BARBARA'S VRIENDEN.
Barbara had verkering met Manfred Grünberg, deze foto van hen is in 1944 gemaakt.
De verkering met Manfred raakte uit en hij trouwde op 5 mei 1947 met Marie van Rooijen. Hij scheidde van haar op 29 maart 1957 en hertrouwde op 6 mei 1964 met Maria Hendrika van Aalten. Dit huwelijk werd reeds op 29 april 1965 ontbonden.

Zie netwerk.
Max en Marga zijn op 24 december 1945 getrouwd en acht jaar later op 22 december 1953 gescheiden. Zij kregen twee kinderen: Vivian en Robert Hans Silber. Op 27 augustus 1956 is Max hertrouwd met Johanna Elisabeth Fesevur. Dit huwelijk werd op 22 oktober 1960 ontbonden. Max vertrok op 21 juli 1981 naar Biot, Chemin de St. Julien, Frankrijk.
Leopold ('Leo') Weil, Augsburg, 17 juni 1922. Schuilnamen: Johannes Verbraak en Lodewijk Smulders.

Leo Weil groeide op in Augsburg. Vanwege de toenemende vervolging van Joden kwam hij in 1936 naar Nederland, waar hij in eerste instantie bij zijn oom Herbert Oberdorfer in Amsterdam woont. Zijn vader Hermann en zus Edith volgden in 1938, moeder Selma bleef achter om haar zieke moeder te verzorgen. Na het uitbreken van de oorlog probeerde Weil tevergeefs naar Engeland te ontkomen, en rondde vervolgens in Amsterdam een ingenieursopleiding af. In februari 1941 wist hij te ontkomen bij de eerste razzia's door aan een touw uit het raam te hangen. Hij dook daarna onder. Weil raakte in contact met verzetsmensen en begon documenten te vervalsen, onder andere persoonsbewijzen. In februari 1943 werd Weil gearresteerd, toen hij in een drukkerij iets kwam ophalen. Bij het transport naar kamp Westerbork probeerde hij te vluchten. Dit mislukte en hij werd flink in elkaar geslagen. Na tien dagen herstel in de ziekenbarak wist hij alsnog te ontvluchten en naar Amsterdam terug te keren, alwaar hij weer verder ging met verzetswerk. Bij een razzia op straat werd hij al snel weer opgepakt, maar hij wist meteen te ontsnappen uit de overvalswagen. In juli 1943 werd hij voor de derde maal opgepakt, nu door verraad. Hij zat twee dagen en nachten opgesloten in een elektriciteitsmetershok in het gebouw van de Sicherheitsdienst aan de Amsterdamse Euterpestraat. De derde nacht werd hij naar een gymzaal overgebracht, waar hij door het forceren van een bovenraam kon vluchten. In augustus 1943 vluchtte Weil via België naar Frankrijk waar hij zich bij de Groupe Franc Alert aansloot. Hij had tevergeefs geprobeerd zijn vader en zus te overtuigen met hem mee te gaan. Zus Edith werkte op dat moment voor de Joodse Raad en had voor haarzelf en haar vader een Sperre weten te regelen, die tegen deportatie zou beschermen. Begin 1944 worden zij in Auschwitz vergast. Ook moeder Weil en haar moeder overleven de oorlog niet.

Weil begeleidde in de periode augustus 1943 tot juli 1944 vijf transporten met Joodse onderduikers, verzetsmensen en Engelse en Canadese piloten van Nederland naar Frankrijk. Verder heeft hij in Parijs deelgenomen aan bankovervallen om geld voor levensonderhoud en wapens voor de groep te bemachtigen. Ook heeft hij drie Gestapo-agenten in Parijs geliquideerd. Op 19 juli 1944 werd de groep door verraad opgerold. Hij werd vastgezet in de gevangenis Fresnes in Parijs. In een proces werd hij ter dood veroordeeld, maar omdat de bevrijders dichtbij waren, werd het vonnis niet voltrokken. Met het laatste transport werd hij op 20 augustus 1944 naar het concentratiekamp Buchenwald op transport gesteld. Toen daar de Amerikanen naderden - in april 1945 - werd hij na enige omzwervingen naar het kamp Theresienstadt gebracht, waar hij op 6 mei 1945 door de Russen bevrijd werd.

Bron: Verzetsmuseum, Amsterdam.
Gemeente Archief Amsterdam.
weggum.com