HERMAN DOPPEN, alias OOM HERMAN.
Onderstaande tekst is afkomstig uit een boek waarvan ik de titel niet meer kan achterhalen.
                                                                            Het Verzet


Toen 't land werd onderdrukt
Geplunderd, uitgemoord
Hebben ze alleen maar de innerlijke stem gehoord
Hoezeer bedreigd, gejaagd
Bekneld in wreedsten nood
Volgden zij slechts één weg
Hun trouw tot in de dood.
                                              Victor E. van Vriesland


                                                                 Gevallen verzetsstrijders
                                                               Op de grens van Twente en Salland


Gemeente Hellendoorn: G. Bosch, J. ten Brug, G. Gitter, H.A. Hartholt, H. Kampman, J. Kapteyn, G.J. Kerkdijk,
A.F. Lancker, H. Limbeek, G. Nijland. G.J. Piksen en B. v.d. Wal.

Gemeente Holten: H. Grootherder, E. Koopman en A. Schipper.

Gemeente Ommen: M. Grendelman, J. Houtman, H. Kleinlugtebeld, J.Ph. Musch, G.W. Nijboer, W. Oordt,
G. Oosterveen en J. Veldkamp.

Gemeente Raalte: A. Avondrood, W. van der Wel en H.J.J. Winter.

Gemeente Rijssen: J.C. de Bruin, J.H. Dommerholt, A.J. Geerling, W. Meenks, J.W. Nieuwenhuis, H.W. Rouwendal,
W. Scheurs en J. Zandvoort.

Gemeente Wierden: J. van Aartsen, J.H. Heerdink, M. Heerdink, A.L. Tiemen en H. de Vries.



Schrijven over het gedurende de bezetting gepleegde verzet, het is in feite onbegonnen werk. Velen hebben al getracht 'het verzet' voor het nageslacht vast te leggen, het is niemand gelukt. Geen enkel boek is volledig, ook niet de historische geschiedschrijving van Dr. L. de Jong; evenmin 'Het Grote Gebod', het gedenkboek van het verzet in LO en LKP, de afkortingen voor Landelijke hulp aan onderduikers en de Landelijke Knok Ploegen. In 'Van bezetting naar bevrijding' hebben we pogingen ondernomen om door vrij uitvoerig aandacht te schenken aan het doen en laten van Kapitein Albert Ferdinand Lancker, organisator en nadien commandant van het verzet in Midden-Overijssel, het wezen van het verzet in dit gebied te schetsen, we zijn er ons bewust van hierin maar ten dele te zijn geslaagd. Dat blijkt immers al uit het simpele zinnetje op pagina 115: "hij benoemde de heer H. Doppen als zijn plaatsvervanger". Hierbij bleef het, plaatsvervanger (en na de dood van de heer Lancker zijn opvolger). Herman Doppen bleef verder ongenoemd. Het mag on... (
tekst weggevallen)

Het was een vreemd geval. we kregen contact met een Duitse officier, die zei de oorlog beu te zijn. Hij wilde onderduiken en zou in ruil daarvoor ons heel belangrijke gegevens in handen spelen. We vertrouwden het niet, maar anderzijds was het gevoel dat we mogelijk een belangrijke kans onbenut lieten. Om een lang verhaal kort te houden: de Duitse officier is ondergedoken bij een boer tussen Lichtenvoorde en Varsseveld. En wij zaten plotseling met gegevens over raketten, een geheime basis, Peenemünde. Ons niet bewust van de juiste waarde en de omvang van onze informatie. Nu lijkt het misschien stom, maar wat wisten wij begin 1942 van raketten, van een V-1 of V-2. Niets Immers. Hoewel er een zeker wantrouwen over onze informatie bleef bestaan, leek het ons anderzijds belangrijk genoeg onze gegevens naar Engeland door te spelen. Wisten wij veel hoe dat moest? Ons nuchtere verstand zei ons: zelf wegbrengen, proberen in Engeland te komen. Stel je voor, ik zag me zelf al in Londen staan.
Het is er jammer niet van gekomen. Ik was trouwens al een mooi eindje op weg, Parijs gepasseerd, maar in april 1942 liep ik tegen de lamp, kregen de Moffen me in Midden-Frankrijk bij een controle te pakken. Ik heb het niet zo best gehad die dagen, maar ze zijn er nooit achter gekomen, waar het precies om ging. In plaats van Engeland ging het rechtsom, ik werd na verloop van tijd als gevangene op transport gesteld naar Nederland, met voorlopig einddoel het Oranjehotel, de gevangenis in Scheveningen. Dat was in die dagen niet zo'n best adres.
Wel, ik heb mij van mijn bewakers weten te ontdoen en ben in Roosendaal uit de rijdende trein gesprongen. Kort daarop stond ik in Lichtenvoorde weer op de stoep. Eén ding was natuurlijk wel duidelijk, ik moest zo snel mogelijk onderduiken. Voor het zover was ben ik eerst nog met een paar Franse krijgsgevangenen, die uit een kamp waren ontsnapt, naar de Belgisch-Nederlandse grens geweest. Ik zou ze over de grens helpen, was afgesproken en dan moesten ze zelf verder maar zien thuis te komen. Dat liep jammer genoeg flink uit de hand, want juist aan de grens liepen we in de armen van een Duitse patrouille. De Fransozen bleven staan als een paal, ik koos het welbekende hazenpad. De Moffen schoten als gekken, maar het waren blijkbaar geen scherpschutters.
Onderduiken dus. Via familiecontacten kwam ik bij de familie Mali, zakenlui in Raalte. De vrouw des huizes, tante Naatje, werd als het ware mijn pleegmoeder. Ik had het nooit beter kunnen treffen. Voor de kinderen daar was ik Oom Ben, vandaar die schuilnaam in het verzet. Toen die naam in bepaalde niet gewenste kringen een zekere bekendheid kreeg, werd ik Oom Herman en dat ben ik gebleven tot het eind van de oorlog.
Daar in Raalte, in het hartje van het prachtige Salland, begon het verzetswerk opnieuw. Langzaam maar zeker kreeg ik contacten. In Raalte zelf, ook in Heeten, Wijhe, Olst, Heino en Lemelerveld. Het breidde zich uit als de bekende olievlek. In het voorjaar van 1944, ik meen dat het in de maand mei was, heb ik Kapitein Lancker, beter bekend als 'Evert' voor het eerst ontmoet. Als ik me goed herinner vond dat plaats ten huize van Oom Tiemen de Jonge aan de Groetstraat in Nijverdal. Daaruit ontstonden de contacten met Willem van Asselt, Henk Piksen, Bertus Hoekman en anderen. Leven ze nog? Kijk, ik had een zesde zintuig voor betrouwbaarheid. Ik wist meteen dat het goed zat met de groep Nijverdal/Hellendoorn. Zij werkten rustig, onopvallend. Het waren geen avonturiers. Zelf was ik ook niet roekeloos, toch heb ik een paar ernstige fouten gemaakt. Dat wil ik best bekennen. Zegt u zelf, welke idioot brengt een geheime zender achterop de fiets weg en dan nog wel in Engelse verpakking. het is goed gegaan, maar het was wel vragen om moeilijkheden.
Na verloop van tijd ben ik door 'Evert' benoemd tot plaatsvervangend commandant. We hadden toen de beschikking over twee zenders. De ene werd bediend door de Ierse radiotelegrafist Sergeant John Austin, bij de groep beter bekend als 'Bunny'. Hij was 10 september 1944 bij een wapendropping op de Piksen in de buurt van Nijverdal gedrppped met nog twee geheime agenten, te weten de Amerikaan Olmsted en de Nederlander Brinkgreve. De tweede zender werd bediend door Maurits, een marechaussee die Beekman heette, naar Engeland was gegaan en later werd gedropped. Maurits zat toen in Kloosterhaar. Bunny zat in Luttenberg en is daar door SD-ers uit Raalte gearresteerd en kort voor de bevrijding in of bij Zwolle doodgeschoten. In het najaar van 1944 was de SD uit Almelo zeer actief, er vielen veel slachtoffers. 'Evert' had mij opgedragen de wapens centraal op te slaan. een ideale plek was een villa ('Bloemen Bosch') in een bos bij Luttenberg. Daar hadden eerst ondergedoken Joden gezeten. Daarin hebben we in september 1944 een stel Duitsers en Oostenrijkers ondergebracht die het voor gezien hielden. Een aantal van hen is later bij een overval gearresteerd. (
tekst aangevuld)

… waarschijnlijk klinken, maar het gelukte ons destijds niet deze voormalige topman van het verzet in Overijssel (
Doppen) op te sporen: leefde hij nog, woonde hij mogelijk in het buitenland?

Als het ware door een toeval werden we plotseling geconfronteerd met de figuur 'Oom Herman', één der schuilnamen van de heer B.H.J. Doppen. De heer P.A. Mali, eigenaar van de HEMA te Nijverdal, die we om inlichtingen over overvallen uit Raalte vroegen, dit omdat hij daar geboren en getogen is, vertelde ons tussen neus en lippen: 'destijds was ene 'Oom Herman', een man die Doppen heette en een belangrijke rol in het verzet speelde, onderduiker bij mijn ouders. Hij was afkomstig uit Lichtenvoorde, daar woont nog een deel van zijn familie, ze zullen je ongetwijfeld aan zijn adres kunnen helpen. Na het vierde telefoontje met Lichtenvoorde was het raak …

Een eindje buiten Zeist, aan de Driebergseweg 14A, hadden we woensdag 4 juli 1979 een enige uren durend gesprek met Bernardus Henricus Johannes Doppen, geboren op 2 december 1914 te Lichtenvoorde. (
Overleden 13 mei 1984 te Zeist). Hij stond op dat moment aan de vooravond van zijn pensioen. Dat betekent, dat hij zich binnenkort zal vestigen in Frankrijk, een een boerderij niet ver van Toulouse. Want Frankrijk heeft zijn hart gestolen.

Het verzet: in midden-Overijssel kennen veel voormalige verzetsmensen hem als 'Oom Ben' en daarna als 'Oom Herman'. Na de bevrijding werd diezelfde Oom Herman Majoor Doppen, die zich in Harderwijk bezig hield met het formeren van een bataljon voor het toenmalige Nederlands Oost-Indië. Hij zelf kwam niet verder dan Engeland, maar dat is een verhaal apart. Het vroegere legerkader zag het niet zo zitten met deze oud-verzetsman, die het allemaal op zijn eigen manier deed. Misschien was Majoor Doppen meer vechtjas dan diplomaat.

We laten Bernard Doppen aan het woord: 'Ik heb na de oorlog geruime tijd nauwelijks over het verzet gesproken. eerlijk gezegd voel ik ook nu niet zo bar veel voor dit gesprek. het is immers allemaal verleden tijd. Anderzijds is het goed dat boeken als deze verschijnen. Er wordt een stuk regionale historie in vastgelegd, het vormt tevens voor volgende geslachten een waarschuwing voor de verschrikkingen van een oorlog.
Hoe het met mijn verzetsactiviteiten begonnen is? Ik was destijds ambtenaar op het Gewestelijk Arbeids Bureau in Doetinchem en kreeg er veel te maken met een Duitser, genaamd Bontenaggels. Ik kende hem van de tijd dat hij in Emmerich op het arbeidsbureau werkte. We waren als het ware oud-collega's en hij vertrouwde mij volkomen. Daar heb ik natuurlijk schromelijk misbruik van gemaakt. Langzamerhand rolde ik het verzet binnen. Helemaal onopgemerkt ging het al snel naar een climax.

… gestopt. Die kon je in die tijd wel gevangennemen met een speelgoedpistooltje. Zij dachten ook, net als wij, dat de oorlog bijna afgelopen was. Eén van de bewakers van die tijd was Piet van de Waterschoot, hij was meen ik in Nijverdal kapelaan geweest en had hem ook moeten smeren. Er was ook een onderwijzer uit Luttenberg bij betrokken, de naam is mij ontschoten. Door onvoorzichtigheid van iemand anders is de SD er achter gekomen, dat in Luttenberg iets aan de hand was. De onderwijzer zou door de SD gearresteerd worden, maar deze wist nog juist te ontsnappen. In het huis er naasten zaten Bunny, twee KP-ers, alsmede de koerierster Ank. Zij heette in werkelijkheid Wil(helmina) van der Pol en is mijn vrouw. Zij is met Ton Kroeze uit Zenderen het huis uitgelopen met de fiets aan de hand, ze zijn toen rustig weg gepeddeld. Het schijnt dat daar thuis iemand in paniek is geraakt. Hoe dan ook, deze sympathieke jonge Ier is gearresteerd en dat betekende zijn dood. Daarmee was één zender uitgeschakeld en de andere ging kort daarop de lucht uit. Want in de omgeving van Kloosterhaar waren al enkele keren Duitse peilwagens waargenomen en het was terecht verstandiger van 'Maurits' om met uitzenden te stoppen. Het gebruik van een lange golf zender (
in werkelijkheid een korte golf zender), elders in de provincie, heeft de SD aanknopingspunten gegeven en er toe geleid, dat diverse mensen zijn gearresteerd.
Toen kwam de fatale zondag 11 februari 1945. Ik was die middag per fiets onderweg naar het Hoge Hexel bij Wierden, waar ik met Kapitein Lancker een bespreking zou hebben ter huize van de familie Nieuwboer aldaar. Ik was al dicht in de buurt, toen ik het huis in brand zag staan. Het was zaak uit de buurt te blijven, dat was duidelijk. Wat er gebeurd was wist ik toen nog niet. De volgende dag werd een bang vermoeden bewaarheid: Kapitein Lancker was niet meer. Strijdend is hij ten onder gegaan, zoals het een goed officier betaamt. Anderen heeft hij daardoor het leven gered. een groot Nederlander was in het harnas gestorven. Zijn overlijden bracht voor mij persoonlijk ook konsekwenties mee. Ik kreeg, als plaatsvervangend commandant en rechterhand van 'Evert' van Kolonel Hotz, een officier uit het KNIL en commandant Overijssel van de OD (de Orde Dienst) de leiding in handen en was daarmee commandant van de NBS, gewest Salland.
Er zijn in die periode tot de bevrijding naar verhouding nog weinig arrestaties verricht door de SD. Dat was geen gevolg van mijn goede leiding, maar de SD had geen aanknopingspunten meer. Toen hebben ze mezelf nog bijna te pakken gekregen. Toen de SD bij de familie Mali in Raalte een inval deed, is het me gelukt over een muur te ontsnappen. Je snapt niet hoe je over zo'n muur komt. Maar een mens kan veel als hij in doodsangst zit, neem dat maar van mij aan.
Na de oorlog en na een korte militaire loopbaan is Bernard Doppen de burgermaatschappij binnengetreden. Zonder noemenswaardige aanpassingsmoeilijkheden. Het werk, dat gedaan moest worden tijdens de oorlog, zat er op.
In een kistje, dat volgens mevrouw Doppen altijd gesloten blijft, liggen diverse onderscheidingen. Blijvende herinneringen aan het verzet. Uit België en Frankrijk; documenten van Eisenhower en de Engelse Koning herinneren aan de hulp aan geallieerde vliegers. Prins Bernhard zelf heeft hem het Kruis van Verdienste opgespeld. Het spreekt Bernard Doppen, ook nog eens Rider in de Orde van Oranje Nassau, allemaal weinig aan. Waarom ik wel en anderen niet, redeneert hij simpel. Er speelt nog iets. Wij merken het als hij ons gesprek met een soort bekentenis afsluit: "Mogelijk ben ik geen goede commandant geweest. Want hoewel onderscheidingen mezelf nauwelijks aanspreken, ben ik tekort geschoten door mijn manschappen niet voor te dragen. Ik zoek naar de mogelijkheden dit nog eens goed te maken"!
Aldus Bernard Henricus Johannes Doppen, na Kapitein Lancker de tweede en tevens de laatste commandant van de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten, gewest Salland. Een even strijdbaar als bescheiden man. Na de oorlog Majoor in het Nederlandse Leger, maar, zegt hij, een deel van de oude legerkliek lustte mij niet. Mede daardoor werd de weg naar de tropen versperd, Bernard Doppen heeft er nooit een nacht om wakker gelegen. Zo is hij ook nog een keer.
w.mugge@home.nl


    
12-01-2020