Het Transport van 16 November 1943

Mannen

Bij aankomst van het transport te Auschwitz had terstond een selectie plaats, waarbij volgens getuigenverklaringen 200 à 300 man (de meest exacte opgaven spreken van 260 en 275 man) voor tewerkstelling werden uitgezocht. Deze cijfers stemmen overeen met het totaal aantal gematriculeerden volgens het gereconstrueerde fragment van de nummer-serie, dat loopt van 163804 (B) t/m 164068 (W) en dus 265 geselecteerden omvat.

De bij de selectie in acht genomen leeftijdsgrenzen worden verschillend opgegeven, n.l. "tot 50 jaar" en "tussen 16 en 40 jaar'", terwijl de leeftijden der 24 bekende geselecteerden variëren van 16 t /m 43 jaar. Blijkens de transportlijst bedroeg het aantal mannen in de leeftijdsgroep van 16-50 jaar: 281  van 16-45 jaar: 250  -  en van 16-40 jaar: 208. Aangezien het cijfer van 281 het dichtst ligt bij het aantal geselecteerden volgens de getuigenverklaringen en ook bij de bekende nummer-serie, kan worden vastgesteld, dat de selectiegrens moet hebben gelopen van 16-50 jaar.

De verklaringen omtrent de verdere lotgevallen der geselecteerden lopen nogal uiteen. Vast staat alleen, dat zij allen eerst ongeveer 4 weken in "quarantaine" zijn gehouden (gedurende welke tijd slechts 2 of 3 mannen zijn overleden), en dat daarna een indeling in arbeidsgroepen heeft plaats gehad, waarbij contingenten zijn gezonden naar Janina en Fürstengrube, en een ander gedeelte in Auschwitz/Birkenau is tewerkgesteld. Behoudens voor zover uit getuigenverklaringen of officiële documenten individueel iets blijkt omtrent het lot van de betrokkenen, is van de afzonderlijke groepen niet na te gaan wie daarbij waren ingedeeld. Zelfs is de sterkte dier afzonderlijke groepen bij benadering niet te bepalen, omdat de schattingen dienaangaande te ver uiteen lopen.

De gemiddelde levensduur zal echter niet afwijken van die der tewerkgestelden van het elders al behandelde transport van 15 November 1943, aangezien de betrokkenen onder gelijke omstandigheden in dezelfde kampen hebben verbleven. In verband hiermede ware ook voor het onderhavige transport te concluderen, dat de geselecteerde mannen, behoudens individuele vaststellingen, uiterlijk 31 Maart 1944 waren overleden. Als plaats van overlijden kan, in verband met het vorenstaande, slechts worden aangegeven: in of in de omgeving van Auschwitz, dan wel in de kampen Janina en Fürstengrube.

Vrouwen

Van de vrouwen van het onderhavige transport is niemand teruggekeerd. Volgens verklaringen van de mannen zouden slechts heel enkele vrouwen (de één spreekt van 3 of 4, een ander van hoogstens 10) de selecties hebben overleefd. Vrouwelijke overlevenden van het transport van 15 November 1943 verklaren, dat alle vrouwen van het 16 November 1943-transport terstond naar het "crematorium-blok" werden gebracht en daarna werden vergast.

In verband hiermede ware te concluderen, dat alle vrouwen en ook de kinderen van dit transport, tenzij individueel anders blijkt, op of omstreeks de dag na die van hun aankomst te Auschwitz, dus op 19 November 1943, door vergassing om het leven zijn gebracht.

Samenvatting van de conclusies van het transport van 16 November 1943 vanuit Westerbork

Mannen

l e . Alle tot neven vermeld transport behoord hebbende mannen, die op de dag na hun aankomst te Auschwitz (dus op 19 Nov.'43) de leeftijd van 16 jaar hadden bereikt, doch nog  geen 51 jaar waren, worden, tenzij individueel anders bekend is, geacht te zijn overleden in of in de omgeving van Auschwitz/Birkenau, dan wel in het mijnengebied van Janina en Fürstengrube, niet eerder dan 7 December 1943 en uiterlijk 31 Maart 1944.

2e. Alle andere tot neven vermeld transport behoord hebbende mannen worden, tenzij individueel anders bekend is, geacht te zijn overleden te Birkenau op of omstreeks 19 November 1943.

Vrouwen en kinderen

Alle tot neven vermeld transport behoord hebbende vrouwen en kinderen worden, tenzij individueel anders bekend is, geacht te zijn overleden te Birkenau op of omstreeks 19 November 1943.

Bron: verkorte weergave uit de Publicatie “Auschwitz deel 4, Deportatietransporten in 1943, uitgegeven door het Nederlandse Rode Kruis in October 1953.

Najaarstransporten, pagina 5 e.v.; hoofdstuk III, pagina’s 43, 44, 45 sub 3; blz. 61 e.v. en Bijlage II, v.a. blz. 65.

Bron: Joods Monument.



Namen.

Pauline Gensler (schoonmoeder van Käthe Kaempfer-Ledermann).
Käthe Kaempfer-Ledermann, 1881 (zus van Franz Ledermann).
Franz Ledermann, 1889.
Ilse Ledermann-Citroen, 1904.
Susanne Ledermann, 1928.
Tobias Biallosterski, 1888.
Johanna Biallosterski-Joosten, 1898.
Margaretha Biallosterski, 1926.
Elisabeth Hirschel, 1937.
Josephine Hirschel, 1934.
Louise Hirschel-Duitz, 1904.
Suzanne Hirschel, 1933.
Saul Hirschel, 1932.
Alex Salomons, 1901.
Gitta Salomons-Grier, 1908.
Clara Vischschraper-Coronel, 1893.
Benjamin Davidson, 1889.
Judith Davidson-Coronel, 1893.
Eliazer Morpurgo, 1880.
Erna Steinfeld, 1896.
Jenny Kaizer-Fischer (grootmoeder van Eva Wrzesinski)
WESTERBORK - AUSCHWITZ 16 NOVEMBER 1943.
WEGGUM.COM