HERINNERINGEN.
Eerbeek, herinneringen van W.Th. BIEZEMAN.

Toen in 1940 de oorlog begon, was ik een jongen van 10 jaar. Ik groeide op samen met mijn broers en zusje op de boerderij van mijn ouders aan de Reuweg in Loenen. Op 10 mei 1940 werden wij allemaal gewekt door het geluid van Duitse vliegtuigen. Ik heb behoorlijk wat herinneringen aan de oorlogsjaren, de meeste verre van leuk natuurlijk.
Laat ik beginnen met een gebeurtenis van klein formaat: ik was met mijn vader in natuurgebied de Loenermark waar Duitse soldaten oefeningen hielden. Zij moesten een heuvel bestormen en als dat niet snel genoeg ging, kregen zij een schop onder hun achterste waar wij dan vreselijk om moesten lachen. Ook kwam er eens een auto aanrijden met Duitse soldaten erin. Zij kregen rijles en moesten eerst groeten voor zij achter het stuur gingen. Deden zij dat niet, dan moesten zij voor straf vijf keer om de auto lopen en daarna alsnog groeten en instappen, zo streng waren zij.

Mijn vader reed 2 x per week bodedienst voor BERENDS uit Loenen naar Zutphen en Arnhem met paard en wagen want benzine was niet meer te krijgen. Onderweg werd hij weleens aangehouden door Duitse soldaten, Die wilden de wagen controleren op goederen. Soms was dat wel eens smokkelboter van boeren. Dan tikte pa het paard op de kont met z'n zweep en dan begon het paard te slaan, waardoor de Duitsers meteen van de wagen sprongen. Op een gegeven moment vorderden Duitse soldaten veel paarden en wagens plus hun bestuurders in ons dorp. Ook mijn vader ontsprong de dans niet. Op de wagen werden fietsen geladen plus een fietsenrek en andere rommel van de openbare school in Loenen. Dit alles werd een soort colonne en onder granaatvuur door pa naar Ede gebracht, onder streng toezicht van de Duitsers natuurlijk. Toen mijn vader na ongeveer vier dagen weer terugkwam met z'n paard en wagen was hij zwaar overstuur, boos en gefrusteerd. Ik had hem nog nooit zo meegemaakt; dat heeft diepe indruk op mij gemaakt.

Natuurlijk hadden ook wij Duitse soldaten ingekwartierd op onze boerderij. Eén daarvan kon heel goed pannenkoeken bakken. Hij vroeg aan onze moeder een koekenpan en ging bakken op het fornuis in de keuken. Een dag later kreeg hij ruzie met een collega. Daarbij werd hij zo kwaad dat hij een autoband zonder velg over die andere man heen gooide. Deze viel en wij kinderen dachten dat hij zijn nek had gebroken. In de oorlogsjaren was het bij ons thuis soms de zoete inval. Er kwamen verschillende dorpsbewoners melk halen en ik bracht ook melk rond. 's Winters werd thuis gedorst met een dorsmolen. Clandestien deden wij dat ook met een dorsvlegel, maar dat maakte nogal wat herrie en dat was gevaarlijk natuurlijk. Bij het dorsen met de molen kwam de buurt altijd meehelpen en daarna kwamen veel evacués roggezaad halen om roggepap van te koken.

Op een dag moest mijn vader meel halen ui de maalderij van WILBRINK aan de Molenallee. Toen hij van huis was, bezorgde de postbode een brief van de bezetters dat ons paard gekeurd moest worden voor een vordering. Ik heb die brief gepakt, ben mijn vader tegemoet gelopen en heb hem de brief gegeven. Hij was erg kwaad. Kwam er natuurlijk net een Duitse SS-er aangelopen. Wat pa gedaan heeft weet ik niet, maar het paard vloog naar die Duitser toe en greep de pet van diens hoofd. De Duitser sprong uit angst over de sloot. Daarna kwam de man terug lopen met zijn pistool in de hand en het leek erop dat hij het paard wilde doodschieten, waarop pa hem de brief liet zien. Daarop zei de man dat het paard gemuilkorfd moest worden. Uiteindelijk is dit paard alsnog gevorderd op de keuring op de markt in Apeldoorn. Zelfs daar stond het paard nog op de achterbenen, maar dat weerhield de Duitsers helaas niet van vordering. Dat heeft mijn vader erg aangegrepen. In plaats daarvan kregen wij een erg oud afgetakeld paard mee terug. Dit paard werd kort voor de bevrijding ook nog in beslag genomen door de Duitsers en gestald bij Hotel Den Eikenboom in Loenen. 's Nachts heeft mijn vader het paard weer stiekem opgehaald en verstopt in het kippenhok, terwijl enkele meters verderop Duitse soldaten een andere schuur op ons erf in gebruik hadden. Mijn vader heeft ongetwijfeld vaak angst gekend tijdens de oorlog, maar hij liet zich in ieder geval niet gauw afschrikken. Als jongens zijnde haalden wij vaak kattenkwaad uit bij de Duitsers. Bij voorbeeld achter een huifkar aanlopen met een emmer en een mes in een zak zaad steken, de emmer vol laten lopen en dan wegrennen.
Hotel Den Eikenboom, Loenen.
Als wij wisten dat ergens een vliegtuig was neergestort, gingen wij met de buurjongens erheen om mika glas eruit te halen. Er was namelijk een jongen bij ons in de klas die daar vingerringen van maakte. Ook hadden wij gehoord dat er een vliegtuig in Eerbeek was neergestort. Snel erheen gelopen natuurlijk, om dat speciale onbreekbare glas te bemachtigen. Wij waren amper in het vliegtuig gekolommen toen een Engelse jager laag overvloog. Wij wisten niet hoe snel wij ons weer uit de voeten moesten maken en onmiddelijk daarna werdhet vliegtuig beschoten tot het totaal vernield was. Het bleek onze laatste schooldag te zijn geweest toen er een Engels vliegtuig vlakbij de school was neergestort. De piloot had net een paard met wagen beschoten waarbij het paard dood neerviel. De eigenaar van het paard wist zichzelf in veiligheid te brengen door halsoverkop in een éénmansgat naast de weg te springen. De piloot van het vliegtuig kwam bij deze actie zo laag over de grond dat het neerstortte. Van deze gebeurtenis staat nog een herdenkingsteken aan de Vrijenbergweg. Op een dag werden de mannen te werk gesteld om éénmans schietgaten te graven voor de Duitsers in Loenen.Daarbij werd iedereen van 16 jaar en ouder opgepakt en men moest een spade meenemen. Een buurjongen van mij dacht even slim te zijn: hij nam een klein kinderschepje mee in de hoop dat zij hem wel weer naar huis zouden laten gaan. Die vlieger ging helaas niet op: hij moest 's avonds langer blijven spitten dan de rest.
Op de 21e maart 1945 stijgt Robert Etlin op van het vliegveld Schijndel in het bevrijde deel van Nederland. Samen met een andere Spitfire voert hij een ‘armed reconnaissance’ uit. Dat betekent dat ze elk doel mogen aanvallen dat de moeite waard lijkt. Beide Spitfires hebben behalve hun boordkanonnen elk twee bommen onder de vleugel.

Robert en zijn ‘wingman’ vliegen boven Gelderland. Vanuit een bosrand bij de Vrijenbergweg in Loenen worden beide Spitfires plotseling hevig beschoten. Robert zet direct de aanval in met zijn boordkanonnen. Helaas treft het luchtdoelgeschut één van zijn bommen, die ontploft. De Spitfire stort neer en Robert vindt daarbij de dood.
De toenmalige Loenense dominee zorgt er voor  dat de omgekomen vlieger, die van joodse afkomst is, op de hervormde begraafplaats wordt begraven. Veel Loenenaren leggen ondanks een Duits verbod bloemen op het graf.
Robert Etlin is in juli 1949 herbegraven in Parijs. In de buurt van de plek waar Robert sneuvelde werd een houten kruis geplaatst. Na overleg met de familie Etlin is het houten kruis vervangen door een roodbruine, granieten, gedenksteen. Op de steen staat een tekst in het Frans en in het Nederlands: Hier liet ik mijn leven voor uw vrijheid, 21 maart 1945. Passant bezin u.
In september 1944 reden ook wij met paard en wagen en een witte vlag erop naar Arnhem om evacués op te halen. We namen hen mee naar Loenen en zij werden bij verschillende gezinnen ondergebracht. Bij ons thuis twee gezinnen: één alleenstaande moeder met vier kinderen, deze woonden in de schuur bij de koeien. Een echtpaar op leeftijd, de heer en mevrouw TEUNISSEN uit Arnhem, verbleven in het washok. De heer TEUNISSEN was slager van beroep. Hij hakte alle dagen kachelhout voor ons.

V-1's vielen veel in deze omgeving. Onder andere in Loenen op een huis, waarbij verschillende doden vielen. Wij stonden natuurlijk doodsangsten uit als wij het brommende geluid van een V-1 hoorden en spitsten onze oren want als het gebrom ophield was het foute boel.

Door mijn leeftijd heb ik de oorlog bewust meegemaakt en veel angstige momenten gekend. Ik herinner mij nog zo'n moment waarop ik snel wegdook tegen een schuur van de buren, toen een Engelse bommenwerper werd beschoten door de Duitsers. Er werd natuurlijk terug gevuurd en ik zag een grote vuurbal in de lucht boven mij. Ook hadden wij voortdurend angst voor allerlei razzia's en eventuele vordering van ons paard, waar mijn vader zo gek op was.
In december 1944 (
10-12-1944) gingen wij lopend van Loenen naar een tante in Klarenbeek en hebben nog gezwaaid naar onze schoolmeester GABRIËL die in Hotel Boschoord zat. Toen wij terug kwamen zagen wij tot onze grote ontzetting dat het Hotel was gebombardeerd. De gordijnen hingen boven in de bomen, er was niets meer over van het hotel. Mijn vader heeft nog geholpen de verminkte lichamen te bergen. Dit bombardement schijnt een vergissing te zijn geweest.

In het totaal zijn bij dit bombardement 35 mensen om het leven gekomen, 7 personen uit Loenen en 28 evacués uit Arnhem.

Loenenaren.

1. Theodorus Hendrikus Wissing, geboren 14-12-1915 te Terborg.
2. Hendricus Wilhelmus Maria Wissing, geboren 15-5-1942 te Loenen.
3. Johannes Bernardus Paulus Gabriël, geboren 15-1-1909 te Loenen.
4. Theunis Put, geboren 6-12-1910 te Loenen.
5. Aaltje Broekhuis, geboren 24-6-1909 te Loenen.
6. Hermien Put, geboren 29-5-1938 te Loenen.
7. Gerrie Put, geboren 7-12-1939 te Loenen.

Arnhemse evacués.



1. Theodus Lambertus Joseph Jansen, geboren 15-04-1898
2. Johanna Bernardina Cornelia (Ans) Macrander, geboren 20-03-1922.
3. Helena Hubertha Maria (Bep) Macrander, geboren 20-03-1923.
4. Stephanus (Stef) Macrander, geboren 13-06-1924.
5. Maria Helena (Riet) Macrander, geboren 13-06-1926.
6. Theodorus  (Theo) Macrander, geboren 29-12-1930
7. Dini Macrander, geboren 27-01-1934
8. Theodora Macrander, geboren 11-02-1938 te Arnhem.

9.   Coenradus Johannes Allegondus Hermsen, geboren 06-10-1892 te Arnhem
10. Wilhelmina Maria Elisabeth Hermsen-Verbeek, geboren 10-01-1892
11. Jozeph Caspar Johan Hermsen, geboren 27-05-1920 te Apedoorn.
12. Gonny Adriana Theresia Hermsen, geboren 25-10-1923 te Helmond.
13. Theresia Delphina Hermsen, geboren 16-05-1926 te Arnhem.
14. C. Hendrickx-Hermsen
15. Rudolf Cornelis Wilhelmus Hendrickx, geboren 27-11-1927

16. Johannes Bernardus Paulus Daniels, geboren 15-01-1909
17. Hendrika E. Beekman, geboren 06-11-1892
18. Everhardus Johannes Daniels, geboren 26-07-1926
19. Gerardus Adrianus Daniels, geboren 20-01-1928
20. Albertus Arnoldus Daniels, geboren 31-01-1931
21. Albertus Wilhelmus Everhardus (Diesje) Daniels, geboren 11-03-1938

22. Tonia Hendrika Johanna Derksen, geboren 16-03-1878 te Arnhem.
23. Maria Berends, geboren 07-04-1906 te Arnhem.
24. Goudje Berends-van de Pol, geboren 08-09-1877 te Doorwerth.
25. Everdina Hendrika Fleming, geboren 02-03-1942

Wie zijn de overige slachtoffers?

In maart 1945 werd ik door mijn vader lopend op pad gestuurd naar de familie BIJDAM, die op de Woeste Hoeve woonden, om te vragen zij nog hout voor ons hadden.Bij de Woeste Hoeve aangekomen werd ik tegengehouden door Duitse soldaten. Ik moest tussen enkele van hen in lopend mijn weg richting de familie BIJDAM vervolgen en passeerde een open militaire wagen waarin een dode soldaat zat. Alles zat onder het bloed, zowel in de auto als op de grond er omheen. Op dat moment had ik natuurlijk geen idee dat dit de auto van RAUTER was, een vooraanstaand Duits officier. RAUTER zelf bleek achteraf als enige de aanslag te hebben overleefd en was op dat moment zwaar gewond afgevoerd. Dit was duidelijk een aanslag van verzetsmensen; deze zullen niet hebben geweten dat RAUTERin deze auto zat. Eënmaal de auto gepasseerd sommeerden de soldaten mij om door te lopen en meneer BIJDAM vroeg mij meteen waar ik vandaan kwam. Ik vertelde hem over de aanslag en hij raadde mij aan zo snel mogelijk weer naar huis te gaan, dezelfde weg weer terug. Toen moest ik van de Duitse soldaten aan de andere kant van de weg teruglopen en werd verder met rust gelaten. Eënmaal weer thuis, bleek het nieuws nog niet doorgedrongen. Deze aanslag heeft een erg rote indruk op mij gemaakt, zelfs nu na jaren nog. Ik heb ik doodsangst verkeerd toen ik langs die auto moest lopen.
De auto van Rauter met de chauffeur er nog in.
Op 16 april 1945 werden wij 's middags in Loenen bevrijd. Echter, in de late ochtend al zagen wij meneer KLOMP uit ons dorp voorbij lopen met zijn twee dochtertjes, die prachtige oranje strikken in hun haar hadden. Zij waren op weg naar familie in de Dalenk in Loenen. Maar de bevrijding was nog geen feit op dat moment. Sterker nog, op datzelfde van passeren moesten wij allemaal de schuilkelder weer in vluchten, ook de heer KLOMP met zijn dochtertjes. Pas toen de tanks van de Canadezen in de verte aan kwamen rijden, kon hij zijn weg vervolgen met de kinderen. Ook wij liepen snel op de tanks af, die bij het postkantoor de Horsterweg op kwamen rijden. Alle meisjes kregen van de Canadezen chocolade en wij niet ...
Tijdens de laatste gevechten die dag is nog een tankwagen in brand geschoten door een Duitser. Hierdoor is een huis met een rieten dak aan de Eerbeekseweg afgebrand (
de boerderij van Hendrik van Kragt). Ook waren er, door rondvliegende granaatscherven, nog twee doden te betreuren de laatste uren voor de bevrijding. (Hendrika Bredenoord, geboren 19-10-1930 en Wilhelmina Bredenoord-Eeninwinkel, geboren 26-08-1911).
Natuurlijk zijn wij in die jaren ook vaak bang geweest dat ook onze boerderij geraakt zou worden; die had immers ook een rieten dak.

Wij vonden nog wel een paar Duitse krijgsgevangenen voor een huis aan de Eerbeekseweg. Die hebben wij nog gepest, waarbij een Duitse soldaat een trap tegen zijn been kreeg want hij wilde een dag daarvoor nog een handgranaat bij de buren in huis gooien omdat hij geen eieren kreeg. Enkele dagen later hebben wij de bevrijding van Loenen groots gevierd met een grote optocht met versierde wagens. Daar zaten vrijwel alle kinderen op; het hele dorp deed hieraan mee.
Hotel Boschoord.
Tot 1967 stond op de hoek Reuweg-Horstweg dit oude boerderijtje. In de laatste periode woonde hier Hendrik Biezeman met zijn gezin. Het boerderijtje moet zo’n 150 jaar geleden zijn gebouwd, toen de wegen niet de breedte hadden van tegenwoordig. Het is niet bekend wie het gebouwd heeft. Voor de familie Biezeman woonde hier Hendrik van de Kragt, die vanaf De Bruisbeek kwam en later gingen wonen aan de Slatsdijk.
Het boerderijtje heeft veel bewoners gehad. Zo ook de familie Marinus Modderkolk en Schoenmaker Baks. Vanaf de Horstweg stapte men zo binnen bij Baks binnen als men schoenen wilde hebben of laten repareren. Men deed in die tijd veel langer met de schoenen, omdat deze alleen op zondag werden gedragen. De schoenen moesten verscheiden keren voorzien worden van (leren) zolen. Nieuwe schoenen kocht men maar zelden, daar was immers geen geld voor. Klompen waren veel goedkoper.
Schoenmaker Baks kreeg het druk in het huisje en wilde gaan uitbreiden. Op deze plek was geen mogelijkheid en zocht daarom mogelijkheden aan de Eerbeekseweg, waar hij een winkel en woonhuis bouwde. Johan Janssen nam later de zaak over. Omdat hij geen opvolger had, moest hij deze sluiten. De winkel heeft daarna verschillende bestemmingen gehad. Tot voor een paar jaar was hier IJssalon Klomp in gevestigd.
Hendrik Biezeman, die van de boerderij aan de Horstweg (’t Veenhuis van familie van Oene) kwam, kocht het boerderijtje van Hendrik de Kragt. Zijn vader, Willem Biezeman, ging met echtgenote in het schuurtje wonen. Vaak werden deze schuurtjes het bakhuus of koakhuus genoemd. Biezeman boerde op deze plek, hoewel hij maar weinig grond had bij dit boerderijtje. Hij woonde in een driehoek die was omsloten door de Horstweg, Reuweg en een zandweg (Weverstraat). Wel had hij op verschillende plekken in het dorp wei- en akkerland. Daarbij ging hij er met paard en wagen er op uit om wat extra’s te verdienen.
In 1967 verkocht Biezeman de gronden van de driehoek aan de gemeente, die er flink aan verdiende door het als bouwpercelen te verkopen. Hij hield een perceel voor zichzelf, waar hij in een nieuw huis ging wonen.
De gehele driehoek is nu volgebouwd. Op de plek van de boerderij kwam een bungalow die Harm Kruitbosch hier liet bouwen. Nu woont hier de familie Tiedink.




Eerbeek, wat zou een kind die toenertijd 3 jaar oud was zich van de oorlog kunnen herinneren?

Op een middag werd er een platte wagen met allerlei spullen (geplunderd aan de overzijde van de IJssel) door de Duitsers op het tereein van de papierfabriek Coldenhove gestationeerd. Al gauw kwamen buurtbewoners kijken en oh wonder, zij mochten van de Duitsers iets uitzoeken voor zichzelf. Zo kwam ik in het bezit van een klein portomoneetje. Een Duitse soldaat die mij kende had het gade geslagen. Deze man woonde namelijk bij ons in huis omdat de woning van mijn ouders gevorderd was door de Duitsers. Hij ging op zijn hurken zitten en strekte zijn armen naar mij uit. Ik rende op hem toe en vloog hem om de hals. Toen pakte hij zijn portemonee en haal er 75 Gulden uit en stopte die in mijn pas verworven portomoneetje. Een kapitaal in die tijd. Tegen mijn moeder mompelde hij dat hij de 'Einsatz' (die daarna in Deventer plaatsvond) toch niet zou overleven. Ik heb hem ook nooit meer teruggezien. Conclusie: er waten ook goede Moffen.

Op 16 april lag ik voor mijn middagdutje in mijn ledikantje, ineens werd ik daar door mijn moeder uitgerukt. Zij was over haar toeren en riep steeds: "De Tommies zijn er! Zij zijn al bij de witte posten!" (Toegangsweg naar de papierfabriek Coldenhove vanaf de Imboschweg) Mijn mooiste jurkje met Smokwerk werd aangetrokken en in aller haast een bosje ribes geplukt. En mijn vader maar roepen: "Ga er nog niet naar toe, want er wordt nog geschoten!" Maar ma was niet te houden.
Aldaar aangekomen zag ik de imposante tanks van de Engelse bevrijders. Het eerste bosje bloemen heb ik aangeboden en door een soldaat werd ik bovenop een stilstaande tank geplaatst. Dat maakte veel indruk. Vervolgens kreeg ik een paar snoepjes ... nog nooit gehad natuurlijk. Het waren een soort karameltoffees, alles bleef aan mijn kiezen plakken en ik wist niet goed hoe ik er mee aan moest. Maar toch zijn sindsdien toffees voor mij onlosmakelijk verbonden met de bevrijding.
WEGGUM.COM