HET CONTRA SIGNAAL

    SOL JUSTITIAE ILLUSTRA NOS!

              Londensche Editie
EN HET SIGNALEMENTENBLAD
TRANSCRIPTIE
Nu de strijd in het Westen met succes wordt doorgezet, zal de Duitsche Sicherheitsdienst meer dan ooit moeite doen, om ondergrondsche groepen uit hun schuilhoeken te lokken en in deze groepen binnen te dringen. Vele arrestaties gedaan in den meest uiteenlopenden kring, hebben bewezen dat de Duitsche Sicherheitsdienst zich voor dit werk niet  alleen bedient van regelrechte Gestapo-agenten, maar ook van tal van andere ongure elementen. Deze maken er hun beroep van, om via connecties, met wie zij dikwijls reeds jarenlang omgang hebben, en die voor hun een legitimatie zijn van hun 'goed Nederlanderschap' ondergrondsche groepen op te sporen en uit te roeien.
Een Schaduwings- en opsporingdienst in Nederland maakt er reeds lang werk van, om deze en dergelijke elementen onschadelijk te maken. Een eerste maatregel in deze richting is het verzamelen en verspreiden  van zoo nauwkeurig mogelijke persoonsbeschrijvingen. De bedoeling van dit pamflet is nu, vanuit Londen dit werk zooveel mogelijk te steunen, door aan de in Nederland opgestelde misdadigersalbums een zoo groot mogelijke verspreiding te geven.
De vermeldde adressen zijn de laatst bekende alhier. Komen op de lijsten namen voor van verraders, die reeds niet meer tot de levenden behooren, wijt dit dan niet aan onnauwkeurigheid onzerzijds, doch dank de goede vaderlanders, die hen hebben uitgeschakeld.
Deze Londensche editie van het 'Contra Signaal' bevat slechts een eerste keuze uit de alhier bekende verraders; verdere afleveringen zullen mettertijd volgen.


ABAS
, Leo Harry. Michelangelostraat 13, Amsterdam. Werd in februari 1940 gearresteerd, verdacht van berichtgeving voor Duitschland.

Uittreksel uit An International Spymaster and Mystery Man: ABWEHR OFFICER HILMAR G. J. DIERKS (1889-1940) AND HIS AGENTS by F.A.C. Kluiters and E. Verhoeyen

3.5. HD recruits wireless operators

In September 1938, two Jews who had fled from Germany to Holland, informed the British consul in Amsterdam about one Leo H. Abas, manager of Nederlandsche Vliegtuigmodelbouw, Nieuwezijds Voorburgwal 316 in Amsterdam. One of these Jews had known Abas, a Dutch half Jew who was born in Hamburg in 1905, when they were both living in Hamburg. Before leaving for Holland about mid-1938, Abas must have been recruited by HD. In September 1938, he became the manager of the Nederlandsche Vliegtuigmodelbouw, a firm meant to be used as a cover by HD. One of Ihe Jews became an assistant of Abas. When Abas was away, he was in Charge of his correspondence and must have leamed some interesting things that he judged worth telling to the British consul in Amsterdam, hoping to obtain some easy money. The consul noted that the Wiegtuigmodelbouw was “a cover under which the German secret service is organising a bureau in Holland for transmitting information obtained in the UK concerning Air Defence. L.H. Abas is the chief of the Organisation in Holland and is in direct communication with Dr. Hans zum Stuhreck of Davidson and Mercier, Spaldingstrasse 4, Hamburg. (...) On November 1 [1938] zum Stuhreck will become a partner in the Dutch ?rm and will deposit Fls 1000 therein. Abas has already made one trip to England and sent or brought with him plans of the air defences of Portsmouth, which have been handed to zum Stuhreck. A further trip to the UK‚ with zum Stuhreck, is contemplated. Eventually offices will be established in the UK, ostensibly for legitimate business purposes, but in reality to control agents there”. The consul added that the firm Nederlandsche Vliegtuigmodelbouw, although claiming to be of Amsterdam, Brussels and Paris, was not entered in the Commercial Register at Amsterdam. His first hand information was quickly sent to MI 6, who transmitted it to MI 5. The address in the Spaldingstrasse was at that moment already known to MI 5 as an Abwehr cover address‚ since MI 5 learned in April 1938 that it as used by one ‘Hans Lorenz’, who actually was Hans Lips from Ast Hamburg, but the cover name ‘Hans zum Stuhreck’ must have been a new piece of MI 5’ s puzzle about Ast Hamburg .

The Abas affair popped up again in the beginning of 1940. On 26 February of that year, Meldekopf Leer, an Abwehr outpost where HD’s brother Gerhard was busy organising a Grenzgängemrganisation, reported to Ast Hamburg that agent RR 3076 had been arrested te night before by the Dutch police at the small border town of Bourtange on a retum trip from Germany. The agent told the police that he was connected to ‘Dr. Hans zum Stuhreck’ of whom he now gave an address, Papenhuderstrasse 1, Hamburg, where HD actually lived when he was in Germany, but which was also used as a cover address or mail drop. There is practically no doubt that agent RR 3076 was indeed Abas. This can be concluded from information of the Politieke Recherche Afdeling of the Amsterdam police, which mentions the arrest of Abas in Bourtange exactly during the night of 26-27 February 1940. He declared that he had made an agreement in 1939 with ‘zum Stuhreck’, who according to Abas, was a ‘judicial adviser’ to the Heinkel aeroplane constructions. The agreement stipulated that he‚ Abas, would become Heinkel’s representative in Holland. It was found after his arrest that Abas possessed a wireless set, and it is most probable that he was part of a scheme of Ast Hamburg to establish wireless Operators in Belgium and Holland who would send meteorological information to Hamburg. In July 1939, Abas hired a house in the Michelangelostraat 13 in Amsterdam, where Heinkel Nederland, which was still to be founded, was - so to speak - to be established. The rent was paid by Heinkel, even after September 1939, when it was decided to discontinue the Heinkel project in Holland. © www.joodsmonument.nl

ACHTERBERG, van. Burgemeester Rijerstraat 27, Doorn. Zeer gevaarlijk.

Pieter Achterberg was wachtmeester bij de politie in Nijkerk, waar hij ook woonde. Hij was tevens lid van de WA, de geüniformeerde tak van de Nationaal-Socialistische Beweging. Hij werkte actief met de Duitse bezetter samen en maakte jacht op onderduikers en leden van het verzet. Met name in het dorpje Epe werden meerdere mensen door zijn toedoen opgepakt. Onder hen was de illegaal werker Jacobus Jeremias van den Boogert, die geëxecuteerd werd, de distributieambtenaar Lubbert Bosch en verschillende Joden die ondergedoken zaten op de boerderijen Larixhof en De Blauwvoet in Epe.
Op 5 september 1944 - de dag die bekend kwam te staan op Dolle Dinsdag - was er grote opwinding in Nederland. De Duitsers en hun handlangers sloegen massaal op de vlucht en de bevrijding leek slechts een kwestie van dagen, zo niet uren. Dit enthousiasme werd aangewakkerd door een Brits radiobericht waardoor het leek alsof de geallieerden Breda al had ingenomen. In de dagen daarna nam de paniek onder de Duitsers af, maar op 17 september begon Operatie Market Garden. De Britse veldmaarschalk Bernard Montgomery liet massaal parachutisten droppen met als doel de belangrijkste bruggen tussen de Belgische grens en Arnhem in te nemen, met als doel snel op te rukken naar het Ruhrgebied.
In Epe meende zowel de politie als de marechaussee dat de bevrijding nog slechts een kwestie van een tijd was. De marechaussees Alkema en Koster arresteerden daarom Achterberg en sloten hem tijdelijk op in een marechausseekazerne in Epe. Toen Operatie Market Garden leek uit te lopen op een mislukking en de bevrijding uitbleef, zat men met Achterberg in zijn maag. Vrijlaten was geen optie. Achterberg werd daarom verhoord door een aantal verzetslieden en marechaussees in de boerderij Wester Appel in de buurtschap Appel. Daar viel het besluit hem te executeren. Achterberg weigerde geestelijke bijstand. Het vonnis werd vervolgens voltrokken door Cornelis van 't Land die Achterberg doodschoot met een stengun. Zijn lichaam werd op het boerenerf begraven. Bron: Wikipedia.
Is dit dezelfde persoon die in het contra signaal vermeld wordt?


ALDEWERELD
, J. Geboren Amsterdam 12-08-1904. Gestapo, rechterhand van Johnny de Droog, zie toelichting De Droog. Foto komt voor in Politieblad van 1941 of 1942 Afd. G 526-527. Engeland waarschuwde tegen deze persoon, die zich valschelijk uitgeeft voor werker voor GS-3.
Wie is deze J. Aldewereld? Ik kan een Johan Aldewereld vinden die op 12-08-1904 in Watergraafsmeer geboren is, maar hij is van Joodse komaf en bevindt zich in juli 1944 in kamp Westerbork. Wordt in september op transport gesteld en overleefd.

ARENTZ, G. Verl. Kerkstraat 73, Nijverdal. Gestapo-Agent.

AUKEMA, Andries. geb. 17-09-1883. Westland Gracht 89, Amsterdam.
Hij is op 06-01-1976 overleden en ligt begraven op de begraafplaats Tjalhuizum bij Toren in Friesland.

BAGGE, Jan. M.E. Amstel 290HS, Amsterdam. Gestapo-Agent.
Het gaat hier om Jan Marie Emile Baggen, geboren 29-06-1902 te Sittard. Bron Stadsarchief Amsterdam.

BAKKER, J. Noordwijk 122, Giethoorn. Gestapo-Agent.

BAKKER, Free. Schuilnaam Rijn, woonachtig te Zaamslag (Z). 21 jaar, middelmatig groot, donderbruin golvend haar, draagt nu en dan een snor, groote tanden, waaronder kunsttanden, afstaande ooren, krullippen. Pleegde verraad in Goes.
Hier wordt bedoeld Fr. G. Bakker uit Zaamslag die een Trouw groep heeft verraden waar hij zelf ook lid van was. Hij is na de oorlog hiervoor tot 1 jaar gevangenisstraf veroordeeld. Bron: Nieuwe Leidsche Courant 18 juni 1948.

BARTLING, H.M. Transvaalstraat 87c, Amsterdam. Gestapo-Agent. Ontvangt Joden als Groene Politie.
Hermanus Martinus Bartling, woonde aan de Transvaalstraat 87 1 hoog. Geboren 24-07-1915 te Amsterdam. Verhuisde op 15 mei 1945 naar de Rustenburgerstraat 328HS, Amsterdam. Overleden 9 augustus 1996 te Amsterdam. Bron: Stadsarchief Amsterdam.

BAUS, A.W. Adelheidstraat 169, Den Haag. Ongeveer 40 jaar, blond type, tenger, Joodsch provocateur.
Waarschijnlijk gaat het hier om A.V. Baus die een accountantskantoor had aan de Adelheidstraat 169 te Den Haag,

BEEKHUYSEN, D. Chauffeur; signalement: slank, hoog in de schouders, mager, slecht gebit. Zie Medel.
Dirk Beekhuysen.

BEEKMAN, Gerardus J. Geboren 1894, woont van Tuyll van Serooskerkenweg 21e, Amsterdam. Noemt zich Bijl.
Dit is Gerardus Johannes Beekman, geboren 17-10-1894 te Amsterdam. Is op 13-12-1949 naar Breda gegaan (strafgevangenis). Bron: Stadsarchief Amsterdam.

BIJL, M. Nicolaas Beetslaan 23, Baarn. Werkt voor SD Amsterdam. Heeft lijst samengesteld van te arresteren gijzelaars. Tevens werkzaam geweest bij arrestatie studenten en heeft tallooze Joden aangebracht. Heeft eenige leden van personeel NSF Hilversum aangebracht wegens sabotage. Heeft getracht deze personen te doen fusilleren ze als voorbeeld te stellen voor het geheele personeel.

BILSEN, Franciscus J, van. Geboren 05-01-1911 te Ginneken. Signalement: land en forsch, 1.85 m, grijzend blond kortgeknipt haar, blauwe diepliggende oogen, breed in de schouders. Thans ambtenaar van de CCD, wonende te Tilburg, Ringbaan Ost 14f. Deze werd met steun van de Duitsche autoriteiten hoofd-agent te Vlaardingen en doet het thans voorkomen alsof hij buitengewoon vaderlandslievend is en tengevolge daarvan zijn ontslag bij de politie te Vlaardingen gekregen zou hebben. Hij treedt thans op als verspreider van het illegale blad 'De stem van Vrij Nederland'. Men neme zich voor hem in acht.
Van Bilsen is inderdaad door het verzet doodgeschoten, maar geheel ten onrechte. Hij heeft er voor gezorgd dat Dourlein en Ubbink na hun ontsnapping uit de gevangenis in Haaren konden onderduiken en daarna uit Nederland konden ontsnappen. Bron: Englandspiel, Jelte Rep.

BLEES, J.P. Oranje Dwarsstraat 4, Apeldoorn. Handelsreiziger, brengt ondergedokenen aan voor Arbeitseinsatz.

BLIEK, v.d. Enkweg 83d Wijhe. Gestapo-Agent.

BLOEMHOL, J. Plantage Franschelaan 3HS, Amsterdam. Gestapo-Agent.
Mogelijk gaat het hier om de naam Bloemhof. De Plantage Franschelaan heet nu Henri Polaklaan, maar op nr. 3 is niemand met de naam Bloemhol, of Bloemhof te vinden in het Amsterdamse Stadsarchief.

BOOS, Max. Jood. Transvaalstraat 500, Amsterdam. Verrader.
Transvaalstraat 500 bestaat niet en mogelijk gaat het om de naam Boas.

BORNSTEIN, Alfred. Maasstraat 106, Amsterdam. Telef. 92451. Duitsche Jood die zonder ster loopt. Komt geregeld bij de SS. Er zijn gevallen bekend dat hij Joden laat weghalen.
Hij is op 25-12-1888 geboren te Berlijn, 15-12-1943 op transport naar Westerbork en in Auschwitz overleden.

BOSCH, Dr. Zie Olie, Herman Cornelis.

BOSCH, J. Reguliersgracht 80HS, Amsterdam. Gestapo-Agent.
Jacob Bosch, geboren 05-01-1889 te Amsterdam, overleden 21-01-1968, Amsterdam. Bron: Stadsarchief Amsterdam.

BOTTERWEG, Dick. Waterstraat 67, Tiel. Bewijst voor de SD voor geld verradersdiensten. Geld heeft hij noodig voor zijn omgang met talrijke vrouwen. Gaf groote geschenken weg, hield er als 28-jarige jongeling een pedicure en manekure op na, belegt drinkgelagen en meet zich gaarne adellijke namen aan. Bijvoorbeeld Jhr. Lidt de Jeude, eveneens afkomstig uit Tiel. Heeft een PB op diens naam. Beweerde met Dora Peekema-Dibbetz (zie Peekema-Dibbetz) een liaison te onderhouden om gegevens voor de goede zaak te weten te komen. Werkt in het Zuiden onder andere in Boxtel in een pij van de Witte Paters, onder de naam Paaiens, of Maaiens. Zomer 1943 in Amsterdam werkzaam. Heeft van nature stijl haar, dat hij tracht weg te kammen.

BRANDON-BRAVO, Mozes. Woont vermoedelijk Theemsplein 50, Haarlem. Is 37 jaar. Noemt zich Masche, of Marchie. Is Joodsch provocateur. Is voor Gestapo-doeleinden uit Scheveningen losgelaten in april 1942. Nummer Sicherheitsdienst: VM-92. werkt bij de SS in Den Haag. Telef. 182540, toestel 490.
Mozes Brandon Bravo (Amsterdam, 23 november 1906 - Amsterdam, 25 mei 1973) was een Joodse kleermaker die in de Tweede Wereldoorlog samenwerkte met de Duitse bezetter.[1] Hij woonde toen in een rijtjeshuis op Watersteeg 10 in Leiden en werkte in Den Haag. In maart 1941 nam Brandon Bravo contact op met Louis d'Aulnis. Via zijn vriend Hans Fles kwam Brandon Bravo in contact met Bob Schreiner. Er werden plannen gemaakt om naar Engeland uit te wijken. Op Watersteeg 10 werden de plannen verder besproken. Er konden negen mensen mee en er waren wat helpers aanwezig. In de groep zaten ook Jacques van Dooremaalen (1915-1945[2]), Henk Kooistra, Lorent Meerman, Aäron Polak, een neef van Brandon Bravo. Jan de Jong had voor hen de motorsloep bij scheepswerf Kerkvliet in Warmond gekocht.
Op 3 april 1941 verzamelde de groep bij het huis van Brandon Bravo. De groep werd verraden door hun helpers, de 32-jarige Noordwijkse elektricien Piet Rothert en de Leidse koopman Jan de Jong van de Sicherheitsdienst. De Sicherheitsdienst deed er een inval, vond een pistool in het naaimandje van mevrouw Brandon Bravo en arresteerde Hans Fles, Polak en Brandon Bravo. De anderen waren er nog niet. Ook Schreiner was toevallig te laat. Op straat kwam hij Rothert tegen, die hem waarschuwde niet naar Brandon Bravo's huis te gaan. Schreiner en Kooistra doken onder. Hans Fles overleed in Oranienburg. Van Dooremaalen, Habernehl, Van Dalen en Meerman werden op 2 mei gearresteerd. Polak en Brandon Bravo werden naar het Oranjehotel in Scheveningen gebracht. Polak overleed in Buchenwald.
Na zijn arrestatie ging Mozes Brandon Bravo voor de Duitsers werken. Door zijn activiteit als V-Mann verloren, voor zover bekend, acht mensen het leven. Na de oorlog werd hij tot celstraf veroordeeld en kwam na acht jaar vrij. Jan de Jong werd tijdens de oorlog geliquideerd, Rothert kreeg na de oorlog levenslang. Bron: Wikipedia.


BRANZ, Arnoldus Wilhelmus. Geboren 08-09-1898. Prinsengracht 816bov, Amsterdam. Gestapo-Agent.
Arnoldus Wilhelmus Brans, geboren 05-04-1898 te Herwen & Aerdt (Gld), overleden 12-09-1976 te Amsterdam. Bron: Stadsarchief Amsterdam.

BRUINS, G.J. Bartjensstraat 29a, Zwolle. Gestapo-Agent.

BRUSSELS, P. van. Hazelaarstraat, Veghel. Zoekt naar onderduikers.

BURG, Cornelis van den. Geboren te Den Haag op 22-07-1911. Alias van Ederveen, woont bij zijn ouders: Pletterijkade 48, Den Haag. Signalement: lang, slank, 1.80 m, bruine gelaatskleur, dunne neus, magere ingevallen wangen, spreekt nasaal. Is Gestapo-Agent en zegt voor de Engelsche dienst te werken. Als introductie biedt hij Amerikaanse revolvers aan. Hij zegt van Engeland uit opdracht te hebben actiegroepen te vereenigen  en van wapens te voorzien. In Nijmegen bewerkstelligde hij talrijke arrestaties. Hij werd daarbij gewond, doch is thans uit het ziekenhuis ontslagen. Ongetwijfeld zet hij zijn duister bedrijf voort.

CANNO, Cornelis Gerard, Nassaulaan 31, Oegstgeest. 41 jaar, koopman, fantast, gevaarlijk, verraadde een clandestiene zender.
Liquidatie
Minder goed vergaat het een 42-jarige fabrikant van voedingsproducten (Nassaulaan 31), die al geruime tijd optreedt als V-man (vertrouwensman) voor de SiPo. Hij leek een 'gewone' burger, die iedere dag met een tas naar zijn werk ging.
Maar bij een aantal verzetsdeelnemers werd hij als V-man bekend en berucht. Op zondag 17 december 1944, 's avonds om half acht, wordt hij door het verzet geliquideerd. Vrijwel onmiddellijk nadat de man is doodgeschoten vindt er in de laan een razzia plaats; de daders worden echter niet gevonden. Angst voor represailles blijkt ongegrond te zijn.
De man laat een vrouw en twee minderjarige kinderen achter.  Bron: Oud Oegstgeest.

CASSEE, Jan. Geboren 14-4-1901, Ceintuurbaan 231d Amsterdam. Gestapo-Agent. Vroeger machinist op de Grote Vaart.
Op 08-07-1949 bevond hij zich in de strafgevangenis te Scheveningen. Hij is in Amsterdam geboren. Volgens De Waarheid van 27-12-1948 werd Cassee ter dood veroordeeld als zijn lid van Henneicke-bende die minstens 300 Joden in Amsterdam opgepakt heeft. Of dit vonnis ten uitvoer is gebracht is nog onduidelijk. Bronnen: Stadsarchief Amsterdam en krant De Waarheid.

CAUER, Mej. Rosa. Geboren 06-05-1901, Prinsengracht 1105d, Amsterdam. Schoonheidsspecialiste. Gestapo-Agent. Heeft Joodsche grootouders. Heeft talrijke cliënten aan de SS verraden.
Het gaat hier om Rosa Caner, geboren 6 mei 1901 te Brafla, Roemenië. Zij is op 24-10-1951 naar Parijs vertrokken. Bron: Stadsarchief Amsterdam.

CRAMER, zie Drost.

DAM, van. Zie Mendel.

DAMEN, Anton. Charlotte de Bourbonstraat 228, Den Haag. Voorm. stuurman K.P.M. gehuwd met 13 jaar oudere Duitsche vrouw. Poogt te scheiden. Is gaan samenwonen met jonge vrouw. Half mei (
1943) kind geboren, is volgens eigen verklaring in 1941 door een Duitsche raider gevangen genomen en naar Duitschland gebracht. is uit gevangenis ontslagen, beloofde voor Duitschers te werken. Zou daar nu meer van genoeg van hebben. Zou in den zwarten handel voor de bezetters werkzaam zijn Zijn naam wordt ook door anderen gebruikt.

DAMMEN, Mevr. Berendina, geboren 21-04-1923, Lijnbaansgracht 355d, Amsterdam. Gehuwd met Dionisius. Heeft veel samengewerkt met Riphagen, wonende Stadhouderskade 1441 Amsterdam. Heeft talrijke Joodsche families een onderdak toegezegd en hen, nadat hun geld was afgeperst aan den Sichetheitsdienst verraden. Talrijke families zijn van hem slachtoffer geworden, doordat zij ingingen op hun aanbiedingen omtrent valsche persoonsbewijzen en andere papieren. Later werden deze stukken dan in handen van de Sicherheitspolizei, afd, Den Haag 4B Gestapo gespeeld.
Brendina Dammen was gehuwd met Dionijs Cramer, geboren 1889.
Bernardus Andreas Riphagen, geboren 07-09-1909 te Amsterdam woonde eerst aan de Prinsengracht 828 en daarna aan de Lijnbaansgracht 144, Amsterdam. Was eerst gehuwd met Anna Maria Laarman, geboren 23-01-1911 te Amsterdam. gescheiden op 13-03-1936 te Amsterdam. Op 02-04-1942 gehuwd met Maria Margaretha Johanna Ros, geboren 27-01-1918. Bron: Stadsarchief Amsterdam.

DAUDT, H.J. Linnaeusstraat 103d, Amsterdam. Agent van Politie, doet dienst bij de Gestapo. Heeft den vader van Addins doodgeschoten. Noemt zich ook wel Duin.
Henricus Joannes Daudt, geboren 19-10-1895 te Antwerpen. Bevond zich op 21-12-1949 in de strafgevangenis te Breda. Bron: Stadsarchief Amsterdam.
Wie is deze Addins, of mogelijk Addens?

DEKKER, B.W. Spoorstraat 200, Roozendaal. Ong. 35 jaar. Hopman, 1,75m lang, slank figuur, rossig haar, sproetig gelaat, groenachtige oogen, draagt bril. Zeer gevaarlijk.
Woonde voorheen aan de Westerstraar 361, Klundert, koopman. Bron: Rotterdamse Courant.

DELDEN, A.W. van. Luttekesteeg 10, Zwolle. Gestapo-Agent

DIEREN. Zie Dierika C. Ch.

DIERIKA, C.Ch. IJsselstraat 45. Schuilnaam Dieren. Gestapo-Agent.
Zou de naam ook Diericx kunnen zijn en de woonplaats Velp?

DIGGELEN, Cornelis Matthijs van, geboren 09-03-1906 te Rotterdam. Laatst bekende adres: Bezuidenhoutscheweg 353.

DIJK
, van. Zie Fergenot.

DIJK, Annie van. Zie Hulsson-Spoor.

Dijksma, Frits of Frank, geboren in 1917 in Duitschland, vermoedelijk Wesel. Thans leider van het bijkantoor Doesburg van het G.A.B. Arnhem. Uiterst gevaarlijk, verrader. Werkt voor Arbeitseinsatz in Arnhem.

DROOG, J.M. de (Johnny). Gestapo-Agent, onlangs nog 17 man te Wolfheze aangebracht. Werkt met Aldewereld (zie Aldewereld) samen. Tracht o.a. als parachutist in illegale organisaties binnen te dringen. Heeft den dood van velen op zijn geweten o.a. Dudok van Heel. Degenen, die door zijn schuld in de gevangenis zitten, zijn legio. Zou in Arnhem zijn doodgeschoten. Zeer gevaarlijk, 1e klas scherpschutter.
Johannes Mattheus de Droog (Haarlem, 15 augustus 1893 - Gorssel, 19 februari 1945). Hij was in de Tweede Wereldoorlog een van de beruchtste V-Männer en als zodanig verantwoordelijk voor de arrestatie van honderden verzetslieden.
Voor de oorlog was De Droog in Arnhem werkzaam als fietsenmaker. Voor de oorlog had De Droog naar eigen zeggen samen met de communist Jan Berghuis meegevochten in de Spaanse Burgeroorlog. In werkelijkheid vocht De Droog nooit in Spanje. Na de Duitse verovering van Nederland werd hij actief in het verzet. Nadat hij was gepakt, werd De Droog door de Sicherheitsdienst in Arnhem "overgehaald" om voor hen te gaan werken. Hauptscharführer Walter Becker kon hem goed gebruiken om Berghuis in handen te krijgen. Zijn werkwijze was meestal al volgt: hij deed zich voor als verzetsman en sloot zich onder een valse naam aan bij een verzetsgroep. De arrestaties volgden wanneer hij genoeg wist. De Droog werkte onder andere samen met Antonie Berends en Jean François Velle.
Bij het verzet was op een gegeven moment de identiteit van De Droog bekend. Zo stond zijn naam met foto en signalement in de illegale pers. Door tal van knokploegen werd jacht op hem gemaakt. De verzetsman Theo Dobbe probeerde De Droog in september 1944 te liquideren. In plaats daarvan werd Dobbe zelf opgepakt en kort daarna gefusilleerd.
Na de voor de geallieerden verloren Slag om Arnhem verplaatste de Sicherheitsdienst haar hoofdkwartier naar Lunteren. De Droog werd in Gorssel gestationeerd. De omstandigheden rond zijn dood zijn onduidelijk. SD-medewerker Emile van Rappard verklaarde na de oorlog dat hij de kamer verliet waar De Droog aanwezig was. Kort daarop hoorde hij een schot. Het was aanvankelijk niet duidelijk of het ging om zelfdoding of om een liquidatie door het verzet. Een vaak genoemde, maar onjuiste verklaring is dat De Droog door Rappard werd doodgeschoten, in opdracht van hoge SD-functionarissen. In werkelijkheid betrof het een dodelijk ongeluk met zijn pistool, dat nogal makkelijk afging. Het lichaam werd naar Amersfoort overgebracht, waar het in de buurt van Kamp Amersfoort werd begraven. Daar werd het na de oorlog opgegraven en geïdentificeerd als zijnde van De Droog.


De Droog was onder andere verantwoordelijk voor de volgende arrestaties:

- De verzetsgroep Comité eenheid Een voor allen, allen een was door Pieter Vijge opgericht. De groep stond onder leiding van De Droog en was vooral actief in Barneveld en Putten. Zij gaf dertien maal een blad uit waarin zij ageerde tegen de arbeitseinsatz. Op 7 en 8 maart 1942 werd de groep opgerold als gevolg van verraad door De Droog. Vijge, Rijk Hooijer en Frans Tromp werden allen op de Leusderheide gefusilleerd. N. van Delen en H.J. Sonnenberg werden tot 15 jaar tuchthuisstraf veroordeeld. Beide mannen overleefden de oorlog.
De een half jaar eerder gedropte geheim agent Thijs Taconis werd op 9 maart 1942 opgepakt door toedoen van De Droog. Hij werd in september 1944 gefusilleerd in Mauthausen.
- De Droog werd er in de zomer van 1942 op uitgestuurd om te infiltreren in het verzet in Tiel. Hij slaagde daarin en overhandigde de Duitsers een lijst met namen. Tijdens een vergadering bij de bakker Jan van Veenendaal op 26 augustus 1942 vielen de Duitsers binnen en arresteerden alle aanwezigen. Kort na de vergadering volgden nog enkele arrestaties. Van de zeventien mensen die in totaal werden opgepakt overleefden zes de oorlog niet: Hendrik Blijdenstein, Jan Cieraad, Vincent van Hesteren, Gerrit Laagwater, Pieter Peterse en Jan van Veenendaal.
- Halverwege 1943 werden in Heelsum verschillende Joodse kinderen opgepakt.De ouders meldden zich vervolgens uit wanhoop bij de Sicherheitsdienst. Allen verloren het leven in de gaskamer. Enkele weken daarna werd in Wolfheze een razzia gehouden, waarbij meerdere verzetsmensen werden opgepakt. In de periode daarvoor had De Droog zich samen met Velle uitgegeven voor illegaal werkers en zo contacten gelegd met het verzet. Ook het joodse echtpaar Isaäc en Margaretha Wallega werd door toedoen van Velle en De Droog gearresteerd. Zij slaagden erin uit Kamp Westerbork te ontsnappen en overleefden zodoende de oorlog.[3]
- De Droog bezocht op 17 juni 1944 een vergadering van de LO in Almelo, zich voordoende als medewerker van de TD-groep. Hij had een uitnodiging bij zich die was gevonden bij een gearresteerde verzetsman. Met de uitnodiging kreeg hij moeiteloos toegang tot de vergadering. Na afloop werden de leiders van de LO in Almelo en Enschede gearresteerd, te weten Herman van Beek, Gerrit Breteler, Jan Buiter en Frederik Gombert.
- Begin december 1944 werd er door De Droog en Ries Jansen een huiszoeking verricht bij de Edese verzetsman Pieter van Vark. Bij hem werden verschillende exemplaren van het illegale blad De Eendracht aangetroffen. Van Vark werd meegenomen en op 21 december 1944 in koele bloede doodgeschoten door de SD'er Friedrich Enkelstroth.
- Op 2 december 1944 werd de geheim agent Abraham du Bois gearresteerd op de boerderij De Wester Wetering. Uit het verhoor van een opgepakte verzetsvrouw was de SD zijn verblijfplaats te weten gekomen. De Droog begaf zich op 1 december samen met Hugo van Rappard naar de boerderij en deden zich voor als belangrijke verzetsmensen. Du Bois was op dat moment niet aanwezig, maar ze vertelden de aanwezige knecht de volgende dag voor hem terug zouden komen. Du Bois werd op de vlucht neergeschoten. In gevangenschap werd hij zwaar gemarteld. Hij werd uiteindelijk op 8 maart 1945 gefusilleerd bij de Woeste Hoeve, als represaillemaatregel voor de aanslag op Hanns Rauter. Op 2 december werd ook de verzetsman Henk Wildenburg aangehouden, die het grootste deel van de oorlog in gevangenschap doorbracht. Ook twee knechten werden gearresteerd, maar die werden na twee weken vrijgelaten.[14]
- Op 5 december 1944 werd in Lunteren de ondergedoken wachtmeester van de Marechaussee Geert Nijmeijer aangetroffen. De Droog kende hem nog van vroeger, maar dat weerhield hem er niet van om Nijmeijer stante pede dood te schieten. Bron: Wikipedia.

DROST, E.C. of C.D. Burg. Patijnlaan 100, Zeist. Opperwachtmeester, lid NSB, leidende functie. Zeer gevaarlijk. Stelde ijverig onderzoek in naar slachtoffers en zwarte handelaren. Later ook zeer ijverig in opsporen van Joden. Sadist. Mishandelde zijn arrestanten. Zou thans bij de SD te Groningen werkzaam zijn. Noemt zich ook Cramer of Van der Werf.
Al in 1933 werd Evert Drost lid van de NSB. Hij was achtereenvolgend blokleider, kringleider en kringhoofd. In de meidagen van 1940 werd hij als prominent NSB-er geïnterneerd. Sinds 1928 was Drost politieagent bij de gemeentepolitie in Zeist, waar hij tijdens de oorlogsjaren bekend zou komen te staan als 'De Schrik van Zeist'.
Op 1 maart 1943 werd hij bevorderd tot opperwachtmeester en amper een maand later tot hoofdopperwachtmeester, later tot onderluitenant/adjudant. Zijn bevorderingen dwong hij af bij de korpschef en de burgemeester die zich niet tegenover, de als bloeddorstig bekend staande, Dorst durfden te verzetten.
Vanaf 1943 werkte Dorst voor de Gestapo. Eerst werd hij gedetacheerd in Amsterdam, maar vanaf augustus was hij werkzaam bij de SD in Groningen, waar hij de naam Kramer aannam. Hij was betrokken bij tal van arrestaties. Vele arrestanten zijn later omgekomen in Duitsland. Zelf schuwde Drost het gebruik van geweld niet. Ook beroofde hij regelmatig diegenen die hij overviel en arresteerde. In april 1945 was Drost betrokken bij de massa-executie in Makkum.

Op 28 oktober 1948 werd Evert Drost ter dood veroordeeld door het Bijzonder Gerechtshof te Leeuwarden. Op 28 juli 1949 werd Drost gefusilleerd op de schietbaan van de voormalige kazerne aan de Hereweg in Groningen. Evenals Schaap en Kaper werd Drost begraven op de 2e Noodbegraafplaats van Selwerderhof in Groningen. Zijn graf is in eigendom bij de Staat der Nederlanden en niet geruimd. Naast Drost, Kaper en Schaap liggen ook Sander van Droffelaar (graf 706) en Pieter Wichers (graf711) begraven op de 23 noodbegraafplaats. Jan Lamberts lag begraven in graf 705, maar hij is herbegraven op de Zuiderbegraafplaats in Assen.

DRUNEN, van. Zie van Druten.

DRUTEN, van. Is een Nederlandse rechercheur van politie, werkt voor de Gestapo. Signalement: 1.85 m, zeer bleek gelaat (huid zeer bleek), donkerblond haar (vrij dun), blauwe oogen. Draagt altijd een lichtbruine aktetas bij zich. Reist op PB ten name van Van Druten (Drunen) met als beroep 'stuurman groote vaart' Doet zich goed voor.

DUIN. Zie Daudt, H.J.

EDEPT, E. Schinkelkade 49HS, Amsterdam. Gestapo-Agent. Schuilnaam Evers.
Het gaat hier om de Amsterdamse politie agent Esdert Edens, geboren 21-01-1896 te Winschoten, overleden 17-07-1975 te Amsterdam. Bron: Stadsarchief Amsterdam.

EDERVEEN, van. Zich ook Noemende Van Burg (zie Van Burg). Biedt wapens aan voor organisaties, heeft bonafide officier en een geestelijke voor zich doen  werken, waarna talrijke arrestaties in Nijmegen volgden. Is eind september in schouder geschoten en opgenomen in het Prot. Ziekenhuis te Nijmegen, daarna overgebracht naar Arnhem.
Waarschijnlijk gaat het hier om BURCH, Cornelis Johannes van der, 22 Juli 1911, 's-Gravenhage.

De zaak Ederveen.
15-10-1943
Wat is namelijk het geval? Van Dam - de chef van Ederveen - komt in zijn Groningse tijd toevallig in contact met een zekere Gerben H. die bakker is en in een dorp in Friesland woont. Deze Gerben vertelt aan Van Dam dat hij een zwager in Nijmegen heeft die volgens hem in het verzet zit. Op verzoek van Van Dam schrijft Gerben een brief naar zijn zwager in onze stad waarin hij de komst van een Engelse agent aankondigt. In die brief sluit hij een papiertje in met de helft van het cijfer elf. Degene die met de andere helft van het papiertje aankomt is dan de bewuste Engelse agent. Van Dam stuurt Ederveen met de andere helft van het papiertje naar Nijmegen. Bij de betreffende zwager aangekomen wordt Ederveen hartelijk ontvangen, wanneer hij nog een revolver laat zien is het vertrouwen honderd procent. Ederveen begint meteen over de levering van wapens te praten. Maar wat is nu weer het geval? De betreffende Nijmegenaar zit helemaal niet in het verzet! Na wat heen en weer gepraat belooft de Nijmegenaar dat hij er wel eens naar zal informeren. Hij doet dat bij slager Vermeulen die bij hem aan de deur komt. En wat een toeval nu weer. Slager Vermeulen heeft een broer die wél in het verzet zit en óók over een revolver beschikt. Ederveen wordt met de broer van de slager in contact gebracht die op zijn beurt Ederveen introduceert bij de fam. De Jong op de Hazenkampseweg. Het is haast niet te geloven maar de fam. De Jong is weer bevriend met de politiefotograaf Wim Beerman, ook een verzetsman. U kunt wel nagaan dat de vuigaards van de S.D. bij voorbaat al in hun vuistje lachen en vergenoegd wachten op de ontknoping van het „spel". Van Dam, de leermeester van de verrader Ederveen, wordt ook nog even ingeschakeld maar later weer terug getrokken. Regelmatig komt Ederveen nu bij de fam. De Jong op visite om hun vertrouwen te winnen. Wanneer dat vertrouwen voldoende aanwezig is worden er verder contacten gelegd met andere politiemensen die daarvoor in aanmerking komen. Ook het contact met Vermeulen wordt verstevigd die toevallig ook bevriend is met rechercheur A. H. Marcusse. Door Vermeulen komt Ederveen ook in contact met de drogist Dolf Poelen van de Daalseweg. Begin september vindt er een bespreking plaats in het huis van Dolf Poelen. Buiten Ederveen, pater Doormaal alias Holleman en inspecteur mr. Frans Perrick - die later hoofdcommissaris van Nijmegen zal worden - zijn er nog enkele andere verzetsmensen.
Bij deze bespreking krijgt mr. Perrick al meteen achterdocht ten aanzien van Ederveen. Met een smoesje weet hij de bespreking voortijdig te verlaten. Meteen schakelt hij rechercheur Wim de Jonge in om Ederveen te volgen als hij door pater Doormaal naar de trein wordt gebracht. Omdat Ederveen De Jonge niet kent kan deze vrij dicht in de buurt van de verrader blijven. Ederveen gedraagt zich nogal vreemd. Hij heeft gezegd dat hij naar Amsterdam zal gaan, maar in Utrecht stapt hij niet over in de trein naar Amsterdam doch blijft in de trein naar Den Haag zitten. Dat komt rechercheur De Jonge natuurlijk vreemd voor. In Voorburg doet hij weer iets eigenaardigs. Hij stapt de trein uit maar direct daarop stapt hij in een andere coupé weer de trein in. Wim de Jonge raakt hem hierdoor haast kwijt. Ook hij is uitgestapt maar kan in de overvolle trein geen plaats meer krijgen. Door zich bij de conducteur als politieman te legitimeren en te zeggen dat hij een inbreker op het spoor is ruimt de conducteur alsnog een plaatsje voor hem in. In Den Haag springt Ederveen als eerste uit de trein, De Jonge is nummer twee. Ederveen gaat direct een telefooncel binnen maar telefoneert niet,
wat de Jonge nog achterdochtiger maakt. Wanneer Ederveen de telefooncel uit komt loopt hij eerst enkele straten ver om dan terug te keren naar het punt van de uitgang. Het is hem natuurlijk te doen om eventuele achtervolgers af te schudden, maar zonder dat hij het weet heeft hij aan Wim de Jonge een kwade, want deze blijft hem ongezien volgen. Dan stapt Ederveen in de tram en rijdt naar de hoek Javaplein/Zeestraat waar hij het gebouw van de S.D. binnengaat. Hiermede is het wantrouwen van mr. Perrick gerechtvaardigd. Het is op de avond van dertien september 1943. Wim de Jonge brengt meteen telefonisch verslag uit aan rechercheur Schouten die op zijn beurt weer de betreffende personen inlicht. Meteen duiken er enkelen van hen onder om de kat uit de boom te kijken. Omdat mr. Perrick chef van de recherche-afdeling is kan dat ook nogal gemakkelijk.
Naar aanleiding van het gebeuren in Den Haag wordt er een bespreking belegd waarbij onder anderen aanwezig zijn: pater Doormaal, mr. Perrick, Theo Dobben (commandant van de knokploeg) en nog enkele andere personen. Gezamenlijk besluit men om Ederveen uit de weg te ruimen. Dat moet wel gebeuren want anders zijn de gevolgen niet te overzien. Bron: www.noviomagus.nl

Albertus Hendrikus (Albert) Marcusse (Batenburg, 2 november 1903 - Overveen, 6 juni 1944) was een verzetsstrijder in Nijmegen. Hij was in de Tweede Wereldoorlog lid van een verzetsgroep waarbinnen een aantal Nijmeegse politiemensen actief waren. De groep werd opgepakt na een aanslag op de verrader Ederveen op de Daalseweg op 24 september, maar Ederveen kon ontsnappen en de Duitsers waarschuwen. Hierna werd deze verzetsgroep op 27 september gearresteerd en op 6 juni 1944 door de Duitsers gefusilleerd in de duinen bij Overveen.
In Nijmegen zijn vijf van de leden van de verzetsgroep geëerd met een straatnaam in de Verzetsheldenbuurt in de wijk Kwakkenberg. De andere vier leden zijn: Herman Oolbekkink, Wim Beerman, Bart Hendriks en Cees de Jong. De laatste was geen politieagent maar handelsagent, maar ook lid van de verzetsgroep.
Marcusse was getrouwd en had zeven kinderen. Hij was hoofdinspecteur van de politie. Bron: Wikipedia.

EGMOND, A van. Holbeinstraat 22HS Amsterdam Gestapo-Agent. Schuilnaam Elst.
Het gaat hier om de Amsterdamse politie agent Arelis van Egmond, geboren 28-08-1909 te Amsterdam.

EKSTEIN, Max (of Eckstein). Noemt zich ook Hendrik de Vos en Smulders (Zie Vos en Vastenhout) Plm. 30 jaar, 1,70 á 1,75 m lang, donker uiterlijk, vermoedelijk Jood. Draagt laarzen, uitstaande ooren. Komt veel in Terminus te 's Gravenhage. Werkt in Limburg, waar aanslag op hem werd gepleegd, waaraan hij ontsnapte.
Manasse Joseph Ekstein, NIOD KB-I 2008. Bron: NIOD.

ELST, van. Zie Egmond A.

ELZINGA, J of Y. Klein Meer, Sappemeer. Gevaar! Verrader

ERP, Frans van. Willebrordiusstraat 341, Amsterdam, ongeveer 25 jaar, tramconducteur. vermoedelijk handelaar voor Gestapo. Feit is dat hij Joden naar 's Hertogenbosch zou brengen, die daar bij aankomstwerden gearresteerd, terwijl hij op vrije voeten bleef. Signalement: 1,66 m lang, donker uiterlijk, bleeke gelaatskleur, breed gezicht, zware lippen, voor in de mond stifttand, die iets verkleurd is, spreekt slepend.
Franciscus Antonius Maria van Erp, geboren 1920. Sint Willebrordusstraat 32, Amsterdam. Bron: Stadsarchief Amsterdam.

ESCH, A.B. van der. Schoolstraat 50 Baarn. Ongeveer 50 jaar, zwarte baard, buitengewoon donkere oogen, heeft relatie met Duitsche officieren met wie hij briefjes uitwisselt.
Arie Bastiaan van der Esch, geboren 28-12-1887 te Amsterdam, overleden 04-05-1958 te Amsterdam. Beroep: vertegenwoordiger in glaswerken. Bron: Stadsarchief Amsterdam.

EVEROUT, J. Muzenplein 1, Amsterdam. Gestapo-Agent.
Johannes Petrus Everout. Geboren 13-03-1894 te Amsterdam, overleden 24-11-1968 te Amsterdam. Beroep: makelaar.
Bron: Stadsarchief Amsterdam.

EVERS. Zie Edept E.

EYCK, Mevr. van. Geboren Bot. Lunetstraat 18, Breda. Werkt voor de Gestapo. Signalement: rond gezicht, blond, 25-26 jaar. Klein, maar flink figuur, grijs blauwe oogen. Pleegt verraad.

EYKEL, J van. P.O.B. Schalkhaar, gestapo-Agent.

FOKKENS, Nelly Hermina. Koekoekstraat 16, Hilversum.oud 23 jaar. Gestapo-Agente. Geboren 28-02-1920.

FUCHS, J.M. Admiraal de Ruyterweg 165d, Amsterdam.
Dit is Johannes Matthias Fuchs, geboren 13-06-1909, Amsterdam. Kantoorbediende.

GALLIATH, Piet Eduard. 22 jaar. Zoekt met veel succes ondergedokenen. Laat zichzelf onderduiken en geeft de adressen aan de Gestapo door. Heeft een groot aandeel gehad in razzia's te Meppel, Hoogeveen en Zwolle. Heeft onder meer menschen in de Fruitstraat (?) in Groningen aangegeven. (Deze vertrouwden hem echter niet). Tijdens gevecht met Gestapo van 4 aanwezigen, 1 gedood, 1 zwaar gewond. Is lid SS. Heeft aan dit verraderswerk reeds twee boerderijen verdiend

GANZEVLIES, Gerardus. Geboren Putten 06-10-1887, wonende van Spilbergenstraat 119HS. Was vroeger constructie arbeider. Geeft voor valsche persoonsbewijzen te kunnen krijgen en speelt zijn slachtoffers in handen van den SS.
SS-er Gotzmann, een beambte van den SS gebruikt hem als tusschenpersoon. Gestapo-Agent.
Hier gaat het on Gerardus Ganzevles, geboren 06-10-1887 te Putten, overleden 10-01-1970 te Amsterdam. Bron: Stadsarchief Amsterdam.

GERBRANDY. Zie Rennes.

GINKEL
, Marie Euphemia, van. Dintelstraat 40HS, Amsterdam. Gescheiden vrouw, woonde samen met Dirk de Ruiter. zogenaamde handlijnkundige. Zeer gevaarlijk. Werkt met de SS. Signalement: lange schrale vrouw, spichtig gelaat, zwart haar, draagt bril (soms met donkere glazen). De Ruiter bewoog zich veel onder de echtgenooten van gevangenen en is thans overleden.
Maria Euphemia van Ginkel is geboren op 21-03-1900 te Amsterdam en is op 14-08-1945 overleden te Aarhus, Denemarken. Bron: Stadsarchief Amsterdam.

Overgenomen uit 'Zussen' door Hinke Piersma, Querido 2017.

Dirk de Ruiter bleek gedurende de bezettingsjaren niets aan crimineel gedrag te hebben ingeboet, en had een
perfecte partner in Maria van Ginkel gevonden. Haar had hij in de jaren dertig leren kennen en hij woonde nu met haar samen in de Dintelstraat. Onder de schuilnaam ‘Eva’ werkte Van Ginkel voor de Sicherheitsdienst.
Op 11 februari 1943 werd Ina gearresteerd. In de politiemeldingen staat: ‘20.10. Brengt de rech. Blonk Catharina Hendriks [sic], geb. Adam 24-11-05. Zij wordt morgen van dit bur[eau] afgehaald.’ Op het moment van haar arrestatie was Ina gekleed in verpleegstersuniform, aldus Blonk in een verklaring na de oorlog. In diezelfde verklaring getuigde hij tevens van zijn diepe weerzin tegen (met name) Maria van Ginkel. Ina en Nout waren bepaald niet de enige slachtoffers.
De actieradius van Van Ginkel liep volgens Blonk tot aan het Amstelstation, waar een ‘hartelijk afscheid’ van iemand bij de trein voor de agenten van Bureau Joodsche Zaken het sein was dat het om Joden ging. En na de arrestatie van Nout had Van Ginkel alles in het werk gesteld Ina in handen van de Duitsers te spelen. Blonk had hierdoor ‘aan Van Ginkel zulk een haat’ gekregen dat hij besloot Ina te vertellen dat Van Ginkel een verraadster was die ‘niet zou rusten, voor zij de twee kindertjes van Van Dam ook in handen der sd zou hebben gespeeld’. Waarom Blonk twee kinderen noemde en niet drie, is waarschijnlijk gewoon een vergissing. Het liet onverlet dat hij, zo verklaarde Blonk na de oorlog, Ina de kans zou hebben geboden om via vrijgelaten gevangenen een bericht naar buiten te brengen over de verraderspraktijken van Van Ginkel, waarvan ze zelf eveneens het slachtoffer was geworden. De minachting van Blonk voor Van Ginkel kan oprecht zijn geweest. Blonk lijkt bovenal een rechercheur te zijn geweest die zijn werk nauwgezet en grondig deed, om het even of het arrestatie van Joden betrof of iets anders. Het waren zijn ambitie en zijn beroepseer die hem dreven, en niet financieel gewin zoals bij De Ruiter en Van Ginkel, of ideologische motivatie zoals bij de nazi’s. Toen Blonk zijn verklaringen aflegde, was hij echter verdachte en moest voor de rechter verschijnen. Het kwam hem goed uit om zichzelf een cruciale rol toe te dichten - een door hem gearresteerde Joodse vrouw in de gelegenheid te stellen mensen te waarschuwen - en daarmee te laten zien dat hij niet zo fout was als men misschien zou denken. Of Blonk deze
‘verzetsdaad’ werkelijk heeft gepleegd, is niet meer na te gaan. In ieder geval liet de ontmaskering van De Ruiter en Van Ginkel nog een paar maanden op zich wachten. Het ging ten koste van nog meer slachtoffers.

Daarnaast waren er de ‘beroeps’, zoals het duo De Ruiter en Van Ginkel, die zichzelf verrijkten en hun slachtoffers, onder wie Ina en Nout, afpersten en tegen betaling aanbrachten. Maar deze twee overspeelden hun hand door te denken dat ze iedereen te slim af waren.

Diep in de bossen bij het Brabantse dorpje Esch lag het kampeerhuis De Blokhut, dat eigendom was van de rode dominee Maria Cornelis van Wijhe. Voor de oorlog had het dienstgedaan als scholingsplek voor de plaatselijke afdeling van de Vrijzinnige Christelijke Jeugd Centrale. Het was een ideale locatie om Joodse onderduikers te verbergen. Verzetsgroepen waren voortdurend op zoek naar onderduikplekken en voor het door studenten gevormde Kindercomité Utrecht en de met hen samenwerkende studenten uit Amsterdam, die zich gezamenlijk richtten op het onderbrengen van kinderen, was het niet anders. Via het Utrechtse verzetsnetwerk werd contact met dominee Wijhe gelegd, die maar wat graag bereid was zijn kampeerhuis beschikbaar te stellen voor Joodse kinderen. Nu de plek was geregeld, moesten er alleen nog verzorgers worden gevonden. Hier bood het verzetsnetwerk van de Amsterdamse geneeskundestudent James van Beusekom uitkomst. Binnen zijn kring was er iemand die Maria van Ginkel kende als een betrouwbaar persoon, die samen met haar man - Van Ginkel deed zich voor als een getrouwde vrouw - Joden hielp. Het ide-ale echtpaar was gevonden. Dat echtpaar gaf op zijn beurt aan dat het met alle plezier naar het zuiden wilde verhuizen. In Amsterdam werd Van Ginkel en De Ruiter de grond langzamerhand te heet onder de voeten. Het aantal arrestaties van Joden die met hen in contact waren geweest, liep op, de geruchten namen toe. Op 21 maart 1943 was er in de illegale Vrij Nederland een bericht verschenen onder de kop ‘Waarschuwingen’ met de tekst: ‘
Men verzoek ons te willen waarschuwen tegen
de navolgende personen: Maria Euphemia van Ginkel, Dintelstraat, Amsterdam, samenwonende met Dirk de Ruiter, zich
noemende Mevr. de Ruiter is kaartlegster en heeft relaties met Sicherheitsdienst. De Ruiter beweegt zich voornamelijk onder de echtgenooten van gevangenen.’
Het was wellicht geen toeval dat dit bericht twee dagen na de arrestatie van Margreet op 19 maart was verschenen. Met het bericht over Van Ginkel, die werd beschreven als een ‘lange, schrale vrouw’ met een ‘spichtig gelaat’, zwarte haren had en een bril droeg, en haar wederhelft, leek het duo ontmaskerd.

Tijdens de ‘sollicitatie’ voor Esch hadden Van Ginkel en De Ruiter zelf gewezen op het bericht in Vrij Nederland. Het berustte vanzelfsprekend op een misverstand en was eigenlijk een geluk bij een ongeluk, zeiden ze. Veiliger dan bij hen konden de kinderen niet zijn, nu de Duitse bezetter geen enkele verdenking tegen hen koesterde. Het was een handige zet van het tweetal. De studenten zagen geen reden voor achterdocht en in het voorjaar van 1943 verhuisden Van Ginkel en De Ruiter naar Esch. Het ging ruim twee maanden goed - de kaartlegster en haar vriend waren meesters in het wachten op het goede moment om toe te slaan, zo hadden ze ook al met de arrestatie van Ina bewezen. Maar de geruchtenstroom hield aan, en ook uit Westerbork sijpelde informatie naar buiten. In juni 1943 sloeg Van Beusekom alarm. Hij meende inmiddels voldoende bewijzen te hebben dat het duo niet deugde. Er moest iets gebeuren. De vraag was wat. In feite hadden de studenten niet veel keuze. Van Ginkel en De Ruiter waren niet alleen op de hoogte van de identiteit van verschillende studenten, ze kenden ook hun schuilnamen, wisten een contactadres in Utrecht en hadden al bewezen waartoe ze in staat waren. Ze vormden dus een directe bedreiging voor de hele groep. Na overleg binnen het Utrechtse Kindercomité werd het besluit genomen waar de studenten, toen ze hun illegale activiteiten waren gestart, in de verste verte niet van hadden kunnen dromen. Ze zochten contact met een Utrechtse knokploeg die opereerde onder de naam De Oranje Vrijbuiters, en die in het bezit van wapens was. Deze groep nam de opdracht aan. Die luidde: liquidatie.
Het was 11 juni 1943 en het liep tegen vijven toen Samuel Kerkhove, korpschef te Boxtel, vanuit het klooster van de Witte Paters werd gebeld met de mededeling dat er ‘een vrouwspersoon langs den openbaren weg lag’. Hij was er binnen het kwartier en zag dat Van Ginkel, wier naam hij toen nog niet wist, ‘een versche schotwond dwars door haar linkerborst had’. Hij nam haar in zijn armen en begon met haar te praten. Van Ginkel maande Kerkhove om links het bos in te gaan, waar haar man dood lag, en een tweede man zwaargewond. De twee mannen waren beschoten door de Utrechtse automonteur J. de H. Onder leiding van Van Beusekom was hij, zo verklaarde hij na de oorlog, op 11 juni met twee andere leden van de knokploeg op weg gegaan naar Esch. Bij het kampeerhuisje hadden ze drie personen aangetroffen. Het waren behalve Van Ginkel en De Ruiter huisvriend C. Koppe, op wie de aanslagplegers niet hadden gerekend. De Ruiter was de enige die goed werd geraakt bij deze liquidatiepoging, die later als amateuristisch is gekwalificeerd. Van Ginkel en Koppe raakten ‘slechts’ zwaargewond en werden per ambulance naar het ziekenhuis in Den Bosch gebracht. Hier verklaarde Van Ginkel naderhand dat zij op het moment van de aanslag ‘drie jodenkinderen’ onder haar hoede had en dat deze, voordat de mannen waren gekomen en hun vuurwapens hadden leeggeschoten, door twee vrouwen mee uit wandelen waren genomen. De pers berichtte dagenlang uitvoerig over de drievoudige moordaanslag. Ze beschreef een bloedbad dat was aangericht door zwaarbewapende daders, die volgens sommige verslaggevers zelfs ‘dolken’ bij zich hadden gehad. Het was bepaald ongewoon en de zaak moest dan ook tot op de bodem worden uitgezocht. Onder supervisie van de Sicherheitspolizei in Den Bosch toog Kerkhove aan het werk. Hij liet zijn werkzaamheden als korpschef onmiddellijk uit zijn handen vallen, want, zo moet hij hebben gedacht, wie maalde er nog om een bom die een paar dagen eerder in de buurt was ontploft, nu er een echte misdaad was op te lossen. Een misdaad waarbij bovendien het vermoeden bestond dat de slachtoffers ‘vele relaties hadden’ met ‘personen die valsche persoonsbewijzen namaakten, saboteurs en schrijvers in het blad Vrij Nederland’. Kerkhove kreeg eindelijk de kans zich te bewijzen als iemand die meer in zijn mars had dan plaatselijke brandjes blussen. Daarbij kwam zijn kennis van de situatie ter plaatse goed van pas. Kerkhove vermoedde dat de daders niet uit de buurt kwamen en liet onmiddellijk op het treinstation informeren wie en van waar op de dag van de aanslag naar Boxtel waren gereisd. Er werden vier kaartjes aangetroffen van de reis Utrecht-Boxtel met de nummers 2301 tot en met 2304, ‘zoodat hierdoor kwam vast te staan, dat 4 personen tegelijk of achtereenvolgens een spoorkaartje hadden genomen’. Op het station stonden tevens twee fietsen met bestemming Utrecht ‘voor verzending gereed’. Deze fietsen, die Kerkhove liet bewaken, zouden direct tot de arrestatie van Hetty Voûte en Gisela Söhnlein leiden, de  twee leden van het Kindercomité die de Joodse kinderen mee uit wandelen hadden genomen. Toen zij, afzonderlijk van elkaar, hun fietsen kwamen ophalen op het station in Utrecht, werden ze gearresteerd. Hetty had nog geprobeerd om Gisela via de verzetsgroep te waarschuwen, maar in de boodschap ‘kom zo snel mogelijk naar ons toe’ was verzuimd door te geven dat ze niet langs het station moest gaan om haar fiets op te halen. Dat deed Gisela nu net wel, want fietsen ging nu eenmaal sneller dan lopen. Met de arrestatie van Hetty en Gisela, en het feit dat de rest van de groep uit veiligheidsoverwegingen onderdook, zou het kinderwerk nagenoeg stil komen te liggen. Voor Kerkhove pakte het een stuk beter uit. Hij zag zijn ijver verzilverd met een baan bij de Sicherheitsdienst. De glorie duurde tot het einde van de bezetting.

Maria van Ginkel werd nooit berecht. Nadat ze voldoende was hersteld, werd ze op 23 augustus 1943 van het ziekenhuis in Den Bosch overgebracht naar de gevangenis van Haaren, waar ze werd geregistreerd als iemand die hulp aan Joodse
kinderen had geboden. Na een verblijf van enkele maanden werd ze doorgestuurd naar kamp Vught. Toen dat kamp op
6 september 1944 werd ontruimd, ging ze op transport naar kamp Ravensbrück. In dit transport zaten ook Hetty Voûte en Gisela Söhnlein. De dader en twee van haar slachtoffers legden dus dezelfde route af. Dat gold ook na de bevrijding. Onder de vrouwen die in april 1945 door het Zweedse Rode Kruis met bussen naar Zweden werden geëvacueerd, evonden zich Voûte, Söhnlein en Van Ginkel. De evacuatie werd Van Ginkel noodlottig. De bussen met de kampgevangenen moesten dwars door de frontlinie en de witgeschilderde daken met een rood kruis boden nauwelijks bescherming tegen de geallieerde aanvallen vanuit de lucht - vluchtende Duitsers beschilderden hun auto’s in dezelfde kleuren. Van Ginkel werd het slachtoffer van een van deze luchtaanvallen. Ze kwam andermaal zwaargewond in het ziekenhuis terecht. In Aarhus, waar ze dit keer wel stierf aan haar verwondingen. Blijft de vraag waarom ze in de eerste plaats werd opgesloten terwijl ze voor de Sicherheitsdienst werkte. Volgens Gisela Söhnlein zouden de Duitsers haar hebben gestraft wegens zwarte handel. Het kan ook zijn dat Maria van Ginkel zelf het kamp verkoos, bang alsnog
geliquideerd te worden. Gevangenschap onder Duits gezag, zo heeft ze misschien gedacht, was veiliger dan vrij rondlopen in Nederland.


GOEDE, (GOEDA?) de. Gevaaar! Opereert als zogenaamd illegale werker.

GOES, F.W.C. M. Euterpestraat 21, Amsterdam Telefoon 28454. Spion. Voormalig Duitscher. Zeer Gevaarlijk.
Friedrich Wilhelm Christian Marie Gottfried Goes, geboren 19-05-1893 te Bonn, Duitsland, overleden 09-10-1961 te Amsterdam. Importeur van bouwmachines. Bron: Stadsarchief Amsterdam.

GOETTE, Dr. Ch. A. Lorentzplein 30, Haarlem. Arts, richt jonge meisjes af als luistervinken voor de Gestapo.

GOGSWAART, D.C. H. van. Hobbemastraat 27 Amsterdam Telef. 23088. Gestapo-Agent.
Het gaat hier om Dirk Cornelis Hendrik van Gogswaardt, Hobbemakade 27, Amsterdam. Geboren 09-02-1890 te Amsterdam, overleden 12-11-1981 te Amsterdam. Beroep: commies in effecten. Bron: Stadsarchief Amsterdam.

GOYVAERT en ZN. Copernicusstraat 107, Den Haag. Schilderij restaurateur, Vlaming activist en Gestapo-Agent.

GRAAF C. v.d. Diepenbrockstraat 38, Amsterdam. telef. 93741. Gestapo-Agent.
Waarschijnlijk gaat het hier om Leendert van der Graaf, geboren 07-05-1904 te Dordrecht. Op 23-09-1940 vestigt hij zich in Amsterdam, komende van de Hazelstraat 6, Dordrecht. Op 06-06-1945 vertrekt hij uit Amsterdam en vestigt zich opnieuw Dordrecht, Hazelstraat 6. Beroep: Kanselier consulaat Mexico. Bron: Stadsarchief Amsterdam.

GREINER, Alfred, geboren 28-07-1889. Frederiksplein 9HS, Amsterdam.
Alfred Greiner, geboren 28-07-1889 te Lauschor, Duitsland. Frabrikant van neonbuizen.

GROEN. Zie Ruyter, H.E. de.

GULDENAAR, Werner, geboren 1912. Prinsengracht 673AIII, Amsterdam. p.a. Post. gestapo-Agent werkt op Secretarie
Werner Guldenaar, Nederlander, geboren 22-12-1912 in Cottbus, Duitsland. Kantoorbediende. Bron: Stadsarchief Amsterdam.

GULDEN ZEGER, Marius Antonius, Amsteldijk 22HS, Amsterdam (bij ouders). 38 jaar, statisticus C.D.K. Dep. Handel-Nijverheid & Scheepvaart. Gestapo-Agent.
Geboren op 25-09-1905 te Amsterdam. Vertrok op 04-08-1942 naar Den Haag en op 13-05-1944 naar Zwolle, Prins Hendrikstraat 22. Bron: Stadsarchief Amsterdam.

HAMMAN, Bertha Anna Maria. Admiraal de Ruyterweg 55I te Amsterdam, bij ouders, oud 27 jaar, kantoorbediende. Thans waarschijnlijk te Berlijn, Bülowstrasse 18. Gestapo-Agent.
Bertha Anna Maria Hammann, geboren 26-02-1916 Amsterdam. Verhuisde op 01-08-1942 naar Berlijn, keerde op 30-10-1945 terug naar de Admiraal de Ruyterweg 55I. Bron: Stadsarchief Amsterdam.

HARGERS, Ferdinand. Neuenhausen. Bioscoopexploitant. Geeft voor relaties in Engeland en Zwitserland te hebben en met parachutisten in contact te staan. Werkt o.a. in Drenthe.

HART
, van der. 40 a 45 jaar. Slank, donker iets gelig, afkomstig uit Scheveningen. Heeft geprovoceerd tot oversteken naar Engeland en daarna val opgezet.


HARTOG, Willy den. Ongeveer 35 jaar, noemt zich ook Anton, lang 1,85 m, ovaal gelaat tanige gelaatskleur, heeft af en toe een bril op. Onsympathiek, durft niemand recht aan te zien. Haar donker, enigszins grijzend, gang slungelachtig. Hoog in den rug, zwaait met eene arm. beweert uit 't Gooi te komen. Kan Friesch spreken. Zie ook Damen en Stienstra.

HEYTING, Frederik D. Parnassausweg 25A, Amsterdam. Ambtenaar SS.
Fredrik Dirk Heijting, geboren 10-04-1914 te Tandjong Morawa, Indië. Beroep: ingenieur.

HOEKSTRA, D. Arnhemscheweg 31, hoek Paasberg-Ede. Gewezen chef-veldwachter in Joure. Thans hoofdagent te Ede, Bij de SD werkzaam in Achterhoek en Twente.

HOEVEN, Jan van de. hoofdassistent Vrouwen-kliniek Academisch Ziekenhuis Leiden. Is NSB-er en gaat meerdere malen per week naar Amsterdam voor steriliceeren van Joden, waarvoor hij F2,- per persoon krijgt.

HOOF, van Sophiastraat 10, Gouda. Gestapo-Agent.

HOOFT, Gerrit ten. Geboren 1893, Azaleastraat 8HS, Amsterdam. Agent van politoe te Amsterdam. Werkt voor de Gestapo.
Gerrit ten Haaft, Geboren 29-06-1893 te Zeist. Is op 07-02-1944 naar Nijmegen vertrokken. Bron: Stadsarchief Amsterdam.

HOOG, H. de. P.O.B. Schalkhaar. Gestapo-Agent.

HORTEMINK, Mej. E.E. Eickerlystraat 32I, Amsterdam Werkt bij de SS
Elisabeth Everdina Hartemink. Geboren 1920. Stadsarchief Amsterdam.

HUISSOON-SPOOR. Mevr. Meyerkamplaan 13, Bussum. Treedt op onder den naam Schuitte (of Schutte). Zeer gevaarlijk. Gestapo-Agent. Is zeker protege van Commissaris der Provincie Noord-Holland. Bakker, Absoluut fout.

IMHOFF, Rotterdam. Repetitor, zeer gevaarlijk.


JANSEN, J.W. Hoofdweg 612 HG, Amsterdam. Gestapo-Agent.
Franciscus Josephus Bernardus Jansen. Geboren 27-06-1891 te Amsterdam, overleden 03-02-1958 te Voorschoten. Journalist-Schrijver. . Adres in Amsterdam: Hoofdweg 61II. Bron: Stadsarchief Amsterdam.

JONG, Alb. de. Rokin 69 Amsterdam. Jood. Loopt zonder ster. Inkooper Wehrmacht. Gestapo-Agent.

JONG Albertus Salomon de. Geboren te Amsterdam14-02-1909, auto expert. Wonende Stieltjeslaan 35 Hilversum. Gevaarlijke Jood die geloofdgenooten aanbrengt. Heeft buitenlandsch paspoort.
Albert Salomon de Jong. Geboren 14-02-1909 te Amsterdam. Bron: Stadsarchief Amsterdam.

JONG, Arie de. Geboren 1900. Witte de Withstraat 130, Amsterdam. Gestapo-Agent. Zeer Gevaarlijk.
Arie Johannes de Jong. Geboren 18-04-1900 te Amsterdam, overleden 05-01-1951 te Amsterdam. Winkelier in groente en fruit. Bron: Stadsarchief Amsterdam.

JONKER, H.C. Admiraal de Ruyterweg 352, Amsterdam. Thans onderluitenant bij Amsterdamsche politie werkt voor de Gestapo. Schuilnaam: Jansen. Gevaarlijk.
Nicolaas Cornelis Jonker, Geboren 18-07-1903 te Amsterdam. Agent van politie. Bron: Stadsarchief Amsterdam.

JOPPE, Alexanderkade, Amsterdam. Geeft voor de weg naar Engeland te weten.
Benjamin Joppe. Geboren 02-06-1898 te Baarn, overleden 02-10-1956 te Amsterdam. Alexanderkade 16I. Bloemenwinkelier/stuurman op de grote vaart. Bron: Stadsarchief Amsterdam.

JOSEPH, Bernard. Geboren 25-01-1923. Haendelsstraat 5HS, Amsterdam. Telef. 94625. Verkeert veel in Cafe 'De Paris' in de Beethovenstraat en luistert gesprekken van Joden af. Loopt dan weer met een ster, dan weer zonder.
Bernhard Joseph, geboren Breslau, 25 januari 1923, overleden 4 juni 2013. Werkte tijdens de Tweede Wereldoorlog voor de Sicherheitsdienst, waar hij Bubi werd genoemd. Na de oorlog werd hij veroordeeld omdat hij minstens 57 personen had verraden. Bernhard groeide op in Duitsland, Zijn vader was marine-piloot en Bernhard zat bij de Hitlerjugend.
Sinds 1937 woonde Bernhard in Nederland met zijn ouders Berthold en Lina en zijn zuster Resi (Theresia) in de Amsterdamse Händelstraat, waar zijn moeder een pension had.
In Amsterdam kwam hij in 1942 zijn leider van de HJ tegen, die ervoor zorgde dat Bernhard contact opnam met Klaus Barbie. Deze verzocht hem Stimmungsberichten te gaan maken. Dat waren verslagen van hetgeen er gebeurde, hoe de bevolking reageerde op Duitse maatregelen, waar Joodse onderduikers zaten en wie hen verborg. Hij bezocht regelmatig het kantoor van de SD in de Euterpestraat. In maart 1943 waren Bernhard en Berthold Joseph onder meer verantwoordelijk voor het verraad van Barend Buitekant. Deze diamanthandelaar was volgens afspraak naar het huis van Joseph gekomen, en werd op terugweg gearresteerd door vier rechercheurs van de SD. Hij werd naar Kamp Westerbork gebracht en later op transport naar Sobibór, waar hij op 2 juli 1943 overleed. Ook wordt Bernhard Joseph onder andere beschuldigd van het verraden van de familie Abraham Frank en Van Praag. De familie Abraham Frank werd in juli 1943 in Amsterdam gearresteerd en (vermoedelijk) op 16 juli te Sobibor vergast. De Familie Van Praag is april 1943 gearresteerd in de Valeriuskliniek, na gewoond te hebben in het pension van de familie Joseph. 30 April vermoedelijk vergast te Sobibor.
Tijdens het naoorlogse proces werd bewijsbaar geacht dat hij dood door schuld had van minstens 57 personen. Bernhard kreeg 20 jaar, zijn vader Bubi Sr kreeg 15 jaar, Resi 3 jaar. Na zijn vrijlating ging hij een kuur doen in Bad König waar hij zijn toekomstige echtgenote ontmoette. Ze gingen in Frankfurt wonen waar hij een nieuw leven wilde beginnen. Hun eerste dochter werd in 1958 geboren. Hij woont bij een andere dochter in Bad Waldsee. Hij had haar nooit over zijn verleden verteld, dit kwam pas ter sprake in 2009. Bernhard was toen een oude, zieke man die wegens een kleine infarct in het ziekenhuis lag. Volgens nummer 35 van 'De wereld in oorlog' is Joseph op 4 juni 2013 in een Duits ziekenhuis overleden. Bron: Wikipedia.