IN DE KRANTEN.










Het Strijkkwartet en zijn humoristische perikelen.
... Zeer uitgebreid is de literatuur over het strijkkwartet niet. De spelers hebben het blijkbaar te druk om hun instrument met de pen te verwisselen. Enkele goede studies, een enkel geillustreerd werk met een aantal kleine biografieën van beroemde kwarteten, een enkel humoristisch boek ; zo zou nog wel het een en ander dat naar aanleiding van het Strijkkwartet werd geschreven kunnen worden opgenoemd. Maar een bibliotheek, zoals van bijna elk ander onderdeel van de muzikale kunst, bestaat er van het Strijkkwartet niet. Wel bewaren vele liefhebbers en vooral zij die zich liever practisch dan theoretisch met het Strijkkwartet bezig houden, een klein krantenknipsel uit het 'Berliner Tageblatt' van 9 Mei 1924, Zij dragen het in hun portefeuille, ook wel in hun portemonnaie bij zich en als het zo beduimeld is of verfomfaaid, dat het bijna onleesbaar is geworden wordt het overgeschreven. Jaren geleden werd het ons als zelldzaam geschenk gegeven door de eerste violist van een beroemd strijkkwartet. Wie het geschreven heeft was lange tijd onbekend *)
*) De schrijver is Franz Anton Ledermann, jurist en dilettant-altist, geb. 1880.
'We gaan op reis, vaarwel liefsten'. door Miki Shoshan
Paul Citroen was de lievelingsoom van mijn moeder. Twee jaar geleden overleed hij. Mijn moeder reisde van Israël naar Wassenaar en logeerde daar bij zijn familie. Onder zijn spullen trof zij een bundeltje brieven aan. Het waren brieven die Paul van zijn familieleden had gekregen tijdens de oorlog uit Amsterdam, Westerbork en Bergen-Belsen. De brieven beschrijven de laatste jaren van dit Nederlands-Duitse gezin. Zie stamboom Citroen.
De voornaamste tak van de familie Citroen woonde al generaties lang in Nederland en deed daar (geslaagd) zaken in huiden en diamanten. De grootvader van het gezin, Hendrik, woonde echter langetijd in Berlijn waar hij bij zijn oom in de zaak was. Hij had de oom in Berlijn verkozen boven een andere oom in Parijs die daar een autofabriek had opgezet, de Citroënfabriek. In Berlijn trouwde Hendrik met Ellen Philippi, een Berlijnse, die na de dood van haar man, in 1932 naar Amsterdam verhuisde.
In 1940 als de Duitsers Nederland binnenvallen woont de zoon van Hendrik en Ellen, Paul, in Wassenaar. Zijn zuster Ilse is inmiddels gehuwd met Franz Ledermann, een Duitse Jood uit een welgestelde Berlijnse familie. Het echtpaar Ledermann besloot in 1935 Berlijn te verlaten. (Onjuist, was 1933). Franz vertrok naar Palestina 'op verkenning', maar kwam teleurgesteld weer terug. Franz en Ilze en hun twee dochters Barbara en Susanne vestigen zich in het veilige (?) Amsterdam, waar de moeder van Ilse, Ellen directrice is van een tehuis voor ouden van dagen. Ook zij wonen dus in Amsterdam als op 10 Mei 1940 de Duitsers Nederland binnenvallen.
Eerbaar
Hans Citroen beseft het gevaar dat zijn familie boven het hoofd hangt. Vanuit Parijs schrijft hij zijn zuster Ilse een brief waarin hij erop aandringt gebruik te maken van hun positie en connectiesom valse papieren te laten maken om uit Nederland weg te komen. Franz Ledermann stuurt zijn zwager een kwaad antwoord: 'Ik ben een eerbaar advocaat en kan de wet niet overtreden'. Na enige tijd krijgt de advocaat Franz Ledermann een aanstelling bij de Joodse Raad.
Op 3 Juli 1942 schrijft Ilse Ledermann aan haar inmiddels in Wassenaar ondergedoken broer Paul: 'Voor het rijden met de tram hebben we niet langer toestemming. Franz gaat nu op de fiets naar de Joodse Raad en dat is veel te vermoeiend voor hem. Susanne had vandaag een acht voor haar Duits en voor de andere vakken een zeven...'.
Diezelfde dag schrijft ook Franz: 'Lieve Paul, hoewel ik de hoop op verassingen niet heb opgegeven moet ik je toegeven dat het er nu zo uitziet dat het woord 'besch' een te flatteuse beschrijving is ... maar zijn we niet te verwend geweest ... zijn er niet miljoenen mensen die het nog veel slechter gaat ... Ik stel voor de gevaren die ons bedreigen te verachten. Het is een vergissing te denken dat de onderdrukkers gelukkig zijn en de onderdrukten ongelukkig. Wij en onze gezinnen lopen momenteel geen gevaar naar arbeidskampen te worden doorgestuurd omdat de leeftijdsgrens veertig is en misschien nog wel kan worden verhoogd alvorens we onze tandenborstels moeten pakken'.
Op 9 Juli schrijft Ilse aan Paul: 'Iedereen die bij de Joodse Raad zit is voorlopig veilig. Voor dat ik dat wist was ik gek van angst voor Barbara, haar zeventien jarige dochter. Al haar vrienden en vriendinnen hebben hun oproep gekregen. Het begon zondag. De politie deelde oproepen uit van deur tot deur . Je moest je de volgende dag bij de Gestapo melden. Het ging om mannen van vijftien tot veertig en als je getrouwd was moest je gezin ook mee. Daarnaast ook alle alleenstaande vrouwen to veertig en meisjes vanaf zestien.
Ze kregen bij de Gestapo een briefje dat ze op 15 Juli om 24.30 op het station moesten zijn, met twee wollen dekens en een koffer met wat kleding. De actie heet 'transport naar werk in Duitsland' ... Zojuist werd er gebeld van de Joodse Raad en ze zeiden dat de kinderen van mensen die bij de Joodse Raad werken veilig zijn. Wat een geluk dat ons toekomt! Rondom een en al tragedie. Een heleboel gezinnen zijn kinderloos geworden. Het afscheid van jonge kinderen is ondragelijk'.
Twee maande laterop 11 September 1942 schrijft Ilse: 'Er worden nu haast elke avond mensen opgepakt, maar men zegt dat er met de feestdagen gepauzeerd zal worden. Een gentlemen agreement!'
En op 3 Oktober 1942 schrijft Ilse aan Paul: 'Er is gisteren nadat ik jullie had geschreven nog veel gebeurd. Allereerst kwam Franz terug van de Joodse Raad met de mededeling dat we ons moeten voorbereiden op een groot transport, Vijf treinen staan klaar, dat wil zeggen dat er vijfduizend Joden worden opgepakt... Deze keer wordt het allemaal buiten de Joodse Raad om geregeld...
Reisvaardig
Om tien uur kwam er een jongen die door een vriend van Barbara was gestuurd om haar hier weg te halen, omdat er al huis aan huis Joden worden opgepakt, Ik kreeg het op mijn zenuwen zoals ik het nog nooit had gehad. We hebben besloten dat zij hier blijft. Of het stempel helpt , of niet. Ik hoop het eerste. Als ze volgens de lijst te werk gaan dan staat Barbara bij ons ingeschreven en moet zij hier zijn als ze komen. Barbara heeft zich reisvaardig aangekleed en is ook zo gaan slapen...
Bij ons is niets gebeurd. Maar vanochtend de feiten: het doel was deze keer voornamelijk families van mensen die al te werk waren gesteld. Ze moesten allemaal gaan. Het was afschuwelijk. WA, NSB-ers, zwarten (SS?), Hitelerjugend hebben meedogenloos duizenden uit hun huizen gehaald, kleine kinderen met hun ouders, oudjes en zieken. Wij zijn naar twee van Susanne's vriendinnen gerend. Hun huizen waren leeg. Een van hen kwam gisteren nog naar Susanne om haar een boek terug te brengen, want ze hadden al gehoord dat het om hun categorie ging ...'.
(Op 2 en 3 oktober 1942 zetten de Duitsers alle mogelijke manschappen plus het voltallige Amsterdamse politiekorps in voor de grootste razzia tot dan toe. In een paar dagen worden, onder andere in de werkkampen, tussen de 13.000 en 15.000 Joden aangehouden, ze gaan vrijwel direct door naar Westerbork waar de drukte in de barakken en de chaos meteen onbeschrijflijk wordt.)
Midden November schrijft Ellen, de moeder van Ilse en Paul, die een tehuis van ouden van dagen heeft aan haar zoon: 'Maken jullie je toch niet zo ongerust om ons. Tot nu toe is alles nog goed gegaan, ook toen we gisteravond weer voor de vierde keer onverwachts visite (Gestapo) kregen om tien minuten voor twaalf. Ze kwamen eigenlijk voor mevrouw De Leeuw. Zij waren met z'n drieën, heel nette mensen.
Ik vroeg ze een ogenblik te wachten om mevrouw voor te bereiden op hum komst, omdat ze met borstkanker in bed ligt. Ze gaven direct toe, vroegen om een doktersattest en lieten haar dan met rust. Heel veel belangstelling toonden zij voor ons portret in mijn kamer. 'Dat bent u toch mevrouw, dat moet een goede kunstenaar zijn'. Dit portret was getekend door Paul Citroen, haar zoon aan wie de brief was gericht. Ook bekeken ze de foto van de Ledermannen en alles wat in mijn kamer hangt en vonden het heel aardig ... Kinderen wat ben ik moe, maar voor één uur durf ik niet naar bed te gaan mits we nog meer visite krijgen. Dan moet ik klaar staan om de deur te kunnen openen ...'





Twee dagen later wordt mevrouw De Leeuw alsnog opgehaald door 'die nette mensen'. Op 9 Februari 1943 is ook Ellen Citroen-Philippi aan de beurt. Op 1 maart 1943 schrijft zij vanuit barak 64 uit Westerbork aan Paul: 'Mijn lieve kind, dit is de dag dat we mogen schrijven. Alles is hier in orde. Maar het verlangen naar jullie is ondragelijk. Morgen gaat de reis verder. De trein staat klaar. Pas om 04.43 's nachts wordt bekend wie doorgestuurd wordt (naar Auschwitz). Ik heb weinig hoop. Dank je wel voor alles en leer Pauline (haar kleindochter) mij niet te vergeten. Jullie leven in mij en voor jullie leef ik...'
Zeer dapper
Ellen Citroen-Philippi hoefde (nog) niet op transport. In een brief aan Paul schrijft Ilse:'Heinz heeft aan zijn familie geschreven dat mama zeer dapper is en de zieken verpleegt. Zij wordt bewonderd'.Ook dan heeft Ilse de hoop nog niet opgegeven de benodigde stempels te verkrijgen en iets voor haar moeder te regelen. Onder de brieven bevindt zich ook een brief gericht aan de Duitsers waarin wordt gewezen op de verdiensten van Ellen Citroen-Philippi tijdens en na de eerste wereldoorlog in Duitsland.
Nog geen vier dagen later is de Joodse Raad niet langer 'veilig'. Ilse schrijft op 24 Mei 1943 aan haar moeder in Westerbork: 'Liefst Moedertje, ja nu is de Joodse Raad aan de beurt. Vrijdag werd aan Cohen meegedeeld dat nu een deel van de Joodse Raad voor Arbeitseinsatz naar Duitsland wordt gestuurd. Zondag werd dag en nacht aan de lijsten gewerkt. De Joodse Raad moet zelf de lijsten opstellen en de oproepen sturen. Een wanhopig werk. Velen graven hun eigen graf. Barbara had zondagavond dienst. eerst moesten er 50 procent van het Oosteinde worden geschrapt, Viel zij er nog net buiten, maar toen werd het 75 procent.
Kwamen ze huilend naar haar toe en zeiden dat ze haar moesten schrappen. Men bood haar allerlei hulp aan, zeiden dat ze één van de beste arbeidskrachten was. Wat hebben we er aan. We hadden een vreselijke nacht en toen Franz zondag naar de Keizersgracht ging om met Meijer de Vries te spreken had die haar al uit zichzelf van de lijst gehaald'.
Op 20 Juli 1943 moesten ook de Ledermannen zich naar de Schouwburg begeven. Ze namen de tram, stapten bij de halte van de Schouwburg uit. en gingen naar binnen. De ouders Franz en Ilse voorop. barbara en Susanne hand in hand er achteraan. Het moment dat Barbara de Duitse wacht passeerde besefte zij instinctief wat het betekende. Zij liet de hand van haar jongere zusje los, draaide zich om en eiste van de Duitse bewakers de poort te openen. Met haar blonde uiterlijk en haar perfecte Duits werd zij voor een Duitse aangezien die haar dienst erop had zitten. Zo werd zij gered, zonder afscheid, zonder om te kijken. (Dit verhaal is onjuist, zie haar eigen verklaringen)
Franz, Ilse en Susanne werden naar Westerbork gestuurd en zagen daat Ellen weer, de moeder van Ilse. Drie dagen na aankomst schrijven Ilse en Franz aan Paul: 'Lieve vrienden, op het daniel Willinkplein konden we de rugzakken afgeven, die ons maandag worden bezorgd. Toen geregistreerd en met de tram naar de Muiderpoort. De trein vertrok om 3 uur's nachts. Een veewagen, met z'n 28 opeengepakt, zeer warm en benauwd. Om 8 uur aangekomen, ongeveer 1800 mensen, toen tot 6 uur door alle instanties, registraties, aanvragen, Joodse Raad, quarantaine, baraktoewijzing, de hele tijd met bagage, zeer vermoeiend... We zijn gelijk naar mama gerend, die er mager, bleek, maar ongebroken en flink uitziet'.
Telegraaf
De brief vervolgt met een beschrijving van het eten in het kamp en de levensmiddelen die zeer welkom zijn: jam, brood, suiker en een opsomming van de vrienden die zij er aantreffen.'Het wemelt hier van de bekenden... Laat de Nieuwe Rotterdamse van de Rosenbaums hier heen sturen ... Onze Telegraafook hierheen bestellen, naar Barak 57 ...'
Op 26 Augustus schrijft Susanne aan haar zus Barbara, die intussen is ondergedoken: 'Lieve Schat,
tegen dat deze brief aankomt, zal je wel zowat jarig zijn (4 September en werd 18). Lieverd, je weet, hoeveel goeds wij jou wensen en je weet ook, dat ik je dit liever persoonlijk met een cadeautje had gezegd.Het is nog niet vaak gebeurd, nietwaar, dat we je verjaardag niet samen vieren en daarom is het een beetje raar, je een verjaardszoen te zenden, in plaats er een dikke op je wang te 'sjmatsen'. En het caudeautje, ofwel cadeautjes die heb ik dit jaar van jou gehad, inplaats jij van mij! Variatie moet er zijn. Wat een mooie dingen heb je me gestuurd! Eerst kwamen die schoenen, stouterd! Waren die mooie schoenen niet eerst van jou? Ik meen me te herinneren, dat jij ze pas gekregen had. Je mag geen dingen sturen, die je zelf nodig hebt hoor! Ik was er natuurlijk wel dolblij mee en ze passen me precies. Wat zijn ze hier bewonderd! En het snoezige bloesje. Wat een prachtige stog, zeg. Ik heb de mouwen wat nauwer gemaakt en draag het alleen als ik eens heel mooi wil zijn. Het doekje dito, dito. Hoewel ik het nou in bed draag. Ik ben namelijk weer eens ziek sinds Zondag. Klierkoorts. Ik heb namelijk een dikke pijnlijke klier, vergezeld van hoofdpijn en flinke koorts. Vanochtend om half acht had ik 38.4 Vervelend he? De dokter zegt, dat het wel drie weken kan duren. Ik schrijf nu in bed, dat gaat slecht, zoals je ziet. Nu heb ik die doek om, gevuld met vette en gewone watte en zie er uit alsof ik de bof heb. Die riem is ook fijn. Nog van zo goede kwaliteit. En met het bekende geduldspel was ik en de hele buurt dolblij. Alleen het sojaspel begrijp ik niet. Jammer he? Dat snoep pakket was geweldig! Ik was toen al ziek en had het binnen twee dagen op! Wat een spanning, als ik zelf een pakje krijg! Die schoenen van Pl. waren geweldig (ook al!) Ze passen me als gegoten. Ik heb nu al een hele schoenenwinkel. Hoewel twee paar lage leren schoenen niet eens zoveel zijn hier in Westerbork omdat je hier ontzettend veel zolen slijt en vooral als ordonnance bent. Vanochtend hebben we je brief van den 5 den gekregen. Bah, zo'n vinger in de knel kan lelijk pijn doen. Viel Bea toch tegen? Zie je wel, ik wist wel, dat je het met je Mannie best uit zou houden. Gefeliciteerd Manfred, met 'het meisje van je hart' of is ze dat niet? Geef je haar dit jaar weer een bos tulpen? Maar nu doe je vast niet meer zo verlegen, want nu zullen er wel niet zoveel mensen bij zijn! O ja, Lottie, ik moet je nog om een boodschappentas en een theezeef vragen en Louisje vertellen dat haar honingkoek onvergetelijk was. Is zij weer terug? 't was mooi weer, de laatste tijd, zij heeft wel gebofd. Verder moet ik je de hartelijke groeten van Oom Heinz doen, met vele zoenen en verjaardagwensen en nog verder een fijne verjaardag en ongeloofelijk veel zoenen van je Suusje.
PS Ik bedank je nog voor 'Willy's offer'. Ik kende het al, maar vind het toch weer mooi. En Manfred jij krijgt voor de extra Gulden tijd ook een brief van me, ben je nou niet dolblij? Dag Schatten.
(Dit is de complete brief die Susanne schreef)
Vol moed
Twee maal per week worden in Westerbork de lijsten bekend gemaakt met de namen van de mensen die op transport moesten. Ellen, de moeder van Ilse en de grootmoeder van Susanne, zag tientalen van zulke lijsten zonder dat haar naam er op voor kwam. Op 16 November 1943 waren de Ledermannen aan de beurt: Ilse met haar man Franz en hun dochter Susanne moesten op transport naar Auschwitz. Pas toen zij in de overvolle beestenwagen zat gaf Ilse toe dat zij wist dat het niet ging om een werkkamp in Duitsland.
In de wagon schreef zij op een stukje papier: 'Mijn allerliefsten, wij zitten nu samen op onze laatste reis voor lange tijd ... wij met z'n drieenveertigen. Ze hebben ons volop van voedsel voorzien. Het afscheid van mama was verschrikkelijk moeilijk. Lijd er niet onder, we zijn vol moed. Barbara mijn kindje, houd je goed. Dat is wat wij allen hopen...Jullie laatste pakketjes waren fantastich, we hebben ze meegenomen. Ook de ochtendjas van papa. Stuur de wol waar wij om gevraagd hebben maar naar Oma. Wij zijn op reis, vaarwel liefsten, veel liefs, het allerbeste, kusjes, Ilse.
Het briefje, gericht aan haar broer Paul werd uit de trein geworpen. Iemand heeft het gevonden en naar Paul gestuurd. De reis van de Ledermannen naar Auschwitz duurde drie dagen. Op 19 November 1943 arriveerden zij in Auschwitz en al bij de eesrte selectie op dezelfde dag werden zij alle drie naar de gaskamer gestuurd.
Grootmoeder Ellen bleef in Westerbork achter en schreef daar vandaan een brief op 7 December 1943. Toen mocht er nog slechts op speciaal briefpapier worden geschreven, voorzien van een stempel van de Duitse censuur.
De brief was gericht aan haar zoon Paul: 'Mijn lieve kinderen, deze brief gaat een dag later weg vanwege gebrek aan formulieren. Toch allen mijn beste wensen, dat wij elkaar weer eens in gezondheid zullen weerzien. De brief zal je tegen je verjaardag bereinen, mijn lieve oudste zoon. Hier is het vreselijk koud en wie weet hoe het in Polen is ... ach kindertjes! Al jullie pakketjes zijn aangekomen. Ook twee van 'Engeltje' (Barbara). Hoeveel liever had ik al die goede dingen met jullie gedeeld of nog liever helemaal vanafgezien ... Lena en Johan hebben mij een lekker Sinterklaaspakketje gestuurd en een lieve brief. Wat zijn het toch goede vrienden. Nu mogen alle alleenstaanden vanaf 16 December alleen nog maar één pakje per zes weken ontvangen ... Mijn gedachten zijn altijd bij jullie. Laat Lottie schrijven, ik verlang er zo naar! Heb het goed jullie lieverds en een omhelzing van mamma'.
Ellen Citroen-Philippi stond de volgende dag op de lijst. Zij werd naar Bergen-Belsen gestuurd.
Op 30 Januari 1945 arriveerden er ineens twee kaarten van haar, gericht aan haar zoon Hans en haar kleindochter Tamar, die in Zwitserland in een vluchtelingenkamp zaten. Ze waren al in Oktober en November van het vorige jaar geschreven: 'Liefsten, jullie zijn voortdurend in mijn gedachten. Ik hoop dat jullie gezond zijn. In Augustus heb ik een kaart van Barbara ontvangen'. De tweede kaart luidde: 'Vandaag is het de verjaardag van Hans, gezondheid, het allerbeste, ik ben met jullie, hoop binnenkort van jullie te horen. Wij mogen brieven en pakjes ontvangen. Liefs Mamma ...'
Dat was het laatste wat wij van haar vernamen. Ellen Citroen-Philippi overleed op 5 Januari 1945 in Bergen-Blesen. Drie maanden later werd het kamp bevrijd.
Nog geen maand na haar dood, eind Januari ontving haar zoon Hans in geneve een bericht van Annemarie Rosenbaum, een hem onbekende vrouw: 'Beste familie Citroen, jullie weten nauwelijks van mijn bestaan, maar ik ken jullie heel goed ... Wij woonden op het Merwedeplein in de woning van Ruth Toby Nussbaum en we zagen de Ledermannen dagelijks. Wij waren met ze in Westerbork ...'




Deze Annemarie Rosenbaum, was medewerkster van de sociale hulpdiensten en was ook werkzaam voor de Joodse Raad en woonde inderdaad aan het Merwedeplein.
Ruth Toby Nussbaum haar meisjesnaam was Offenstadt, zij was gehuwd met Ludwig Friedrich Toby, maar zij scheiden op 2 Juli 1937 in Den Haag. Zij hertrouwde met Moses Nussbaum en beiden vertrokken op een gegeven moment naar Berlijn.
Annemarie Rosenbaum vervolgt: 'Jullie grootmoeder was met ons in Bergen-Belsen, een hel, met honger ... verschrikkingen. Mijn man had al in Westerbork een hartkwaal opgelopen en is in Bergen-Belsen langzaam gedurende negen maanden weggekwijnd. Dankzij een paspoort voor Ecuador, dat mijn zuster in Zweden voor mij wist te bemachtigen, ben ik alleen vrijgekomen. Met die vrijheid, zoals jullie je kunnen voorstellen, weet ik niet wat ik aan moet.
Ellen hoorde bij ons en we stonden elkaar zeer na. Ik probeerde de plaats van Ilse in te nemen. In het begin was jullie moeder flink en in orde, zoals in Westerbork. Later kwam zij in een barak voor ouderen en begon de moed te verliezen. Zij liep een longontsteking op, die twee maanden duurde en daarna werd zij weer beter. In de herfst werd zij weer ziek, het voortdurend van barak verhuizen en de verslechterde toestand in het kamp putte haar geheel uit ... Ze sloot voor het laatst haar ogen op de vijfde van deze maand. Ik was bij haar tot het laatst. Zij was blij met jullie kaart die zijeind December ontving.
Afgestompt
Ik veronderschuldig me dat ik er zo droog en feitelijk over schrijf. Twee jaar kampleven, mijn persoonlijk lot en dat van vele honderden Joden hebben mijn gevoelens volledig afgestompt. Ik kan mijn gevoelens niet meer uiten meer uiten. Hierbij stuur ik jullie alles wat ik met mij mee kon nemen van de spullen van jullie moeder. Ik vrees dat de trein morgen weer verder gaat. Jammer. Ik had dolgraag met jullie willen praten! De reis naar het onbekende gaat door ...' Zij heeft zich in Zweden gevestigd.
Behalve de brief was alles wat zij had kunnen meenemen van de spulletjes van Ellen Citroen-Philippi: een kleine zwartleren handtas. Een tas die zij tot het einde met zich mee had gedragen.
In het huis van mijn grootvader Hans in Jerusalem vond ik die tas, precies zoals hij veertig jaar geleden was, toen mijn grootvader hem kreeg. Er in vond ik de brieven die zij in Westerbork en Bergen-Belsen had ontvangen, foto's van al haar naasten, enkele portretten die Paul had getekend, een adressenboekje nog uit Amsterdam en een formulier met al haar gegevens voor het geval zij kwam te overlijden.
* Miki Shoshan is een dochter van Tamar (Charlotte Dolly Citroen) en werkt bij de Israelische radio.
Zie de familie Citroen stamboom.

Hanneli Goslar Anne Frank Dolly Citroen Hanna Toby Barbara Lederman Susanne Ledermann
Deze foto stond op de voorpagina van Trouw als introductie van de bovenstaande pagina.
Rabbi Dr. Max Nussbaum
Geboren: 4 apr 1908 Suceava, Romania
Overleden: 20 jul 1974 (leeftijd 66) Los Angeles, Los Angeles County, California, USA
Max Nussbaum was a leading figure in world of Zionism and head of Temple Israel from 1942-1974, leading Hollywood (CA) synagogue which also operates Hillside Memorial Park, Los Angeles.
He was the last Rabbi to leave Berlin under Nazi rule in 1940. He was also the youngest Rabbi ever to be ordained in Germany. He tutored Elizabeth Taylor and Sammy Davis Jr. with their religious conversions and his name often appeared in print with show business personalities.
He was President of the Zionist Organization of America, Honorary President of the World Jewish Congress, and was honored in 1959 on the Ralph Edwards TV program "This Is Your Life". He also received the prestigious Scopus Award in 1971 by the American Friends of Hebrew University.
Ruth Offenstadt Nussbaum
Geboren: 9 aug 1911 Berlin-Mitte, Mitte, Berlin, Germany
Overleden: 27 apr 2010 (leeftijd 98) Sherman Oaks, Los Angeles County, California, USA
Instrumental in the creation of the Association of Reform Zionists of America (ARZA), Ruth Nussbaum played a pivotal role in helping to reshape the Reform movement of Judaism's view of Zionism, which once was anti-Zionist. She was also co-chairwoman of the women's division of the United Jewish Welfare Fund and wife of Rabbi Max Nussbaum of Temple Israel, Hollywood, California. After moving to Amsterdam as a young woman to escape Nazi persecution, she was neighbors with the Frank family. Daughter Anne would play with Ruth's daughter Hannah from her first marriage to Ludwig Friedrich ("Fritz") Toby.
Hannah Elizabeth Nussbaum Marsh
Geboren: 2 dec 1934 Berlin, Germany
Overleden: 20 okt 2013 (leeftijd 78) Los Angeles, Los Angeles County, California, USA
Hannah Elisabeth (Hanneli) Pick-Goslar
Geboren: 12 November 1928, Berlin-Tiergarten.
Overleden: 28 October 2022, Jerusalem.
She was a German nurse who became best known for her close friendship with diarist Anne Frank. Both Goslar and Frank attended the Sixth Montessori School and the Jewish Lyceum in Amsterdam.
Hanneli Goslar was a granddaughter of Alfred Klee, who is considered one of the founders of Zionism in Germany. Her father, Hans Goslar, was head of the press department of the Prussian Ministry of Foreign Affairs.
After the Nazi takeover, the family emigrated to Amsterdam. There, Goslar met Anne Frank and attended the same school. As “Anne, Hanne and Sanne,” she and Anne Frank and Sanne Ledermann formed a close group of friends in 1934.
On 20 June 1943, “Hanneli,” as Anne Frank refers to her in her diary, was arrested by the Gestapo together with her father (her mother had died in October 1942 in childbirth during the stillbirth of their third child), her grandparents, and her younger sister Gabi (1940). Due to her father Hans’s Zionist involvement, they were placed on a list for Palestine. This meant they were not sent to Auschwitz but were instead eligible for the Bergen-Belsen camp. On 15 February 1944, Hannah, her father, and her sister were deported there. In February 1945, Goslar encountered her childhood friend Anne Frank again, shortly before Anne’s death. In early April 1945, Goslar and others were crammed into the so-called “lost transport” train and, after a 13-day journey through Germany, she and her sister (the only other family member to survive the war besides Hannah) ultimately survived the Holocaust.
On 23 April 1945, the train arrived in the village of Tröbitz, where they were liberated by the Russians.
Pick-Goslar married Dr. Walter Pinchas-Pick and had three children and ten grandchildren. She lived in Jerusalem until her death.
She died in October 2022 at the age of 93.
Source: Wikipedia.

© Anne Frank Foundation.
Achtertuin Merwedeplein 3, Amsterdam.
weggum.com
Persoons- en woningkaarten: Gemeente Archief Amsterdam.
Trouw, zaterdag 4 mei 1985.