Brieven gekregen van Yad Vashem, Israël II.
Brief aan Paul Citroen van zijn zus Ilse Ledermann-Citroen.
Lieve Paultje,                                                                                                                                    3-10-1942

Ik wilde je net schrijven toen jouw brief aankwam. Fijn, je hebt heel snel geantwoord. Dat WA mannetje lijkt mij jullie huisje te goed te bevallen en dat stemt mij zorgelijk. Misschien willen zij er zelf intrekken?
Ik heb een goed bericht, eigenlijk goede berichten: ten eerste hebben
Moeder en Barbara de dagvaarding voor het stempel gekregen. Barbara zou op de 13e moeten stempelen, maar er kwam een brief dat zij morgen al komen moet. Zelfs op Zondag werken zij voor ons. Verder heb ik vandaag over hetzelfde geval gehoord als bij jullie, dat men namenlijk vergeten was het kind aan te melden en dat men zonder probleem de gele kaart van het bevolkingregister nog nagezonden gekregen had. Verder, dat de aanmelding certificering van een gemend huwelijk ook bescherming biedt bij een razzia, zoals gisteren gebleken is. Want gisteren, na ik jullie geschreven te hebben, gebeurde er nog veel. Ten eerste kwam Franz met het bericht van de Joodse Raad daar de Generaalsecretaris Bolle had laten weten dat men alles gepakt moet hebben omdat een vertrek actie voor vanavond gepland staat. Vijf treinen staan klaar, dat wil zeggen dat verwacht wordt dat er 5000 Joden bijeengebracht worden.
Een hele massa agenten is opgeroepen. De deporteur werd om 5 uur naar huis gestuurd, dus dit keer werd alles buiten om de Joodse Raad geregeld, wat aangeeft hoe precies de processen uitgevoerd worden. Alleen stempels en oproepen voor stempels bieden bescherming. Om zes uur kwam
Bolle, onze vriendin van de deportatie (Mirjam Sophie Levie), die meteen paniek  veroorzaakte en wij waren erg ongerust omdat Barbara op dat moment nog geen oproep voor een stempel had gekregen. Wij overlegden zeer opgewonden wat we met haar moesten doen. Op datzelfde ogenblik kwam de oproep binnen. Poeh! Wij waren daarna helemaal niet meer onrustig, ook omdat wij in onze straat niets van de razzia merkte. Toen kwam om 10 uur een jongen, gestuurd door de vriend van Barbara, om haar op te halen omdat huis voor huis de Joden opgepakt werden. Ik kreeg daardor zoveel last van klappertanden wat ik nog nooit eerder meegemaakt had. Desondanks besloten wij Barbara bij ons te houden, waarbij wij meenden "Het stempel help, of het helpt niet. Wij geloofden het eerste. In het geval zij wel op de lijst stond, moest Barbara daar zijn. Zij kleedde zich reisvaardig aan en ging zo gekleed naar bed, ook wij gingen naar bed. Er gebeurde bij ons niets. Vandaag vroeg de feiten: Het ging voornamelijk om familieleden van de in werkkampen werkende Nederlandse mannen, zij moesten allemaal weg. De actie was gruwelijk; WA mannen, NSB-ers in burger, Zwarten (SS), Hitlerjeud hebben gewetenloos duizenden opgepakt, kleine kinderen met moeders, ouderen, zieken. Wij spoeden ons meteen naar twee vriendinnen uit Sanne haar klas, zij waren verdwenen. Het ene kind had gisteren nog een geleend boek teruggebracht omdat zij gehoord had zij in de betreffende categorie zouden behoren. Vandaag en morgen zou het weer verder gaan. In heel Nederland. Men zegt dat men in het grote nieuwe kamp in Vught terechtkomt, maar precies weet ik het niet. Vanwege het betrekkingsdocument wil Franz morgen eens rondvragen. Er had daar al eens een loopbrief over doen uitgaan. De kaart van Hans (Citroen) hebben wij gelezen en er ons op verheugd. Hopelijk rollen wij er allemaal doorheen. Ik vind het fantastisch dat je zo goed werken kan.

                                               Ben met Lientje 1000 keer omarmd,

                                                                                                              Je Ilse.



Mirjam Sophie Bolle-Levie (Amsterdam, 20 maart 1917) is een Nederlandse Holocaustoverlevende. Zij werkte tijdens de Tweede Wereldoorlog als secretaresse bij de Joodse Raad en geniet vooral bekendheid vanwege de publicatie van haar oorlogsdagboek Ik zal je beschrijven hoe een dag er hier uitziet
Bolle-Levie werd geboren als de oudste dochter van Sara Levie–Oesterman en Moritz Jacob Levie. Zij had een jongere zus, Sophie Greta (Bobby) genoemd. Haar vader had een sterke zionistische inslag. Moritz Levie was voorzitter van het Joods Nationaal Fonds en zijn beide dochters waren actief bij de zionistische jeugdvereniging Zichron Jaakov. Daar leerde zij haar toekomstige man Lucas Leonard (Leo) Bolle (later veranderde hij zijn naam naar Menachem) kennen. Zij was zijn secretaresse, tot Leo Bolle in 1938 naar Palestina emigreerde. Na zijn vertrek vond Bolle-Levie werk als secretaresse bij het Comité voor Joodsche Vluchtelingen. Officieel werkte ze als secretaresse onder David Cohen, maar ze had vooral veel te maken met Raphael Henri Eitje die belast was met de dagelijkse gang van zaken.
Het plan was dat Bolle-Levie ook naar Palestina zou emigreren, maar daar kwam na de Duitse inval van mei 1940 niets van terecht. Het Comité voor Joodsche Vluchtelingen ging na de vorming van de Joodse Raad daarin op. Bolle-Levie bleef werken voor Eitje die het hoofd werd van de afdeling die hulp aan niet-Nederlandse Joden bood. Haar toekomstige zwager Max Bolle was algemeen secretaris van de Joodse Raad. Levie was af en toe te vinden in de Hollandse Schouwburg waar ze hielp bij de registratie van nieuwkomers en hielp - sterk tegen haar zin - aan het opstellen van lijsten van Joden die in aanmerking kwamen voor deportatie.
Door haar werk bij de Joodse Raad kon Bolle-Levie lange tijd rekenen op een "sperre" die haar vrijwaarde van transport. Zij overwoog in 1943 om zelf onder te duiken, maar vreesde dat de consequenties veel ernstiger waren wanneer ze alsnog gepakt werd. Haar vader en zus werden in mei 1943 opgepakt tijdens een razzia en naar Kamp Westerbork overgebracht. Tijdens de razzia van 20 juni 1943 werd ook Bolle-Levie zelf opgepakt. Haar moeder en toekomstige schoonouders volgden kort daarna.
In Westerbork was het gezin-Levie in eerste instantie gevrijwaard van deportatie, omdat zij beschikten over een Palestinacertificaat. Op 11 januari 1944 werd het gezin alsnog op transport gezet naar Bergen-Belsen. In juni 1944 maakte Bolle-Levie deel uit van een uitwisselingstransport, bestaande uit 222 Joden. Zij werden geruild tegen Duitse Tempeliers die aan het begin van de oorlog in Palestina gevangen waren genomen. In Palestina werd Bolle-Levie herenigd met haar toekomstige man. Het echtpaar kreeg drie kinderen, waarvan het er twee verloor in dienst van de nieuwe staat Israël.
Na het vertrek van Leo Bolle naar Palestina had Mirjam brieven aan hem geschreven die ze niet kon versturen, maar wel bewaard had. In 2003 werden de brieven in dagboekvorm uitgegeven onder de titel Ik zal je beschrijven hoe een dag er hier uitziet. Door haar centrale rol binnen de Joodse Raad vormt het dagboek een belangrijke bron over het functioneren van die organisatie.
Bolle-Levie speelde ook een vaste rol in de BNNVARA-documentaire Het Beloofde Land uit 2023 van Coen Verbraak. In 2024 werd ze gespeeld door Tanya Zabarylo in de serie De Joodse Raad.
Op 23 september 2024 ontving ze de Amsterdamse Andreaspenning voor haar decennialange inzet voor onderwijs over de Holocaust. Sinds het overlijden van de 113-jarige Rose Girone in februari 2025 is Bolle-Levie voor zover bekend de oudste nog-levende Holocaustoverlevende.

Bron: Wikipedia.

Lieve Paul en Lientje,                                                                                                            17-10-1942

Hier is Paul's sjaal terug, die hij vergeten heeft mee te nemen. Ja, het was leuk dat hij weer eens hier was. Ik hoop, dat hij juist gestempelt is. Ondertussen stond het verhaal van de kuststrook evacuatie in de krant. Kinderen als dat gebeurd is het niet te overzien wat dit voor miljoenen mensen betekend. Zijn jullie hiervan onder de indruk, of wachten jullie rustig af, wanneer en of het gebeurd? Wij hebben meteen aan jullie gedacht, maar ik hoop toch, dat jullie daar nog tenmiste gedurende de winter kunnen blijven. Ach, die verdomde Engelsen!
De verjaardag van
Franz verliep veel festelijker dan wij ons voorgesteld hadden. Welliswaar werden wij opgeschrikt door de arrestatie van Max Bolle en zijn familie, hij is zeer zeker ontslagen vanwege de "stempel" affaire, maar verder kwamen er meer mensen dan verwacht, Moeder was de hele dag hier, zelfs Tata wist de weg hier naar toe te vinden. Paul's schilderij van Paulieneke verheugt ons telkens weer.
Ook onze kinderen voelen zich met
Paul heel vertrouwt. Barbara veronderstelt dat dat hij de enige persoon is die haar begrijpt. Op de morgen van haar verjaardag, toen het boek van Paul voor haar arriveerde heeft zij zelfs van teleurstelling gehuild, omdat hij het niet waardig vond haar een schilderij te sturen. Zij had zich het voorgesteld, dat dat kleine bloemstuk in olieverf dat eerder aan mij gegeven was, zij dat voor haar verjaardag zou krijgen. Zij was zo gezegd jaloers op mij en vond dat Paul haar onderschat. Maar dat heeft haar gevoelens voor hem geen afbreuk gedaan. Op dit moment leeft zij haar eigen leven en is volledig van ons losgekomen vanwege haar vriend (Manfred Grünberg), aan wie zij zeer verbonden is. Maar dat hoort ook zo.
Wees beiden met
Paulieneke heel omarmd,

                                                                              van jullie Ise.


Mijn geliefden,

Heel veel dank voor jullie vriendelijke wensen voor mijn geboortedag. Ik heb het idee dat zij in vervulling gaan Het was een hoogst verbazende dag en het bleek dat ik van een overvloed van sympatieén kan genieten, wat mij zeer verwonderd als bewogen heeft. De oude
Paul weer eens op zijn schouder slaan, was een echte opfrisser. Dit zou vaker voor moeten komen.

Hartelijke groet jullie,

                                     Franz.


Het is vreemd dat Ilse Ledermann-Citroen zo over de Engelsen spreekt, terwijl haar landgenoten haar grootste bedreiging zijn.
Brief van Ilse en Frans aan Paul en Lien Citroen in Wassenaar.
Lieve Paul en Lientje,                                                                                                           19-11-1942

Heel veel dank voor jullie laatste brief en jouw allerlaatste
Paul, met het reusachtige cadeau van een rijke oom aan zijn nichtjes. Dat was een brilliant idee van jou en zij zijn erg onder de indruk en willen jou morgen schrijven. Omdat ik deze ochtend er niet echt vertrouwen in heb schrijf ik je maar meteen. Lientjes medelijden met onze situatie maken mij steeds een beetje nerveus, ik ben zelf namelijk maar half zo bang wat ons betreft en ik geloof niet dat wij snel opgepakt zullen worden en zie de dingen vokomen rustig tegemoed. Wat moet gebeuren, zal gebeuren, dus waarom zou ik mij druk maken. Ik geniet van het gezinsleven, van huis en haard er verwacht alleen nog een verhuizing naar de Transvaalbuurt. Elke dag worden nieuwe familie gesommeerd daar naar toe te vertrekken, vooral mensen uit onze omgeving, de verhuisverplichting schommelt tussen 4 en 8 dagen en op dit ogenblik mag men zijn spullen meenemen. Dat betekend dat de zogenaamde gestempelden het laatst aan de beurt komen en omdat wij als laatste gestempelt zijn, zijn wij als eersten aan de beurt, maar dat kan nog wel even duren. Daarintegen waren zij (de Jodenjagers) eergisteravond al weer bij Moeder, dit keer ging het om de 'mummie', Mevrouw De Leeuw. Men nam in plaats van haar alleen haar doktersverklaring mee. Zij bekeken weer meerdere kamers en marcheerden wat nog nooit gebeurd was, omhoog naar de kamer van Erna, bij Tata keek men slechts naar binnen, schrokken zich een hoedje en keken gauw de andere kant op. Uitkomst, niemand werd meegenomen en het schijnen drie beeldschone jonge kerels geweest te zijn die met veel intersse de schilderijen in Moeder's kamer bekeken, de portretovereenkomst op het nieuwe olieverf schilderij vonden zij heel geweldig en zij stelden Moeder vragen over het schilderij. Moeder vertelde dat haar zoon kunstschilder is. Zij pakten ook het album van Ruth (vrouw van Hans Citroen), die op de plank lag en bekeken het zeer geinteresseerd. Men had dit keer blijkbaar met kunstlefhebbers te maken. Desondanks wezen zij de worst sandwiches af die Moeder hen aan het eind aanbood. Volgens Moeder veschenen zij 's nachts om half twaalf, daarna om half één bij Erna en om half twee bij mevrouw Van den Berg. Dit was de vierde grap, hopelijk komt er geen vijfde of verloopt het weer zo voorspoedig. Moeder is nu al in training, maar niet iedereen zou het zo uit kunnen houden als zij. Dat de Japanse vrouw nu winstgevend mag zijn hoop ik maar.
Barbara vertelde vandaag over de echtgenoot van Chaja die in eenzame opsluiting zit en zo goed als niets te eten krijgt en dat zijn geestestoestand dusdanig is dat men het ergste vreest. Ik feliciteer op de tiende Veldhuijzen, konijnen hebben er niets op tegen en ik zou de jongen de naam "Knobbeltje" wilenl geven. Men weet niet of de algemene toestand eigenlijk vrolijk is of niet, ik hoop en geloof: van wel. Dat is wel de hoofdzaak. Schrijf gauw weer. Blijf nog maar lang in het huisje, het is altijd lastig wanneer men eruit gezet wordt.  Wees alle drie duizend keer gegroet en nog heel veel dank Paul voor het voortreffelijke Sinterklaas gebaar.

                                                                                                  Aller hartelijkst,

                                                                                                                            jullie Ilse.
Brief van Ilse Ledermann-Citroen aan haar broer Paul Citroen.
Is dit de oproep om een stempel te gaan halen?
Aus der Funten na de Duitse capitulatie.
 
Geliefde kinderen!                                                                                                                       8-11-1942

Maken jullie zich toch niet zoo ongerust om ons. Tot nu toe is nog alles goedgegaan, ook toen we gisteravond weer voor de vierde keer onverwachts visite kregen, om 10 minuten voor 12 uur. Ze kwamen eigenlijk voor mevrouw
De Leeuw. Ze waren met hun drieën, heel nette menschen. Ik vraagte hun en ogenblikje te wachten om mevrouw voor te bereiden op hun komst, omdat zij met borstkanker in bed ligt. Ze gaven direct toe en vroegen om het doktersattest en lieten haar dan met rust. Heel veel belangstelling toonden ze voor ons portret in mijn kamer. "Dat bent u toch mevrouw, dat moet een goede kunstenaar zijn die dat gedaan heeft". En ook de foto van de Ledermanns bekeken ze en alles wat in mijn kamer hangt en vonden het heel aardig. Alleen mis ik mijn vulpen, maar ik hoop hem weer terug te vinden.
Wat is het nu met
Paulieneke? Heeft zij nog koorts en wat zegt de dokter ervan? Geef haar een stevig zoentje van mij. Het is te hopen dat zij gauw weer flink en vrolijk is. Mijn kaart en jullie lieve brief hebben zich gekruist. Wat jammer om jullie huisje, maar misschien komt ook dat weer terecht. Als het maar niet zoo lang meer duurt. Kinderen, wat ben ik moe, maar voor één uur durf ik niet naar bed te gaan, ... we nog weer visite krijgen, dan moet ik klaar staan, om te kunnen openen. Sinds verleden week toen mevrouw Van Praag visite had, kleed ik mij niet voor twee ur 's nachts uit, soms eerst om vier uur, omdat ik natuurlijk doodmoe in slaap val, zoo als nu ook. Voor Fie en ... is het ook zielig dat zij uit hun mooie huis en van hun kinderen weg moeten. Ze zullen zich zeker gedrietjeser eenzaam voelen. Ik kan ook niet begrijpen dat Hans je niet genoemt had, dacht wel dat je het treffen zou. Het zal wel een ... verklaarbare vergetelijkheid zijn, waarvan je je niets van aan moet trekken. Lientje ik verheug me op je komst en omhels jullie drietjes hartelijk. Beterschap met Paulieneke en veel liefs en de groeten van Tata en Lala.

                                                                                  Goeie nacht van Mutti.
Brief van Ilse ledermann-Citroen aan haar broer Paul en schoonzus Lien.
Lieve Paul en Lientje,                                                                                                    1-12-1942

Hier gaat alles ook heel gewoon. Vrijdag was hier overdag weer een grote razzia. Van de 900 mensen zijn er 300 weer vrijgelaten. Meest ... mensen die opgepakt werden met hun familie. Helaas is ook
Kathe Citroen van Benno en de jongen van 15 jaar opgepakt. Hij werkte bij de bontwerker. Over de brief van Paulieneke hebben wij ons erg geamuseerd. Sanne wilde meteen terugschrijven, maar de brief ligt nog steeds hier. Franz is van louter vertwijfeling tot niets meer in staat. Wees 1000 keer gegroet van jullie Ilse.

Adres van
Hans: Hotel des Narcisses, Montreux, Zwitserland
WEGGUM.COM
Vermoord in Auschwitz, 19 augustus 1942
VERVOLG
Het voormalige Hotel des Narcisses.