Survival op de Hardangervidda.
In Baker Street, het hoofdkwartier van SOE, begon men intussen te geloven dat het met Grouse gedaan was. Het verlies van de vier mannen was erg genoeg, maar men moest daarbij wel het doel van de missie in de gaten houden. Als Grouse niet spoedig van zich zou laten horen,  dan kon men dit plan in de prullenbak gooien en was men gedwongen weer van voren af aan te beginnen.
Grouse zelf zat vreselijk verlegen om een nieuwe accu om de radioset aan de praat te krijgen, want de handgenerator werkte niet naar behoren.  Poulsson besloot dat het noodzakelijk was contact op te nemen met de broer van Einar Skinnerland, Torstein, die bewaker was van de Møsvatndam.  Nadat de meeste uitrusting in Berunuten en Reinar hadden achtergelaten was namen zij naar Folabu alleen het meest noodzakelijke mee. Tevens werd besloten dat de Sandvatn hut bij Grasfjell als basis zou dienen om de engelse commando’s op te vangen. Ondanks dat deze hut vijf kilometer van de afgesproken landingsplaats voor de zweefvliegtuigen bij Skoland lag, was het toch een prima locatie omdat het zeer afgelegen lag en waarschijnlijk niet door de Nazi’s gevonden zou kunnen worden. Er waren ook een paar hoge bergtoppen in de buurt die geschikt zouden zijn om via de radio contact met Engeland op te nemen.

SOE Homestation
Toen het viertal de hut bereikte waren zij totaal uitgeput door de vijftiendaagse trektocht in de meeste barre omstandigheden en in het zwaarste terrein wat er op het noordelijk halfrond te vinden is. Onder normale omstandigheden in dat deel van het jaar zou de tocht maar een fractie van de tijd gekost hebben, van de tijd die de mannen nu kwijt waren. Hun vastberadenheid is des te opmerkelijker gezien de beperkte rantsoenen waar men van moest leven. “Onder normale weersomstandigheden had het ons een paar dagen gekost, maar door de natte sneeuw, de nog niet bevroren grond en de meren en rivieren die nog niet bevroren waren kostte het ons verschrikkelijk veel tijd om al die uitrusting te verplaatsen”aldus Poulsson. “Het was erg vermoeiend, maar omdat wij van hut naar hut trokken waren onze nachten redelijk comfortabel. Het eten was ons probleem, We gebruikten snel al onze rantsoenen op en we kregen echt honger”.Het was nu absoluut noodzakelijk dat Haugland met Engeland contact te kreeg.  Torstein Skinnerland had hen van een nieuwe accu voorzien, wat eten en de laatste informatie over Duitse troepenbewegingen in het gebied. Bij aankomst in de hut begonnen zij onmiddellijk  antennemasten op te richten en schakelden zij de radioset in.
Weer hadden zij geen succes, dit keer omdat de radioset gedurende het laatste deel van de mars nat geworden was en eerst  moest drogen. Drie dagen later, op 9 november, drie weken nadat zij uit Schotland vertrokken waren stuurden zij dit bericht, een meesterlijk staaltje van understatement:

”Veilig geland ondanks alle rotsen in de buurt. Excuses dat wij niet eerder contact op konden nemen. Sneeuw en mist dwongen ons in de dalen te blijven. Ruim een meter sneeuw maakt het bijna onmogelijk om alle apparatuur over de bergen te verplaatsen”.

Volgens Leo Marks was het bericht in eerste instantie niet te ontcijferen geweest door de FANY’s van Grendon-Underwood. Daarom moest hij er zelf aan te pas komen. Hij wist dat ergens in het bericht de identificatie code DRIE ROZE OLIFANTEN voor moest komen en met behulp van deze zin wist hij het bericht te decoderen. Haugland had geen coderingsfout gemaakt en ook zijn seinschrift was correct geweest. Er zaten echter een typfouten in zijn noorse code gedicht waarin de decodersleutel verwerkt was.

SOE Homestation Poundon, de 60 graden pijl wijst richting Noorwegen.
De door Haugland gebruikte radioset was door John Brown ontwikkeld in opdracht van SOE en kwam in het begin van 1942 in productie. De A MkII, ook wel B2 genoemd, was de krachtigste zendontvanger van SOE. De set was alleen geschikt was voor het verzenden en ontvangen van morseberichten. Het zendvermogen was maximaal 20 watt en de set kon werken op accu’s, een meegeleverde handgenerator en op 110, of 200 Volt netspanning. De morseberichten werden volgens speciaal door Leo Marks aangemaakte gedichten gecodeerd, of gedecodeerd volgens de dubbele transpositie methode. Grouse gebruikte echter een Noors gedicht. Haugland was een meester in dit vak en was waarschijnlijk de beste coder/decoder van alle SOE agenten gedurende de oorlog. De koffer van de B2 beviel Haugland echter niet en hij gooide het ding weg.
Haugland had of contact met een SOE station in Grendon-Underwood (53A), of met het SOE station in Poundon(53B). Hier stonden allerlei zenders, ontvangers en antennes opgesteld om contacten te onderhouden met agenten in de bezette gebieden. Het werkterrein strekte zich uit van Noord-Noorwegen tot en met gebieden rond de  Middellandse Zee, hiervoor kon met schakelen tussen verschillende antennesystemen die in diverse richtingen straalden. Ook beschikte men over zeer krachtige zenders om ook tijdens perioden met weinig propogatie toch berichten te kunnen verzenden. Ontvangers en zenders stonden ver van elkaar opgesteld om onderlinge beïnvloeding te voorkomen. De apparatuur werd door FANY’s bediend, dit was een vrouwelijk vrijwilligerskorps.
Poundon en Grendon-Underwood stonden via een telexlijn in verbinding met SOE in Bakerstreet. Hiermee werden de door de FANY’s niet te ontcijferen berichten verzonden. Onder andere de berichten van Einar Skinnerland die door Leo Marks zelf gedecodeerd moesten te worden.
Zoals Haugland een meester was in het foutloos coderen, zo was Einar Skinnerland een meester in het verzenden van nauwelijks te decoderen berichten.
SOE decoder tafel.
Drie dagen later vroeg Haugland in een volgend bericht of de RAF de volgende voorraden kon droppen: vervalste bonkaarten voor brood, boter, laarzen, vitamine-C tabletten en horloges (de standaard horloges waren waardeloos en bijna alle leden van de groep hadden hun horloges al na enkele dagen weggegooid).
De felle sneeuwstormen en de lichamelijke uitputting die zij de afgelopen tijd hadden ervaren maakte duidelijk dat het verkrijgen van voldoende voedsel met de hoogste voedingswaarde nu de hoogste prioriteit had voor de komende weken. De voedselbonnen zou men aan Torstein geven zodat hij voedsel kon halen en dit naar de hut kon vervoeren zolang als het veilig was. 
De groep deed zijn best weer op krachten te komen na hun afmattende mars naar de hut. De volgende dagen hadden zij een feestmaal, omdat Haugland een verdwaald schaap en twee lammeren in een ravijn had gevonden. “Wij hadden op dat moment erg veel honger, dus slachtten wij meteen een van de lammeren en vilde hem op de vloer van de hut”, aldus Haugland.  “Wij sneden het vlees in kleine stukjes en deden het in een grote ketel met wat gedroogde bonen die wij nog over hadden uit onze noodrantsoenen. Het geheel  rook verrukkelijk en wij gingen likkebaardend aan tafel. Maar toen een van ons de ketel naar de tafel droeg liet hij hem uit zijn handen vallen. Wij lagen meteen op handen en voeten op de vuile vloer die bedekt was met rendierhuiden en schepten alles op onze borden en aten alles op. Het smaakte heerlijk”. 
“Als je honger hebt eet je alles. De volgende dag slachtten wij het schaap en het lam dat  wij vastgebonden hadden. Er hingen labels rond de nekken van de dieren waarop stond dat zij eigendom waren van een tandarts uit Zuid-Noorwegen, dus voelden wij ons niet schuldig. Wij hadden gestolen van rijk man en niet van een arme boer”. 
Degene die de ketel had laten vallen was Poulsson, de commandant, maar er heerste zo’n solidariteit binnen de groep dat men heel lang, zelfs vele jaren later, niet wilden vertellen wie het gedaan had. “Maar de jongens vonden het niet grappig”, schreef Poulsson in zijn officiële notities.
Op het moment dat een weersverbetering inzette liepen de verbindingen met Engeland als gesmeerd,  men had de hut naar behoefte ingericht en Grouse kwam zo langzamerhand in hun operatieritme. Er was hun verteld dat de Britse troepen met zweefvliegtuigen zouden komen en Grouse begon daarom verkenningen uit te voeren om een geschikte landingsplaats voor hen te vinden. Op 12 november kon Haugland SOE meedelen dat zij een plek hadden gevonden die voldeed aan de gestelde vereisten. De voorgestelde plek lag vijf kilometer ten Zuid-Westen van de Møsvatndam, het terrein was vlak, was vrij van stenen en was ongeveer 700 meter lang. Haugland kon Londen ook  informeren over het feit dat de spionnen van Einar Skinnerland hadden doorgegeven dat Dr. Brun en zijn gezin uit Vemork gevlucht waren en waarschijnlijk in Zweden zaten.
Dit gaf SOE gelegenheid een ontvangst comité samen te stellen, zodat geen tijd verloren zou gaan om hem eerst te moeten te ondervragen en aan de hand van de uitkomst de laatste details voor de missie in te vullen. Haugland’s boodschappen moesten kort zijn en hoe sneller hij klaar was hoe beter om daarmee de kans op uitpeilen door de Nazi’s te beperken. Als je vandaag de dag zijn telegrammen leest (de originelen kunnen in het openbaar archief in Kew, Engeland, bekeken worden en van sommigen zijn kopieën in het verzets-museum in Olso te vinden), kom je al snel te weten dat Haugland zoals gezegd een meester was in zijn vak. Al zijn berichten die in Engeland gedecodeerd werden waren kort, accuraat, vol informatie met geen woord teveel en geen woord te weinig. Haugland is een interessant figuur, hij past helemaal niet in het standaard- beeld van een getrainde SOE agent, die iemand op honderd verschillende manieren geruisloos om kan brengen. Hij zou zonder meer elke taak die hem door SOE opgedragen worden uit voeren, maar hij was ook uiterst intelligent zoals zoveel radiobedienaars tijdens de oorlog. De rol van de radiobedienaars wordt altijd overschaduwd door de kleurrijke en heroïsche acties van de saboteurs, maar de rol van deze mensen was uiterst belangrijk voor de uitkomst van het conflict. Zonder deze mensen zouden verzetsgroepen niet hebben kunnen bestaan. Geheime communicatie tussen Londen en de bezette gebieden werd door hen in stand gehouden. Berichten werden ook op andere manieren naar buiten gesmokkeld, maar vanuit het standpunt van uit te voeren operaties was het belangrijk dat troepen- en scheepverplaatsingen zo snel mogelijk werden doorgegeven. De radiobedienaars met hun informatiebronnen waren de ogen, oren en mond van de geallieerden in bezet Europa. De Nazi’s hadden van meet af aan door dat deze mensen een reële bedreiging voor hen vormden en hadden daarom een zeer doeltreffend opsporingsysteem ontwikkeld waarbij het mogelijk was om een zender in enkele minuten op te sporen. Tevens waren zij in staat alle berichten die vanuit Poundon, Grendon-Underwood, of vanuit andere geallieerde stations werden verzonden te ontvangen. Het enige probleem was echter om de gecodeerde berichten te kraken. Omdat zij hierin niet slaagden was er maar één oplossing: de radiobedienaars in de bezette gebieden uitpeilen en oppakken. Radiotelegrafisten die achter de linies opereerden leden een uiterst gevaarlijk bestaan, zij moesten continue hun zware apparatuur van de ene naar de andere locatie verplaatsen om op die manier te voorkomen dat zij uitgepeild zouden worden. Het gewicht en de omvang van de apparatuur vormde een groot probleem. Aan het begin van de oorlog woog een radioset gemiddeld 15 kilo, later werd dit gereduceerd tot 8 kilo.
Stroomvoorziening was een grote hoofdbreker voor Grouse gezien de veiligheidsmaatregelen die men moest treffen om niet ontdekt te worden. Er was in hun afgelegen locatie geen stroomvoorziening aanwezig . Het opladen van batterijen was voor de mannen in de bergen een groot probleem, want hiervoor moesten zij contact opnemen met de buitenwereld en moesten de accu’s van - en naar de hut vervoerd worden..
Als laatste optie was er nog de handgenerator, maar deze bleek verre van perfect.
De radiobedienaars moesten eerst de boodschappen via een gecompliceerd systeem coderen en daarna zo snel mogelijk verzenden. Hoe langer men in de lucht was hoe groter de kans was gepakt te worden. Dit was voor Haugland en Torstein Skinnerland niet zozeer een probleem omdat zij min of meer door de wildernis beschermd werden, maar ook zij moesten een aantal keren hun apparatuur snel inpakken en vluchten, omdat zij het geluid van een naderend Duits vliegtuig hoorden.

(Volgend hoofdstuk)
Operatie Freshman
weggum.com