MEIJER, GERVER & HAGENBEEK
Grafsteen van George Henricus Meijer op het Ereveld te Loenen.
Bijschrift: Beeldengieter, gefusilleerd te Spanbroek. Steen E-1285.
DE ZAAK JAN WILLEM GERVER.
Vader Gerver wijst hem naar Hoogwoud. In deze plaats verblijft hij enige tijd en zoekt contact met deillegaliteit. Dit lijkt verdacht omdat kort tevoren een verzetsgroep is opgerold door de S.D. Daardoor zijn de spanningen binnen de verzetsgroep zéér groot. De commandant van het wapendroppingsterrein Mandrill aan de Zomerdijk in Wognum, C.T.A.
Schipper, hoort van het gebeuren rond Gerver en laat hem op 14 februari 1945 door de B.S. in Hoogwoud arresteren.
Na overgebracht te zijn naar Spanbroek wordt hij verhoord, maar beide partijen vertrouwen elkaar niet. Op 17 februari 1945 wordt Gerver, met twee getuigen, nogmaals verhoord door de commandant, Niek Mul uit de Wogmeer. Deze twee getuigen zijn Niek Loos en Rinus van Stralen. Ook dit verhoor levert weinig resultaat op. Getracht wordt nog informatie te krijgen over de afkomst van Gerver. Gelet op de toenmalige situatie is dit vrijwel onmogelijk. Besloten wordt, dat als binnen twee dagen niets naders bekend wordt, de betrokkene zal worden geliquideerd. Jan Willem Gerver wordt gevangen gehouden in een bak van een vrachtwagen, een zogenaamde veekap. Deze bak, die fungeerde als een soort gevangenis, staat honderden meters het land in achter een hoeve. Op 19 februari 1945 krijgt Jan Willem Gerver op zijn verzoek nog geestelijke bijstand van kapelaan Keet uit Spierdijk. Vervolgens wordt hij op een weiland in Spanbroek door de kogel ter dood gebracht. Na de executie wordt het stoffelijk overschot van Jan Willem Gerver begraven in een weiland te Spanbroek. Deze zaak zou in de vergetelheid zijn geraakt als de vader van Jan Willem na de bevrijding niet had aangeklopt bij luitenant Jacq van Gastel.
J. W. A. van Gastel loste het op
Na de bevrijding op 5 mei 1945 werd J. W. A. van Gastel aangesteld om als officier orde op bestuurlijke zaken te stellen in de regio West-Friesland. In deze functie werd luitenant Van Gastel gedetacheerd te Hoorn, van waaruit ook de gang van zaken in Enkhuizen en Medemblik geregeld moest worden. Gelukkig heeft de inmiddels op 15 januari 2006 overleden Jacq van Gastel een uitvoerig verslag opgemaakt over het gebeuren in deze regio. Tijdens zijn detachering te Hoorn werd hij regelmatig benaderd door vader Gerver met het verzoek onderzoek te doen naar het gebeuren rond zijn zoon.
Voor Van Gastel was dit aanleiding om zich in deze zaak te gaan verdiepen en een nader onderzoek in te stellen. Met behulp van de Dienst Identificatie en Berging van het Ministerie van Defensie werden er opgravingen gedaan op een weiland te Spanbroek.Daar werd naast het stoffelijk overschot van Jan Willen Gerver ook dat van een vrouw gevonden.
Op grond van de bij haar gevonden papieren zou zij verpleegster zijn geweest. De verpleegster met die naam bleek echter nog in leven en de echte naam van de gevonden vrouw is nooit achterhaald. Verder werd er nog het lichaam van een jongen uit Haarlem gevonden. Hij was op hongertocht en had via een raam in een boerderij geboeide Duitsers zien zitten. De jongen sloeg op de vlucht en werd vervolgens door de BS neergeschoten. De twee overige lijken werden nooit geďdentificeerd, vertelt Van Gastel in zijn verslag.
Bron: 'Oud Hoorn'.
Mogelijk zijn in het archief van het Rode Kruis Nederland nog meer informatie te vinden. Op internet staat een inventarisatie overzicht.
'Nederlandse Rode Kruis, Inventarisatie van het archief van het Rode Kruis- Centrale Documentatie'.
631 Brief van de Dienst Identificatie en Berging betreffende de identificatie van een stoffelijk overschot opgegraven te
Spanbroek op 13-05-1948 (Jan Kramer?).
weggum.com
DE ZAAK WILLEM GERARDUS BERNARDUS HAGENBEEK.
Twee weken voordat Wim en Piet Twisk en Wim Hagenbeek van hun bed werden gelicht, was er ingebroken bij de familie Twisk. Vader Twisk had daarom aan het hek voor aan de weg een bel gehangen, verbonden met een touw dat naar het huis liep.Op de bewuste avond, toen iedereen al in bed lag ging de bel. Vader Twisk deed de gordijnen open en zag dat er ongeveer honderd mensen voor het raam stonden. Op hetzelfde moment werd de achterdeur ingetrapt en kwam de landwacht binnen.In het voorjaar van 1945 werden broer Piet en ik met Wim Hagenbeek (een onderduiker) van ons bed gelicht door de landwacht. Ook Jaap Timmer (een zware verzetsman), die was ondergedoken bij Jan Weel, en een joods echtpaar, dat onderdak had bij G. Roozendaal, werden meegenomen. Wij werden met z'n zessen op transport gesteld, op de fiets, elk tussen vier landwachters in. In Hoom zijn we in de Parkzaal tegen de muur geplaatst, ieder afzonderlijk. Na enkele uren werden wij door een paar NSB'ers naar het politiebureau op het Grote Noord gebracht. Daar werden wij in een cel opgesloten. In deze cel zaten al twee jongens die schapenwol hadden gestolen. Het joodse echtpaar werd in een andere cel gezet. Toen wij, Joop Timmer, Piet en ik in een andere kamer moesten komen, dachten wij dat het met ons gebeurd was. Alleen wisten wij niet wat wij fout hadden gedaan. Gelukkig werden wij vrijgelaten door tussenkomst van onze NSB-burgemeester uit Sijbekarspel. Onderweg werd ons verteld dat de landwacht weer op de Nieuweweg aanwezig was. Wij zijn ondergedoken bij wagenmaker Van Leeuwen op de Nieuweweg tot de kust weer veilig was. Maar waar was de onderduiker gebleven? Hij werd apart verhoord door de landwacht. De landwacht wilde zo veel mogelijk aan de weet komen overandere verzetsmensen uit Wognum. Natuurlijk werder thuis wel eens over het een en ander gepraat. De onderduiker had wel namen horen noemen van Schipper en Commandeur en andere, maar hij wist gelukkig niet waar deze mensen woonden, anders was Wognum net als Putten geworden. Na tien dagen werd de onderduiker vrijgelaten en kwam hij weer bij ons. Hij wilde zo snel mogelijk naar Amsterdam, naar zijn huis. Intussen werd ons verteld dat als de onderduiker terugkwam, de ondergrondse zo spoedig moest worden ingelicht. De onderduiker kwam weer bij ons terug. Zijn vriendin kwam alle weken met allerlei geheime papieren met informatie onder de zolen van haar schoenen. Op een keer, na een afscheidspraatje op het land, werd hij bij de deur opgewacht door de verzetsmensen en meegenomen naar de Zomerdijk. Wij hebben vemomen dat hij zijn eigen graf heeft gegraven en als verrader is gefusilleerd. Later is ons verteld dat niet hij, maar zijn broer een verrader was.
Uit het jaarboek 2006 van de 'De Cromme Leeck'.


weggum.com