O
 
Oord, van Bram. Voormalig lid van de Orde Dienst in Doorn, maar verliet de organisatie en begon zelf verzetsdaden te plegen. Adres: Kampweg 37 te Doorn. Dit was tevens het safehouse van SOE agent Johan Grün. Verder woonden in zijn huis Willem Griep en Dominique Barretti, alias DODO. Bram van Oord werd gecontroleerd door V-mann George Ridderhof, alias George van Vliet.

Olink, Barend Hendrik. The Old House, North Dean, near Wycombe, Buckinghamshire. retired company director. Died 25th september 1969. Born 13th december 1910 Almelo, Netherlands. Engaged Johanna Elisabeth Campbell 4th july 1935, married her in 1936, Savoy Chapel, Londen. Daughter: Elisabeth Sarah Olink, born 19th februari 1939, 21 Camden Grove, Londen. Son: Charles Bernard Olink, born 24th August 1940. Naturalisation: 15th july 1940, London Gazette 13th August 1940.
SOE N-Section head of WT traffic, alias Captain Oliver.

Olink, Eduard Willem. Director of Holland Colombo Trading. Brother of Barend Hendrik Olink. Lived in Colombo. Had two children: Jan Willem Olink, born 1937 and Clara Hendrika, born 1939. She wrote a book about her family called 'De Flamboyant'.

Oelschläger, Erbert. SS/SD medewerker. Door het verzet te Amsterdam vermoord. Mieke en haar zus Truus Burmann hebben deze moordaanslag gezien. Werden de volgende dag gezocht als zijnde een verpleegster met haar dochter. Aanslag vond plaats op 22 oktober 1944 op de hoek Apollolaan-Beethovenlaan, Amsterdam.

OTTO, schuilnaam van KP-er Philip Vermeer.

OOM JAN, alias van ... , politieagent die samen met Maarten Ciermans ontsnapte uit de Kamer van Koophandel in Utrecht met behulp van een ladder naar het naast gelegen pand. Netwerk-3

OLIVER, alias van Barend Olink.

OOM COR, alias van A.C. (Adrie) de Graaf van de 'BIET' organisatie die wapens vervoerde.

OOM KEES, alias van Kees Haeck uit Heerhugowaard. Gewestelijk LO-leider, wapeninstructeur en voedsel officier van de BS. Zat ondergedoken in Spanbroek en werkte samen met o.a. Hil Schipper, Adrie de Graaf en Sicco Mansholt. Netwerk-3

OOM GIJS, alias van Frans Dijckmeester. Netwerk-3

Olmsted, John Malcolm. Amerikaanse OSS agent, lid van het Jedburgh team DUDLEY. Gedropt in de nacht van 11 op 12 september 1944 in de buurt van De Piksen bij Almelo. Ontsnapte over de rivier de Rijn op 24 november 1944, maar verloor hierbij alle documenten die hij bij zich had. Netwerk-3

OOM THEO, alias van Dhr. Van Eekelen, verzet Noord-Holland.

OOM TINUS, alias van Dhr. Niele, verzet Noord-Holland.

OOM KOOS, alias van Dhr. Verbeek Commandant BS in Hoorn. Bron: Olga Tuijten.  Netwerk-3

Ottolander, Piet. Medewerker van de Inlichtingen Dienst in Hilversum.

Oven, van. Medewerker van Van Hattum van de Inlichtingen Dienst.

OOM BEREND, medewerker van de Radiogroep Noord van de Orde Dienst?

OSCAR, alias van Eduard Veterman, Luctor et Emergo/Fiat Libertas.

Op den Velde, Jan Hendrik (Hein). Chef technicus van de Radiodienst, woonde in Zaandam. Was mogelijk ook marconist van een OD zender in Zaandam.

Oranje, van Professor. Gaf leiding aan het hoogleraren verzet. Overzicht Verzet

Oranje, Maria. Geboren 6 mei 1923 te Bloemendaal. Was een Nederlandse 'V-Frau' in de Tweede Wereldoorlog. Ze werd Miep genoemd, en haar bijnamen in de illegaliteit waren
Edith en Netty de Graaf.
Mieps vader was zeeman op de grote vaart en haar moeder overleed toen ze nog op de lagere school zat. Nadat haar vader was hertrouwd, woonde het gezin op de Braamweg in Soest. Haar zusje heette Henderina (1911-2001). Ze gingen naar het Baarnsch Lyceum en Miep haalde in 1942 eindexamen HBS-A. Daarna ging ze in Utrecht geografie studeren. Dat duurde niet lang, want in 1943 weigerde ze de loyaliteitsverklaring te tekenen, net als ruim 83% van de studenten, waarna de universiteit gesloten werd. Via haar studiegenote Miep Quelle raakte Miep Oranje betrokken bij verzetsgroep Rolls Royce, die rondom Soest actief was. Ze werd koerierster en bracht krantjes rond. Op 29 december 1943 werd ze bij het St. Elisabethklooster in de bossen bij Lage Vuursche door de Duitse Feldgendarmerie aangehouden en toen bleek dat ze illegale kranten in haar fietstas had, werd ze gearresteerd en naar het hoofdkantoor van de Sicherheitspolizei in de Euterpestraat in Amsterdam gebracht. Groep Rolls Royce bleef bestaan en bleef nog koeriers leveren nadat Zuid-Nederland bevrijd was. Twee maanden later was ze weer in Soest. Ze vertelde dat ze was ontsnapt, maar vanaf dat moment werden er opvallend veel verzetsstrijders en onderduikers in die omgeving opgepakt. Het leek er dus meer op dat ze voor de Duitsers was gaan werken, mogelijk vrijwillig nadat ze een affaire had gehad met SD'er Herbert Oelschlägel (1908-1944). Door haar verraad zijn vele verzetsmensen in de handen van de Duitse bezetter terechtgekomen en vaak ook vermoord. Dit waren onder andere:
Kees Brouwer, verzetsman, overleefde de oorlog
Bert Fokkema, predikant en verzetsman, overleed op 29 april in Bergen-Belsen.
Jan de Jong, verzetsman, overleefde de oorlog
mr G de Jongste, verzetsman, overleefde de oorlog
Helena Kuipers-Rietberg, de 'moeder' van het Nederlandse verzet en oprichtster van de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers, werd door het verzet Tante Riek genoemd. Zij is omgekomen in het concentratiekamp Ravensbrück.
Arend Quelle, de broer van Miep Quelle. Hij overleed op 10 januari 1945 in Neuengamme.

In de zomer van 1944 vroeg ze of ze bij haar oom en tante de Blaey in Arnhem kon onderduiken. Na een week verdween ze weer. In Rotterdam werd ze toen secretaresse van de afdeling Zuid-Holland van de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers, waarvan Teus van Vliet de leider was. Zes weken later pakten de Duitsers tientallen verzetsmensen op, verspreid door het land. Toen werd duidelijk dat er een verrader moest zijn. Na lang zoeken kwam men tot de conclusie dat dat óf de drukker óf de secretaresse van de Rotterdamse organisatie moest zijn. Op 8 augustus 1944, de dag dat Van Vliet zeker wist dat Miep Oranje de verraadster was, ontmoette ze haar vader voor het laatst, en nam ze de juwelen van haar overleden moeder mee. In september 1944 ging ze op voorstel van Oelschläger naar Duitsland, waar ze voor het Duitse Rode Kruis werkte. De loonlijst laat zien dat ze daar tot januari 1945 werkte. Daarna ontbreekt ieder spoor. Oelschläger werd op 23 oktober 1944 door het verzet door zijn hoofd geschoten. Als represaille werden 29 Nederlanders geëxecuteerd. Miep is na de oorlog naar Kenia vertrokken met Windham Wright, een officier voor de Britse Inlichtingendienst. Hij verliet zijn vrouw en kinderen voor Miep. In Kenia probeerden ze een nieuw bestaan op te bouwen. Na de onlusten in Kenia trokken ze verder naar Tanzania. Daar overleed Windham Wright aan kanker. De geschiedkundige Loe de Jong merkt in Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog onder meer het volgende over Miep Oranje op: 'Miep Oranje bleek na de oorlog verdwenen te zijn. Het schijnt dat zij een tijdlang in Duitsland ondergedoken is geweest en dat zij vervolgens als echtgenote van een hoge Amerikaanse militair naar de Verenigde Staten is vertrokken'. Hoe het ook zij, haar optreden in de Tweede Wereldoorlog was moordend voor de illegaliteit. Waar zij uiteindelijk gebleven is, blijft een grote vraag. Haar neef John de Blaey heeft de zoektocht opgegeven

Maria (Miep) Oranje is nog net geen 17 als de oorlog uitbreekt, zij woont met haar zuster, vader en stiefmoeder in Soest en dringt al snel diep door tot de binnenste geledingen van het verzet (de Rolls Royce groep) waarvoor zij onder de naam
Edith als koerierster werkt. In Miep Oranje december (sommige bronnen vermelden oktober) 1943 wordt Miep gearresteerd door Bij de Lage Vuursche de Utrechtse afdeling van de Sicherheitsdienst en naar Amsterdam overgebracht.
In de fietstas van de dan 20-jarige Miep hadden de Duitsers exemplaren van illegale kranten en Duitse uniformen aangetroffen wat voldoende aanleiding was haar naar de gevreesde Euterpestraat over te brengen. Zij zwicht voor de dreiging van martelingen en deportatie naar een concentratiekamp. Een tweede versie is dat zij een verhouding aan is gegaan met SD-officier Herbert Oelschlägel. Het verzet vermoedt dat Miep gepraat heeft en zien in Herbert Oelschlägel een groot gevaar. Er wordt een knokploeg op hem afgestuurd die hem willen ontvoeren om erachter te komen wie zijn informanten zijn. Ze achtervolgen Herbert, maar op de hoek van de Beethovenstraat en de Apollolaan heeft de SD-er hen door, er ontstaat een worsteling waarbij de Duitser dodelijk in het hoofd wordt getroffen. Als represaille fusilleren de Duitsers 29 mannen waarbij bewoners uit de buurt gedwongen werden om toe te kijken.
Twee maanden na haar aanhouding verschijnt Miep Oranje ineens weer in Soest, ze beweerde dat ze was ontsnapt. Niet lang daarna rollen de Duitsers een verzetslijn rond Amersfoort op waarbij er duidelijk sprake is van verraad. Alle lijnen lopen naar Miep. Zij verhuisd naar Rotterdam alwaar zij haar verraderswerk voortzet, het kost tientallen hun vrijheid. Miep was een charmante verschijning die goed Engels sprak, zij had tot vlak voor het uitbreken van de oorlog een paar jaar met haar vader in Engeland gewoond. In 1938 keerden zij terug naar Nederland om in Soest te gaan wonen.
Ondanks dat Miep werd gearresteerd verdwijnt zij op miraculeuze wijze, wat er precies gebeurd is blijft de vraag.

Lezing 01
Miep weet eenvoudig naar Duitsland te vluchten. Zij zou tot januari 1945 bezoldigd zijn door de SS. In Duitsland waant zij zich veilig, zo veilig dat zij trouwt met een Amerikaans militair om met hem in de Verenigde Staten te gaan wonen. Loe de Jong van het NIOD stelt dit in zijn werk. Een variant hierop veronderstelde dat zij gerecruteerd zou zijn door de CIA.
Echter, er zijn voor beide mogelijkheden totaal geen aanwijzingen gevonden toen er diepgravend onderzoek werd gedaan in de Verenigde Staten. Vast staat wel dat zij tot begin 1945 in Duitsland werkte.

Lezing 02
Miep werkte in Duitsland maar was daar niet gelukkig, zij verlangde terug naar Nederland, iets wat moeilijk te geloven lijkt omdat zij toen al ontmaskerd was als verraadster. In het betrekkelijk anonieme Amsterdam vindt zij onderdak aan de grachtengordel alwaar zij door het verzet ontdekt en gefusilleerd wordt. Er zijn meerdere malen verhalen opgedoken over de dood van Miep door leden van het verzet.

Lezing 03
Deze lezing vertelt het verhaal dat zij met de Britse officier majoor Windham Wright in Tanzania zou zijn gaan wonen. Hij was degene die haar na de oorlog ondervroeg, hij zou in het Afrikaanse land een boerderij hebben gehad. Maar onderzoek hiernaar liep op niets uit.

Lezing 04
Op de begraafplaats van Ede ligt ene Maria Oranje, ze zou zijn overleden op 14 januari 1991, echter, de vermeldde geboortedatum is 19 november 1931 in plaats van 6 mei 1923. Onderzoek wees uit dat het hier zeker niet om dezelfde persoon gaat daar de namen van de ouders van deze Maria Oranje zijn achterhaald.

Lezing 05
In 1980 leidde een spoort naar Canada, het Ministerie van Justitie liet onderzoek doen, dat leverde niets op.

Lezing 06
Wist zij teveel? Het is niet ondenkbaar dat zij via een van de vluchtlijnen naar Argentinie is vertrokken. De AIVD (opvolger van de BVD) wil hun dossier niet aan John geven, vanwege de 'Staatsveiligheid'. Niet zelden heeft dit te maken met de handelsbelangen die er zijn met Duitsland. Als Miep na de oorlog is gaan werken voor de Duitse en misschien ook wel de Nederlands veiligheidsdienst, acht ik het niet uitgesloten dat er ooit uit de AIVD-archieven klaarheid komt over wat er na de oorlog met Miep Oranje is gebeurd.

Lezing 07
Miep is in januari 1945 gezien in Duitsland, in februari in Amsterdam en in april van dat jaar op een boerderij te Soestdijk of ergens in Gelderland. Een van de verhalen die de ronde doet zegt dat zij hier vermoord en begraven is, later is dit weer ontkend. Vast staat dat na half april 1945 niemand ooit meer iets vernomen heeft van Miep Oranje.

Kortom, Miep verdween al rap van het toneel. De vraag rest, waarom is zij nimmer aangeklaagd om bij verstek te worden veroordeeld zoals zoveel anderen? Van alle vrouwen die verdacht en veroordeeld werden is alleen Ans van Dijk ook daadwerkelijk omgebracht. Bij de mannen lag dat anders. Die waren vaak de uitvoerders van de gruwelheden. Maar ook daar valt op dat er een groot verschil zat tussen de straf die de een en de ander opgelegd kreeg.
In 2015 kwam het bericht naar buiten dat Miep Oranje genoemd werd in een rouwadvertentie voor iemand die in Canada was overleden. Er zijn sterke aanwijzingen dat Miep de SD-officier Oelschlägel, door wie ze later in Amsterdam zou worden ondervraagd, al kende vanaf haar schooltijd uit het begin van de oorlog. Niet iedereen vertrouwde haar, ze was wat arrogant terwijl zij niet bijster mooi of intelligent was, wel was zij al vroeg goed in staat om mannen om haar vingers te winden. Enige vaststaande feit is dat Miep hoog en zwaar verraad pleegde, velen werden door haar toedoen opgepakt en gedeporteerd. Ook oorlogsmisdadigers hebben familie, meestal willen zij in de luwte blijven vanwege de schande. Miep Oranje had ook familie, onder andere een neef, John de Blaey. Inmiddels is John 85, hij wil graag weten wat er met zijn nicht is gebeurd. Ook hij is ervan overtuigd dat Miep een verraadster was, om hoeveel mensen het precies ging weet niemand en eigenlijk interesseert John dat ook niet. Sterkerk nog, John is oud-politieman, maar na twintig jaar vergeefs speuren inmiddels gestopt met zijn zoektocht naar zijn nicht Miep Oranje. Bron: De Dokwerker; www.dedokwerker.nl


Naar aanleiding van mijn eerdere artikel over Miep Oranje kreeg ik op 25 juni 2014 van een voormalige opsporingsambtenaar belangrijke informatie toegestuurd. Hij wist mij te melden dat Miep Oranje vlak voor het einde van de oorlog vanuit Duitsland weer naar Nederland was teruggekeerd. In april 1945 is zij in het Gelderse Scherpenzeel bij de boerderij van de familie van Ommering in handen gekomen van verzetslieden die haar hadden herkend. Nog uit de tijd dat Miep bij de Landelijke Ondergrondse zat. Vanwege haar verraad werd na onderling overleg besloten haar uit de weg te ruimen. Volgens de opsporingsambtenaar zou zij “ergens in de buurt van die boerderij gedumpt zijn”. Haar lichaam is echter nooit gevonden. Bron: Gerard de Boer; https://gerard1945.wordpress.com


Oorschot, van Johan Willem. Geboren te Den Helder, 29 januari 1875 en overleden te Nijmegen, 15 december 1952 was een Nederlands militair.
Van Oorschot diende bij de infanterie. Op 1 oktober 1919 ging hij over naar het Ministerie van Defensie waar hij van 1930 tot november 1939 referendaris was.
Vlak voor het uitbreken van de oorlog werd Van Oorschot hoofd van de Nederlandse geheime dienst (GS III), die in 1913 was opgericht en deel uitmaakte van de Generale Staf. Er werd in die tijd veel samengewerkt met de Britse geheime dienst MI6. Na het Venlo-incident (1939) moest Van Oorschot ontslag nemen. Hij bleek op de hoogte te zijn geweest van de contacten tussen de Duitsers en twee Britse geheim agenten Payne-Best en Stevens. Hij werd opgevolgd door luitenant-generaal H.A.C. Fabius. Toen de oorlog uitbrak, trad hij opnieuw in dienst.
Op instructie van generaal Winkelman moesten Van Oorschot en luitenant-kolonel J.G.W. Zegers (1891-1952) direct na de Duitse inval naar Londen vertrekken met watervliegtuigen van de Marine Luchtvaartdienst die op het Braassemermeer gestationeerd waren. Doordat de Duitsers op vliegveld Valkenburg waren geland, konden Van Oorschot en Zegers niet meer naar het meer. Daarom werd besloten dat ze vanaf Scheveningen zouden vertrekken. Drie watervliegtuigen vlogen dus van het meer naar Scheveningen. Het eerste vliegtuig kon vertrekken met het echtpaar Van Kleffens en minister Ch.J.I.M. Welter aan boord. maar de tank van het tweede vliegtuig werd onderweg lekgeschoten en het derde vliegtuig werd door een Duitse jager in brand geschoten. De twee militairen konden niet vertrekken.
Uiteindelijk vertrokken ze op een Britse jager vanuit Hoek van Holland en kwamen ze op 12 mei in Dover aan. Van Oorschot en Zegers moesten een militaire missie opzetten. Na een dag was dat al niet meer nodig omdat Nederland gecapituleerd had en veel regeringsleden ook naar Engeland gekomen waren.
Hun kantoor kwam in het gebouw van C&A in Oxford Street, maar hun taken veranderden. Van Oorschot onderhandelde met de Britten over het ter beschikking stellen van ruimte aan boord van de schepen, die troepen in Frankrijk en België ophaalden.[2] Door gebrek aan steun van minister Dijxhoorn slaagde dit maar ten dele. Verder was hij verantwoordelijk voor de Nederlandse contacten met de Britse land- en luchtstrijdkrachten.
In Oxfordstreet was kolonel Zegers zijn tweede man, hoewel Van Oorschot wist dat Zegers in 1933 lid van de NSB was geweest. Van Oorschot vond dat niet belangrijk, maar geconfronteerd met dat verleden deed Zegers enkele naïeve uitspraken die door de Britten als NSB-sympathieën werden geïnterpreteerd. François van 't Sant ontsloeg Zegers op 28 mei, waarna hij in Liverpool werd geïnterneerd.
Op 13 maart 1944 benoemde de regering de inmiddels gepensioneerde generaal-majoor Van Oorschot tot hoofd van het Bureau Bijzondere Opdrachten (BBO). Op 11 mei 1944 gaf hij op verzoek van Louis d'Aulnis opdracht Huize Kleykamp te bombarderen, waar de Duitsers het Centrale Bevolkingsregister met duplicaten hadden gevestigd.
In oktober 1937 werd Van Oorschot de Franse onderscheiding Commandeurskruis van het Legioen van Eer verleend. Koning George VI verleende hem in maart 1938 de onderscheiding van Commander (honorary) of the Civil Division of the Order of the British Empire. In 1938 werd hem Het kruis van verdienste met de ster der orde van den Duitschen Adelaar geschonken door de Duitse Rijkskanselier.