Glijvlucht naar de dood.
Tegen het einde van september 1942, waren de plannen van de aanval slechts in grote lijnen opgezet door Combined Operations. Uit memo’s die langs de diverse betrokkenen circuleerden bleek dat alle opties nog open waren. Er was echter een duidelijke reden waarom de definitieve planning van de operatie zo lang duurde. Hoe men het ook bekeek, men had geen idee hoe men de mannen Noorwegen weer heelhuids uit moest krijgen. Eén van de varianten was om de mannen met een Catalina vliegboot op het Møsvatn meer af te zetten, waarna men zich gedurende de nacht in de bergen zou terugtrekken, om daarna binnen 24 uur toe te slaan voordat men ontdekt werd. De groep moest zich in drieën splitsen en op een vooraf afgesproken punt weer samenkomen. De groep zou daarna in zijn geheel ten aanval gaan, nadat alle weerstand gebroken was zouden de drie groepen apart drie verschillende taken uitvoeren.
De eerste groep zou de voorraad zwaar-water vernietigen, de tweede groep moest de zwaar-water- installatie vernietigen en de derde groep zou de weg naar de fabriek in beide richtingen blokkeren en duitse versterkingen zo lang mogelijk ophouden. De drie groepen zouden zich daarna gezamenlijk tien kilometer naar het westen terugtrekken, naar het Møsvatn meer en daar zou een Catalina vliegboot hen oppikken en terugkeren naar Engeland.
Er waren natuurlijk problemen met dit plan, een vliegboot heeft water nodig om op te land en tegen het einde van oktober zouden de meren in Noorwegen al bevroren zijn. Gezien de grootte van het vliegtuig leek het zeer waarschijnlijk dat de bewakers van de Møsvatndam het vliegtuig zouden zien. De ontsnapping zelf zat vol risico’s, er zou razend snel alarm worden geslagen en zelfs al zouden de commando’s het vliegtuig kunnen bereiken dan nog was de kans groot dat het op de terugweg door gealarmeerde jagers zou worden neergeschoten.

Catalina
De besluiteloosheid van Combined Operations begon Whitehall te irriteren als mede de SOE, wiens kwartiermakers (Grouse) zaten te duimendraaien in Noorwegen. Begin oktober werd Combined Operations via de privesecretaris van de voorzitter van de Raad van Oorlog tot spoed gemaand. Uit de neergekrabbelde notities van een vergadering van 13 oktober valt op te maken dat er nog steeds geen concreet plan gereed was. Een schetsje geeft de landingplaats van de zweefvliegtuigen aan, maar een aanvalsplan is er nog steeds niet.
De notities zagen er ongeveer als volgt uit:
Een vrachtwagen met onze mannen naar (de parkeerplaats bij de hangbrug) en de bewakers uitschakelen in het wachtlokaal……de door de aanvallers meegebrachte containers met explosieven moeten de hele installatie vernietigen….tijdvertragers van 2 uur moeten de gewaarschuwde bevolking de kans geven te vluchten…de aanvallers moeten vanuit het Noorden de brug oversteken….toegang vanuit het Zuiden is niet mogelijk wegens obstakels…Skinnerland en zijn vrouw moeten gewaarschuwd worden om die dag hun schoonouders in Rjukan te bezoeken….busvervoer wordt aanbevolen…dichtst bij gelegen garnizoen is 120 kilometer verderop….in Rjukan zitten maar een paar Moffen.
Deze haastig neergekrabbelde notities laten blijken dat men van plan was de hele vallei op te blazen, maar dat men het ook niet uit de hand wilde laten lopen. Het geeft wel een beeld dat men eigenlijk geen idee had wat men precies moest vernietigen en hoe men slachtoffers bij de burgerbevolking moest zien te voorkomen. Enige dagen na deze vergadering werden de plannen uiteindelijk goedgekeurd. De operatie kreeg de codenaam “Freshman” en het doel van de missie was: voorraden Lurgan (codenaam voor zwaar-water) te vernietigen, dit is het belangrijkste doel van de missie. Pas als dit uitgevoerd is kan begonnen worden met de vernietiging van de productieinstallatie in de fabriek van Norsk.Hydro. De aanval zou uitgevoerd worden met zweefvliegtuigen en dit zou de eerste operatie van de geallieerden zijn die op deze wijze ondernomen werd in de Tweede Wereld Oorlog. De aanvalsgroep zou uit 36 man van de Royal Engineers van de 101ste Luchtlandings Divisie bestaan, inclusief drie officieren, vier bemanningsleden van de zweefvliegtuigen en de vier mannen van Grouse. Men moest desnoods al vechtend het doel zien te bereiken en de eventuele gewonden moesten voorzien van morfine achtergelaten worden. Na de actie moesten de Engelse Commando’s desnoods vechtend naar Zweden zien te ontsnappen, een vluchtweg van 400 kilometer tot de grens! Gouse moest zich diep in de bergen terugtrekken en zich schuilhouden tot de Duitse zoektochten voorbij zouden zijn.
Aan de Engelse soldaten zou geen enkel detail van de operatie meegedeeld worden, ook werd hen niet verteld naar welk land men ging, dit zou pas een paar dagen voor vertrek bekend gemaakt worden. Wel werd hen verteld dat zij speciaal geselecteerd waren om een operatie achter vijandelijke linies uit te voeren. Zij werden gewaarschuwd voor welke gevaren zij zouden komen te staan en men kon desgewenst om zwaarwegende persoonlijke redenen als men bijvoorbeeld een klein kind had, of een zwangere vrouw, de missie weigeren. Degenen die dit deden werden naar hun eigen eenheden teruggestuurd zonder dat er vragen gesteld werden. De operatie werd omgeven door de hoogste vorm van veiligheid, er werd zelfs een dekmantel bedacht waarom de mannen hun eigen eenheden verlieten en waarom zij een speciale training kregen. De dekmantel was een creatie van Overste Henneker, van de Royal Engineers Airborne Division, ondersteund door Combined Operations en hield in dat de mannen uithoudingsproeven zouden doen samen met hun Amerikaanse tegenhangers in verschillende delen van het land en de winnaars zouden de prijs, de Washington Cup, ontvangen. De zweefvliegtuigen die voor de operatie bestemd waren werden in hangars gestald om te voorkomen dat ze door Duitse fotoverkenners gefotografeerd zouden worden. De soldaten kregen een uitputtende commandotraining, wat onder andere in hield dat er lange marsen met volle bepakking (40 kg) werden gelopen. Het idee was niet alleen om de mannen lichamelijk fit te krijgen, maar ook degenen te selecteren die het fysiek niet aan konden. Na de basistrainingen werden de mannen op 27 oktober 1942 overgeplaatst naar Snowdonia en opgesplitst in paren. Daarna werden zij “blind”op een berg gedropt en zij moesten gedurende vier dagen en nachten zien te overleven. Met een kaart en kompas moesten zij naar van te voren vastgestelde rendezvous punten navigeren. Zij kregen rantsoenen mee die ook in Noorwegen gebuikt zouden worden zodat hun lichaam er al gewend was voordat men vertrok. Sommigen werden na de training in Wales als nog uit het programma gehaald, maar de meesten gingen verder met een cursus explosieven, eerst op het SOE station in Hertford North en later in Port Sunlight in de Wirral en Fort William in de Hooglanden.
De commando’s werden nooit verteld waar zij zich bevonden en werden ’s nachts van het ene opleidingscentrum naar het andere verplaatst. Zij voerden nepacties uit zodat de mannen gewend waren in het donker een ruimte te betreden, hun explosieven rond apparatuur aan te brengen alsof zij blind waren. Net als SOE-rekruten werden zij ook opgeleid in de kunst van ongebruikelijke oorlogsvoering, zoals iemand geruisloos doden, straatgevechten, het gebruik van een dolk en wurgkoord en doden met blote handen. In een namaakdorp met omhoog komende doelen die er uitzagen als vijandelijke soldaten werd getraind in straatgevechten en wapens trekken op een Wild-West manier.
Eind oktober werd er een bijeenkomst belegd om de ontsnappingsroute na de aanval te bespreken. Overste Henneker begon de discussie door te stellen dat het soldaten benam om zich als groep al vechtend een weg naar de vrijheid te banen. Majoor de Bruyne van MI-9, een specialist in ontwijk- en ontsnappingstechnieken legde echter uit dat zij, om als groep te kunnen ontsnappen, over een afstand tussen de 200 en 400 kilometer in vijandelijk terrein vrijwel geen kans hadden. Hij stelde voor dat men zich weer in paren zou splitsen en via verschillende routes de Zweedse grens zou proberen te bereiken door zich als Noren te verkleden. Henneker gaf zich gewonnen, maar stelde wel dat men zoveel mogelijk moest zien te voorkomen om niet twee idioten bij elkaar te zetten. MI-9 werd opgedragen een plan op te stellen waarbij tenminste drie verschillende ontsnappingsroutes uitgewerkt zouden worden. Elk van de mannen zou voorzien worden van een “ontsnappingsset”: een portefeuille met 200 Noorse Kronen, een kaart schaal 1:100.000 gedrukt op zijde en een instructie hoe zij zich als Noren moesten kleden en gedragen. De ontsnapping zou beginnen in battledress, maar zodra de gelegenheid zich voor zou doen moest men zich omkleden in civiele kleding die door MI-9 genaaid was om zo veel mogelijk op Noorse kleding te lijken. De kleding werd nog voor de operatie uitgereikt zodat deze er, als de missie van start ging, gedragen uit zou zien. Hun werd ook verteld zich elke dag te scheren, zij die een snor droegen moesten hem afscheren, omdat Noorse mannen geen snorren droegen. Ook moesten zij hun haar laten groeien en lang haar dragen op de Noorse wijze. Er mocht vlak voor de operatie geen haarwater meer gebruikt worden, omdat dit waarschijnlijk in Noorwegen zelf niet meer te krijgen was. Ook werd hen bijgebracht een paar Kronen in een boot als bedankje achter te laten als zij die zouden moeten stelen. Als zij gevangen genomen werden moesten zij alleen volgens de Geneefse Conventie hun naam, rang en nummer prijsgeven.
Tijdens het overleg werd nogmaals benadrukt dat men tijdens de actie de Engelse gevechtskleding moest dragen, dat er geen twijfel zou kunnen bestaan over het feit dat dit een operatie van de Geallieerden was en niet van een lokale verzetsbeweging, om hiermee te voorkomen dat er represailles tegen de burgerbevolking ondernomen zouden worden.
Elke soldaat kreeg de volgende uitrusting mee: normale gevechtskleding met daaronder civiele kleding, een witte winddichte anorak, een wollen zeemanstrui, een blauwe skibroek, laarzen met beenkappen, een paar schoenen van Noors model , zes paar sokken, lang ondergoed, khaki wanten met wijsvinger, een paar rubber handschoenen (voor de explosieven), een pet, een bivakmuts, skisjaal en een stalen helm. De rest van de uitrusting bestond uit een lichte waterproof slaapzak van ongeveer twee kilo, een Bergen rugzak, een alcoholkompas en Stengun met magazijnen, rantsoenen voor tien dagen, een EHBO-set en de benodigde explosieven.
Majoor Munthe, een Gordon Highlander toegevoegd aan SOE (zoon van de Zweeds schrijver Axel Munthe), stelde een memo samen met daarin een paar zinnen die de Britse commando’s konden gebruiken tijdens hun ontsnapping naar het neutrale Zweden: “Jeg Har vert ut kopt lit proviant til Mor” (Ik ben wat boodschappen voor mijn moeder wezen doen) en “Unskyld men jag maa hurtigst til tannlegeren” (Sorry, maar ik moet zo snel mogelijk naar de tandarts). Munthe stelde voor om deze laatste zin met een kurk, of een steen in de mond uit te spreken.
Uit deze voorbeelden blijkt wel hoe ver SOE ging om, zelfs bij een haastig in elkaar gezette operatie als Freshman, het uiterste te doen voor de veiligheid van de deelnemers. Munthe’s voorstel was op zich niet zo gek want het was zeer onwaarschijnlijk dat de mannen een Duitser tegen zouden komen die Noors sprak. De meeste Hollywood films geven de indruk, zeker bij “The Heroes of Telemark”, dat SOE en Combined Operations uit een stel dol dwaze avonturiers bestond die geleid werden door een stel roekeloze schooljochies.
De waarheid is echter dat SOE, ondanks de kritiek in de eerste jaren van zijn bestaan, een uiterst effectieve en professionele organisatie was, die geleid werd door intelligente soldaten met gevechtservaring.
Nu wij toch met mythes en nonsens bezig zijn, de in 1963 door Kirk Douglas gemaakt film over de aanval in Vemork werd door de echte saboteurs ronduit voor rotzooi uitgemaakt, ondanks het feit dat een aantal van hen geholpen hadden bij het tot stand komen van de film.
In het midden van November 1942 werd het gezelschap naar het noorden getransporteerd, net voor de aanvang van de november maan-periode in de buurt van het vliegveld Skitten bij Wick. Het was een vlak landschap zonder enige bomen, aan de noord-oost kust van Schotland. Hier vandaan zou de operatie beginnen.
Op 15 november gaf Haugland door dat er 30 centimeter hard bevroren sneeuw lag op de landingsplaats. Als het weer zo bleef zou de mars naar de fabriek niet meer dan vijf uur in beslag nemen.
Op 18 november 1942 stuurde Louis Mountbatten, bevelhebber van Combined Operations, het volgende bericht naar Premier Churchill via de natuurkundig adviseur van Downingstreet, Lord Cherwell:
Zes-en-dertig (in werkelijkheid waren het 34) leden van de Airborne Divisie worden op de nacht van 19 op 20 november, of de nacht van 26 op 27 november, per zweefvliegtuig naar de krachtcentrale, elektrische- installatie voor de productie van zwaar-water en de voorraden zwaar-water gevlogen om deze te vernietigen. De Nazi’s beschikken over ongeveer 1500 kg zwaar-water, wat bijna allemaal in Vemork opgeslagen ligt. Mochten zij over een hoeveelheid van vijf ton van dit materiaal beschikken dan zullen zij in staat zijn een explosief te ontwikkelen dat duizend keer sterker is dan wat voor explosief waar wij vandaag de dag over beschikken. Als de operatie succesvol is, zal het zeker drie jaar duren voordat de Nazi’s vijf ton zwaar-water kunnen produceren. Als het echter mislukt dan kunnen zij reeds over 18 maanden over deze hoeveelheid beschikken. De aanvallers hopen naar Zweden te kunnen ontsnappen.
Churchill antwoorde: C.C.O. gaat akkoord, vraag Lord Cherwell om bij mij rapport uit te brengen over technische details. Hij is al mijn adviseur over deze kwestie. Getekend W.S.C.
Van alle landen in Europa was Noorwegen het meest ongeschikt voor operaties met zweefvliegen, deze vliegtuigen zijn al extreem gevaarlijk zelfs als het terrein geschikt is en het weer mee zit. De troepen zelf gaven de voorkeur aan parachutes, hoewel deze vergeleken met het huidige materiaal, nog heel primitief en gevaarlijk waren. Zweefvliegtuigen hebben een vlak landingsterrein nodig en dat is in heel Noorwegen niet te vinden met zijn rotsige, slingerende valleien en fjorden. Landen op het ijs van de meren was ook geen optie, door het gewicht van het toestel met daarin twaalf zwaar bepakte mannen zou door het ijs zakken. Het toestel kon ook een massa keihard ijs voor zich uit stuwen en daardoor over de kop slaan.
Door het pokdalige terrein konden ook valwinden ontstaan waardoor de moeilijk te besturen zweefvliegtuigen konden gaan slingeren als een rodeo stier. Om het nog erger te maken bleek het weer in Noorwegen die herfst verschrikkelijk te zijn, zonder accurate weersvoorspellingen kon het maar zo zijn dat men met prachtig weer zou vertrekken, om even later in de storm verzeild te raken die boven de Hardangervidda raasde. De piloten van de zweefvliegtuigen hadden een zeer gevaarlijk beroep en hun kans op overleving was uiterst klein naar mate het aantal operaties opliep.
Nadat zij op standby gezet waren in afwachting van de aankomst van Fresman, namen de mannen van Grouse de plannen keer op keer door om te voorkomen dat het die nacht mis zou gaan. Hun inzet was van vitaal belang gedurende de gehele operatie. Helberg en Poulsson moesten de landingslichten klaar zetten en het Eureka baken moest op de juiste plaats staan om de zweefvliegtuigen naar de landingsbaan bij de moerassen bij de Møsvatn dam te leiden. Haugland en Kjelstrup moesten bij de radioset blijven om op bericht van Londen te wachten om de landingsbaan gereed te maken. Helberg moest eerst in de volgende nacht de telefoonkabels doorknippen voordat hij en Poulsson de Britse saboteurs naar Vemork konden leiden. Voordat Haugland en Kjelstrup naar de hut konden terugkeren moesten zij eerst het Eureka baken vernietigen en de landingslichten verzamelen. De beide Grouse-paren zouden elk een andere route nemen na de actie en elk op een aparte plek een week onderduiken alvorens men elkaar weer bij een hut in de buurt van de dam zou ontmoeten. Tijdens de nacht van 18 november zat men gespannen in de hut op bericht van Londen te wachten, maar tot hun teleurstelling werd het woord BOY uitgezonden, wat inhield dat de operatie die nacht niet door zou gaan. Om kwart over vijf de volgende middag gaf Haugland aan Londen door dat het weer in Telemarken goed was. Er was enige wind uit het westen en wat flarden bewolking en het zicht was tien kilometer. Kort daarop werd het woord GIRL ontvangen, de operatie gng van start.
De 34 Royal Engineers, in volledige gevechtskleding en beladen met uitrusting, staken op 19 november op het vliegveld Skitten de startbaan over om in hun Horsa zweefvliegtuigen te klimmen die door Halifax bommenwerpers getrokken zouden worden. Naast de zeventien commando’s waren er nog twee RAF piloten in het vliegtuig aanwezig. Zij konden door middel van een telefoonlijn die in de trekkabel zat met de piloten in de bommenwerper communiceren. De planners van Combined Operations en SOE hadden uitgerekend dat 15 mannen nodig waren om de missie succesvol uit te voeren, maar zij hadden het aantal verdubbeld en verdeeld over twee zweefvliegtuigen. Als er een zou verongelukken, of tijdens de landing onder vuur zou komen te liggen, dan kon de rest de operatie als nog uitvoeren.

Halifax met Horsa zweefvliegtuig.
Op het moment dat de vier vliegtuigen om zes uur ’s avonds vertrokken was het weer gunstig, er was echter een lichte bries en een van de weerkundigen op de basis waarschuwde hiervoor en vond dat de missie niet door kon gaan. De wind begon aan te trekken toen zij boven de Noordzee vlogen. De zweefvliegtuigen begonnen te slingeren en te stampen waardoor de magen van de commando’s aanboord gespannen werden.
Dergelijke missies wekten altijd in gelijke mate stress en opgewondenheid op en als men daarbij ook nog in de houten vliegtuig zonder motor zit, wat ook nog als een gek tekeer gaat, dan worden de zenuwen danig op de proef gesteld.
(Volgend hoofdstuk)
weggum.com