaald en het overige weten jullie. Maar het drama was nog niet voorbij. Via de Joodse Raad ervoeren wij dat de barak nummer 69 van Lala, die om een beker en levensmiddelen liet vragen, die wij al verstuurden. Van Tata niets gehoord. En vanavond hoorden wij, dat één van beiden, zeker mogelijker wijs ook beiden doorgestuurd zijn. Hoe kunnen zij dit verdragen.mDe gedachte alleen al is ondragelijk. Het is nu half één 's nachts, aan slapen valt niet te denken. Men kan nu zien, dat zij alles gauw doorstaan hebben zonder dat zij hun lot tot hun bewustzijn doordringt. Hoe treurig, dat men zoiets wensen moet. Gaat het nu beter met jou Lientje heb je de operatie achter de rug? Het doet mij goed dat Johanna bij jullie is. Dan kan je je tenminste in alle rust genezen, groet iedereen hartelijk. Voor jullie en Paulieneke veel liefs. Zij omhelst door Moeder.
4-2-1943
Goede morgen kinderen, de nacht is voorbij, 7 uur 's morgens. Dus heb ik toch nog een paar uur geslapen. Dat is meer dan ik verwacht had. De poes (Stip) zit op de tafel voor mij en strijkt met haar witte pootje over mijn brief, het leifst als de inkt nog niet opgedroogd is en ligt nu behagelijk spinnend op mijn schoot. Zij is de verwende lieveling van het huis en een ieders afleiding. Ik vind het natuurlijk prettig hier te zijn, moet ne maar toch naar een eigen kamer omkijken, die ik hier in de buurt hoop te vinden, om niemand hier in het huis in gevaar te brengen, want ik heb nog geen oproep gehad. Ik mag alleen uit het huisnemen wat ik voor me inrichting van mijn toekomstige tehuis nodig heb. Presteren kan ik echter niets meer, alleen Ilse die ongeloofelijk knap en vlijtig is, een beetje in de huishouding behulpzaam zijn. Ieder vrij ogenblik is zij voor anderen bezig, rust overdag kent zij niet meer. En alles doet zij met overleg en met rust. Franz ziet er slecht uit, maakt zich om alles grote zorgen. Ja, makkelijk is ons leven nu niet. Allen slapen nog, dus geef ik jullie maar de groeten van hen.
Hartelijk gekust van Moeder.
Brief van Ellen Citroen-Philippi aan haar zoon Paul.
WEGGUM.COM
De familie Levy woont in Varsseveld in de Achterhoek. Op kerstavond 1941 komt er een Nederlandse SS'er aan de deur. Het blijkt een schoolvriend van zoon Jonny. Hij waarschuwt: 'Ga nooit werken in Duitsland. Er zijn kampen waar de Joden worden vermoord.'
Onderdeel van de Joodse Raad dat diende als verbindingskantoor tussen de Raad en de Zentralstelle für jüdische Auswanderung.
De Expositur regelde de vrijstellingen van deportatie (sperre). Medewerkers van de 'Expo' hadden toegang tot de Hollandsche Schouwburg. De organisatie stond onder leiding van Edwin Slucker.