PTX ruft Moskau
Die Geschichte des Spionageringes 'Rote Kapelle'.

         Von SPIEGEL redacteur Heinz Höhne.
3. Gegenschlag der deutschen Abwehr.


Das Einsickern sowetischer Agentengruppen in Adolf Hitler's Machtbereich traf die deutsche Spionageabwehr völlig unvorbereitet. Ohnmächtig registrieten die Funkexperten das Dritten Reiches den Sendeverkehr ihrer Gegenspieler, vergebens fahndeten sie nach den Schlupfwinkeln des roten Spionageapparates.
De infiltratie van groepen Rusische agenten tijdens de machtsperiode van Adolf Hitler trof de onvoorbereide Duitse contraspionage volledig. Volslagen hulpeloos legden de communicatie experts van het Duitse Rijk het radioverkeer van hun tegenstanders vast en vergeefs zochten zij naar de schuilplaatsen van het rode spionageapparaat.

Funkspruch um Funkspruch demonstrierte die Hilflosigkeit der deutschen Abwehr. Mochten auch die verschlüsselten Berichte des Gegners sorgfältig in den Hörchstationen abgelegt, die Spruchköpfe der Agentenmeldungen in den Rufnamenverzeichnissen der Funkabwehr festgehalten werden - die Geheimsprache der feindlichen Spione blieb den Deutschen rätselhaft.
Radiobericht na radiobericht brachten de hulpeloosheid van de Duitse contraspionage aan het licht. De versleutelde berichten van de tegenstander werden zorgvuldig door de afluisterstations vastgelegd, de kopteksten van de telegrammen van de agenten werden door de luisterdienst in lijsten vastgelegd - de inhoud van de versleutelde berichten van de spionnen bleef echter een raadsel.


Am 26 Juni 1941 gegen 03.58 Uhr hatte die Deutsche Funküberwachungsstelle Cranz bei Köningsberg der ersten Funkspruch der Roten Kapelle aufgefangen. 'KLK DE PTX 2606 stop 03.30 stop 32 WDS stop nr 14 QBV stop' notierte ein Funker und schrieb auf was auch die Experten nicht entschlüsseln  konnten: 32 Zahlengruppen zu je fünf Ziffern, abgeschlossen durch das signum 'AR 50385 KLK DE PTX'.
Das Auftauchen des unbekannten Senders alarmierte die Deutsche Funkabwehr. Schon wenige Stunden später tichten Fernschreiber eine Order an die Peilstationen der Wehrmacht: SUCHDIENST NACH VERKEHRZEIT VON PTX FREQUENZ NACHTS 10.365 (MHz) TAGESFREQUENZ UNBEKANNT DRINGLICHKEITSSTUFE 1A.
Op 26-06-1941 rond 03.58 uur ving de Duitse afluisterpost Cranz in de buurt van Köningsberg het eerste bericht op van het 'Rode Orkest'. De dienstdoende marconist noteerde KLK DE PTX 2606 stop 03.30 stop 32 WDS stop nr 14 QBV stop' tevens schreef hij naast de koptekst ook het bericht zelf op, dit konden de experts echter niet ontcijferen. Het bericht bestond uit 32 groepen van elk vijf tekens en het bericht werd afgesloten met de ondertekening 'AR 50385 KLK DE PTX'. Het opduiken van de onbekende zender alarmeerde de Duitse radio contraspionage dienst. Slechts enkele uren later ratelden de telexmachines een order voor de Duitse Wehrmacht peilstations: SUCHDIENST NACH VERKEHRZEIT VON PTX FREQUENZ NACHTS 10,365 (MHz) TAGESFREQUENZ UNBEKANNT DRINGLICHKEITSSTUFE 1A. Men moest het tijdstip van uitzending van PTX vastleggen die 's nachts op de frequentie 10, 365 MHz uitzond, de frequentie van de uitzendingen gedurende dag uren was onbekend.

Doch kaum waren die Deutschen sicher, dass der fremde Sender mit dem Rufzeichen PTX einen Empfänger  bei Moskau anfunkte, da wurden neue Sender gemeldet. Am 8 Juli 1941 zählte die Funkabwehr 78 Agentensender der Kommunistischen Internationale (KOMITERN), bis zum Oktober kamen weitere 10 Sowjetsender hinzu - im Juli 1942 funkten 325 Sendegeräte sowjetischer Spione im deutschbesetzen Europa.
Nauwelijks waren de Duitsers zeker dat de onbekende zender met de roepletters PTX een ontvanger in Moskau trachtte te bereiken of er werden weer nieuwe zenders opgemerkt. Op 08-07-1941 telde de radio contraspionagedienst reeds 78 spionage zenders van de Communistische Internationale (KOMITERN), tot en met oktober kwamen er nog 10 zenders bij - in juli 1942 waren er 325 spionage zenders in de lucht vanuit de door Duitsland bezette gebieden.

Jetzt rächte sich, dass die Führer der deutschen Abwehr die Rolle des Kurzwellenfunks im sowjetischen Geheimdienst stets unterschätzt und nichts unternommen hatten, sich für den geheimen Ätherkrieg zu rüsten. Das Russland-Bild der konservativen Abwehroffiziere stützte sich noch allzusehr aud die Erinnerungen an den Ersten Weltkrieg, da Russische Spione in Deutschland ihre Nachrichten per Post ins neutrale Ausland zur Weiterleitung an die russischen Botschaften und von dort an den Generalstab in Petrograd geschickt hatten. Die Nachrichten waren meist für die russische heerführung zu spät gekommen, sie konnten an der Front taktisch nicht mehr verwendet werden - wenn die deutsche Poszensur die Sendungen nicht ohnehin schon aufgefangen hatte.
Nu wraakt zich de houding van de chef van de Duitse contraspionage die de rol van het gebruik van uitzendingen op de korte golf steeds heeft onderschat en er niets tegen ondernomen heeft door zich uit te rusten tegen een oorlog in de ether. Het beeld dat de conservatieve contraspionage officieren van Rusland hadden greep terug op de herinneringen aan de Eerste Wereld Oorlog, Russische spionnen in Duitsland stuurden hun rapporten per post naar Russische ambassades in Neutrale landen, die het vervolgens doorstuurden naar de Russische generale Staf in Petrograd. De rapporten kwamen meestal te laat voor de Russische legerleiding zodat ze aan het front tactisch niet meer bruikbaar waren - als de rapporten überhaupt al door de censuur van de Duitse Posterijen waren gekomen

Die nachfolger der zaristischen Spionage nutzten daher bald die aufkommende Funktechnik. Nach der Einführung des kurzwellenfunks in Sowjetrusslands Armee, Geheimdienst und Diplomatie im Jahre 1927 entstanden Funkspezialschulen, auf denen in sechmonatligen Lehrgängen Funker ausgebildet wurden.
De opvolgers van Tsaristische spionagedienst maakten meteen gebruik van de opkomende radiotechniek. Na de ingebruikname van de kortegolf door het Russische leger, de geheime dienst en diplomatie in 1927 ontstonden er speciale radioscholen, waar in een tijdsbestek van 6 maanden marconisten werden opgeleid.

Der deutsche Überfall auf die Sowjet-Union im Sommer 1941 liess die Funksektion des Moskauer Spionage apparates noch stärker anschwellen. Der militärische Geheimdienst schuff eine Funk-Sonderabteilung, Osoby Radio Diwision, abgekürzt ORD, die mit einem Ring von Sendern rund um Moskau den Kontakt zu den sowjetischen Spionagegruppen im deutschen Heerschaftsgebiet hielt.
De overval op de Sovjetunie in de zomer van 1941 liet de omvang van de radioafdeling van het Moskouse spionage apparaat alleen maar toenemen. De militaire inlichtingendienst schiep een bijzondere radioafdeling, Osoby Radio Diwision, afgekort ORD, die met behulp van een ring van radiozenders rond Moskou contact hield met de Russische spionagegroepen die zich in de Duitse bezettingsgebieden bevonden.

Der zentrale Sender, von Funkern der Roten Armee bedient, stand in den Moskauer Lenin-Bergen, in einem Haus, das als Sitz eines Goldforschungsinstituts getarnt war. Dort sass das einizige Wesen aus Fleisch und Blut, dad die Sowjetischen Auslandsspione kannten und das ihnen als Personifizierung der anonymen 'Zentrale' erschien: der Chef-Funker der ORD.
De centrale zender, die door marconisten van het Rode Leger bedient werd, bevond zich in het Lenin gebergte bij Moskou, in een huis waar zogenaamd zich het instituut voor onderzoek naar goud bevond. Daarin bevond zich het enige wezen van vlees en bloed die de zich in het buitenlanden bevindende spionnen kende en hij was voor hen de personificatie van 'De Centrale': de Chef Marconist.

Wie aber sollte diesem Generalangriff im Äther eine Abwehr begegenen deren Offizieren bis zum Kriegsausbruch den Einsatz von Funkagenten für ein Phantasiegespinst der Spionage-Romanciers gehalten hatten? Die Abwehrfürung beschloss das Unaufschiebbare: in wenige Monaten nachzuholen was jahrelang versäumt worden war.
Hoe kan men zich tegen een algemene aanval vanuit de ether verdedigen wanneer de betreffende officieren de inzet van marconist-agenten voor fantasiesprookje hielden bedacht voor spionage romantisie. De leiding van de contra spionage kwam tot het ongelofelijke besluit: in een maanden iets inhalen wat jarenlang niet opgepakt was.

Bis 1939 hatte die Wehrmacht und das für Spionageabwehr zuständige Amt Ausland Abwehr im Oberkommando der Wehrmacht (OKW) überhaupt keine Funküberwachung gekannt. Die Militärs konnten sich nur einen Gegenspieler im Äther vorstellen: den 'Schwarzsender', betrieben von Amateurfunkern, die ohne staatliche Lizenz sendete. deren Aufspürung aber ging die Abwehr nichts an, sie war Sache der Ordnungpolizei (Orpo) des SS-Obergruppenführers Kurt Daluege.
Tot 1939 beschikte de Wehrmacht en de contra spionage dienst afdeling Buitenlandse contra-spionage binnen het Oberkommando van de Wehrmacht (OKW) helemaal niet over iets als etherbewaking. De militairen konden op dat gebied zich niets anders voorstellen dan dat hun tegenstanders in de ether illegale zenders waren, bedient door amateur marconisten die niet over een door de staat uitgegeven licentie beschikten. De opsporing van deze zenders ging de Contra Spionage dienst overigens helemaal niets aan, dit was een zaak van de Ordnungspolizei (Grüne Polizei) die onder bevel stond van SS-Obergruppenführer Kurt Daluege.


Kurt Daluege
(Kreuzburg, 15 september 1897 - Praag, 23 oktober 1946) was een Duitse SS-militair die tijdens de Tweede Wereldoorlog verantwoordelijk was voor de persoonlijke bescherming van Adolf Hitler en andere partijleiders van de NSDAP. Hij was een zoon van middenkader ambtenaar. Hij was lid van de jeugbeweging Wandervogel. In 1916, meldde hij zich als vrijwilliger voor de oorlogsdienst. Tijdens de Eerste Wereldoorlog vocht hij voornamelijk aan het westfront en raakte meerdere malen gewond, met als gevolg dat hij voor 25% invalide was geworden. In 1918 verliet hij als vizefeldwebel en officierskandidaat de dienst. Van 1918 tot 1921 nam hij deel als lid en was leider van de „Selbstschutzes Oberschlesien“ (SSOS) en vocht tussen de Duitsers tegen de Poolse milities. Daluege was fabrieksarbeider in Berlijn en studeerde van 1921 tot 1924 civiele techniek aan de Technische Universiteit van Berlijn. In die tijd was hij in verschillende nationaalsocialistische, volkse en antisemitische verenigingen actief en diende hij in 1922 als afdelingscommandant van het Vrijkorps Roßbach. In 1923 werd hij lid van de studentenverenigingen Teuto-Rugia. Hij studeerde af als ingenieur. In 1922 werd Daluege lid van de toen nog onbeduidende NSDAP. Op 9 november 1923 ondersteunde hij Hitler bij zijn Bierkellerputsch in München. Als verbindingsman in Berlijn, was Hitler hem zijn hele leven lang dankbaar. Na de mislukte Bierkellerputsch en het verbod op de NSDAP ijverde Daluege ervoor om de partijbasis in Berlijn bij elkaar te houden. In 1924 richtte bij uit de gemaskeerde SA de Frontbann op waarvan hij tot 1926 leider was. In maart 1926 werd hij weer lid van de heropgerichte NSDAP met nummer 31981 en stichtte hij de SA in Berlijn en Noord-Duitsland. Van 1926 tot 1930 was Daluege SA-Gruppenführer in Berlijn-Brandenburg. Van 1926 tot 1928 was hij tevens SA-Gausturmführer in Gau Berlijn-Brandenburg. Hij was ook waarnemend Gauleiter van de NSDAP in Berlijn-Brandenburg. Op persoonlijke wens van Hitler trad Daluege in 1930 uit de SA en werd hij lid van de SS met nummer 1119. Die toentertijd nog een (weliswaar concurrerende) sub-organisatie van de SA was. Van 1931 tot 1932 had hij als SS-Oberführer Oost de leiding over de SS-Abschnitt III Ost in Berlijn. In 1931 bewees hij zich andermaal als loyale strijdgenoot van Hitler bij het neerslaan van de Stennesputsch. Hitler beschermde Daluege permanent als gevolg hiervan.
Van 1927 tot 1933 werkte hij als fulltime afdelingshoofd bij een stedelijke projectontwikkelaar en als ingenieur bij een vuilophaaldienst in Berlijn. Van 1932 tot oktober 1933, was Daluege parlementslid van de NSDAP in Pruisen. In juli 1932 werd hij bevorderd tot SS-Gruppenführer en leider van de SS-Gruppe Oost (Berlijn). Na de nationaalsocialistische machtsovername werd Daluege in februari 1933 benoemd tot “Commissaris z. b. V.” en Leider van de “Sonderabteilung Daluege” in het Pruisische Ministerie van Binnenlandse Zaken (onder Herman Göring). Hierbij zuiverde hij de Pruisische politie van zogenaamde sociaaldemocratische elementen en zorgde hij voor de gelijkschakeling met het nationaalsocialistische gedachtegoed. In mei 1933 benoemde Göring als dank Daluege tot onderstaatssecretaris en leider van de politieafdeling in het Pruisische Ministerie van Binnenlandse Zaken. En in september 1933 tot generaal der Pruisische Landespolizei. Van juli 1933 tot 1945 was Daluege Pruisisch lid van de Raad van State. En vanaf november 1933 was hij lid van de Rijksdag. In juli 1934, onmiddellijk na de Nacht van de Lange Messen, belastte Göring hem met de reorganisatie en de zuivering van de SA-Gruppen Berlijn-Brandenburg, Pommern, Grenzmark, Silezië en Mitte. In augustus 1934 werd hij daarvoor beloond door Reichsführer-SS Himmler en bevorderd tot SS-Obergruppenführer.
Als in november 1934 het Pruisische Ministerie van Binnenlandse Zaken met het Rijksministerie onder Wilhelm Frick gefuseerd werd, rees Daluege (tot juni 1936) tot leider van de politieafdeling in het Rijks- en Pruisische Ministerie van Binnenlandse Zaken. In maart 1936 kreeg hij zijn eerste hartaanval. Dat verhinderde hem niet om in juni 1936 benoemd te worden (tot 31 augustus 1943 waarnemend) tot plaatsvervanger van Himmler als “Chef van de Duitse Politie” in het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Gelijktijdig werd hij “Chef van de Ordnungspolizei” (tot mei 1945 waarnemend). Daarmee ressorteerde onder Daluege de gezamenlijke geüniformeerde politie van het Duitse rijk. De Ordnungspolizei (OrPo) omvatten naast de Schutzpolizei ook nog andere onderdelen zoals de Feuerschutzpolizei en de Technische Nothilfe. Evenwel werd Daluege in de opvolgende jaren tot 1939 door het SS-leidersduo Himmler en Heydrich teruggedrongen en verregaand uit zijn macht ontzet, maar bleef hij toch in functie dankzij zijn goede relatie met Hitler. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was hij vooral verantwoordelijk voor de persoonlijke bescherming van Hitler en van andere hoge partijleiders. Op 14 oktober 1941 ondertekende Daluege het eerste deportatiebevel van Duitse Joden naar Lódz, Polen. Op 20 april 1942 werd hij als een van de vier SS-leiders bevorderd in de hoogste rang, namelijk die van SS-Oberst-Gruppenführer und Generaloberst der Polizei. Na de succesvolle moordaanslag van de Tsjechische partizanen tijdens operatie Anthropoid op Dalueges concurrent Heydrich werd Daluege in juni 1942 door Hitler als Rijksprotector van Bohemen en Moravië benoemd in Praag. Voor zijn inzet ontving hij het Kruis voor Oorlogsverdienste. Als zodanig was hij ook verantwoordelijk voor de brutale wraakacties tegen de bewoners van de dorpen Lidice en Ležáky. Na één jaar bleek Daluege niet meer tegen zijn dubbelrol als OrPo-Chef in Berlijn en feitelijke Rijksprotector in Praag opgewassen te zijn. In juni 1943 werd de plaatsvervangend Rijksprotector door Hitler uit zijn functie ontheven. Diezelfde maand kreeg Daluege een tweede hartaanval, wat op 17 augustus 1943 resulteerde in het om gezondheidsredenen neerleggen van zijn functie als Chef van de Ordnungspolizei. In 1944 ontving Daluege van Hitler een dotatie van 610.000 Reichsmark. Daarna trok hij zich terug. Aan het einde van de oorlog werd Kurt Daluege in mei 1945 opgepakt in Lübeck en opgesloten in Neurenberg. In januari 1946 werd hij aan Tsjecho-Slowakije uitgeleverd en op 23 oktober na zijn proces geëxecuteerd in Praag.
Op 16 oktober 1926 trouwde Daluege met Käthe Schwarz (23 november 1901) een dochter van Carl Schwarz en Gertrud Schaaf. In 1937 had Daluege verklaard steriel te zijn, deze verklaring werd later weer weerlegd. Zij adopteerde één kind Helge (6 maart 1937) en kregen zelf nog drie kinderen Gunther (20 augustus 1938), Klaus (12 juli 1940) en een dochter geboren in 12 mei 1942.
Toen Stalins zoon, Yakov Dzhugashvili gevangengenomen werd door de Wehrmacht, zou Daluege met het idee gekomen zijn om Dzhugashvili uit te wisselen met veldmaarschalk Paulus. Joseph Stalin sloeg het aanbod af, naar verluidt onder vermelding dat “een luitenant geen generaal waard is”. Daluege zorgde ervoor dat Dzhugashvili in Sachsenhausen geïnterneerd werd. Toen hij overleed was hij nog maar 36 jaar. De Duitse officiële verklaring was dat Dzhugashvili overleden was toen hij tegen een elektrisch hek aanliep. Anderen verklaarden dat hij zelfmoord gepleegd had, weer anderen suggereerden dat hij mogelijk wel vermoord was. Bron: Wikipedia.



Die SS-Führer in Polizeiuniformen stiessen freudig in das von dem Militärs ignorierte Niemandsland vor. Die Orpo schuff sich eine eigene Funküberwachung. Bei Kriegsausbruch verfolgte die ordnungspolizei mit ihren festen Funkmessstellen und Nahfeld-Peiltrupps jeden Eindingling im gross-deutschen Wellenbereich.
De SS leiders in politieuniformen ging vrolijk aan de gang in het niemandsland wat door de militairen genegeerd werd. De Orpo bouwde een eigen etherbewakingsdienst. Toen de oorlog uitbrak joeg de Ordnungspolizei met behulp van vaste meetstations en mobiele peiltroepen op indringers in de Groot-Duitse ether.

Nach dem ersten Kriegsjahr merkten freilich auch die Militärs, dass die Wehrmacht dabei war, in dem Kompetenz-Kampf der braundeutschen Machtgruppen eine Schlacht zu verlieren. Denn längst waren an die Stelle der privaten Schwartzsender alliierte Funkspione getreten, deren Bekämpfung die Ordnunspolizei für sie beanspruchte.
Na het eerste oorlogsjaar merken uiteindelijk ook de militairen dat de Wehrmacht er aan moest geloven en dat zij een slag binnen de machtsstrijd van het Bruinhemden regime aan het verliezen waren. In de plaats van de illegale Duitse zenders waren er nu geallieerde spionagezenders aan het voetlicht getreden, wiens bestrijding een zaak van de Ordnungspolizei was.

Die Wehrmacht konnte noch rechtzeitig den Vormarsch der SS-Funküberwacher stoppen. Die geringe Leitungsfähigkeit der Orpo-eigenen Funkmessstellen genügte dem OKW als Vorwand, die Leitung der Funküberwachung für sich zu fordern. Hitler stimmte zu, und allmählich begann sich eine neue Geheimtruppe zu formieren.
De Wehrmacht kon nog op tijd de opmars van de SS etherbewaking stopzetten. Het geringe leiderschap van de meetstations maakten het mogelijk dat de Wehrmacht dit voorwendde om de etherbewaking naar zich toe te trekken. Hitler gaf toestemming en daarop begon zich een nieuwe geheime eenheid te formeren. (For English see this page)

Funkexperten der Wehrmacht, meist ehemalige Funkamateure, bildeten einen Führungsstab im OKW, zugleich wurden aus der Nichrichtentruppe der drei Teilstreitkräfte funkinteressierte Soldaten und Offizieren herausgezogen und zu zwei FunkUberwachungskompanien zusammengestellt. Die Leitung übernahm ein alter Nachrichtentechniker, der Oberleutnant und Diplomaingenieur Kopp.
Radio specialisten van de Wehrmacht, meestal oud zendamateurs, zetten een leiding gevende staf op binnen het OKW, gelijktijdig werden uit de Inlichtingendiensten van de drie strijdkrachten de in radio geinteresseerde soldaten en officieren gehaald en deze werden in twee etherbewakingscompaniën ondergebracht. De leiding hiervan kwam in handen van de inlichtingen technicus en HTS-er Kopp.

Funkabwehr (genauer: Funkabwehr des OKW; damaliges Kürzel: OKW/WFSt/WNV/FU III) war im Zweiten Weltkrieg die Bezeichnung einer Dienststelle des Oberkommandos der Wehrmacht (OKW). Sie diente der Spionageabwehr mithilfe von Funkerfassung, Funkpeilung und Funkauswertung.  Nachdem die Funkabwehr zunächst als Fachreferat III K der Abteilung III „Spionageabwehr und Gegenspionage“ unter der Leitung von Korvettenkapitän Schmolinske dem Amt Ausland/Abwehr, also dem militärischen Geheimdienst des OKW, unter Oberstleutnant (später Generalleutnant) Franz Eccard von Bentivegni unterstellt war, wurde sie 1940 von der Abwehr losgelöst und dem OKW als selbständige Gruppe OKW/WNV/Fu III „Funkabwehr“ unterstellt. Es bestand die folgende Hierarchie:

Oberkommando der Wehrmacht (OKW), Generalfeldmarschall Wilhelm Keitel
Wehrmachtführungstab (WFSt), Generaloberst Alfred Jodl
Amt Nachrichtenverbindungswesen (NVW), General der Nachrichtentruppen Erich Fellgiebel
Amtsgruppe Wehrmachtnachrichtenverbindungen (AgWNV), Generalleutnant Fritz Thiele
Gruppe III (Funküberwachung FU), Oberstleutnant Hans Kopp

Mit Gründung der Gruppe Funkabwehr im Jahr 1940 wurde sie von Hans Kopp geleitet. Ihre wichtigste Aufgabe war die Spionageabwehr mithilfe von Funküberwachung, Abhörung und gegebenenfalls Entzifferung verschlüsselter Funksprüche. Im Juli 1941 gelang es einer Funkabhörstation der Abwehr in Cranz (im damaligen Ostpreußen) verdächtige Funksendungen aufzufangen. Wie sich nach Entzifferung und nachrichtendienstlicher Auswertung der Informationen herausstellte, gehörten sie zu einem sowjetischen (NKWD) Spionagering, der von der Gestapo später unter dem Decknamen „Rote Kapelle“ zusammengefasst wurde. Im Jahr 1944, nach Landung der Alliierten in der Normandie am D-Day, glückte es der Funkabwehr, Funksprüche der amerikanischen Militärpolizei aufzufangen und zu entziffern. So konnte man den Kfz-Verkehr der Alliierten in den von ihnen zurückeroberten französischen Gebieten teilweise nachverfolgen. Diese ließen auf die Angriffsrichtung sowie die Versorgungslage schließen.

Darüber hinaus gelang der Funkabwehr jedoch - im Gegensatz zu ihrem britischen Pendant (Y Service und Bletchley Park) - kein maßgeblicher Einbruch in die verschlüsselte Funkkommunikation der Kriegsgegner. Zwar erbeuteten die Deutschen, beispielsweise nach der Schlacht von Dünkirchen, britische Type X-Rotor-Chiffriermaschinen, nach Analyse und Vergleich mit ihrer eigenen Enigma-Maschine, die sie für „unbrechbar“ hielten, kamen sie jedoch zu dem Schluss, dass ein Angriff auf diesen Maschinenschlüssel zwecklos sei.

In kurzer Zeite entstand, was man inoffiziel Funkabwehr nannte. Der Name war irreführend, den die militärischen Funküberwacher wurden nicht der Abwehr untergestellt. Auch dies gehörte zum intrigenreichen Cliquen-Kampf des nationalsozialistichen Führerstaates: Der Abwehr musste auf eine Funkabteilung versichten, ohne die eine Bekämpfung der roten Ätherspione undenkbar war.
In korte tijd ontstond iets wat men radio contra-spionage noemde. De naam is echter misleidend, want de militaire radiowaarnemers maakten geen deel uit van de Contra-Spionage-Dienst. Ook dit hoorde bij kasten-strijd binnen de nationalistische dictator staat. De Contra Spionage Dienst ontbrak het aan een radioafdeling, zonder deze was de bestrijding van rode etherspionnen ondenkbaar.

Der Gegenspieler in der SS-Führung passten auf, dass dem regimefeindlichen Abwehr-Chef Wilhem Canaris keine neue Macht zuwuchs. Offizielle Begründung für den erzwungenen Abwehr-Versicht: Das Haus Canaris sei nicht in der Lage, den Funküberwachungskompanien genügend Geräte und Ersatzmaterial zu stellen.
De tegenspelers binnen de leiding van de SS zorgen er wel voor dat de regimetegenstander, Wilhelm Canaris, niet aan nog meer macht kon komen. De officiële reden voor de gedwongen  beperking van de Contra-Spionage Dienst was: De organisatie van de Contra-Spionage Dienst was niet bij machte de etherbewakingskompaniën van voldoende apparatuur en reservemateriaal te voorzien.

Der Funküberwacher erhielten einen neuen Oberherrn, den Chef der OKW-Amtsgruppe- 'Wehrmacht-Nachtrichten-Verbindungen" (WNV), in der das gesamte Nachrichtenwesen der Wehrmacht, zumindest auf dem Paper, zusammengefasst war. Dort gab es auch eine Abteilung 'Fu' (Funk), die alle Funkinrichtungen der Wehrmacht kontrollierte und für Gerätebeschaffung ziständig war. Zu ihr stiess Kopps Truppe als 'Gruppe III' oder, im Behörden-ABC des Dritten Reiches ausgedrückt, OKW/WNV/Fu III. Im Haus der WNV an Berlins Matthäikirchplatz bezogen die Führungsoffiziere der Funkabwehr Quartier.
De etherbewakers kregen een nieuw hoofdman, de Chef van het OKW-Werkgroep-Wehrmacht-Inlichtingen-Verbindingen (WNV), hierin was alles bij elkaar gebracht wat Inlichtingen betrof, op papier althans: er bestond daar ook een afdeling 'Fu' (radio), die alle peilstations van de Wehrmacht controleerde en voor de aanschaf van apparatuur verantwoordelijk was. Kopp voegde zich bij de eenheid genaamd Groep III, of zoals in het jargon van het Derde Rijk de gebruikelijke benaming was: OKW/WNV/Fu III. Binnen de organisatie van de WNV betrokken de leidinggevende officieren van de Radio Contra Spionage hun kwartier aan de Matthäikirchplatz in Berlijn (in de wijk Tiergarten).

Ein 'Führerbefehl' machte den Handel zwischen SS/Polizei und OKW perfekt. Hitler legte im Juni 1941 fest, in allen Fragen der Funküberwachung sei die Wehrmacht federführend. Hitlers Befehl war just unterzeichnet, als die Funksignale der sowjetischen Spione Funkabwehr und Orpo gemeinsam herausforderten.
Een 'Führerbevel' maakte het handelen tussen de SS-Polizei en het OKW optimaal. Hitler legde in juni 1941 vast dat bij vragen over de etherbewaking de Wehrmacht leidend was. Hitler's beval was net ondertekend toen de radiosignalen van de Sovjet spionnen de radio-contra-spionage en de Orpo voor een gemeenschappelijke uitdaging stelden.

Die deutschen Spionejäger sahen anfangs nur eine geringe Chance, dem verborgenen Gegner auf die Spur zu kommen. Die Peilgeräte von Fu III waren ungenügend. Die Luftwaffe besass zwar leistungsstärke Fernpeiler in Ostpreussen, Schlesien, Ungarn und Rumänien, aber sie waren der Funkabwehr entzögen, solange der WNV-Chef General Erich Fellgiebel, dem Luftwaffe-Boss Göring den Wunsch abschlug die in Fellgiebels Domäne gehorende Abteilung 'Chi' (Chiffrierwesen) an Görings telephonabhören des 'Forschungsambt' abzutreten.
De Duitse spionnenjagers hadden in het begin maar een kleine kans om de verborgen tegenstander op het spoor te komen. De peilapparatuur van Fu III was niet voldoende. De Luftwaffe bezat welleswaar peilappartuur met voldoende capaciteit in Oost-Pruisen, Silezië, Hongarije en Roemanië, maar deze waren buiten de radio-contra-spionage gehouden, zolang de WNV Chef, generaal Erich Fellgiebel, de wens van de Luftwaffe baas Göring afsloeg om de in Fellgiebels terrein behorende afdeling 'Chi' (versleuteling) aan Göring's telefoonafluisterdient van de 'onderzoeksafdeling' af te laten scheiden.


Fritz Erich Fellgiebel (4 October 1886 - 4 September 1944) was a German Army general and a conspirator in the 20 July plot to assassinate Nazi dictator Adolf Hitler. In 1929, Fellgiebel became head of the (German: Chiffrierstelle) cipher bureau of the Reichswehrministerium, which would eventually become the OKW/Chi. He was a signals specialist and was instrumental in introducing a common enciphering machine, the Enigma machine. However, he was unsuccessful in promoting a single cipher agency to coordinate all operations, as was demanded by OKW/Chi and was still blocked by Joachim von Ribbentrop, Heinrich Himmler and Hermann Göring until autumn 1943. It was not achieved until General Albert Praun took over the post.
Fellgiebel was born in Pöpelwitz (Present-day Popowice in Wroclaw, Poland) in the Prussian Province of Silesia. At the age of 18, he joined a signals battalion in the Prussian Army as an officer cadet. During the First World War, he served as a captain on the General Staff. After the war he was assigned to Berlin as a General Staff officer of the Reichswehr. His service had been exemplary, and in 1928 he was promoted to the rank of major.
Fellgiebel was promoted lieutenant colonel in 1933, and became a full colonel (Oberst) the following year. By 1938, he was a major general. That year, he was appointed Chief of the Army's Signal Establishment and Chief of the Wehrmacht's communications liaison to the Supreme Command (OKW). Fellgiebel became General der Nachrichtentruppe (General of the Communications Troops) on 1 August 1940.
In 1942, Fellgiebel was promoted to Chief Signal Officer of Army High Command and of Supreme Command of Armed Forces (German: Chef des Heeresnachrichtenwesens), a position he held until 1944 when he was arrested.
Adolf Hitler did not fully trust Fellgiebel; Hitler considered him too independent-minded, but Hitler needed Fellgiebel's expertise. Fellgiebel was one of the first to understand that the German military should adopt and use the Enigma encryption machine. As head of Hitler's signal services, Fellgiebel knew every military secret, including Wernher von Braun's rocketry work at the Peenemünde Army Research Center.
Through his acquaintance with Colonel General Ludwig Beck, his superior, and then Beck's successor, Colonel-General Franz Halder, Fellgiebel contacted the anti-Nazi resistance group in the Wehrmacht armed forces. In the 1938 September Conspiracy on the eve of the Munich Agreement, he was supposed to cut communications throughout Germany while Field Marshal Erwin von Witzleben would occupy Berlin.
He was a key source for the Red Orchestra. Fellgiebel released classified German military information to Rudolf Roessler (codename "
Lucy" of the Lucy spy ring) about Operation Citadel which allowed Soviet forces to deploy effectively. Fellgiebel was involved in the preparations for Operation Valkyrie and during the attempt on the Führer's life on 20 July 1944 tried to cut Hitler's headquarters at Wolf's Lair in East Prussia off from all telecommunication connections. He only partly succeeded, as he could not prevent the informing of Joseph Goebbels in Berlin via separate SS links. When it became clear that the attempt had failed, Fellgiebel had to override the communications black-out he had set up. Fellgiebel's most famous act that day was his telephone report to his co-conspirator General Fritz Thiele at the Bendlerblock, after he was informed that Hitler was still alive: "Etwas Furchtbares ist passiert! Der Führer lebt!" ("Something awful has happened! The Führer lives!").
Fellgiebel was arrested immediately at Wolf's Lair and tortured for three weeks, but did not reveal any names of his co-conspirators.[ He was charged before the Volksgerichtshof ("People's Court"). On 10 August 1944, he was found guilty by Roland Freisler and sentenced to death. He was executed on 4 September 1944 at Plötzensee Prison in Berlin.
The Bundeswehr's barracks, a signals and intelligence school ("Führungsunterstützungsschule") in Pöcking-Maxhof is named the General-Fellgiebel-Kaserne in his honour. Source: Wikipedia.

Plötzensee Prison (German: Justizvollzugsanstalt Plötzensee, JVA Plötzensee) is a men's prison in the Charlottenburg-Nord locality of Berlin with a capacity for 577 prisoners, operated by the State of Berlin judicial administration. The detention centre established in 1868 has a long history; it became notorious during the Nazi era as one of the main sites of capital punishment, where about 3,000 inmates were executed. Source: Wikipedia.


Fu-III musste in erster Linie Nahfeld-Peiler einsetzen, die freilich erst arbeiten konnten, wenn feststand an welchem Ort ein gegnerischer Sender funkte. Die Nahpeiler hatten zudem einen argen fehler: sie waren zu gross um unbemerkt an den Agentensender herangeführt zu werden.

Fu-III moest in eerste instantie mobiele peilers inzetten, maar die konden pas aan het werk wanneer vastgesteld was vanuit welke plaats de zender van de tegenstander uitzond. Deze peilers hadden een groot nadeel, ze waren te groot om ongemerkt in de buurt van de agentenzender te kunnen komen.

Die Wehrmacht hatte eienen sogenannten Bordpeiler entwickln lassen, der nur auf einenm Lastkraftwagen transportiert werden konnte. Die kreisrund gebogene Antenne des Peilers (Durchmesser: ein meter) musste auf dem Lkw Dach befestigt werden, weithin sichtbar für jeden Aufpasser den ein Agentenfunker während der Sendezeit auf der Strasse postierte.
De Wehrmacht had een zogenaamde mobiele peiler laten ontwikkelen die alleen met een vrachtauto getransporteerd kon worden. De ronde antenne van de peiler had een doorsnede van één meter en moest op het dak van de vrachtauto gemonteerd worden, zodat elke oppasser die tijdens de zendtijden op de straat een oogje in het zeil hield. hem van verre al aan zag komen.
Dennoch besass die deutsche Funkabwehr kein anderes Mittel, das unsichtbare Netz der sowjetischen Spionne aufzudecken. Die aufgefangenen Funck spruche waren so kompliziert verschlüsselt worden, dass die Chiffrierer der WNV freiwillig die Waffen streckten. Die Abwehr konnte in den Spionagering nur einbrechen, wenn sie aufspürte, was zugleich Stärke und Schwäche der modernen Spionage war: dad Funkgerät.
Helaas bezat de radio contra spionage geen andere middelen om het onzichtbare netwerk van de de Russiche spionnen op te ruimen. De opgevangen berichten zaten qua versleuteling zo gecompliceerd in elkaar dat de codekrakers van de WNV er de brui aan gaven. De radio-contra-spionage was alleen in staat in het netwerk in te breken wanneer zij kans zag een zender op te sporen, dit was zowel het sterke- als het zwakke punt van de moderne spionage: de zender.

Mochte auch der Kurzwellenfunk die Nachrichtenübermittelung beschleunigt und fast unsichtbar gemacht haben, die neue Art der Spionage trug dennoch gleichsam einen Todeskeim in sich. In dem Augenblick, da der Funker seine Sprüche absetzen und Wellen in den Äther senden musste, gab er sich den Abhörtrupps der feindliche Abwehr preis. Einzige überlebensschance"so versteckt und so kurz zu funken, dass die Sendung beendet war, ehe der Verfolger die Szene betrat.
Het gebruikt van de kortegolg zendtechniek had de overdracht van inlichtingen welleswaar versneld en bijna onzichtbaar gemaakt, deze nieuwe vorm van spionage had ook een doodsgevaar in zich. Op het moment dat de marconist zijn bericht moest verzenden en in de ether kwam, gaf hij zich aan de luisterstations bloot. Zijn enige kans om te overleven was zicht zo goed mogelijk te verstoppen en zijn berichten zo kort mogelijk te houden zodat hij klaar zou zijn voordat zijn achtervolgers ter plekke zouden zijn.

Die Funker schirmten sich denn auch sorgfältig gegen Peiltrupps ab. Die Sender wurden in dichtbevölkerten Stadtteilen und unübersichtlichen Häuserschluchten untergebracht, sie mussten oft ihren Standort wechselen und ihre Sendezeiten variieren. Die Spruchköpfe der Meldungen wurden laufend ausgetauscht, immer wieder neue Sendefrquenzen benutzt.
De marconisten schermden zich dan ook zorgvuldig tegen de peiltroepen af. De zenders waren ondergebracht in dichtbevolkte stadsdelen in onoverzichtelijke huizenblokken. Zij moesten vaak van plek wisselen en de zendtijden variëren. De kopteksten verder steeds gewisseld, en ook werden steeds nieuwe zendfrequenties in gebruik genomen.

Aufpasser sollten rechtzeitig das Herannahen des Gegners melden. Der Funker arbeitete meist in den obersten Stockwerk eines Hausses um notfalls im letzten Augenblick durch eine Flucht über das Dach seinen Jägern entkommen zu können.
Oppassers moesten op tijd de komst van de tegenstander melden. De marconist werkte meestal op de bovenste etage van een huis om in geval van nood over het dak aan zijn jagers te kunnen ontkomen.


Trotzdem war der Funker allzuleicht dem Zugriff eines geschickt operierenden Gegners ausgesetzt, und das musste die deutsche Funkabwehr nutzen. Die Zentrale am Matthäikirckplatz liess im August 1941 neue, vor allem verkleinerte Nahpeilgeräte entwickeln und machte ihre Funküberwachskompanien mobil.
Desondanks werd de radio-operator maar al te gemakkelijk blootgesteld aan de aanval van een juist handelende vijand en dit moest de radio-contra-spionage dienst benutten. De Centrale aan de Matthäikirchplatz met name kleinere peilapparatuur ontwikkelen en de etherbewakingscompaniën werden mobiel gemaakt.

Noch suchten die unzulänglichen Peiler in Cranz und in Breslau nach dem sStandort des zuerst registrierten Agentensenders PTX und liessen die Funküberwachung rätseln, ob er in Norddeutschland, Belgien, Holland oder Frankreich arbeite, da lief am Matthäikirchplatz die Melding ein, drei weitere Sender seien sicher lokalisiert worden. Standort Berlin, kaum drei kilometer von der Zentrale der Funkabwehr entfernt.
Nog steeds zochten de onvoldoende uitgeruste peilers in Cranz en Breslau naar de plaats waar vanuit de eerst vastgelegde Spionagezender PTX uitzond en men liet de etherbewaking gokken waar de zender zich bevond, misschien in Noord-Duitsland, België, Holland of Frankrijk. Tot er een melding bij de Centrale aan de Matthäikirchplatz binnenkwam dat nog drie zenders gelokaliseerd waren die zich vast en zeker in Belijn bevonden, nauwelijks drie kilometer van de Centrale verwijderd!

Der biedere Nachrichtensoldat Knopp wollte nicht glauben, dass mitten im Herzen des Grossdeutschen Reiches feindliche Agenten sassen. Er liess wieder und wieder peilen, aber es stimmte: In Berlin arbeiteten drei Sender, die ständig ihre Rufzeichen, Frequenzen und Verkehrszeiten änderten.
De eerlijke inlichtingensoldaat Knopp wilde niet geloven, dat midden in het hart van het groot Duitse Rijk vijandelijke soldaten zaten. Hij liet herhaaldelijk peilen, maar het was juist: in Berlijn bevonden zich drie zenders die steeds hun roeptekens, frequenties en uitzendtijden wijzigden.

Kopp beorderte den Peilzug einer Funküberwachungskompanie der Luftwaffe nach Berlin, da die Göring Soldaten noch immer über die besten Geräte verfügten. Vorsichtig pirschten sich die Fahnder an den Gegner heran; zur Tarning trugen die Soldaten die Uniformen von Postbeambten. Ihre Strassenzelte, unter denen die Peilgeräte verstecht waren, liessen die Funksoldaten als Kabelarbeiter der Reichspost erscheinen, die Reparaturen ausführten.
Kopp commandeerde een peiltrein van de Luftwaffe naar Berlijn, omdat de soldaten van Göring nog steeds over de beste apparatuur beschikten. Voorzichtig begaven zich de onderzoekers zich dichter naar de tegenstanders toe; ter camouflage droegen de soldaten uniformen van postbeambten. In hun tenten waaronder zich de peilapparatuur bevond, leek de radiosoldaten op kabelmonteurs van de Rijkspost die reparaties uitvoerden.

Von Strasse zu Strasse arbeiteten sich zwei trupps, jeweils mit einem Peil- und einem Empfangsgeräte ausgerüstet, an die Agentensender heran. Der unbekannte Gegenspieler funkte allerdings so kurz, dass die Zeit oft nicht ausreichte, den Sender anzupeilen. Zudem setzten die Sendungen tagelang völlig aus, manchmal kamen sie aus einer ganz neuer Richtung.
Straat na straat werkten zich twee groepen, elk uitgerust met een peiler en met een ontvanger zich dichter naar de spionagezender toe. De onbekende tegenspeler zond echter zo kort uit, dat er niet voldoende tijd was om de zender uit te peilen. Verder werd er soms dagenlang niet gezonden, soms zonden ze plotseling vanuit een totaal andere richting uit.

Doch am 21 Oktober 1941 hatten die Peiltruppen ihr Ziel erreicht, die Sender waren geortet: Ein funkgerät stand in der Nähe des Bayrischen Platzes, ein zweites im Norden Berlins umweit des Invalidenparks, ein drittes am Moritzplatz im Südosten der Stadt. Fu III rüstete sich zum Schlag.
Echter op 21 oktober 1941 hadden de peiltroepen hun doel bereikt, de zenders waren gelokaliseerd: één zender bevond zich in de buurt van de Bayrischen Platz, een tweede bevond zich in het noorden van Berlijn in de omgeving van het Invalidenpark, een derde in het zuidoosten van de stad, aan de Moritzplatz. Fu III ruste zich uit om toe te slaan.

Da verstummten jäh am 22 Oktober alle drei Sender. Die Peiltruppe konnten sich nicht näher an die Gegner heranarbeiten. Kopps Wellendetektive waren am militärischen Bürokratismus gescheitert: Der Funker der Berliner Spionagegruppe hatte seine Mitarbeiter gewarnt, weil ihm bei einem Spaziergang aufgefallen war, dass Lastkraftwagen mit den Nummernschild Initialen 'WL' (Wehrmacht/Luftwaffe) die vermeintlichen Postarbeiter beförderten.
Op 22 oktober vielen alle drie de zenders stil. De peiltroepen konden niet meer dichterbij komen. De etherdetectives van Kopp waren door de militaire bureaucratie onderuit gegaan: De marconist van de Berlijnse spionagegroep had zijn medewerkers gewaarschuwd. doordat hij tijdens een wandeling zag hoe de veronderstelde medewerkers van de Rijkspost met vrachtauto's vervoerd werden waarop de nummerplaten zaten met de initialen 'WL' (Wehrmacht/Luftwaffe). (
Waar bleven de zenders en de marconisten?)

Der Fehlschlag in Berlin zwang Fu III, die Suche nach dem Sender PTX verstärkt aufzunehemen. Neue Peilungen hatten inzwischen zur Gewissheit werden lassen, dass der Sender in Belgien operierte: Experten tippten auf das Küstengebiet um Brügge, dort musste PTX stehen.
Deze tegenslag dwong Fu III de speurtocht naar de PTX zender met nieuwe energie op te nemen. Nieuwe peilingen hadden intussen duidelijk gemaakt dat de zender zich in België moest bevinden: specialisten gaven aan dat het ging om een gebied aan de kust bij Brugge, daar moest PTX zich bevinden.

Die Zeit aber drängte, denn es war immer deutlicher geworden, dass PTX ähnliche Sendezeiten und Frequenzen benutzte wie die Berlinder Sender, möglicherweise sogar die Haupstation der vier Sender war. Bis Anfang September 1941 hatte de luisterstations  Cranz bereits 250 Funksprüche von PTX aufgefangen, einer so unverständlich wie der andere.
De tijd begon echter te dringen, want het werd steeds duidelijker, dat PTX dezelfde uitzendtijden en frequenties gebruikte als de zenders in Berlijn en mogelijkerwijs zelfs het hoofdstation van de vier zenders was. Bij begin september had het luisterstation in Cranz al 250 radioberichten van PTX opgevangen, het ene nog onbegrijpelijker dan de ander. (
Ondertussen is men nu al 6 maanden bezig met PTX en nog geen stap verder gekomen.)

Die Funküberwacher riefen die Abwehr des Admirals Canaris zu Hilfe. Deren Referat III-F (Gegensionage) unter Oberst Joachim Rohleder musste wissen, wo in Belgien PTX zu suchen sei.
De etherbewaking van het OKW riep de Abwehr van Admiral Canaris te hulp. Zijn afdeling III-F (Contraspionage) onder Overste Joachim Rohleder zou moeten weten waar men in België PTX zou moeten zoeken.


Joachim Rohleder
(* 29. April 1892 in Stettin; † 5. Dezember 1973 im Taunus) war ein deutscher Offizier der Abwehr, zuletzt Oberst (ab 1. April 1941) im Zweiten Weltkrieg.
Rohleder wurde als Sohn eines Stettiner Großkaufmanns geboren und besuchte 1905/10 die Kadettenanstalt in Oranienstein. Anschließend wurde er mit Patent vom 1. Juni 1910 als Leutnant in das Leib-Grenadier-Regiment „König Friedrich Wilhelm III.“ (1. Brandenburgisches) Nr. 8 der Preußischen Armee in Frankfurt (Oder) überwiesen. Am Ersten Weltkrieg 1914/18 nahm er als Zug- und Kompanieführer sowie als Regimentsadjutant teil. Zuletzt hatte er den Dienstgrad eine Oberleutnants. Für seine Leistungen wurde er mit beiden Klassen des Eisernen Kreuzes, dem Verwundetenabzeichen in Schwarz und dem Mecklenburgischen Militärverdienstkreuz II. Klasse ausgezeichnet.
Nach Kriegsende und kurzer Tätigkeit im Grenzschutz bei Beuthen wurde Rohleder in die Vorläufige Reichswehr übernommen, diente im Reichswehr-Infanterie-Regiment 10 und kam dann in das Infanterie-Regiment 8 der Reichswehr. 1930 schied er aus der Reichswehr aus und war 1931/34 militärischer Berater und Instruktionsoffizier an der Kriegsakademie in Argentinien.
1935 wurde Rohleder als E-Offizier mit dem Rang eines Majors im Heer der Wehrmacht angestellt und unter dem Abteilungsleiter Franz Eccard von Bentivegni zunächst Hilfskraft, 1938 Leiter der Gruppe III F für Gegenspionage im deutschen Nachrichtendienst, der sogenannten „Abwehr“ im Amt Ausland/Abwehr. Während des Spanischen Bürgerkriegs war er ein Jahr lang in Spanien tätig, wo er sich nach Aussage Bentivegnis sehr bewährte. Als Gruppenleiter III F im Amt Ausland/Abwehr hatte er u. a. 1943 den Hochverrat des Abteilungsleiters Hans Oster aufzuklären, doch wurden seine Ergebnisse zunächst von seinen Vorgesetzten Bentivegni und Canaris unterdrückt. Ab Frühjahr 1944 war er im Reichssicherheitshauptamt (RSHA) Amt IV E (Zuständigkeit: Fälle des Hoch- und Landesverrats) unter SS-Standartenführer Walter Huppenkothen tätig. Nach eigenen Aussagen gegenüber einer Sonderkommission sei er "1945 an die Front gegangen".
Rohleder hat in einem Dokument, dass sich im Berlin Document Center befindet, am 6. August 1963 seine Mitgliedschaft in folgenden nationalsozialistischen Organisationen bestätigt: SS, SA, Propagandakompanie (PK), Rasse- und Siedlungshauptamt (RUSHA), Oberstes Parteigericht (OPG), Rückwanderungszentralstelle (PWZ) und Einwanderungszentralstelle (EWZ).
Nach 1945 wurde er stellvertretender Leiter der Generalvertretung München der Organisation Gehlen.
Aufgrund seiner hohen Bildung und Intelligenz war es Rohleder möglich, die von den verschiedenen Abwehrstellen in Deutschland und ganz Europa bei ihm einlaufenden Informationen über die Tätigkeit ausländischer Spionagenetze zu verknüpfen und Canaris zur Verfügung zu stellen. Als Offizier eines preußischen Elite-Regiments standen für ihn Pflichterfüllung und militärischer Gehorsam gegenüber seinen Vorgesetzten im Mittelpunkt. So war für ihn im Fall Hans Oster eine Umgehung seiner Vorgesetzten undenkbar.
Den Verlust seiner Heimatstadt Stettin nach 1945 konnte er ebenso wenig verkraften wie die aus seiner Sicht immer weiter nachlassende Begeisterung für eine nationale Gesinnung. Die letzten Lebensjahre verbrachte er zurückgezogen und - nach eigenen Worten - als „Fremdling unter den Menschen“. Bron: Wikipedia.

Joachim ROHLEDER, aliases ROEDERER, RENNER, RIEMENSCHNEIDER: German. Formerly an Abwehr officer, who used the alias RIEMENSCHNEIDER when in charge of the Abwehr of the German Condor Legion during the Spanish Civil War, ROHLEDER was head of Abwehr III-F when it was incorporated into the RSHA. He resigned in late 1944, returning to the Wehrmacht and retiring in 1945. He was interrogated in 1946. Source: KEW KV2/2136


Seit Kriegsbeginn war die abwehr Abteilung III-F zu der personalsstärksten und wichtigsten Sektion des deutschen Geheimdienstes geworden: die besten Abwehroffiziere sassen auf den III-F Posten der Abwehrstellen und nebenstellen, die netzartig das deutschbesetzte Europa überzogen. In Zusammenarbeit mit III-N (Briefzensur) übertraf das Referat sogar zuweilen den Einfluss von Gestapo und Sicherheitsdienst.
Sinds het begin van de oorlog was de afdeling III-F op gebied van personeelssterkte en importantie de belangrijkste afdeling van de Duitse Geheime Dienst geworden. De beste Abwehr officieren bevonden zich op de III-F contra-spionageposten en nevenposten, die als een soort net over de door Duitsland bezette gebieden hing. Samen met de afdeling III-N (briefcensuur) overtrof deze hoofdafdeling zelfs de invloed van de Gestapo en de Sicherheitsdienst (SD).

Die organisationskarte und Lageberichts des Referats vermittelten die jeweils neuesten Erkenntnisse über Planung, Arbeitsweise und Personal der feindlichen Spionage. Das war die Mission von III-F: den gegenerischen Geheimdienst zu erkunden, dessen Agenten 'umzidrehen' und die Zentrale des Gegners durch Zuspielen falscher Information (Spielmaterial) zu verwirren.
Het organogram en het beheersverslag van de Hoofdafdeling bevatten de op dat moment bekende informatie over planning, manier van werken en personeelsgegevens van de vijandelijke spionagedienst. De missie van III-F was: de vijandelijke inlichtingendienst te verkennen, zijn agenten 'om te draaien' (
dubbelspion van maken) en de Centrale van de tegenstander te voorzien van valse informatie (spelmateriaal) om hem zodoende in verwarring te brengen.

Die Experten von III-F beteiligten sich an der Jagd aud PTX. Über die telephonische Direktverbindung ('linie Adolph), die ihn mit den Abwerstellen in den besetzten Gebieten verband, alarmierte Gegenspionage Chef Rohleder seinen III-F Offizier in Brügge.
De specialisten van III-F begonnen deel te nemen aan de jacht op PTX. Met behulp van een directe telefoonverbinding die de Abwehrposten in de bezette gebieden (lijn Adolph) verbond, alarmeerde de Contra-Spionage chef Rohleder zijn III-F officier in Brugge.

Doch der Mann in Brügge wusste anfangs nicht, wo er den Feindsender suchen sollte. Hauptmann der Reserve Harry Piepe, kavalerieoffizier des Ersten Weltkriegs, Chef einer Panzer-Jäger Kompanie im Frankreichfeldzug, im Zivilberuf Oberamtsanwalt bei der Hamburger Justiz, war erst ein Jahr zuvor zur Abwehr abkommandiert worden.
Helaas wist de man in Brugge eerst van niet waar hij de vijandelijke zender PTX zoeken moest. De majoor van de reservisten, Harry Piepe, een cavalerie officier uit de 1e Wereld Oorlog, commandant van de pantser-jager compagnie tijdens de Franse veldtocht, van beroep hoofdofficier van Justitie in Hamburg, was pas een jaar geleden naar de Abwehr overgeplaatst.

Wegen seiner englischen Sprachkenntnisse hatte man ihn an die Abwehrnebenstelle Brügge versetzt, um ihn für die prokektierte (und längst abgesagte) Landung in England zur Hand zu haben. Die englischen Vokabeln kannte der Reserve-Hauptmann, aber das Alphabet der Spionage war ihm fremd.
Vanwege zijn kennis van de Engelse taal had men hem naar Brugge overgeplaatst om hem voor die geplande (en reeds lang vervallen) landing in Engeland achter de hand te hebben. Het Engelse vocabulair was de reserve majoor bekend, maar van het spionage alfabet wist hij niets af.

Arglos liess Piepe seine V-Leute in Brügger Lokalen ausschwärmen und nach Sowjetagenten dort fahnden, wo sie kein Kenner gesucht hätte: in den Kreisen Belgischer Komministen. 'Unsere Agenten berichteten: erinnert sich Piepe "dass alles ruhig sei, die Kommunisten hätten Angst und verhielten sich passiv".
Argloos liet Piepe zijn informanten over de café's in Brugge uitzwermen en naar Sovjetagenten zoeken, een kenner van spionage zaken zou hier gezocht hebben: in de kringen van de Belgisch communisten. Piepe herinnert zich dat zijn agenten melden: "Alles is rustig, de communisten zijn bang en stellen zich passief op".

Der Hauptmann meldete nicht ohne Stolz nach Berlin, sein Bereich sei frei von Spionnen, doch die Funkabwehr begnügte sich nicht mit seiner Auskunft. Die Peilgeräte hatten einen neuen Operationsraum von PTX ausgemacht: Gent. Piepe muss nach Gent.
De majoor meldde niet zonder enige trots dat zijn gebied vrij van spionnen was, maar de radio-contra-spionage nam geen genoegen met zijn antwoord. De peilapparatuur had een nieuw operatiegebied gelokaliseerd: Gent. Piepe moest naar Gent.

Als der Unfreiwillige Detektiv abermals negativ nach Berlin berichtete wurde Rohleder ärgerlich. Der Oberst belehrte Piepe, er solle gefälligst seinen Schreibtisch verlassen und sich an die Spitze der Fahnder stellen. Der Schreibtisch-Stratege wachte auf und setzte sich mit der Beharrlichkeit des routinierten Vernehmungsbeambten auf die Spur der Funkspione.
Op het moment dat de  gedwongen detective opnieuw een negatief bericht naar Berlijn stuurde werd Rohleder kwaad. De overste las Piepe flink de les en hij moest maar eens beginnen met achter zijn bureau vandaan te komen en zich aan het hoofd van de speurders op te stellen. De bureau-strateeg werd wakker en zette zich als een geroutineerde ondervrager op het spoor van de radiospion.

Die Fahndungen in Gent blieben weiterhin erfolglos, doch die Funküberwacher vom Matthäikirchplatz nannten nun Brussel als mutmasslichen Standort von PTX. Sie waren ihrer Sache so sicher, dass sie den Hauptmann Dr. Hubertus Freyer mit der Funküberwachungskompanie 621 nach Brüssel in Marsch setzten.
De zoektochten in Gent bleven echter zonder resultaat, maar de etherbewakers aan het Matthäikirchplatz noemde nu Brussel als vermoedelijke plaats waar PTX zich bevond. Zij waren zo zker van hun zaak dat zij majoor Dr. Hubertus Freyer met de etherbewakingscompagnie 621 naar Brussel lieten afreizen.

Ende November vereinigten sich Piepe und Freyer zur gemeinsamen Hatz. Piepe hatte gut voorgearbeitet: als angeblicher Kaufman zog er in eine Wohnung des Brüsseler Boulevard Brand Witlock. Er überflog immer wieder in Peilgerät ausgerüsteten Fieseler Storch die Stadtund hörte die sendungen von PTX. Piepe war überzeugt, dass der Senderin Brüssels Stadtteil Etterbeek stand.
Eind november kwamen Piepe en Freyer samen voor de gemeenschappelijke jacht. Piepe had zich goed voorbereid: hij had zich, schijnbaar als koopman, in een woning aan de Boulevard Brand Witlock gevestigd. Hij vloog ook steeds vaker over de stad in een Frieseler Stoch die uitgerust was met peilapparatuur en luisterde naar de uitzendingen van PTX. Piepe was er van overtuigd dat de zender zich in de wijk Etterbeek bevond.

Die Gelegenheit zum Zugriff war günstig. Der Funker hatte Offenbar Order, ohne Rücksicht auf die eigene Sicherheit stets fünf Stunden lang und immer zur selben Zeit (von Mitternacht bis fünk Uhr)seine Sprüche abzusetzen. Zudem hatte die deutsche Besatzungsmacht in Brüssel eine nächtliche Ausgangssperre verhangt, der Funker konnte sich also nicht durch einen Wachtposten absichern.
De gelegenheid om toe te slaan was gunstig. De marconist had blijkbaar de opdracht, zonder zich druk te maken over zijn eigen veiligheid, steeds 5 uur lang in de lucht te zijn om zijn boodschappen te verzenden en op hetzelfde tijdstip (van middernacht tot 5 uur in de ochtend). Verder had de Duitse bezettingsmacht in Brussel een avondklok ingesteld waardoor de marconist geen wachtpost uit kon zetten om zichzelf te beschermen.

Mehr noch: Freyers Leute brachten neue Nahfeld Peiler mit. Dazu gehörte auch ein harmlos aussehender Koffer, in den ein Peilrahmen eingebaut war: in dem Peilkoffer führte eine dünneVerbindungsschnur zu einem Mini-Hörer, der im Ohr des Funksoldaten befestigt war. Kein lautes Lkw-Motorengeräusch kündigte mehr das Herannahen plumper Peilgeräte an.
Meer nog, de mannen van Freyer brachten nieuwe peilapparatuur mee. Daarbij hoorde ook een onschuldig uitziend e koffer, waar een raamantenne was ingebouwd, vanuit de koffer leip een dun kabeltje naar een mini koptelefoontje die in het oor van de radiosoldaat bevestigd was. Geen luid geraas van een vrachtwagen motor meer die de komst van de kolossale peilappartuur aankondigde.

Die Männer machten sich an die Arbeit. Zwei Wochen genügten, den Sendeplatz von PTX einigermassen genau zu bestimmen. In der Empfangszentrale, die Freyer auf dem Hof der Leopoldkaserne errichtet hatte, siessen die Spezialisten eine Nadel in den Stadtplan von Brüssel, dort, wo die Rue des Atrebates verlief.
De mannen gingen aan het werk. Twee weken waren voldoende om de zendplek van PTX tot op zekere hoogte vast te stellen. In de ontvangstcentrale, die Freyer in de tuin van de Leopoldkazerne ingericht had, stoten de experts op de naald in de kaart van Brussel, daar waar de Rue des Atrebates (Atrebatesstraat) liep.

An dieser Stelle, so ermittelten Piepes Späher, lagen drei Häuser mit den Nummer 99, 101 und 103. Das Haus 103 stand leer, in 99 wohnte eine flämische Familie, im dritten Haus residierten Südamerikaner, die für deutsche Behörden arbeiteten.
Volgens de speurders van Piepe stonden op deze plek drie huizen met de nummers 99, 101 en 103. Het huis met nummer 103 stond leeg, huis 99 werd bewoond door een Vlaamse familie en het huis met nummer 101 werd bewoond door Zuid-Amerikanen die voor de Duitse autoriteiten werkzaam waren.

In welchen Haus aber mochte der Sender stehen? Piepe kam das unbewohnte Haus verdächtig vor, aber er wollte kein Risiko eingehen. Er quartierte sich in einer von Angehörigender Organisation Todt bewohnten Villa im Rücken der drei Häuser ein und liess von dort aus erneut peilen. Für Freyers Spezialisten gab es keinen Zweifel mehr: Der Sender stand im Haus der vermeintlichen Südamerikaner, im Haus 101.
In welk huis zou de zender zich bevinden? Het leegstaande huis leek Piepe erg verdacht, maar hij wilde geen enkel risico lopen. Hij verschafte zich toegang tot een villa aan de achterzijde van de drie huizen die door leden van de organisatie Todt gebruikt werd en liet vandaaruit opnieuw een peiling doen. Voor de specialisten van Freyer bestond er geen enkele twijfel meer: de zender bevond zich in het huis wat door de zogenaamde Zuid-Amerkanen bewoond werd, huis 101.

In der Nacht vom 12 zum 13 December 1941 war es soweit. Mit 25 Mann eines Landesschützen-Bataillons, sie Socken über irhe Stiefelgezogen hatten, und zehn Mann der Geheimen Feldpolizei (GFP) umstellte Piepe die Häuser, Lampen Axe und Feuerwehrleitern standen bereit.
In de nacht van 12 op 13 december 1941 was het zover. Met 25 man van een Landensschutzen battalion, die sokken over hun laarzen aan hadden getrokken en 25 man van de geheime veldpolitie (GFP) omsingelde Piepe de huizen, terwijl  lampen, bijlen en brandweerladders klaar stonden.

Um 02.30 Uhr gab der Hauptmann das Zeichen zum Angriff. Die männer stürmten auf die drei Häuser zu, allen voran Piepe, der mit zwei GFP Beamtendas leerstehende Haus erreichte. Da hörte er aus Haus 101 einenAbwehroffizier schreinen: "Hierher, hier sind sie!"
Om 02.30 gaf major Piepe het teken om aan te vallen. De mannen stormden op de drie huizen af, Piepe voorop die in het gezelschap van twee GFP  medewerkers het lege bereikte. Toen hoorde hij uit het huis op nummer 101 een Abwehr officier schreeuwen: "Hierheen, hier zijn ze!"


De woning op de Rue des Atrébates 101 in Etterbeek werd gehuurd door Rita Arnould-Bloch.
Rita Bloch was de dochter van Abraham Bloch en Francine Wolf. Rita werd geboren op 11 september 1914 in Amsterdam. Haar broer Iwan Gerhard was een jaar eerder geboren op 16 mei 1913 in Sint-Gillis (Brussel). De familie woonde afwisselend in Nederland en in België. Abraham leidde de verkoop van het filiaal van I.G. Bloch & Gebr. Stibbe op de Rue d’Angleterre 35 in Brussel. Na een langdurige ziekte overleed Abraham op 21 februari 1921. Hij werd 36 jaar. De familie bleef in Brussel wonen en Rita ging daar studeren aan de universiteit. Op 6 december 1939 trouwde ze met de veel oudere Albert Arnould en zij gingen wonen op Avenue du Parc 57 in Sint-Gillis. Rita ging werken bij de Société Financière Belge-Canandienne, tot het gehele personeel in mei 1940 ontslag kreeg. Op 6 juni 1941 overleed Robert Arnoud in het St. Pierre hospitaal te Brussel.
Tijdens haar studie aan de universiteit had Rita de Belg Isodor Springer leren kennen en die introduceerde haar in de verzetsbeweging Die Rote Kapelle. Die Rote Kapelle ontstond in kringen van Noord-Duitse kunstenaars en intellectuelen en kreeg steun vanuit de Sovjet-Unie. Het werd een van de belangrijkste spionagenetwerken en verzetsgroepen tegen nazi-Duitsland en was verspreid over het gehele bezette gebied in Europa. Men probeerde met behulp van radiozenders belangrijke informatie door te geven aan de geallieerden. Een dergelijk netwerk van zenders werd door de nazi’s een Kapelle genoemd. De zender werd beschouwd als een klavier vanwege het tikken van de morsesleutel en de marconist was de pianist. In België had men drie zenders, in Etterbeek, Ukkel en Molenbeek.
Rita (codenaam
Julia, Juliette) was agent van de Belgische afdeling van Die Rote Kapelle. Ze gaf onderdak in haar woning op de Rue des Atrébates 101 in Etterbeek en was tevens koerierster.
In de nacht van 13 december 1941 viel de Duitse contraspionagedienst het huis binnen en arresteerde Rita, de sovjet-agent en marconist Anton Danilov (codenaam
Albert Desmet) en codeerster Sophie Posnanska (codenaam Anna Verlingen).
Rita kwam terecht in de Kriegswehrmachtgefängnis Sint-Gillis. Op 19 april 1943 werd Rita door het Feldgericht z.V.B.d. Luftwaffe in Berlin-Steglitz (Aktenzeichen AKStL 52/43) wegens spionage ter dood veroordeeld. Nog dezelfde dag werd zij opgesloten in de Moabit-gevangenis in Berlijn met gevangenenummer 164/43.
Op 19 augustus 1943 werd ze verplaatst naar de vrouwengevangenis op de Barnimstraße 10 in Berlijn (onder nummer 2911/43), dit was een tussenstation voor de executie. De volgende dag werd ze om 12.00 uur overgebracht naar de Plötzensee-gevangenis waar ze nog dezelfde dag zou worden terechtgesteld.
Bron: Traces of War.


Kurz daraug peitschten Schüsse durch die Nacht. Im Licht der Taschenlampen sah Piepe, dass die Polizisten einen Mann verfolgten, der über die Gartenmaue rsetzte. Inzwischenhatte der Hauptmann das Haus 101 errecht, er jagte an einem bellende Hund vorbei und prallte auf eine dunkelhaarige Frau im Morgenrock.
Kort daarop knalden schoten door de nacht. In het licht van zijn zaklantaarn zag Piepe dat de politiemensen een man achtervolgden die over een tuinmuur klom. Ondertussen was hij bij huis 101 aangekomen, hij vloog een blaffende hond voorbij en stuitte op een donkerharige vrouw in een ochtendjas.

Piepe strümte mit seinen Leuten weiter die Treppe empor und stiess in der ersten Etage auf ein Zimmer, in dem wenige minuten zuvor noch gefunkt worden war. Auf einem Tisch stand ein Funkgerät, daneben lagen Papiere mit schier entlosen Zahlen kolommen. Der Stuhl des Funkers aber war leer, auf ihn hatte offenbar der Mann gesessen der geflohen war.
Piepe stormde met zijn mensen de trap op en stootte op de eerste etage op een kamer waar een paar minuten geleden nog gezonden werd. Op een tafel stond een zender en daarnaast lagen papieren en ogenschijnlijk eindeloze rijen cijfers. De kruk van de marconist was echter leeg, hierop had duidelijk de man gezeten die nu op de vlucht was.

Verfolger Piepe lief weiter. Er kam in eine zweite Etage. Dort fand er eine weitere Frau, die wienend im Bett lag. Doch ehe Piepe sich mit der Frau befassen konnte, schrien Stimmen vonunten: "Wir haben ihn, wir haben ihn!"
Achtervolger Piepe liep verder door. Hij kwam op de tweede etage. Daar vond hij nog een vrouw, deze lag huilend in bed. Voordat Piepe zich met haar bemoeien kon, werd er vanaf beneden geschreeuwd: "Wij hebben hem, wij hebben hem!"

Piepe stolperte die Treppe wieder hinab. Die Soldaten und Polizisten hielten einen Mann fest, der Piepe gleichgültig eintgegenstarrte. Es war der Funker. Er verweigerte jede Aussage, nur seine Personalien wollte er angeben: Carlos Alamo, geboren am 12 April 1913 in Montevideo. Erst später erfuhr Piepe, dass es sich um den sowjetischen Leutnant and Molotow-Neffen Michail Marakow handelte.
Piepe strompelde de trappen weer af. De soldaten en politiemannen hielden een man vast die Piepe
onverschillig terug aanstaarde. Het was de marconist. Hij weigerde te spreken, behalve dat hij zijn persoonlijke gegevens afgaf: Carlos Alamo, geboren op 12 april 1913 te Montevideo. Pas veel later kwam Piepe erachter dat het hier ging om de Russische luitenant Michail Marakow, een neef van Molotov.
Michail Warfolomejewitsch Makarow, alias Carlos Alamo, Deckname: Charles, * 2. Januar 1915 in Tetjuschi, Tatarstan oder 20. September 1915 in Kasan; gestorben ?) war ein sowjetischer Romanist und als GRU-Kundschafter einer der Organisatoren der Roten Kapelle in Belgien und den Niederlanden.
Makarow wurde in einer armen Familie geboren und verlor früh seinen Vater. Er ging in seiner Heimatstadt sieben Jahre zur Schule und besuchte anschließend das Institut für Fremdsprachen in Moskau. Danach arbeitete er als Übersetzer. Nach der ersten Lieferung der Mosca-Jagdflugzeuge an die Spanische Republik am 31. Oktober 1936 wurde er als Luftwaffenoffizier nach Spanien geschickt, um dort für die Luftstreitkräfte der republikanischen Armee zu übersetzen. Dort wurde er auch als Bordschütze ausgebildet und nahm am Spanischen Bürgerkrieg teil.

Danach besuchte er eine Aufklärerschule der GRU und erhielt in New York einen uruguayischen Pass auf den Namen
Carlos Alamo, geboren am 12. April 1913 in Montevideo. Im März 1939 wurde Makarow nach Belgien zu Leopold Trepper geschickt. Von der UdSSR aus fuhr er nach Stockholm, von dort über Kopenhagen und Paris. In Brüssel heiratete er Alexandra Petrowa, geborene Schmidt oder Schmitz. Makarow war Leutnant der Roten Armee und hatte sich auf die Anfertigung gefälschter Papiere und den Einsatz unsichtbarer Tinte spezialisiert.
Nach der Anwerbung Abraham Raichmans musste Makarow keine gefälschten Dokumente mehr herstellen, und er beschäftigte sich mit dem Funkverkehr. Dafür erhielt er Unterweisungen von Johann Wenzel. Um die Tarnung kümmerte sich Trepper als Inhaber einer Filiale der Firma „Foreign Excellent Trench-Coat Company“ in Ostende, deren Geschäftsführer Makarow war. In Ostende wohnte Makarow zusammen mit Caroline Hoorickx, der geschiedenen Ehefrau von Guillaume Hoorickx. Im Mai 1940, nach der Bombardierung von Ostende, bei der das Gebäude der Firma beschädigt wurde, kehrte Makarow nach Brüssel zurück. Makarow gelang es, die Verbindung zur GRU-Zentrale wiederherzustellen.
Im Sommer 1941 wurde Anton Danilow Funker-Assistent bei Makarow in Brüssel. Sein Funkgerät befand sich in der Rue des Atrebates 101, wo Rita Arnould und Sophia Poznanska wohnten. Die Deutschen verhafteten Danilow während einer Funkverbindung in der Nacht vom 12. zum 13. Dezember 1941 und am nächsten Morgen wurde auch Makarow verhaftet.
Ab Frühsommer 1942 war er zusammen mit David Kamy in Breendonk inhaftiert - zuvor gab es zwei Wochen lang Sondervernehmungen in Berlin durch den Leiter des Gestapo-eigenen Sonderkommandos Rote Kapelle Karl Giering, der ihn mit seinem Realnamen identifizierte; im März 1943 wurde Makarow von einem Sonderkommando des Reichskriegsgerichts zum Tode verurteilt, das Urteil wurde nicht vollstreckt. Nach den Protokollen der belgischen Polizei wurde er im Gefängnis von Saint-Gilles untergebracht, zum Tode verurteilt und im Berliner Strafgefängnis Plötzensee hingerichtet.


Die Frau im Morgenrock, Chiffriererin der Agentengruppe, nannte sich Anna Verlinden, obwohl sie in Wahrheit Sophie Posnanska hiess und auch der Besucher, der wenige Stunden später an der Haustür klopfte und sofort verhaftet wurde, präsentierte einen falschen Pass, ausgestellt auf Albert Desmet, geboren am 12 Oktober 1903 Norwegen. Sein richter Name: Anton Danilow, Unterleutnant der sowjetischen Luftwaffe.
De vrouw in de ochtendjas, de codeerster van de spionagegroep, noemde zich
Anna Verlinden, ofschoon zij in werkelijkheid Sophie Posnanska heette en ook de bezoeker die enige uren later op de voordeur klopte en meteen gearresteerd werd, liet een valse pas zien, uitgegeven op de naam Albert Desmet, geboren op 12 oktober 1903 in Noorwegen. Zijn echte naam was: Anton Danilow, onderluitenant van de Russische Luchtmacht.

Mehr wollten die Festgenommenen nicht zugeben. Nur die Frau im Bett fasste zu Piepe (Die war sehr aussagefreundlig) Vertrauen und verriet was die anderen verschwiegen. Sie hiess Rita Arnould, war 27 Jahre alt, hatte als junge Kommunistin das Land der Braunen Barbarei verlassen und sich der Makarow-Gruppe angeschlossen, in der ihr die Rolle einer Hausdame und eines Kuriers zugewiesen worden war.
Meer wilden de arrestanten niet zeggen. Alleen de vrouw in bed nam Piepe in vertrouwen en verraadde wat de anderen niet wilden vertellen. Zij heette Rita Arnould, was 27 jaar oud, had het land van de bruine barbarij verlaten en had zich als jonge comministe bij de groep van Makarow aangesloten waar haar de rol van huisvrouw en koerierster was toegewezen.
Dit is vreemd, Rita Arnould-Bloch werd in Amsterdam geboren. Ook haar ouders zijn Nederlanders.

"Passen Sie unter auf" flüsterte sie Piepe zu. Piepe: "Worauf?" Rita Arnoulds Hinweis blieb dunkel: "Sie werden es schon finden." Der Abwehr Mann gab seinen Polizisten einen Wink und liess das Zimmer durchsuchen. In dem ihn die Chiffrier-Dame Posnanska hatte. Die Beamten klopften die Wände ab, bald war eine tapetentür, entdeckt, hinter der ein dunkler Raum lag: ein komplette fälscherwerkstatt, mit Pässen, Formularen, unsichtbarer Tinte, Stempeln.
Let u beneden op, fluisterde zij Piepe toe. Piepe: "Waarop?" Rita Arnoulds aanwijzing bleef wazig: "U zult het wel vinden". De Abwehr man gaf zijn politieman een teken en liet de kamer beneden doorzoeken. De ambtenaren klopten op de muren en al gauw zij een behangen deur, hier achter lag een donkere ruimte: een complete vervalsingswerkplaats met passen, formulieren, onzichtbare inkt en stempels.

Unter dem Papieren fanden die Eindringlinge auch Passbilder zweier Männer, die Piepe nicht kannte. Rita Arnould klärte ihre deutschen Landsleute auf: Das eine Bild stelle den 'Grand Chef' da, den Chef aller sowjetischen Spionagegruppen in West-Europa, das andere Bild den 'Petit Chef', seinen Stellvertreter in Belgien.
Tussen de papieren vonden de indringers ook pasfoto's van twee mannen, die Piepe niet kende. Rita Arnould lichtte haar Duitse landgenoten in: de ene foto was van de 'Grote Chef', hij was de Chef van alle Russische spionagegroepen in West-Europa, de andere foto was die van de 'Kleine Chef' de plaatsvervanger in België.

Erst jetzt wurde Harry Piepe klar, dass ihm ein entscheidener Einbruch in die Reihen des Gegners gelungen war. Hätte er schneller reagiert, wäre ihm sogar der Chef des ganzen Unternehmens in die Hände gefallen.
Pas toen werd het Harry Piepe duidelijk, dat het hem gelukt was om in de organisatie van de tegenstander binnen te dringen. Indien hij sneller gereageerd had dan was de Chef van de hele organisatie in zijn handen gevallen.

Denn kaum hatten die Deutschen das Spionage-Haus geräumt und nur zwei Feldgendarmen zurückgelassen, da klopfte es abermals an der Tür. Vor den Gendarmen stand ein zerlumpter Mann mit einem Korb voller Kaninchen: er verkaufte, Bedeutete er den feldgendarmen, seine Tiere stets der Dame des Hauses. Die Deutschen scheuchten ihn davon uns ahnten nicht, dass ihnen soeben der sowjetische Spionagechef Leopold Trepper, der Grand Chef, gegenübergestanden hatte. Piepe heute: "Na ja, wir waren noch Anfänger, wir mussten unser Handwerk erst noch lernen."
De Duitsers hadden nog maar amper het huis verlaten en maar twee leden van de veldpolitie achtergelaten, toen er opnieuw op de voordeur geklopt werd. Voor de twee politiemensen stond een armzalige man met een mand vol konijntjes: hij verkocht, zo maakte hij de politiemannen duidelijk, deze geregeld aan de vrouw des huizes. De Duitsers joegen hem weg en hadden geen idee dat net de Russische spionage chef Leopold Trepper, de Grote Chef, voor hen had gestaan. Piepe nu daarover: "Nou ja, wij waren nog maar beginners, wij moesten het echte handwerk nog leren."

Dennoch konnte Piepe nun hoffen den Grand Chef und dessen weitverzweigte Organisation eines Tages zur Strecke zu bringen. Die in der Rue des Atrebates gefundenden Papieren und die Aussagen Rita Arnoulds wiesen neue Spuren, die in die Zentrale des gegners füfren mussten.
Toch had Piepe hoop gekregen de Grote Chef en zijn wijd verborgen organisatie op een dag naar beneden te halen. De in de Atrebatesstraat gevonden papieren en de verklaringen van Rita Arnould wezen op nieuwe sporen die naar de centrale van de tegenstander zouden moeten voeren.

Am Vormittag des 13 Dezember 1941 meldete Piepe dem Leiter der Abwehrstelle Brüssel, Oberst Servaes, den erfolgreichen Abschluss des Unternehmens. Der Oberst wies ihn an, sofort in Berlin Bericht zu erstatten, denn jetzt musste die grosse Fahndungsaktion gegen die Sowjetspione von Berlin übernommen werden.
Op de ochtend van 13 december 1941 meldde Piepe bij de leider van Abwehrstation Brussel, overste Servaes, de succesvolle uitkomst van de operatie. De overste raadde hem aan Berlijn meteen op de hoogte te stellen, nu moest de opsporingsactie tegen de Sovjetspionnen door Berlijn overgenomen worden.


Carl Franz Servaes, geb. den 22. Januar 1883 zu Ruhrort, katholisch, Sohn des Kommerzienrats August Servaes zu Ruhrort, war 10 Jahre auf den Realgymnasium, davon 2 Jahre in Prima. Er hat die Offizier-Laufbahn eingeschlagen.
Declassified CIA report: Oberst. Born around 1880 in the Rhineland, five feet 10 inches tall, white hair. Was a cavalry officer before World War I, then in the Reichswehr. Was chief of AST Stuttgart Abteilung I until the end of the French campaign. Then established AST Dijon, later took over AST Brussels. Is said to be retired at the end of 1943.
Most intelligence work against England was channelled trough AST Brussels, headed by Oberst Servaes. This AST organized projects into England, whereby agents were landed by submarines as well as from airplanes.
Hij is overleden op 19 augustus 1960 in Gernsbach, Baden, Deutschland, hij was toen 77 jaar oud.


Wie aber sollte man die 'Kapelle', so hiessen im Abwehr-Jargon Funkgruppen des gegnerischen Nachtrichtendienstes, nennen? Servaes überlegte: "Vieleicht Russische Kapelle". Darauf Piepe: "Rote Kapelle wäre noch besser". Der Name für das grösste Spionageunternehmen des ZweitenWeltkriegs war gefunden.
Maar hoe moest men de 'Kapel', dat was de beaming voor de zendgroepen van vijandige inlichtendiensten bij de Abwehr, nu noemen? Servaes overlegde en zei: 'Misschien het Russische Orkest?"
Daarop zei Piepe: "Het Rode Orkest zou nog better zijn". Hiermee was de naam voor het grootste spionage gebeuren tijdens de Tweede Wereld Oorlog ontstaan.

Die Fahndungsaktion konnte beginnen. In Berlin löste Piepes Bericht einen Grossalarm aus: Abwehr, Funkabwehr, Ordnungspolizei und die Geheime Staatspolizei vereinigten sich zur Jagd auf die Kapelle.
De opsporingsoperatie kon nu beginnen. In Berlijn veroorzaakte het rapport van Piepe groot alarm: Contraspionage, radio-contra-spionage, Ordnungspolizei en de Gestapo gingen samenwerken op de jacht naar de Kapel.

Das Reichsicherheithauptsamt (RSHA) Reinhard Heydrichs wusste sehr wohl, welches Unbehagen die düstere Vokabel 'Gestapo' bei Abwehroffizieren auslöste, und spieltedeshalb zunächst nur am Rande mit. Gestapo Chef Heinrich Müller stellte dem deutschnationalen Vaterlandsverteidiger Piepe einen Polizeibeamtenalten Schlags an die Seite, der gewohntwar, konservativen Soldaten über die mörderischen Untiefen der Nazi-Diktatur hinwegzuhelfen.
Het Reichsicherheitshaupamt (RSHA) van Richard Heydrich wist heel goed welke onbehagen de duistere afkorting Gestapo bij de Abwehrofficieren te weeg bracht en hield zich daarom eerst op de vlakte. Gestapo chef Heinrich Müller stelde aan de Duitse vaderlandverdediger Piepe een politieambtenaar oude stijl ter beschikking die gewend was conservatieve soldaten te beschermen tegen de moordaardige Nazi dictatuur,

Der Kriminalrat und SS-Hauptsturmführer Karl Giering, Sohn eines Gemeindevorstehers, ehemaliger Freikorpskämpfer und Reichswehrsoldat, war ein bedächtiger Mecklenburger, der in Piepe Erinnerung als ein 'netter Kerl' fortlebt. er hatte 1925 bei der Kriminalpolizei angefangen, war schon in der Weimar Republiek zur politischen Polizei übergewechselt und hatte für einen Gestapobeamten erstaunlich spät, erst 1940, den Weg in die NSDAP gefunden.
De rechercheur en SS-Kapitein Karl Giering, zoon van een gemeensschapsleider, een voormalige Freikorpsvechter en Reichswehr soldaat, was een bedachtzame mecklenburger, die in Piepe's herinnering een 'nette vent' was. Hij was bij de kriminele politie was begonnen, was tijdens de periode van de Weimar Republiek al overgestapt naar de politieke politie en had, zeker voor een Gestapoambtenaar, opvallend laat, pas in 1940, de weg naar de NSDAP gevonden.

Das hinderte ihn freilich nicht, einer der härtesten Regime-Wächter der Gestapo zu sein. Durch die tätige Mithilfe an der Aufklärung des Münchner Burgerbrau-Attentats im November 1939 hatte das Wohlwollen seines Führers erregt, während er in der Prinz Albertsstrasse 8, dem Hauptsitz des Reichssicherheitshauptamtes, als der listige Vernehmer des Referats IV-2 (Sabotageabwehr) galt.
Dat hinderde hem overigens niet één van de hardste Gestapo bewakers van het regime te zijn. Door zijn ijver en hulp bij het oplossen van de aanslag op de Burgerbrau bierkelder in Munchen in november 1939 had dat de goedkeuring van zijn Führer opgeleverd, terwijl men in de Prinz Albertstrasse 8 in Berlijn, de hoofdzetel van het Reichssicherheitshauptamt, hem als een listige ondervrager bij de hoofdafdeling IV-2 (contra-sabotage) zag.


Der Alt-Polizist Giering schien seinen Gestapo-oberen der rechte Mann gemeinsam mit Piepe die Fährte der Roten Kapelle aufzunehemen. Der Kriminalrat griff sich ein paar Beambte seines Referats, nannte den Mitarbeiterstab 'Sonderkommando Rote Kapelle' und schloss sich Piepe in Brüssel an.
De ex-politieman scheen zijn Gestapo bazen de juiste man te zijn om gezamenlijk met Piepe het spoor naar de Rode Kapel op te pakken. De rechercheur nam een paar ambtenaren van zijn hoofdafdeling en noemde de stafmedewerkers de 'Speciale Afdeling Rode Orkest' en sloot zich vervolgens bij Piepe in Brussel aan.

Das von nun an unzertrennliche Verfolger-Paar ging jeder Spur nach, die das ausgeschaltete Agenten Nest in der Rue des Atrebates mit anderen sowjetischen Spionagegruppen verband. Rita Arnould lieferte manches Indiz: die Adresse des Chefagenten KENT ('Petit Chef'). Details über Verbindungslinien zur Brüsseler Börse, Angaben über den Fälscher der Brüsseler Gruppe und die Makarow-Freundin Suzanne Schmitz.
Het nu onafscheidelijke speuders paar ging elke spoor na wat het uitgeschakelde agentencel in de Atrebatesstraat met andere Russische spionagegroepen verbond. Rita Arnould verschafte veel aanwijzingen: het adres van Chefagent KENT ('de kleine Chef'), details over verbindingslijnen naar de Brusselse Beurs, over de vervalser van de Brusselse groep en over de vriendin van Makarow, Suzanne Schmitz.

Giering und Piepe bahnten sich Zug um Zug einen Weg in das Spionagenetz des Grand Chef. Die Makarow freundin wurde verhaftet, die Agenten Goddemer und Vrankx verhört, der Fälscher, er hiess Abraham Raichmann, unter Beobachtunggestellt, und durch Mittelpersonen zu Treffs mit noch unbekannten Mitgliedern der Roten Kapelle animiert.
Giering en Piepe baanden zich stap voor stap een weg door het spionagenet van de Grote Chef. De vriendin van Makarow werd gearresteerd, de agenten Goddemer en Vrankx verhoord, de vervalser - hij heette Abraham Raichmann - werd onder observatie gesteld en door tussenpersonen tot een treffen met nog onbekende leden van de Rode Orkest verleid.


Marcel Vranck Marcel Vrankx, verhaftet am 13. Dezember 1941 in Brüssel, Gefängnishaft in Berlin bis zum 27. April 1945.

Abraham Raichman (* 28. September 1912 in Dziurkow/Polen), verhaftet am 2. September 1942 in Brüssel, Häftling in Breendonk, Graveur und Passfälscher in Brüssel, stammte aus dem Komintern-Apparat in Berlin (1948 von einem Militärgericht in Brüssel zu 12 Jahren Gefängnis wegen Kollaboration mit der Gestapo verurteilt)


Allmählich bekamen die Deutscheneine Vorstellung von dem kontinentallen Ausmass der Spionageorganisation. Ebenso schnell aber erkannten die beiden Verfolger, dass ihr Gegenspieler inzwischen das Netz in belgien stillgelegt hatte und mit einer neuen Organisation in Frankreich weiterarbeitete.

Langzamerhand kregen de Duitser een indruk van grootte van de continentale spionage organisatie. Maar net zo snel moesten de beide speurders erkennen dat hun tegenspeler ondertussen het netwerk in België stil gelegd had en met een nieuwe organisatie in Frankrijk verder werkte.

Anfang 1942 Fuhr Giering nach Paris und zog seine dortigen RSHA kameraden ins Vertrauen. Die Kommunismus Experten beim Sipobeauftragten Frankreich wurden von Giering angewiesen, auch dem geringsten Anzeichen nachzuspüren, das auf die Existenz sowjetischer Spionage- und Funkgruppen schliessen liess.
Begin 1942 reed Giering naar Parijs en nam daar zijn RSHA kameraden in vertrouwen. De communisme specialisten bij de Sipo in Frankrijk kregen van Giering de opdracht ook de geringste aanwijzingen naar eventuele Russische spionage- en zendgroepen na te trekken.

Während sich V-Männer aud die Lauer legten, versuchten die Dechiffrierer der Funkabwehr, die aufgefangenen Agentenmeldungen zu entzifffern. Die Beutepapiere aus der Rue des Atrebates zeigten ihnen einen schmalen weg in jene bizarre Welt, die noch kein deutscher Entschlüsseler betreten hatte: die Welt der sowjetischen kryptographie.
Terwijl de V-mannen op de loer lagen, probeerden de codekrakers van de radio-contra-spionage de ontvangen boodschappen van de agenten te ontcijferen. De papieren in de Atrebatesstraat waren buit gemaakt, lieten een smalle opening zien tot een bizarre wereld, die nog geen enkele Duitse codekraker betreden had: de wereld van de Russische Cryptologie.

In der Kunst der Geheimschriften hatten die Sowjetrussen von jeher als unübertroffene Meister gegolten. Seit es eine Sowjet-Union gab, stand ihr Geheimdienst in dem Ruf, die verwickelsten Kodesysteme zu besitzen.
In de kunst van het geheimschrift stonden de Sovjet Russen  van oudsher als onovertroffen meesters bekend. Sinds het bestaan van de Sovjet-Unie had haar geheime dienst de naam het meeste complexe codeersysteem te bezitten.

Es war bis in die Dreissiger Jahre nicht gelungen, sowjetische Geheimkodes zu entschlüsseln. Keine Grossmacht konnte bis dahin die Geheimschriften der sowjetischen Diplomatie mitlesen, und selbst die scheinbar harmlosen Verschlüsselungsziffern sowjetischer Handels missionen im Ausland erwiesen sich als undurchdringlich.
Tor was tot de jaren dertig niet gelukt om de geheime sovjetcodes te ontcijferen. Tot dan toe waren de grootmachten niet in staat geweest de geheimschriften van de Russische diplomatie mee te lezen en zelfs de schijnbaar ongevaarlijke versleutelingsgetallen van de Russische handelsmissies in het buitenland bleken ondoordringbaar te zijn.

Das einfache und doch äusserst verwirrende Kodesystem Sowjetrusslands ging auf die Zahlenspiele eines sozialrevolutionären Vorläufers der Bolschewiki zurück, der Nihilisten. Sie hatten sich in den kerkern des Zaren eine Geheimsprache ausgedacht, die es den Häftlingen ermöglichte , sich durch gef:angnismauern zu verständigen.
het eenvoudige en toch uiterst verwarrende codesysteem van Sovjet Rusland ging terug naar een getallen spel van een voorloper van de Bolziwiken, de Nihilisten. Zij hadden in de kerkers van de Tsaar een geheimtaal ontwikkeld die het de gevangenen mogelijk maakte door de muren van de gevangenis heen met elkaar te communiceren.

Sie entwickelten ein Schachbrett dessen einzelne Felder Buchstaben darstellen: die oberste Horzontale und die linke Vertikale des Schachbretts waren mit Zahlen gefüllt denn nur mit einzelen Schlägen an die Zeitenwand - sie entsprachennden Zifferndes Systems - liessen sich die Buchstabenübermitteln. Das Zahlen- und Buchstabensystem sah so aus:
Zij ontwikkelden een schaakbord waarvan elk veld letters voorstelden: de bovenste horizontale en de linker zijkant van het schaakbord waren van cijfers gevuld maar alleen met enkele … … …. ….
zij stelden de getallen van het systeen voor - lieten de letters koppelen. Het getallen en letter systeem zag er zo uit:                      
  a b c d e
f g h ij k
l m n o p
q r s t u
v w x y z
   1      2      3       4       5
1

2

3

4

5
Jeder Buchstabe setzte sich aus der Ziffer der Vertikale und jener der Horizontale zusammen, also: a=11, c=13, h=23 und so weiter. Wollten die Häftlinge "Achtung" zurufen so hämmerten sie an die Wand:
11 - 13 - 23 - 44 - 45 - 33 - 22.
Elke letter wordt omgezet in cijfers van zowel de vertikale zijde, als van de horizontale zijde, dus a=11
c=13, h=22 en zo voort. Wilden de gevangenen "Achtung" roepen, dan hamerden zij op de muur:
11 - 13 - 23 - 44 - 45 - 33 - 22.

Als die Gefängnisbeamten die Geheimsprache der Häflinge durchschauten, verfeinerten die Eingeschlossenen ihr System. Sie begannen ihre Botschaften zu verschlüsseln -durch ein vorher verabredetes Kodewort.
Toen de gevangenis ambtenaren de geheimtaal door hadden, verfijnde de ingeslotenen hun systeem. Zij begonnen hun berichten te versleutelen door een vooraf afgesproken codewoord.

Die Nachtricht wurde zunächst in Schachbrett-Zahlen umgewandelt, dann kleidete man auch das Kodewort in Zahlen: schliesslich wurden beide Zahlengruppen -die der Nachtricht und des Kodeworts- miteinander addiert. Wollte man das Wort "Achtung" etwa mit dem Kode "Paris" verslusseln, so ergab sich:
Het bericht werd eerst volgens de schaakbord getallen omgezet, vervolgens werd het codewoord in getallen omgezet en tenslotte werden beide getallengroepen -die van het bericht en die van het codewoord bij elkaar opgeteld. Wilde men het woord "Achtung" bijvoorbeeld met het codewoord "Paris" versleutelen dan ontstaat:
a c h t u u g
11 13 23 44 45 33 22
35 11 42 24 43 35 11
46 24 65 68 88 68 33
bericht:
schaakbordcodering:
codewoord:
opgeteld:
Die Sowjets übernahmen später das Schachbrett -System der Nihilisten und komplizierten es durch immer weitere kabbalistische Einfälle. Sie erfanden neue Zahlenabfolgen in der obersten Horizontale des Schachbretts und setzen in die zweite Horizontale ein Schlüsselwort, dem in den weiteren Feldreihen die Buchstaben des Alphabets folgten, die in dem Wort noch nicht enthalten waren.
De sovjets namen latter het Schaakbord-Systeem van de Nihilisten over en maakten het nog complexer door steed nieuwe kabbalistische toevoegingen. Zij ontwierpen nieuwe getallen volgorden en de bovenste horizontale veld van het schaakbord en plaatsen in de tweede rij een sleutelwoord die in de volgende rijen volgden de ontbrekende letters van het alphabet die nog niet in het sleutelwoord zaten


kabbalistisch.
bn., van, zoals in de kabbala; met een geheime, alleen voor ingewijden begrijpelijke betekenis: kabbalistische tekens.


Dann führten sie in ihre Geheimschriften auch Buchstaben ein, die nur durch eine einzige Ziffer ausgedrückt wurden: der Gegenspieler konnte nicht mehr erkennen, ob es sich umein- oder zweiziffrige Buchstaben handelte. In einem 1937 verwendeten Kode hiess "Espana" (Spanien) nahezu unlesbar:
8281 15 125, aber der Eingeweihte wusste, dass der Zahlenrhythmus 8 28 11 5 12 5.
Vervolgens voerden zij in hun geheimschrift ook letters toe die maar door één cijfer uitgedrukt werden, de tegenspeler kon op deze manier het onderscheid tussen enkele cijfers en dubbele cijfers niet meer onderscheiden. In een in 1937 gebruikte code werd het woord "España" (Spanje) vrijwel onleesbaar:
8281 15 125, alleen ingewijden wisten dat de getallen reeks 8 28 11 5 12 5 moest zijn.
  5     2       ?      1       8
  a b c d e
f g h ij k
l m n o p
q r s t u
v w x y z
0

?

1

2

?
a ? ? ? e
? ? ? ? ?
? n ? p ?
? ? ? ? s
? ? ? ? ?
  1     2       3      4       5
1

2

3

4

5
origineel
mogelijkheid
Später gingen die Sowjets dazu über, die texte in Gruppen je fünf Ziffern zu ordnen. Aber auch dieses System schien noch nicht sicher genug. Denn allen verschlüsselten Zahlengruppen wohnen Frequenzgesetze innen, die dem Fachmann dank des regelmässigen Vorkommens bestimmter Buchstaben die Struktur einer Verschlüsselung verraten. Mit Tabellen liessen sich die häufigsten Buchstaben ermitteln -im Deutsch ist es zum Beispiel das 'e'.
Later gingen de Sovjets er toe over de tekst in groepen van vijf cijfers te verzenden. Maar zelfs dit systeem leek nog niet zeker genoeg. De getallen groepen bevatten een bepaalde frequentie die aan de vakmensen bekend was doordat het gebruik van bepaalde letters de coderingsstructuur verraad. Met bepaalde tabellen lieten zich veel voorkomende letters omzetten, in het Duits is dat de letter 'e'.

Daher begann Moskau, seine verschlüsselten Texte noch einmal zu überschlüsseln, wobei man sich meist seltener, im Handel schwer erhältlicher Bücher (Romane oder Theaterstücke) bediente. Der ehemalige Sowjetagent Otto Pünter hat das system erklärt: Zur Verschlüsselung seiner Meldungen benutzte er den Reisebericht 'Von Pol zu Pol' des Schwedischen Forscher Sven Hedin. Für die Durchgabe einer bestimmte strich sich Pünter im Hedin-Buch den Satz an: "Dokumentarfilme sind belegt, werden aber rasch wieder frei" Da er als Schlüssel nu zehn Buchstaben benötigte, entnahm er dem Satz einen Teil des ersten wortes: "Dokumentar".
Daarom begon Moskau de reeds versleutelde teksten nog een keer te versleutelen, waarbij men gebruik maakt van in de handel weinig verschenen boeken (Romans of toneelstukken). De voormalige Sovjet agent Otto Pünter heeft dat dubbel coderen als volgt verklaart: Ter versleuteling van zijn berichten gebruikte hij het reis verslag van de Zweedse onderzoek Sven Hedin genaamd 'Van Pool tot Pool' Voor het doorgeven van een bepaald bericht onderstreepte Pünter de zin: "Dokumentarfilme sind belegt, werden aber rasch wieder frei" (..) Omdat hij voor de sleutel slechts tien letters nodig had, gebruikte hij van het eerste deel van de zin allleen het woord "Dokumentar".


Otto Pünter (4 April 1900 - 13 October 1988) was a Swiss journalist and anti-Nazi resistance fighter. During the Second World War, his codename was Pakbo, and he was a member of the Red Orchestra.
Pünter was born in Bern, Switzerland. His father was a merchant. He gained an apprenticeship from the University of Neuchâtel. Afterwards, he lived in France, Spain and the United Kingdom.
In 1928, Pünter was a founding member of the socialist news agency INSA. INSA aimed to spread anti-fascist news and worked with anti-fascist groups in Italy. Through this role, Pünter met many Italian informants. Pünter was also suspected to be a secret member of the Communist Party of Switzerland, and he saw Stalinism as less evil than fascism, Nazism, and Francoism. During the Spanish Civil War, it was claimed that Pünter built his own intelligence network, in order to sell secrets to the French and British. He also met many Soviet GRU agents, and decided to become a Soviet spy.
During the Second World War, Pünter was a member of the Red Orchestra, and the Red Three. His codename was Pakbo, or sometimes Paquebot, and Pünter worked with the Soviet intelligence agencies. His encryption methods included crosswords and lemon juice. Others in the movement included Georges Blun (codename
Long) and Rachel Dübendorfer (codename Sissy), and they collaborated with Hungarian spy Alexander Radó. Pünter helped Georges Blun to become part of Radó's network, and Pünter also managed a Yugoslav spy codenamed Gabel, and a German social democrat codenamed Poisson. Radó was accused of using Pünter to sell information to the British secret service.
In 1941, Pünter claimed he had intelligence from the French of the German invasion of the USSR; his source was said to be Rudolf Roessler. The information was believed to be fabricated. Pünter also claimed to have received information from German general Alfred Jodl, and had a team of agents in a secret monastery location in the Alps. None of these claims have ever proved to have been true. However, the USSR saw Pünter as an important ally, and Pünter was called one of the most useful agents in Switzerland. After the War, he became President of the Association of Federal Parliament Journalists. From 1956 to 1965, he was the head of public relations of the Swiss Broadcasting Corporation (SRG). Afterwards, he worked as a district judge. In 1966, he appeared on a panel discussion show about Switzerland's involvement in the Second World War. Source: Wikipedia.


Mit diesem Kodewort verschlüsselte er die Meldung. Dann folgte die Überschlüsselung: Er schrieb sich den ganzen Hedin-Satz ab, verschlüsselte ihn ebenfalls in Ziffern und addierte sie mit den Zahlen der bereits einmal verschlüsselten Meldung. Die Nachtricht war jetzt also doppelt chiffiert.
Met dit codewoord ("Documentar") versleutelde hij zijn boodschap. vervolgens vond er nog een extra versleuteling plaats. Hij schreef de hele Hedin-zin over, zette hem om in cijfers en telde deze op bij het reeds versleutelde bericht. De informatie was nu dubbel gecodeerd.

Am ende der Zahlenbotschaft fügte Pünter eine letzte Zahl an, bestimmt für den Empfänger in Moskau, der nun erfurhr, wo er der Schlüssel in dem auch ihm vorliegenden Hedin-Buch finden werde. Die letzte Zahl der einen Meldung leutete: "12085" Das hiess in Klartext: Seite 12, Zeile 08, fünftes Wort.
Aan het einde van de getallen boodschap voegde Pünter nog een laatste getal toe bestemt voor de ontvanger in Moskou die op die manier wist waar de sleutel in het voor hem liggende Hedin boek te vinden was. Het laatste getal was: "12085". Dit betekend in klare taal pagina 12, regel 8, vijfde woord.

Mit dieser Überschlüsselung war das Labyrinth der Sowjetischen Geheimschriften nahezu unüberwindlich. Und doch hatte es eine Achillesferse: Fiel ein Kodewort aus dem Schlüsselbuch oder gar das Buch selber in die Hand des Gegners, dann war es nur noch eine Frage der Zeit, wann es den Dechiffrierern gelang, die evrschlüsselten Funksprüche zu lesen.
Met deze dubbele versleuteling was het labyrinth van de Russische geheimtaal vrijwel onoverwinnelijk. En toch had het een Archilleshiel: viel een codewoord uit het sleutelboek, of het sleutelboek zelf in handen van de tegenstander, dan was het nog een kwestie van tijd voordat de codekrakers de radioboodschappen zouden kunnen lezen.

Just dies aber versuchten Anfang 1942 die Dechiffrierer von Fu-III, als sie begannen die Papiere aus Harry Piepes Beutezug zu untersuchen. Die Funkabwehr am Matthäikirchplatz hatte inzwischen eine Gruppe junger Dechiffrierer zusammengestelt, an deren Spitze einer der intelligentesten "Geheimschreiber" 
(So nannte man ofiziell der Kodespezializten der Wehrmacht) Dr. Wilhelm Vauck, Oberleutnant der Reserve und im Ziviel beruf Studienrat in Leipzig.
Juist hier waren de codekrakers van Fu-III begin 1942 mee bezig, toen zij begonnen met het onderzoeken van de papieren die Harry Piepe had buit gemaakt. De radio-contra-spionage dienst aan de Matthäikirchplatz in Berlijn had een groep jonge codekrakers aangesteld waarvan aan het hoofd één van de meest intelligente secretarissen (Zo noemde men officiël de codespecialisten van de Wehrmacht) stond, Dr. Wilhelm Vauck, reserve 1e luitenant en van beroep hoogleraar in Leipzig.

Der sächsische mathematiklehrer gehörte zu den wichtigsten Spezialisten bei OKH/In7/VI/12, wohinter sich die Funkleitstelle der Nachrichten-Inspektion beim Oberkommando des Heeres verbarg, und war nur an die Funkabwehr ausgeliehen worden.
De Saksische wiskundeleraar behoorde tot de belangrijkste spcialisten bij het OKH/In7/VI/12, een afkorting waarachter zich de leiding van de radio centrale van de Inlichtingen Inspectie bij het opperbevel van het Leger zich schuil hield. Deze specialisten waren slecht aan de radio-contra-spionage uitgeleend.

Aber schon eine kurze Durchsicht der Piepe-beute hatte den Geheimschreiber Vauck hoffen lassen, dass diesmal der Einbruch in den Sowjetkode glücken werde.
Slecht een korte inventarisatie van de buit van Piepe gaf secretaris Vaucke enige hoop dat het deze keer zou lukken om in de Sovjetcode in te kunnen breken.

Unter den beschlagnahmten Papierenbefand sich auch ein angekohltes Blatt, das Piepe Polizisten im Kamindes Hauses 101 der Rue des atrebatesgefunden hatten. Offenbar was es von dem Funker Marakow noch von seinerFlucht ins Feuer geworfen worden. Der Papietfetzen enthielt einige Zahlenkolonnen.
Tussen de in beslag genomen papieren bevond zich een deels verkoolde pagina, die de politiemensen van Piepe in de kachel van huis 101 aan de Atrebatesstraat gevonden waren. Het was duidelijk door marconist Makarow voor zijn vlucht in het vuur geworpen. Het papiersnipper bevatte een aantal getallenkolommen.

Vauck kam sogleich der Verdacht, dass halbverbrannte Papier habe zu einer Verschlüsselungstabelle des Funkers Makarow gehört. Da der Russe jedwede Aussage verweigerte, mussen Vauck und seine Mitarbeiter versuchten, hinter der Sinn der Zahlenwürmer zu kommen.
Vauck verdacht meteen dat het halfverbrandde blad papier iets te doen moest hebben met de versleutelingtabellen van marconist Makarow. Mede omdat de Rus nog steeds weigerte iets te zeggen, moesten Vauck en zijn medewerkers zelf achter de functie van de wirwar van getallen zien te komen.

Sechs Wochen lang spielten die dechiffrierer jede mathematische Möglichkeit durch, um den Verschlüsselsplan Makarow's zu begreifen. Es gelang ihnen nicht: nur ein Wort vermochten die Spezialisten zu rekonstruieren: 'PROCTOR'.
Zes weken lang speelden de codekrakers met de wiskundige mogelijkheden om het coderingschema van Makarow te begrijpen. Het lukte hen echter niet, de specialisten wisten slechts één woord te reconstrueren: 'PROCTOR'.

Jetzt musste man heraus finden, wo 'Proctor' zu suchen war. Inzwischen war auch den Deutschen bekannt dass Moskau Schlüsselbücher aus der Belletristik verwendete: der Schluss lag nahe, dass 'Proctor' in einem Roman oder in einem Theaterstück vorkommen musste. Doch in welchen?
Nu moest men er achter zien te komen waar het woord Proctor te vinden was. Intussen was het bij de Duitsers bekend dat Moskou de sleutelboeken uit de fictie hoek kwamen: de sleutel was in de buurt 'Proctor' moest uit een roman of uit een theaterstuk komen. Maar uit welke?

In Fu-III machte sich einer der Hauptauswertungs-Offiziere der Hauptmann Carl von Wedel, leiter des Referats 'Inhaltsauswertung' auf den Weg nach Brüssel, um die Schlüsselbücher der Makarow-Gruppe zu finden. Wedel vernahm Rita Arnould, nur sie war zu Aussagen bereit.
Binnen Fu-III maakte zich een hoofdevaluatie officier, Majoor Carl von Wedel, leider van de hoofafdeling inhoudevaluatie, klaar om richting Brussel te reizen om de sleutelboeken van Makarow-Groep te vinden. Wedel ondervroeg Rita Arnould, want alleen zij was bereid te praten.

Die ehemalige Hausdame Rita konnte sich erinneren auf dem Schreibtisch der Chiffriererin Sophie Posnanska mehrere Bücher gesehen zu haben. Doch der Spionejäger Piepe hatte versäumt die scheinbar harmlosen Romane der Posnanska mitzunehmen - in der geräumten Agenten-Nest der Rue des Atrebates suchte sie Wedel vergebens.
De voormalige huishoudster kon zich herinneren dat op de schrijftafel van de vercijferaarster Sophie Posnanska meerdere boeken gezien te hebben. Maar de spionnenjager Piepe had verzuimt de schijnbaar onschuldige romans van Posnanska mee te nemen. In het leeggehaalde spionnen nest aan de Atrebatesstraat zocht Wedel er ter vergeefs naar.

Nur mühsam brachte die Arnould die Titel der schlüsselbücher zusammen. Vier der von ihr genannten Romane konnte Fahnder Wedel in Brüssel aufspüren und sofort durchlesen lassen sie enthielten nicht den Namen 'PROCTOR'. Blieb nur ein fünftes Buch, der 1910 veröffentlichte Roman 'La Miracle du Professeur Wolmar' (Das Geheimnis des Professors Wolmar) aus der Feder des französischen Schriftstellers Guy de Teramond.
Rita Arnould kon slechts met veel moeite de titels van de sleutelboeken achterhalen. Vier van de door haar genoemde boeken kond speurder Wedel in Brussel vinden en liet ze meteen doorlezen, maar zij bevatten niet de naam 'PROCTOR'.  Als laatste bleef nu het vijfde boek over, het in 1910 uitgebracht boek 'La miracle de Professeur Wolmar' (Het geheim van Professor Wolmar), uit het oeuvre van de schrijver Guy de Teramond.

Wedel fuhr nach Paris und durchstöberte ein Buchantiquariat nach dem anderen. Das Teramond-Buch war nie im hHandel gewesen, es war nur als Gratizugabe an die Leser des Pariser Bilderblattes 'Monde Illustré' verschickt worden. Der Hauptmann hatte Glück: Am 17 Mai 1942 fand er ein Exemplar - und die Dechiffrierer fanden ihren 'PROCTOR'.
Wedel reed naar Parijs en struinde door de ene na het andere boekenantiquariaat. Het Teramond boek was nooit echt uitgegeven, het werd als gratis bijlage meegestuurd met het Parijse geïllustreerde tijdschrift 'Monde Illustré'. De Majoor had geluk, op 17 mei 1942 vond hij een exemplaar en de codekrakers vonden hun 'PROCTOR'.

Von nun an konnten Vaucks Leute die Funksprüche der Makarow-Gruppe entziffern, aber die Arbeit schleppte sich mühsam voran. Man besass zwar das Schlüsselbuch, aber jede der 286 Seiten musste immer wieder durchforscht werden, bis festgestellt war, welche Buchstelle zu einem der 97 Funksprüche (so viele hatte der Funkabwehr von Makarows Sender aufgefangen) passte.
Van nu af aan konden de mensen van Vauck de radioberichten van de Makarow-Groep ontcijferen, maar het werk sleepte zich slechts langzaam voort. men bezat welleswaar het sleutelboek, maar elk van de 286 bladzijden moest telkens opnieuw doorgelezen worden totdat vastgesteld kon worden welk deel van het boek bij een van de 97 radioberichten (zo veel had de Funkabwehe er van de zender van Makarow ontvangen) paste.

In Juni kamen die Dechiffrierer etwas flotter voran, jeden Tag konnten sie zwei bis drei der Makarow-Funksprüche entziffern. vor Vauck entfaltete sich Funkspruch um Funkspruch, das ganze Ausmass der sowjetischen Spionage: Deutsche Offensivepläne, Rüstungsstatistiken, diplomatische Geheimberichte, Stärkeaufstellungen von Divisionen - es schien nichts zu geben, was Funker Makarow nicht nach Moskau gemeldet hatte.
In juni 1942 schoten de codekrakers wat meer op, elke dag konden zij twee tot drie radioberichten van Makarow ontcijferen. Voor de ogen van Vauck ontvouwde zich radiobericht na radiobericht, de hele omvang van de Russische spionage: Duitse aanvalsplannen, bewapeningsstatistieken, geheime diplomatieke berichten, sterkte van divisies, er was niets wat Makarow niet aan Moskou had doorgegeven.

Dennoch wollte der Erfolg seiner Dechiffrierer den Oberleutnant Vauck nicht froh stimmen, denn längst hatte Moskau sein Schlüsselsystem geändert.
Toch werd 1e luitenant Vauck niet vrolijk van het behaalde resultaat van zijn codekrakers, want Moskou had al lang zijn versleuteling veranderd.

Da halfen abermals die beiden Verfolger Piepe und Giering. Ihre Horchkommandos in Brüssel und Paris hatten wieder Funksignale der sowjetischen Spione aufgefangen.
Toen boden de beide speurders Piepe en Giering nogmaals hulp, Hun luisterstations in Brussel en Parijs hadden weer radioberichten van Russische spionnen opgevangen.

Der Orpo Major Schneider was der erste Fahnder, dem der Nachweis gelang, dass der in Brüssel angeschlagene Spionagering seine Arbeit in Frankreich fortsetzte. Schneiders Einheit, ein in Garches westlich von Paris liegender der Peilzug der Ordnungspolizei, ortete einen unbekannten Sender in Maison-Laffitte bei Paris.
Orpo majoor Schneider was de eerste onderzoeker die succesvol de aanwijzing door had dat in in Brussel aanslagen spionagekring zijn werk in Frankrijk voorzette. Schneiders eenheid die in Garches ten westen van Parijs gestalde peiltrein zaten, peilden een onbekende zender uit die zich in Maison Laffitte in de buurt van Parijs moest bevinden.

"Das ist ein Russenfunk", mutmasste Schneider und liess seine Funkpolizisten in Maison-Laffitte ausschwärmen. Am 10 Juni 1942 alarmierte der Major den Kriminalrat Boemelburg, den höchsten Gestapofunktionär im deutschbesetzten Frankreich, und der wiederum alarmierte den SS Hauptsturmführer und Kriminalkommissar Heinrich Reiser, der in Boemelburgs Abteilung das Referat IV A (Bekämpfung von Marximus-Kommunismus) leitete.
"Dat is een Russische zender" speculeerde Schneider and liet zijn radiopolitiemensen in Maison-Laffitte uitzwermen. Op 10 juni 1942 alarmeerde de majoor de detective Bömelburg, de hoogste Gestapo functionaris in het door de Duitsers bezette Frankrijk, die op zijn beurt kapitein en commissaris Heinrich Reiser, die in Boemelburgs afdeling de hoofdafdeling Referat IV-A (Bestrijding van Marxisme en Comminisme) leidde.


Karl Bömelburg (28 October 1885, Elberfeld, today merged with Wuppertal - 1946) was an SS-Sturmbannführer (major) and head of the Gestapo in France during the Second World War. He notably had authority over section IV J, charged with the deportation of the Jews, for which Alois Brunner (sent in 1943 by Heinrich Müller) was responsible. His aliases included Charles Bois, Mollemburg, and Bennelburger.
During his youth, he spent five years in Paris, in which he learned to speak nearly perfect French. He returned to Germany, was married and began working in his parents' bakery in Berlin. In 1931, Bömelburg became a member of the National Socialist German Workers' Party (Nazi Party), joining the SA then the SS. In 1933 he joined the Gestapo, in which he became a commissary directing the Kripo in Berlin.
In 1938 he joined the staff of Joachim von Ribbentrop in Paris. At the start of November, he was put in charge of enquiries into the murder of Ernst vom Rath. When this affair was quickly resolved, he became attached to the German ambassador in Paris, setting up an unofficial Gestapo centre in Paris. He worked in Lyon and Saint-Étienne, making use of his French language ability.
In January 1939, he was expelled by Antoine Mondanel, the inspector general of the judicial police, for helping extreme-right French organisations and fifth-columnists. He moved to Prague, becoming police counsellor to the Gestapo and the head of its anti-Maquis section. While in Prague, he played a crucial role in Nicholas Winton's rescue of 669 Jewish children who escaped Czechoslovakia at the last moment, in exchange for bribes.
On 14 June 1940, during the German invasion of France, Bömelburg returned to France in colonel Helmut Knochen's Kommando SD and acted as Kommandeur der Sicherheitspolizei (KdS, Commander of Security Police). In August he was promoted to lieutenant colonel in the SS and had Heinrich Müller name him his personal representative and the head of the Gestapo (section IV of the BdS covering France), with the title of criminal director. His activities during the time he spent in Paris passed from repression and interrogations to the frequent use of torture in the courts by his subordinates such as Ernst Misselwitz, but also fashionable soirées and little gifts offered by Henri Lafont, derived from the black market or from war loot. One of Bömelburg's wishes was to have a poultry farm, and Henri Lafont obliged by giving him a farm near Giverny staffed by his own men. His offices were situated at 11 rue des Saussaies (1940-1942), then 84 Avenue Foch, and his adjutants were Sturmbannführer Josef Kieffer (criminal counsellor), Heimboldt and Wolf.

In 1941 he succeeded Rudy de Mérode at 43, avenue Victor-Hugo in Neuilly, in a Gasthaus (a house reserved for "forced" guests), which came to be called villa Boemelburg. He personally recruited agents, with the initial B or Boe. In summer 1941 he made a trip to the unoccupied zone to reactivate pre-war agents, and in the autumn he supervised the inquiry into Paul Collette, who had tried to assassinate Pierre Laval and Marcel Déat. During that year, he also headed up the Red Orchestra Kommando and enacted Operation Funkspiel against the workers' Soviets.
In autumn 1942 he put Aktion Donar into effect, and in June 1943 he was the last German senior officer to see Jean Moulin alive. Moulin had been arrested on 21 June at Caluire, and then spent two weeks (25 June to 8 July) at villa Boemelburg, before dying on his train journey to Berlin. In November 1943 Bömelburg reached the age limit and was replaced by Stindt.
Bömelburg was transferred to Vichy, where he represented Carl Oberg, and then in June 1944 replaced SS captain Hugo Geissler (killed in an ambush near Murat) as head of the Gestapo in the southern zone of France. On 28 August that year he ensured Marshal Philippe Pétain's safe journey to Sigmaringen, as security-chief, and then on 29 April 1945 authorised Pétain's departure for Switzerland.
In May 1945, after the German surrender, Bömelburg and his Gestapo chief in Berlin, Heinrich Müller, disappeared and were never recaptured. Bömelburg doctored the papers of a sergeant Bergman, killed in the bombardment, and adopted his identity. He was hired as a gardener near Munich, then promoted to librarian, and also directed a group of active Nazis fleeing to Francoist Spain. At Saint-Sylvestre, in 1946, he slipped on ice, broke his skull and died. Later his son Ralf engraved his name on the family tombstone. He was condemned to death in absentia on 2 March 1950 by a military tribunal meeting in Lyon, and the Czechoslovak authorities were also seeking him for trial for war crimes.


Heinrich Josef Reiser  (born October 17, 1899 in Ehingen ; † after 1963) was a German SS officer and employee of the Secret State Police and the SD . From 1950 onwards he was a secret service employee of the Gehlen organization and the resulting Federal Intelligence Service .
Reiser was the son of a bricklayer. He was raised Catholic and first attended the local elementary school. Since the family lived under financially limited conditions, the gifted Reiser was sent in May 1913 for further training in an Italian branch of the men's order of the Fratelli delle Scuole Cristiane in Favria near Turin . There he learned alongside Italian and French and English . After Italy sided with the Entente in the First World War Had entered, Reiser was expelled from the country as an undesirable foreigner. In Germany he first worked for the Patriotic Aid Service . In 1917 he became a soldier and was taken prisoner by the English, from which he was released in 1919. Until 1920 he was in a military hospital.
After attending commercial school, Reiser learned the profession of electrician in Stuttgart . He then lived and worked as a technician and businessman abroad for several years, from 1927 in Brazil . Having become unemployed due to the global economic crisis , Reiser returned to Germany penniless in 1931. The attempt to become self-employed failed, Reiser was only occasionally able to interrupt his unemployment by doing temporary jobs.
In 1931 Reiser became a member of the SS (SS number 21.844) and on February 1, 1932 of the NSDAP ( membership number 887.100). He resigned from the church.  On September 20, 1933, as an unemployed SS man, he was assigned to the Political Police , later the Gestapo , in Stuttgart as an auxiliary police officer.  This is how Reiser's "real career" began, according to the historian Michael Stolle , because "he understood in time to bet on the right horse in crisis-ridden Germany".
According to the social historian Christoph Rass , Heinrich Reiser worked in the following years, despite his relatively low SS rank, “in important positions in the Nazi power apparatus”. In July 1935, he was as untersturmführer deputy head of the department Württemberg at Sicherheitsdienst , 1936 obersturmführer and on 1 March 1939 Chief Inspector. From March to September 1939 Reiser was then deputy head of the Jewish section of the Gestapo Karlsruhe . In 1939 Reiser was assigned to the "Stossberg" task force in Tábor, Czech Republicswitched off. Until October 1940 he took over the management of the Gestapo branch there. He was then transferred to occupied Paris , where he was SS-Hauptsturmführer until 1942 and headed the “Abwehr-Communism-Marxism” department at the commander of the Security Police and the SD.
From November 1942 on, Reiser was with the Paris Red Orchestra special command , which was headed by SS-Hauptsturmführer and Kriminalrat Karl Giering and was looking for Soviet spies. The suspects arrested during the manhunt were mistreated by the Sonderkommando.  Reiser himself claims to have only been involved in the investigation with "police matters". When Giering, suffering from cancer, had to give up his post in the summer of 1943, Reiser briefly took over the management of the Paris special command until Heinz Pannwitz, who had come from the Berlin headquarters, took over management in August 1943.
From mid-1943 to 1945, after returning to the Gestapo Karlsruhe, Reiser was head of the special commissioner Reiser , with whom he took action against a resistance organization made up of Soviet forced laborers . This resulted in "extremely brutal torture" and " special treatment ", that is, the murder of forced laborers. Shortly before the end of the war, he was still a few months in a Volksgrenadier division , with which he was taken prisoner by the French in 1945.
Heinrich Reiser was transferred to France after his capture, where he was questioned by the secret service. In July 1949 he was released to Germany without a trial. Due to a preliminary investigation initiated by the Karlsruhe Public Prosecutor on suspicion of mistreatment and murder of slave laborers, Reiser was arrested a little later, but released from custody in spring 1950 due to insufficient evidence. In 1951 he went through his denazification process without any problems.
Immediately after his release, Reiser was recruited by Alfred Benzinger for the Gehlen Organization (OG) in early April 1950 (as V-2629 , code names Hans Reiher, Hans Roesner, Hugo Reger, Hugo Hoss, Hans Reichardt ). Outwardly, he appeared as an industrial clerk and electrician. Within the OG Reiser was at the Karlsruhe General agency L busy. Initially an investigator, he later became deputy head of a branch and from February 1957 headed his own investigative group in Stuttgart.
While in French custody in 1948, Reiser spread the rumor that the Red Orchestra was only "seemingly dead" and could be reactivated by the Soviet Union at any time. The British secret service and the American Counter Intelligence Corps (CIC) then tried in vain to recruit Reiser as "specialists". Reiser also succeeded in convincing the OG boss Reinhard Gehlen of the continued existence of this espionage organization and carried out investigations against former members of the “Red Orchestra” in the 1950s. For this purpose he recruited other former Gestapo employees.
In 1963, Reiser was one of 146 members of the BND to be checked for his Nazi past by organizational unit 85, which was set up specifically for this purpose . Reiser admitted his involvement in the execution of forced laborers during his time with the Gestapo in Karlsruhe. However, he was not dismissed immediately, but rather on leave in the summer of 1964 until he reached the statutory retirement age in October 1964. Reiser was never held accountable for his role in the “Third Reich”.
Schneider meldete: "wir überwachenseit Tagen eienen Feindsender, der muss im Norden oder Nordwesten von Paris einen Standort haben. Wir waren bisher nicht ganz herangekommen, aber haben ihn eingegekreist uns die Nahpeilung eingeleitet" Zu Reiser: "Ihr müsst jetzt mit, wenn ihr die Leute vereinnahmen wollt".
Schneider meldde: "Wij houden al enige dagen een vijandige zender in de gaten, deze moet zich in het noorden, of in het noordwesten van Parijs bevinden. Wij konden tot nu toe nog niet dichterbij komen, maar wij hebben hem uitgepeild en bereiden ons voor om een dichtbij peiling te doen". Aan Reiser meldde hij: "Jullie moeten nu meekomen, als jullie deze mensen willen arresteren"

Kommunisten-Jäger Reiser rief einige seiner Männer zusammen, liess Zivilkleidung anlegen und Fuhr dem Funkpeilwagen Schneiders nach. "Dass war so ein Lieferwägelchen" erinnert sich Reiser. "Von Aussen war gar nichts zu sehen. Unser Wagen war nat:urlich auch gut getarnt".
Communisten jager Reiser riep zijn mannen bij elkaar, liet burgerkleding komen en reed achter de radiopeilwagen van Schneider aan. "Dat was zo'n bezorgautootje" herinnert Reiser zich. "Vanaf de buitenkant was er niets bijzonders aan te zien. onze auto was natuurlijk ook goed gecamoufleerd".

Plötzlich hielt der Funkpeilwagen in der Grande Avenue von Maison-Laffitte. Ein Melder sprang aus dem Orpo Wagen und deutete auf zwei Villen, die jeweils rechts und links der Strasse lagen. Reisers Leute rannten auf die beiden Häuser zu; der Kommissar drang mit gezogenem Revolver in das linke Haus ein, riss einen Mannvon dessen Bett hoch, bis er merkte dass er sich den Falschen gelangt hatte. Aus dem anderen Haus ertönte einePolizistenstimme: "Wir haben sie!"
Plotseling stopte de radiopeilwagen op de Grande Avenue van Maison-Laffitte. Een boodschapper sprong uit de Orpo wagen en wees naar twee villa's die rechte en links van de straat lagen. Reiser's mensen renden naar beide huizen toe; de commissaris drong met getrokken revolver een het linker huis naar binnen en trok een man uit zijn bed, totdat hij merkte dat hij bij het verkeerde huis naar binnen gegaan was. Uit het andere huis klonk een de stem van een politieman: "Wij hebben ze!".

In einer Mansarderwohnung der Villa bemächtigten sich die Gestapo beamten eines dunkelhaarigen Mannes, der soeben noch an seinem Funkgerät gearbeitet hatte; andere Polizisten führten eine Frau herauf, die versucht hatte, mit einem Packen  Papiere durch den garten zu entkommen. Es war das ehepaar Hersch und Myra Sokol, die Hauptfunker der Frankreich-organisation des Grand Chefs.
In een huis met een gebroken kap bij de villa, overmeesterden de gestapo ambtenaren een donkerharige man, die net daarvoor nog achter zijn zender had gezeten, andere politiemensen brachten een vrouw op die geprobeerd had met een pak papieren via de tuin te ontkomen. Dit was het echtpaar Hersch en Myra Sokol (
Miriam), de chefmarconist van de Franse organisatie van de Grote Chef (Leopold Trepper).


Hersch Sokol (Bialystok 25 Oktober 1908 - Fort van Breendonk januari 1943) was een Poolse arts en lid van het communistische spionagenetwerk Die Rote Kapelle. Tussen 1924 en 1931 bezocht Sokol België, Frankrijk, Engeland en Zwitserland. Hij trouwde met Miriam Sokol. Beiden waren lid van de Kommunistische Partij van België. In 1938 werd het gezin Sokol verbannen naar België. In 1939 werden ze omwille van hun communistische denkbeelden geïnterneerd in Frankrijk. In 1940 werd hij door Leopold Trepper aangeworven voor het Russische spionagenetwerk Die Rote Kapelle. Met hulp van Leon Großvogel werd hij radio-operator die contact hield met Moskou. In april 1942 werd hij gearresteerd in Maisons-Laffitte, een dorp in de buurt van Parijs. De Sokols werden opgesloten in het Fort van Breendonk. Hersch Sokol werd er zwaar mishandeld. In januari 1943 werd hij tijdens de martelingen zo hard gebeten door de hond van kampcommandant Philipp Schmitt dat hij overleed aan de verwondingen. Zijn echtgenote overleed later in Duitsland.


Der Überfall in Maisons-Lafitte brachte den Chefentschlüsseler Vauck einen kräftigen Schritt vorwärts: die gefundenen Papiere gaben neue Hinweise auf das Kodesystem der Roten Kapelle. Dennoch hätten nur die Sokols die letzten Rätsel erklären können, aber die beiden Polen schwiegen.
De overval in Maison-Laffitte hielp het hoofd van de codekrakers, Vauck,  een grote stap vooruit want in de gevonden papieren werden nieuwe aanwijzingen gevonden over het coderingssysteem van de Rode kapel. De Sokols hadden de laatste raadsel op kunnen lossen, maar de beide Polen zwegen.

Verärgert schlugen die Gestapofunkionäre auf den Funker ein; Hersch Sokol wurde mit eiskalten Wasserduschen gefoltert. Reiser will freilich heute von solchen Methoden nichts wissen: "das gab es bei mir nicht. Es wäre der denkbar blödeste Nonsense, wenn man glaubt, mit solchen Mitteln Nachrichten gewinnen zu können.
Getergd sloegen de Gestapo functionarissen op de marconist in. Hersch Sokol werd ook gefolterd met ijskoude douches. Reiser wil vandaag de dag van deze methoden niets weten: "Dat gebeurde bij mij niet. Het is klinkklare onzin wanneer men denkt met deze middelen informatie te kunnen inwinnen".
(
Anderzijds als Giering hierbij betrokken was geweest was dit goed mogelijk, hij was een beest)

Immerhin: Als die Gestapo der Funkerin Myra Sokol androhte, den Ehemann erschiessen zu wollen , gestand sie alles: Themen der Funksprüche, Zahl der Meldungen, verbindungen zu anderen Mitgliedern des Trepper-netzes. Decknamen und Gewohnheiten des Grand Chef. Wieder konnte Vauck seine Entschlüsselungsarbeit er leichtern.
Desondanks, toen de Gestapo dreigde de man van  marconiste Myra Sokol dreigde dood te willen schieten, sloeg zij compleet door: onderwerpen van radioberichten, het aantal berichten, verbindingen met andere leden van het Trepper-netwerk. Schuilnamen en gewoontes van de Grote Chef. Opnieuw werd het decoderwerk van Vauck hierdoor eenvoudiger.

Und schon schickten sich die Verfolger an, einen neuen und diemal entscheidenden Schlag gegen die Rote Kapelle zu führen. Es war der Coup der das Ende der sowjetischen Spionageorganisation im Westen einleitete.
Spoedig stuurden de onderzoekers aan op een nieuwe en ditmaal beslissende slag tegen de Rode Kapel te slaan. Het was de klap die het einde van de Russische spionage in het Westen zou betekenen.

Giering und Piepe war nicht entgangen, dass ihr Gegenspieler Trepper nach der Blitzaktion in Maison-Laffitte das seit Dezember 1941 stillgelegte Nachrichten-Netz in Belgien wieder aktiviert hatte. Seit Frühsommer 1942 piepste ein neuer Sender in Brüssel: offenbar hatte ein neuer Mann die Nachfolge des geflohenen Petit Chef angetreten.
Het was Piepe en Giering niet ontgaan dat hun tegenspeler Trepper na de bliksemactie in Maison-Laffitte het in december 1941 stilgelegde inlichtingen net in België weer geactiveerd had. Sinds het begin van de zomer 1942 piepte een nieuwe zender in Brussel, blijkbaar was een nieuwe man opgestaan ter vervanging van de gevluchte Kleine Chef.

Der Peilzug einer Funküberwachungskompanie wurde erneut nach Brüssel verlegt, und in kurzer Zeit herrschte Gewissheit darüber, wo der Sender stand. Ende Juli deuteten alle Anzeichen genauer: auf ein alleinstehendes Haus nahe einer Bahnlinie.
Het peilpeleton van de radiobewakingscompanie werd opnieuw naar Brussel gestuurd en in korte tijd was men er zeker van waar de zender zich bevond. Einde juli 1942 werden de aanwijzingen nog sterker: een vrijstaande woning in de buurt van de spoorweg.

Am 30 Juli 1942 schlug Piepe zu. Mit 25 Mann der Geheimen Feldpolizei und Soldaten einer nahegelegenen  Luftwaffen-kaserne umstellte er das Haus, wenige Minuten später besetzten GFP-Beamten den in kleine Verschläge unterteilten Hausboden. Sie fanden ein noch warmes Funkgerät, der Funker war geflohen.
Op 30 juli 1942 sloeg Piepe toe. Met 25 man van de geheime veldpolitie en soldaten van een in de buurt gelegen Luftwaffe kazerne omsingelde hij het huis en enige minuten later bezetten de GFP ambtenaren de in kleine ruimten opdeelde indeling van het huis. Zij vonden een nog warme zender, maar de marconist was verdwenen. (
Was de overval in de Rue de Namur 12? Dit was geen vrijstaand huis en ook niet direct aan een spoorlijn gelegen)

Als Piepe seinen kopf durch eine Dachlucke steckte, sah er, wie der Flüchtling, einer Revolver in der Hand, über das Dach rannte. Einen Schuss nach dem anderen fueernd, hetzte der Mann vorwärts, riss ein dachlucke auf und verschwand. Von den Deutschen verfolgt, flüchtete der Funker in den Kleller und versteckte sich dort. Die Feldgendarmen fanden ihn und schlugen wütend aud ihn ein.
Toen Piepe zijn hoofd door een dakluik stak zag hij hoe de vluchteling, met een rolver in de hand, over het dak rende, terwijl hij het ene schot na het andere afvuurde, haastte hij zich verder, trok een dakluik open en verdween. Door de Duitsers achtervolgt vluchtte de marconist de kelder van het huis in en verstopte zich daar. De veldgendarmen vonden hem daar en sloegen woedend op hem in.

Kurz darauf stand er blutend vor Piepe. "ich erfahre" berichtet der Hauptmann, "dass er 1902 in Danzig geboren ist. Ein Deutscher". Erst später merkte der bekümmerte Patriot, dass er eine Schlüsselfigur der roten Spionage gefangen hatte: den Komitern-Agenten Johann Wenzel, unter dem Namen: 'Professor' Chef-Funker der Roten-Kapelle in Westeuropa, seit Jahren Spitzenkandidat aud den Schwarzen Listen der  Gestapo.
Kort daarna stond hij bloedend voor Piepe. "Ik kwam er achter" meldde de majoor, "dat hij in 1902 in Danzig geboren is, een Duitser". Pas later kwam de verontruste patriot er achter dat hij de sleutelfiguur van de Rode spionage gevangen heeft: de Komitern agent Johann Wenzel, die onder de schuilnaam 'Professor' de Chef marconist in West-Europa was en die al jaren hoog op de zwarte lijst van de Gestapo stond.

Mit der Verhaftung Johann Wenzels beginnt der Abstieg der Roten Kapelle. Zunächst freillich wollte auch der Komitern-Agent nicht reden: wieder folterte die Gestapo. "Ich muss sagen" erzahlt Piepe dem serien-Autor Perrault, "Ich habe Wenzel nach der Gestapohaft nicht wiedererkannt. Er war ein gebrochener Mann, er hatte alles preisgegeben."
Met de arrestatie van Wenzel begint de ondergang van de Rode Kapel. Eerst wilde ook de Komitern agent niet praten, opnieuw ging de Gestapo folteren. "Ik moet zeggen" vertelt Piepe aan de auteur van deze serie artikelen Perrault, " ik heb wezel na zijn gevangenschap bij de Gestapo niet meer herkent. Hij was een gebroken man, hij had alles prijsgegeven." (
Was dit weer het werk van Giering?).

Nicht ohne Hohn registrierte die Gestapo später in einem Bericht, dank der aufgefangenen Funksprüche, der entschlüsselung durch die von Wenzel nach eingehender staatspolizeilicher Vernehmung rausgegebene Chiffriermethode gelang, habe man die Rote Kapelle unschädlich machen können.
Niet zonder hoon schreef de Gestapo later in een bericht dat dankzij de opgevangen radioberichten de ontcijfering slaagde doordat Wenzel na ondervraging door de staatspolitie de codeermethode had prijsgegeven en hiermee heeft men de Rode Kapel onschadelijk kunnen maken doordat men de berichten kon decoderen.

Tatsächlich löste der Umfall Wenzels eine Kettenreaktion aus. Wenzel verriet den Belgischen Netz-Chef Jefremow, der Sowjethauptmann Jefremow verriet die Mitglieder des in Holland arbeitenden Netzen und dessen Chef Anton Winterinck, dieser wiederum seine engsten Kontaktleute - bis schliesslich, ende des Jahres, auch der Grand Chef durch Verrat aufflog und seinerseits wiederum den Petit Chef opferte.
Inderdaad veroorzaakte het doorslaan van Wenzel een kettingreactie. Wenzel verraadde de chef van het Belgische net Jefremow , de sovjet majoor Jefremow verraadde de leden van het in Nederland werkende net en zijn chef Anton Winterinck, deze verraadde op zijn beurt zijn belangrijkste contactpersonen, tot uiteindelijk aan het einde van het jaar, ook door verraad de Grote Chef ook gepakt werd, die op zijn beurt de Kleine Chef opofferde.


Anton Winterink (Arnhem, 5 november 1914 - Brussel, 6 juli 1944) was een antifascistische verzetsstrijder in Nederland, die werkte voor de Sovjet-militaire inlichtingendienst GRU en in het netwerk van Die Rote Kapelle werkte. Hij was getrouwd met de kunstenares Riek de Raat. Tijdens de Tweede Wereldoorlog woonde Winterink in Brussel en nam actief deel aan het werk van de communistische beweging. Hij was een belangrijke functionaris van de Rode Hulp in Nederland. In 1938 creëerde hij het illegale radio contactnet met Rusland onder de naam "Hilde", dat later werd opgenomen in de Rote Kapelle. De radio-operator van de groep was Johann Wenzel (1902-1969) en hij werkte van het begin 1939 tot eind 1940 met dit net. Tot medio 1942 ondersteunde "Hilde" de illegale radio verbinding met Moskou via de Sovjet-ambassade in Londen met de hulp van drie radio's. Tegelijkertijd ondersteunde de groep Konstantin Yefremov (* 1910), een GRU-ingezetene, met connecties in Nederland, Duitsland en Zwitserland. Op 18 augustus (of 16 september) 1942 werd Winterink door het Sonderkommando Rote Kapelle van de Gestapo gearresteerd in Amsterdam. Negen leden van de groep met de twee resterende radio's werden niet ontdekt en bleven werken. Uit de groep Winterink werden in totaal 17 mensen gearresteerd. Hij zelf bleef in Brussel, waar hij intensief twee weken werd ondervraagd. Daarna zijn radio berichten sedert 22 september 1942 door de Gestapo verzonden. De Gestapo probeerde Winterinks zender voor een radiospel met Moskou te gebruiken, maar slaagde daar niet in, omdat de resterende leden van de groep die niet gearresteerd waren reeds aan Moskou gerapporteerd hadden over de arrestaties. Toen de Duitsers in de zomer onder de naam Winterink van de centrale in Moskou geld vroegen en een adres van een voormalig lid van de Communistische Partij, waarop het geld moet worden gestuurd kregen zij geen respons. In maart 1944 vroeg de Centrale in Moskou Winterink om het programma te beëindigen. Vier maanden later werd Winterink in Brussel door de Duitsers vermoord en er anoniem begraven. Bron: Wikipedia.


Harry Piepe durfte triumphieren seiner Zähigkeit und seiner Phantasie hatten es die Deutschen zu verdanken, dass die Rote Kapelle dem Ende zuging. Dennoch erliegt Piepe einer Gedächtnisstäuschung, wenn er glaubt, er habe in der Senderzentrale Wenzels unverschlüsselte Funksprüche gefunden die auf eine der Abwehr noch völlig unbekannte Spionage-Organisation hinwiessen: auf die Gruppe Schulze-Boysen/Harnack in Berlin.
Harry Piepe mocht feestvieren en het was aan zijn vasthoudendheid en fantasie te danken dat de Duitsers de Rode Kapel onschadelijk maakten. Toch maakte Piepe een denkfout omdat hij gelooft dat hij in de zendcentrale van Wenzel een niet versleuteld radiotelegram gevonden had die de Abwehr op het spoor zette van een tot nu toe onbekende spionage organisatie, namelijk de groep Schulze-Boysen/Harnack in Berlijn.

Dazu soll auch der Funkspruch Moskaus von 10 Oktober 1941 gehört haben in dem der Petit Chef angewiesen, die drei führenden Männer der Berliner Gruppe in deren - genau beschriebenen - Wohnungen aufzu suchen. Piepe kann der Funkspruch unter den Wenzel-papiere nicht gefunden haben: Der Funkspruch war an den bis zum Dezember 1941 arbeitenden Makarow-Sender gerichtet worden, nicht an den seit Frühsommer 1942 tickenden Wenzel-Sender.
Daartoe moet ook gekeken worden naar een radiobericht van Moskou van 10 oktober 1941, hierin krijgt de Petit Chef de opdracht de drie leidende mannen in hun, precies omschreven woningen, op te gaan zoeken. Piepe kan dit radiobericht nooit tussen de papieren van Wenzel gevonden hebben. Het radiobericht was namelijk gericht aan de tot in december werkende Makarow zender en niet aan de pas in de vroege zomer opererende Wenzel zender.

In Wahrheit hatte Entschlüsseler Vaucke schon zwei Wochen vor Piepes Coup gegen Wenzel dem ominösen Funkspruch entziffert. Am 14 Juli 1942 entschlüsselte der Studienrat Wort um Wort:

AN KENT VON DIREKTOR STOP PERSÖNLICH BEGEBEN SIE SICH SOFORT ZU DEN DREI ANGEGEBENEN ADRESSEN IN BERLIN UND STELLEN SIE FEST WESHALB FUNKVERBINDUNG STÄNDIG VERSAGT STOP ADRESSEN: NEU WESTEND ALTENBURGER ALLEE NO EIN NEUN STOP DREI TREPPEN RECHTS STOP CHORO STOP CHARLOTTENBURG FREDERICIASTRASSE ZWEI SECH A STOP ZWEI TREPPEN LINKS STOP WOLF STOP FRIEDENAU KAISERALLEE EIN ACHT STOP VIER TREPPEN LINKS STOP BAUER

In werkelijkheid had codekraker Vauck al twee weken voor de inval van Piepe bij Wenzel de onheilspellende radiobericht ontcijfert. Op 14 juli 1942 decodeerde de hoogleraar woord voor woord:

AAN KENT VAN DIRECTEUR STOP U BEGEEFT U PERSOONLIJK METTEEN NAAR DE DRIE AANGEGEVEN ADRESSEN IN BERLIJN EN STELT U VAST WAAROM DE RADIOVERBINDING STEEDS NIET WERKT STOP
ADRESSEN
: NEU WESTEND ALTENBURGER ALLEE NO EEN NEGEN STOP DRIE TRAPPEN RECHTS STOP CHORO STOP CHARLOTTENBURG FREDERICIASTRASSE TWEE ZES A STOP TWEE TRAPPEN LINKS STOP WOLF STOP FRIEDENAU KAISERALLEE EEN ACHT STOP VIER TRAPPEN LINKS STOP BAUER STOP

(
KENT is Anatoly Gurevich. Moskou moet wel erg gezien de inhoud van het telegram wel erg vertrouwd hebben op zijn coderingssysteem. Eigenlijk is dit telegram een enorme blunder.)

Einen kurzen Augenblick zögerte Vauck, die Meldung weiterzugeben. Konnte man sich vorstellen, dass der sonst so raffinierte Geheimdienst Sowjetrusslands seine wichtigsten Agenten den deutschen Gegenspielern gleichsam auf einem Silbertablett reichte? Aber ein Zweifel war kaum noch möglich : Dem Namen Choro war Vauck in den Funkspruch immer wieder begegnet, jetzt wurde auch klar warum deutsche Namen und die deutsche Sprache im sowjetischen Funkverkehr eine so grosse Rolle gespielt hatten.
Een kort ogenblik twijfelde Vauck, het bericht verder door te geven. Kon men zich wel voorstellen dat de zo geraffineerde Russische geheimedienst zijn belangrijkste agenten de Duitse tegenspeler zo op een zilveren dienblad aanreikte? Maar er was geen twijfel mogelijk: de naam
CHORO was Vauck al vaker tegengekomen en nu werd hem duidelijk waarom Duitse namen en de Duitse taal in het Russische radioverkeer zo'n grote rol gespeeld had.

Wer aber war Choro, wer waren Bauer und Wolf? Inhaltsauswerter Wedel verschaffte sich Gewissheit. Ein Anruf im Reichssicherheitshauptamt genügte, die Namen festzustellen. die Gestapo wusste spätestens am 16 Juli 1942 Bescheid. Es wohnten:
In der Altenburger Allee 19: Oberleutnant der Reserve Harro Schulze-Boysen, Referent im Reichsluftfahrtministerium.
In der Fredriciastrasse 26A: Dr. Arvid Harnack, Oberegierungsrat im Reichswirtschaftsministerium
In der Kaiserallee 18: Dr. Adam Kuckhoff, Schriftsteller und Spielleiter der Prag-Film AG.

Wie was CHORO, wie waren Bauer en Wolf? Beoordelaar Wenzel verschafte zekerheid over de inhoud. Een telefoontje naar het hoofdkantoor van de Reichssicherheitdienst was voldoende om de namen vast te stellen. De Gestapo wist het al op zijn laatst op 16 juli 1942. De bewoners waren:

In de Altenburger Allee 19, 1ste Luitenant der reservisten Harro Schulze-Boysen, spreker voor het Rijksluchtvaart ministerie.

In de Fredericiastrasse 26A, Dr. Arvid Harnack. Een hoge ambtenaar in het Rijks ministerie voor Handel.

Kaiserallee 18, Dr. Adam Kuckhoff, schrijver en regisseur van de speelfilm firma Prag-Film AG.

(Het hier boven beschreven verhaal hoe bekend werd wie CHORO, Bauer en Wolf waren stak iets anders in elkaar dan door Heinz Höhne beschreven wordt:)

There was a member of Schulze-Boysen's group working in Referat 12 in Vauck's team: Horst Heilmann, who was supplying Schulze-Boysen with intelligence. Heilmann tried to contact Schulze-Boysen but was unsuccessful and left a message with him to phone him back. Schulze-Boysen returned the call, but Vauck answered the phone and when he requested the name of the caller to take a message, and was met with Schulze-Boysen, the deception was revealed.

Ook binnen het team van Vauck, Referat 12,  had Harro Schulze-Boysen een informant, Horst Heilmann, hij probeerde te waarschuwen, maar kreeg geen gehoor en liet een bericht achter bij de huishoudster om hem terug te bellen. Schulze-Boysen belde terug maar Heilmann was er niet en Vauck nam zelf de telefoon op en op die manier kwam hij er achter wie CHORO was.

So einfach war das also, so einfach konnte man Moskaus Spitzenagenten aufspüren. Vor den verblüfften Regime-Wächtern des Dritten-Reiches offenbarte sich eine der seltsamsten Spionage-Organisationen deutscher Geschichte.
So eenvoudig was het dus, zo eenvoudig kon men de topagenten van Moskou opsporen. Voor de verblufte bewakers van het Derde Rijk openbaarde zich één van de  zeldzaamste spionage organisaties uit de Duitse geschiedenis. Bron: Der Spiegel, 'Spiegel Serie'. nr. 24, 1968.



Het verhaal over Wenzel en Trepper is nog niet afgelopen, beide doen mee aan een Funkspiel, waarbij de Duitsers informatie van de Russen proberen te krijgen en de Russen van onjuiste informatie voorzien.
Beiden weten uiteindelijk te ontsnappen en overleven de oorlog. Als zij zich in Moskou melden worden beiden wegens landverraad veroordeelt tot lange gevangenisstraffen.

Voor meer informatie, zie het boek 'Het Rode Orkest' geschreven door Gilles Perrault,
ISBN 90 261 0423 5.


                                                          
w.mugge@home.nl


                                                                               27-01-2021