NICOLAAS WALTER GITZ.
SINDEREN - Daags na de bevrijding werden hier door de geallieerden nog Duitsers onder de spoorbaan vandaan gehaald. Ze hadden zich ingegraven. s'Nachts hadden ze bij buurman Colenbrander, die aan het spoor woonde, nog eten gestolen.
Gerard Duitshof (63) herinnert zich de Tweede Wereldoolog nog als de dag van gisteren. Geboren en getogen in een boerderij aan de Toldijk 2 in Sinderen, tegenover het Idinkbos, beleefde hij de bevrijding als een jongen van veertien.

De eigenlijke bevrijding voor ons was op zaterdag 31 maart 1945. Het was stralend weer die dag. We hadden de hele nacht met onze onderduikers in de kelder doorgebracht. s'Nachts hoorden we nog hevige gevechten in Silvolde bij de houtplaats van Kemperman, waar de Duitsers nog steeds verzet boden. Tegen de ochtend werd het rustig. Mijn vader ging polshoogte nemen achter de boerderij toen plotseling "Kuupkes Jan" (Jan Mulder) eraan kwam. Jan woonde in Silvolde, maar maakte zijn tonnetjes voor boter in de werkplaats van de molen in Varsseveld. Hij had een hele hand vol chocolade en sigaretten. Dat was het bewijs dat de bevrijders er eindelijk waren. Even later denderden de tanks van de geallieerden ook al over de Heidedijk. De Duitsers zaten toen nog her en der verstopt, ook hier in het Idinkbos.

Gerard Duitshof vertelt zijn verhaal aan dezelfde houten tafel, waar hij tijdens de oorlog zoveel onderduikers en evacuees achter zaten. Het was een tijd waarin tarwe werd gevorderd door de bezetter, zodat de eigen bevolking maar mondjesmaat overhield. Een tijd ook van schaarste en voedsel op de bon.  In het Idinkbos werd met bijlen en zagenbrandhout gehaald door mensen uit de hele omgeving, want kolen waren er nauwelijks. Honger werd er niet direct geleden want de boeren mestten zelf een varkentje en hadden melk, eieren, boter en rogge. Wie rogge wilde laten malen kon stiekem bij de maalderij van Willink terecht. Wanneer de bezem buiten tegen de muur stond met de haren naar boven, dan was de kust niet veilig. Stond de bezem echter met de steel naar boven, dan mocht je binnenkomen.

We waren soms bang, extra waakzaam en kregen op jonge leeftijd al een dik vel. Aan de andere kant beleefde ik de oorlog als een spannende tijd vol avontuur, zegt Gerard Duitshof terugblikkend.

Nico Gitz.

Veel onderduikers en later ook evacue's vonden bij de gastvrije familie Duitshof onderdak. Zo ook Nico Gitz, die in nauwe samenwerking met de onderwijzeressen Hermina en Gerritdina Jolink uit Varsseveld een belangrijke sleutelpositie in het verzet had.
Uiteindelijk werd Nico Gitz op 16 Februari 1944, tijdens een inval van de Duitsers bij de dames Jolink in Varsseveld, ontdekt en ter plekke doodgeschoten. Ook enkele Joodse onderduikers lieten bij die inval het leven (
was Rudolf Bernhard Stern hierbij, die twee Duitse soldaten doodschoot?). Gerard Duitshof loopt naar de kast en pakt uit een vergeelde envelop een grote foto van Nico Gitz en vertelt: Nico Gitz heeft ongeveer zestien maanden bij ons ondergedoken gezeten. Hij heette voluit Nicolaas Walter Gitz. Hij was 21 jaar toen hij bij ons kwam. Nico is geboren in Paramaribo waar zijn vader officier was bij de TRIS (TRoepenmacht In Suriname. Nico kwam naar Nederland naar Nederland om naar de Zeevaartschool te gaan. Hij ging in de kost bij zijn oom en tante in Voorburg. Zijn ouders bleven in Suriname.
Toen hij eenmaal stuurman was moest hij in de Scandinavische landen voor de Duitsers hout halen. Tijdesn zo'n boottocht sprong hij overboord en klampte zich vast aan een ijsschots. De boot draaide om en Nico werd in de kraag gegrepen. Eenmaal in Nederland aangekomen werd hij in Scheveningen in de gevangenis gegooid  wegens desertie. Daar wist Gitz te ontsnappen en belandde toen via de ondergrondse hier bij ons op de boerderij. Ik herinner me nog dat Herman Jansen uit Varsseveld de knaap hier bracht in de zomer van 1942.

Stevige knaap.

Gerard Duitshof herinnert zich Gitz als een stevige knaap van 100 kilo, slim, sympatiek en vooral niet bang. Gitz was al spoedig werkzaam bij de ondergrondse. Regelmatig ging hij 's avonds en 's nachts richting dames Jolink in Varsseveld, waar de verzetsactiviteiten gebundeld werden. In het holst van de nacht kwam hij terug, maar soms zag je hem ook dagen niet. Het fijne heeft mijn vader mij er nooit van verteld, want in die tijd was spreken zilver, maar zwijgen goud. Overal lag het verraad op de loer. Vooral loslippige vrouwen waren een grote bedreiging. In hun argeloosheid bezuinden ze alles rond. Wel heb ik gehoord dat Gitz en andere verzetsmensen bij voorbeeld 's nachts langs kampen gingen om mensen te bevrijden. Hierbij moeten ook wapens zijn gebruikt, want toen ik eens een keer onverwachts de kamer binnenkwam zat Gitz aan tafel wapens schoon te maken. Ook de dames Jolink kwamen regelmatig zomaar bij ons, vertelt Duitshof. Vanuit de ogen van een jongen die ik toen was keek ik tegen de dames aan als zijnde echte antieke en principiëel dekende mensen. Dat zij iets met het verzet te maken zouden hebben, was wel het laatste dat in mij opkwam.

Waarschuwingen.

Omdat de vele waarschuwingen van mijn vader, dat het in het huis van de dames Jolink te gevaarlijk was, verkaste Nico Gitz in December 1943 toch richting Varsseveld. Deze beslissing is hem uiteindelijk fataal geworden. Twee maanden later al, op die bewuste zestiende Februari 1944 werd Nico tijdens een inval door de Duitsers na een kort gevecht doodgeschoten. De dames Jolink lieten zich bij zijn begrafenis niet onbetuigd en verspreiden rouwkaarten met de tekst 'Hij stierf voor zijn Vaderland'. Dit moest wel de wrevel van de Duitsers opwekken en beide onderwijzeressen, in de volksmond 'de dames Jolink' genoemd, werden enkele dagen later gesommeerd zich te melden op het gemeentehuis. De kans die zij hadden gekregen om onder te duiken hadden zij niet benut. Met een grote oranje strik verschenen de dames Jolink op het gemeentehuis. Burgemeester Boot, die beide zussen de hand boven het hoofd had gehouden moest nu ook zelf vluchten en vertrok per fiets naar Huizen. De dames Jolink belandden via Arnhem en Vught in concentratiekamp Ravensbrück waar Hermina Jolink in November 1944 stierf aan dysentrie. Gerritdina werd krankzinnig en overleed in Februari 1945 aan een hartkwaal. Later werd in Varsseveld een straat naar beide dames vernoemd: De dames Jolinkweg.

Morsetoestel.

Gerard Duitshof vraagt zich nog steeds af waar alle spullen van Gitz gebleven zijn. Hij had bijvoorbeeld een mooi morsetoesel, een timmerkist met prima gereedschap en ook een mooi sextant. Die spullen zijn nooit meer aangetroffen. Waarschijnlijk is alles door de Duitsers meegenomen.
Duitshof duikt in een zwartekast en haalt er een vergeelde envelop uit, Op de envelop zit een postzegel van vier cent. Uit de envelop komt een klein fotootje te voorschijn. Stiekem van achter de jas genomen tijdens de begrafenis van Nico Gitz, zegt hij. Op de foto herkent Duitshof predikant Hakkesteegh uit Zelhem, dominee Boele uit Varsseveld. Legtes de kleermaker, kruidenier Jan ten Dijke en Tannemaat van boerderij de Kamphof.

De Pannentrein.

Tijdens het interview in de boerderij van Gerard Duitshof, schijnt een aarzelend lentezonnetje op de spoorlijn Varsseveld-Terborg. Ik moet in eens weer denken aan dat voorval met de 'pannentrein' zegt Duitshof opeens. het was op een zondagmorgen in September 1944. De Duitsers hadden net met de trein weer een partij geëmailleerde pannen uit Gaanderen gehaald, toen de trein door twee geallieerde jachtbommenwerpers werd gebombardeerd. We wisten de deuren van de wagons te forceren en begonnen met veel plezier de pannen uit te laden. Het nieuws dat er pannen te halen vielen, verspreidde zich als een lopend vuurtje. Binnen de kortste keren kwamen tot aan Silvolde mensen, want pannen waren schaars in die tijd. Plotseling verschenen 'De Zwarten' (Sicherheitsdienst en NSB) op het toneel. Wij probeerden de pannen nog gauw onder een stromijt te verstoppen, maar mijn neef Gerard Johan Duitshof werd met zes anderen opgepakt en is meegenomen naar het gemeentehuis. Hij moest toen voor straf enkele dagen de Duitsers helpen om de pannen terug te zoeken. Dat hij er niet veel gevonden heeft laat zich raden. Ikzelf heb mij toen wel tijdig uit de voeten kunnen maken. Dat bombardement had trouwens nog een staartje. Hier in de buurt wwonde een gast die met een kruiwagen zo'n bom ophaalde en hier aan de overkant van de weg tot ontploffing bracht. Wij hadden toen een paar koeien. Die sprongen van schrik zo hoog op, dat ze met de uiers in het draad terechtkwamen.

Liefdespaartje.

Maar er waren gelukkig ook gebeurtenissen die op de lachspieren werkten, zoals het liefdespaartje onderduikers dat op hetmuurtje van de mesthoop ging zitten en zich wat teveel op het kussen concenteerde en wat minder op het evenwicht. Een geurige landing in de mest werd hun deel. Gerard Duitshof blikt nog een keer in de verte langs de spoorlijn en krabt zich eens onder zijn pet. Het is dat welbekende trekje, wanneer een boer even voor zichzelf de zaak op een rijtje zet tussen de werkzaamheden door. Waarschijnlijk ziet hij in gedachten weer, hoe vanuit de Kroezenhoek de Duitsers via de Kapelweg en Bievinkstraat in Silvolde werden teruggedreven richting Idinkbos. Het is nog slechts een gehavend stelletje. Van het trotse Duitse leger is nog maar weinig over. Met trekkarretjes en zelfs kinderwagens, beladen met de laatste schamele spullen trekken zij richting Toldijk. En verder trekken de Duitsers zich terug, de Terborgseweg over naar Hoenderbos, de Kersendijk op.
Het is dan 31 Maart 1945. Het Groot Duitse Rijk is niet meer. Hakenkruis en adelaar zijn in elkaar geschrompeld. De nationale driekleur wappert weer fier boven Wisch.

Bron: Wisch 40-45: Gerard Duitshof, geschreven door Berry Keijser. Publicatie op 28-3-1995.
WEGGUM.COM
Toldijk 2.