Die Ehre der Codeknacker.
Von Henning Sietz, Berlin.
Auch auf deutscher Seite wurde im Krieg fleissig dechiffriert - wenngleich das weitgehend unbekannt blieb. Einer der vielen Codeknacker war Theo Ophoven.

Ook aan Duitse zijde werd er tijdens de oorlog ijverig gedecodeerd, hoewel dat grotendeels onbekend bleef. Een van de vele codekrakers was Theo Ophoven.


Die Enigma, die Chiffriermaschine der deutschen Wehrmacht im Zweiten Weltkrieg, ist ein Mythos, der sorgsam gepflegt wird. Bis heute wird darum gerungen, wenn die Ehre gebührt, ihren Code geknackt zu haben. Bei jedem Anlass, sei es ein neuer Spielfilm über die Schlacht im Atlantik oder der 100 Geburtstag des Mathematikers und wohl bekanntesten Dechiffriers Alan Turing in diesem Jahr, geht es gleich un die nationale Ehre. Mal fühlen sich die Polen zurückgesetzt, die bis 1939 wichtige Vorarbeiten leitesten, mal die Briten, die in Bletchley Park mit 9000 Mitarbeitern den Code knackten, mal die Amerikaner, weil sie die schnelleren Dechiffriermaschinen bauten.

De Enigma, de codeermachine van de Duitse Wehrmacht in de Tweede Wereldoorlog, is een zorgvuldig in stand gehouden mythe. Tot op de dag van vandaag wordt erover gestreden aan wie de eer toekomt dat zij de code hebben gekraakt. Bij iedere gelegenheid, of het nu gaat om een nieuwe speelfilm over de Slag om de Atlantische Oceaan of om de honderdste geboortedag van de wiskundige en waarschijnlijk bekendste codekraker Alan Turing dit jaar, draait het meteen om nationale eer. Soms voelen de Polen zich tekortgedaan, omdat zij tot 1939 belangrijk voorbereidend werk verrichtten. Soms zijn het de Britten, die in Bletchley Park met 9000 medewerkers de code kraakten. En soms zijn het de Amerikanen, omdat zij de snellere decodeermachines bouwden.


Doch auch die Deutschen trugen ihren Teil bei. Einer von ihnen war der Funker Theo Ophoven: "Immer ist nur von den Briten die Rede! Mir platzt jedes Mal der Kragen, wenn ich das höre". Ophoven war in 1940 in Husum bei der Wetterfunk-Empfangstelle 22 (W-22) eingesetzt. "Mit Wetter hatte das nichts zu tun. Wir hörten den Funkverkehr der Royal Air Force ab und kannten alle Standorte der Luftwaffe in England, jeden Flughafen, welche Maschinen soe hatten, ihre Rufzeichen", erzählte Ophoven voor einigen Jahren, als in Deutschland der amerikanische Spielfilm 'U-571' anlief, der die Dechiffrierung des Enigma Codes durch die Alliierten thematisiert. "Wir hörten die Unterhaltungen zwischen den Flugzeugbesatzungen ab, wir kannten ihren Slang".

Maar ook de Duitsers droegen hun steentje bij. Een van hen was de radio-operator Theo Ophoven: „Altijd wordt er alleen maar over de Britten gesproken! Elke keer als ik dat hoor, breekt mijn klomp.” Ophoven was in 1940 in Husum gestationeerd bij het weer-radioluisterstation 22 (W-22). „Met het weer had dat niets te maken. We onderschepten het radiotelefoonverkeer van de Royal Air Force en kenden alle locaties van de luchtmacht in Engeland: elke luchthaven, welke vliegtuigen ze hadden en wat hun roepnamen waren”, vertelde Ophoven enkele jaren geleden, toen in Duitsland de Amerikaanse speelfilm U-571 in première ging. De film gaat over het kraken van de Enigma-code door de geallieerden. „We luisterden de gesprekken tussen de vliegtuigbemanningen af en kenden hun jargon.”
Dass auch die Wehrmacht in den verschlüslten Funkverkehr der Briten einbrechen konnte, ist noch immer so gut wie unbekannt. Geläufiger ist der Erfolg des B-Dienstes, des Dechiffrierdienstes der Deutschen Kriegsmarine, der die britische Royal Navy abhörte. "Die Erfolge der Wehrmacht sind weitaus weniger ruhmvoll als die Enigma-Geschichte", sagt der Kryptolofe Frode WEIERUD aus der Schwiz. "Die Errungenschaften der Verlierer sind eben schnell vergessen, wenn sie überhaupt je erwähnt werden".

Dat ook de Wehrmacht erin slaagde door te dringen in het versleutelde radioverkeer van de Britten, is nog altijd zo goed als onbekend. Bekender is het succes van de B-Dienst, de ontsleutelingsdienst van de Duitse Kriegsmarine, die het Britse Royal Navy-radioverkeer afluisterde.
„De successen van de Wehrmacht zijn veel minder roemvol dan het Enigma-verhaal”, zegt de cryptoloog Frode WEIERUD uit Zwitserland. „De prestaties van de verliezers worden nu eenmaal snel vergeten, als ze überhaupt ooit worden genoemd.”


Der war bombensicher.

Auch für die Wetterfunk-Empfangstelle der Luftwaffe war zunächst Glück im Spiel. Nach dem Absturz eines britischen Flugzeugs konnte die Wehrmacht Unterlagen über 'SYKO' bergen, den Code der Royal Air Force. Es war der Anfang der deutschen Entschlüsselungserfolge der Luftwaffe. "Nach einem halben Jahr war der Schlüssel komplett da - für jeden Tag", erzählte Ophoven. "Der Funker, der den Durchbruch schaffte, wurde danach befördert". "Im Jahr 1940 wurde Theo Ophoven als Funker nach Norwegen versetzt, um weiter Nachrichten abzufangen und zu entschlüsseln. Die Kommunikation mit Deutschland lief über den Geheimschreiber, den Siemens T-52, einen Fernschreiber mit Verschlüsselung.

Ook voor het weerberichten-ontvangststation van de Luftwaffe was er aanvankelijk sprake van geluk. Na het neerstorten van een Brits vliegtuig wist de Wehrmacht documenten over ‘SYKO’ te bergen, de code van de Royal Air Force. Dit was het begin van de Duitse successen bij het ontcijferen van berichten van de Luftwaffe.
„Na een half jaar hadden we de sleutel volledig in handen – voor elke dag”, vertelde Ophoven. „De radiotelegrafist die de doorbraak wist te bewerkstelligen, werd daarna bevorderd.”
In 1940 werd Theo Ophoven als radiotelegrafist naar Noorwegen overgeplaatst, om daar verder berichten te onderscheppen en te ontcijferen. De communicatie met Duitsland verliep via de geheimschrijver, de Siemens T-52, een telexapparaat met versleuteling.


Über dieses gerät konnte Ophoven noch 60 Jahre nach Kriegsende schwärmen: "Den konnte man nicht abhören, der was bombensicher. Sobald sich jemand in die verschlüsselte Fernschreibverbindung einschaltete, brach sie zisammen".
Ophoven brach erst 2001, als der Film 'U-571' in die Kinos kam, sein Schweigen, was nicht untypisch war: Auch die Informationen über Bletchley Park waren jahrezehntlang geheim; die Dechiffrierstelle der Briten nördlich von London, hatte es gewissermassen nie gegeben. Erst 1974 packte einer der britischen Kryptologen aus. Doch während die Erfolgsgeschichte der britischen Mathematiker bekannt wurde, blieben die Errungenschaften der Wetterfunk- Empfangstellen auch weiterhin meist nur den ehemaligen Mitarbeitern bekannt.

Over dit apparaat kon Ophoven zelfs 60 jaar na het einde van de oorlog nog enthousiast vertellen: „Die kon je niet afluisteren, die was bomveilig. Zodra iemand zich in de versleutelde telexverbinding inschakelde, viel de verbinding uit.” (Niet juist, zie hiervoor het boek 'Codebreakers', geschreven door Bengt Beckman)
Ophoven verbrak zijn stilzwijgen pas in 2001, toen de film U-571 in de bioscopen verscheen, wat op zichzelf niet ongebruikelijk was. Ook de informatie over Bletchley Park was jarenlang geheim; het Britse ontcijferingscentrum ten noorden van Londen had als het ware nooit bestaan. Pas in 1974 trad een van de Britse cryptologen met zijn verhaal naar buiten.
Maar terwijl het succesverhaal van de Britse wiskundigen bekend werd, bleven de prestaties van de weerbericht-ontvangstations ook daarna grotendeels alleen bekend bij de voormalige medewerkers.


Dabei hatten Briten und Amerikaner schon nach Kriegsende genau nachgeforscht, in welche Codes die Wehrmacht hatte einbrechen können. Ein Bericht der Army Security Agency von 1946 mit dem Titel 'The German Air Force Signal Intelligence Service' bestätigt denn auch Ophovens Bericht. Demnach war im September 1939 bei Wilhelmshaven ein britisches Flugzeug abgestürzt, die verborgenen Unterlagen erlaubten der W-22 in Husum den Einbruch in Code Syko. "Syko wurde laufend entschlüsselt, im November 1942 wurde er gewechselt", heisst es in dem Bericht der Alliierten. Auch der 'Aircraft Reporting Code', der auf Syko folgte, wurde in Husum entschlüsselt. Er erlaubte der Wehrmacht, die Bombenflüge der Royal Air Force nach Deutschland von Beginn an zu verfolgen. Besonders erfolgreich sei die Nchrichtenerfassung in Norwegen gewesen, heisst es in dem erste freigegebenen Geheimbericht.

Daarbij hadden Britten en Amerikanen al direct na het einde van de oorlog nauwkeurig onderzocht in welke codes de Wehrmacht had weten binnen te dringen. Een rapport van de Army Security Agency uit 1946, getiteld The German Air Force Signal Intelligence Service, bevestigt dan ook het verslag van Ophoven. Volgens het rapport was in september 1939 bij Wilhelmshaven een Brits vliegtuig neergestort. De verborgen documenten stelden de W-22 in Husum in staat om in de code Syko binnen te dringen. „Syko werd voortdurend ontcijferd; in november 1942 werd de code gewijzigd”, staat in het rapport van de geallieerden. Ook de Aircraft Reporting Code, die op Syko volgde, werd in Husum ontcijferd. Hierdoor kon de Wehrmacht vanaf het begin de bombardementsvluchten van de Royal Air Force naar Duitsland volgen. Bijzonder succesvol zou de inlichtingenvergaring in Noorwegen zijn geweest, zo staat in het eerste vrijgegeven geheime rapport.


Der 144 Seiten Bericht der Amerikaner bestätigt Ophoven. In einem Punkt aber lag er falsch, der Gheimschreiber T-52 war so geheim nicht. Es waren schweische Kryptologen, die sehr früh in das System der deutschen Nachrichtenlinien einbrechen konnten, wobei si den Umstand nutzen, dass die Verbindungen von Norwegen nach Deutschland über schwedisches Hoheitsgebiet liefen. Schweden, obwohl neutral, informierte Grossbritannien, woraufhin in Bletchley Park das Unternehmen 'Fish' anlief, die Entschlüsselung des geheimschreibers, den die Briten 'Sturgeon' nannten.  Es war Ophoven, der nie an der Front kämpfte, nicht vergönnt, den Geheimbericht der Amerikaner zu lesen. Er starb im Jahr 2006.

Het 144 pagina’s tellende rapport van de Amerikanen bevestigt Ophoven. Op één punt hadden zij echter ongelijk: de geheimschrijver T-52 was helemaal niet zo geheim. Het waren Zweedse cryptologen die er al in een vroeg stadium in slaagden door te dringen in het systeem van de Duitse verbindingen. Daarbij maakten zij gebruik van het feit dat de verbindingen van Noorwegen naar Duitsland over Zweeds grondgebied liepen. Zweden informeerde, hoewel het neutraal was, Groot-Brittannië hierover. Vervolgens ging in Bletchley Park de operatie ‘Fish’ van start: het ontcijferen van de geheimschrijver die de Britten ‘Sturgeon’ noemden. Het was Ophoven, die nooit aan het front had gevochten, niet gegund om het geheime rapport van de Amerikanen te lezen. Hij stierf in 2006.

Zou Ophoven er ook in geslaagd zijn om de geheime bases waar vanaf SOE agenten op het continent gedropt werden te localiseren?



It’s 7:35 a.m., July 1st, 1940 and a shipment of fish has arrived in Halifax.

Labelled “Top Secret,” it was the culmination of almost a year of planning and preparatory work. It’s one of the war's best kept secrets—and certainly one of the most interesting. The Bank of Canada was about to become a key, if secret, player in the Second World War, and truthfully, the story doesn’t involve a single fish at all. It involved gold. A lot of it—thousands of pounds that needed to move across an ocean to protect the future of Europe.
Imagine it’s 1940—war has broken out across the world. Germany has already annexed Austria and Czechoslovakia and invaded Poland. Within a few months, it will crush the armies of Denmark, Norway, Belgium, the Netherlands and Luxembourg. By May, the Germans have reached the French channel coast, surrounding close to 400,000 allied soldiers and sailors at Dunkirk.
The United Kingdom could be the next to fall, so Churchill has developed plans to install his government in Montréal and continue to lead the Commonwealth from Canada. The Bank of England has also begun preparing for the worst—putting in motion plans to run a “shadow bank” headquartered in Ottawa. Since the Munich Agreement of 1938, it has been increasing its gold reserves in Canada as a precautionary measure. Now, with Germany at their doorstep, Churchill accelerates the process—devising Operation Fish, a plan to move England’s entire gold reserve overseas to Canada.
In total, the order includes almost two thousand tonnes of both bullion and coins—including substantial holdings from the soon-to-be-captured Bank of France. The loss of any shipment would be disastrous—likely spelling Britain’s defeat. Despite a few attempts to move away from the gold standard between the world wars, the precious metal remains an important method for nations to exchange wealth. England’s gold reserves will allow Churchill to buy much-needed supplies from Canada and the United States and fund the coming war.
The convoys will also be carrying significant numbers of what were once privately held securities. Under the Emergency Powers Act, Churchill’s government confiscated them from the British public, who were forced to register their holdings at the beginning of the year. Like the gold, the securities are packaged up, shipped to Greenock, Scotland, and readied for their transatlantic voyage.
On June 24, 1940, the first of Churchill’s convoys begins to sail, easy targets for German U-boats. The Battle of the Atlantic is well under way and the German submarine threat has reached its peak. In the month of May alone, over 100 ships were sunk—more than 40 per cent of all transatlantic traffic. The first of the gold shipments is aboard HMS Emerald. It somehow makes the 4,600 km crossing unscathed, arriving in Halifax harbour sometime around 7 a.m. on July 1st. Officials from the Bank of Canada and Canadian National Express are waiting.
The arriving boxes of “fish” are checked and re-checked before being loaded into a dozen train cars. Escorted by nearly 300 armed guards, they head for Montreal. At the Bonaventure Train Station, Alexander Craig from the Bank of England meets David Mansur, Acting Secretary of the Bank of Canada. After shaking hands, the two men oversee the splitting of the goods. The securities and cash are unloaded and sent to the Sun Life Building in Montréal, to be guarded by the Royal Canadian Mounted Police. The gold, however, is soon on its way to Ottawa and into the Bank of Canada’s vaults. But this is only the first shipment.
Soon, more and more convoys begin their own crossings, braving the German wolfpacks. Amazingly, not a single gold-bearing vessel is lost. By the end of Operation Fish, over 1,500 tonnes of gold ingots and coin would be placed into the Bank’s vault, where they would remain for the duration of the war. To help keep track of the gold, Mansur and the Bank hired roughly 120 retired Canadian bankers, brokers and investment firm secretaries. By their count, the Bank’s gold stores were second only to that of Fort Knox.
In total, approximately $160 billion—in 2017 dollars—were shipped from the United Kingdom to Canada. More than 600 people were involved. Operation Fish was the largest movement of physical wealth in history. It was also perhaps the single greatest economic gamble of all time, and a tremendous success—a testament to the resourcefulness and co-operation of the allied powers and their central banks during the war.





                                                                                                
WEGGUM.COM