... alias LEO
Onderstaande tekst is een transcriptie van een rapport dat LEO geschreven heeft en behelst de periode tussen 1 november 1944 en 9 april 1945.


Omstreeks 1 november 1944 vertrok ik naar het Oosten. Alles was klaargemaakt door ALEX
(Dirk Eskes)(Organisatieofficier RVV) legering enz, enz. Ongeveer 10 personen zouden meegaan. Het eerste aanloopadres was Verschuur (schuilnaam), Kasteel De Haere te Olst (RVV adres) . Daar werd meegedeeld, dat we door moesten naar De Krom (gemeente Gramsbergen) wat onze vaste standplaats zou worden.
Het doel van RVV om naar het Oosten te vertrekken was, dat daar de verzetsgroepen nog weinig georganiseerd waren en de R.D. (radiodienst) practisch niet werkte. Verschillende moeilijkheden waren er op illegaal gebied en het contact met de groep was slecht. Als eerste vertrok VAN (Van der Hoop, RVV) als organisatieofficier militaire zaken en ik die zorg zou dragen voor de estafette en zendposten (Z.P.) zoeken.

In de eerste week is de verbinding tot stand gekomen met het operatie centrum (O.C.) en met EVERT
(Kapt. Lancker), Commandant RVV Salland. EVERT had groote moeilijkheden met Kol. Hotz, die bericht had gekregen dat hij het opperbevel over Overijssel had, waar EVERT geen genoegen mee nam, daar hij geen bericht van het O.C. had ontvangen. Van LANGE JAN (Jan Thijssen) en ALEX kregen wij totaal geen bericht en opdrachten. Omstreeks 10 november 1944 kwam HENK (RVV groep Eemland), die de taak  had zorg te dragen voor het vervoer van de zendtoestellen en wapens in het Oosten. Hij bracht het bericht mee dat LANGE JAN ontslagen was. Na dit schokkende bericht ben ik direct doorgegaan naar Hilversum (O.C.) om nadere informatie. Niemand wist iets positiefs over LANGE JAN te vertellen en ik ben toen doorgegaan naar Amsterdam (Delta). Daar meldde ik mij bij FREEK (RVV) (Gerben Wagenaar), die niet aanwezig was, maar waar RICHARD (RVV) (Jacob van der Gaag) mij wilde spreken. Dit weigerde ik aanvankelijk, daar ik met de Raad als zoodanig niets te maken had, maar ben tenslotte toch naar RICHARD gegaan, daar het nog wel even duren zou voor ik FREEK zou kunnen spreken. Deze vertelde mij over het ontslag van LANGE JAN het volgende:

De Raad was het volkomen eens over het ontslag van LANGE JAN, daar hij berichten verzond over Van der Hoeven (Delta C) (Six) namens de Raad, zonder dat de raad erin gekend was.

LANGE JAN nam nooit deel aan de lange besprekingen te Amsterdam, waar toch eigenlijk zijn plaats was en waar alle belangrijke zaken besproken werden.

Met
(LANGE) JAN was niet samen te werken, moeilijk karakter en altijd eigen ideeën zonder er anderen in te kennen.

Het gevolg was van het ontslag van LANGE JAN, dat de drie groepen OD, KP en RVV gecoördineerd zijn wat met LANGE JAN nooit mogelijk was geweest.

Daar ik LANGE JAN persoonlijk goed ken en één van zijn naaste medewerkers was, moest ik verschillende punten tegenspreken, maar RICHARD (RVV) was zoo overtuigd dat het ontslag goed was, dat ik er niet verder op ingegaan ben. De volgende dagen heb ik met FREEK gesproken over het ontslag van LANGE JAN, die het met het eerste punt van RICHARD volkomen eens was. Over de arrestatie van LANGE JAN deelde hij mij het volgende mede:

Langs drie verschillende wegen was bij hem het bericht binnengekomendat LANGE JAN in Scheveningen zat. Twee wegen waren goede SD relaties, die meldden, dat er in Scheveningen een zekere Thijssen was binnengebracht. Het derde bericht, dat van een cipier uit Scheveningen afkomstig was, meldde dat er een lang persoon binnengebracht was, die onder extra bewaking gesteld werd.
FRANK (Cdt. KP)
(Van Bijnen) en FREEK bekeken toen de kansen voor een bevrijdingvan LANGE JAN. In overleg met FREEK heb ik gewacht op LEX (Cdt. Technische Dienst van de Radiodienst) om te bespreken wat er verder gedaan moest worden. LEX en ik hebben het volgende besproken in overleg met FREEK:

De Radiodienst zou optreden als transmissie-orgaan tusschen de drie groepen (OD, KP en RVV) en Bureau Inlichtingen in Eindhoven.

De Radiodienst zou een zelfstandig orgaan zijn die in ieder gewest een contact had had met den Cdt. NBS.

FREEK zou als tusschenpersoon dienen tusschen de Radiodienst en de Delta.

Als Radiocentrum zou dienen Hilversum onder leiding van TOM (RVV)
(Van Schendel?).

Als Cdt. Radiodienst West zou LEX
(Floris van der Laaken) optreden en ik Cdo. over het Oosten.

De zender Utrecht zou verplaatst worden naar Hilversum.

Gelijkertijd toen ik in Amsterdam was werd in Utrecht  gearresteerd, COR (KP van Breukelen (Cdt. Gewest Utrecht) en zeer vlug daarna dus omstreeks eind november 1944 PIET (Cdt. NBS Veluwe en zijn twee adjudanten LEONARD en HARM. SIEM (RVV Utrecht) kon de dans net ontspringen.
Toen ik vertrok naar het Oosten heb ik met ROELOF (RVV gedetacheerdbij Kapt. King) gesproken, wie er naar Eindhoven moest gaan in plaats van WIM (RVV-er administratie O.C.) daar GERRIT steeds telegrafeerde waar WIM bleef. (GERRIT is Kpt. Hoogeweegen). WIM heeft verschillende pogingen ondernomen maar werd daarbij in geallieerd uniform aangeschoten en gearresteerd, waarna hij naar Duitschland is vervoerd via een lazeret in Apeldoorn.

De taak om iemand naar Eindhoven te sturen heeft TINKA (vrouw van LANGE JAN) op zich genomen en zij besloot PIET de SPRINGER (RVV-er)
(Jan de Bloois) te nemen. Deze wilde zelf erg graag maar kon er niet doorkomen, hij heeft het tot zeven maal geprobeerd. Naar mijn meening werd niemand doorgelaten dan uitsluitend met toestemming van Van der Hoeven (Six).
Dit bleek onder andere éénmaal toen WIM een contact had te Tiel (OD contact), maar daar zeiden ze alleen personen te mogen overzetten met toestemming van de Delta. De vermoedelijke oorzaak hiervan was, dat LANGE JAN, GERRIT had gestuurd zonder medeweten van de Raad en Van der Hoeven
(Six) en ze wilden verdere moeilijkheden voorkomen.
PIET de SPRINGER is de dag voor oud jaar op een postadres gepakt bij een kapper in Cothen waar juist huiszoeking werd gedaan en waar PIET zat te wachten. PIET wilde uit het raam springen en werd daarbij doorzeefd met kogels.

Bij mijn aankomst in het Oosten ging ik eerst naar VERSCHUUR, deze werkte voor ICO (Inlichtingen Centrum Oost) onder leiding van FOPKONIJN
(Gerard Buunk) (gedropt voor RVV omstreeks mei-juni 1944) en JANUS (RVV-er Groep Salland).
Bij VERSCHUUR zaten VAN
(van der Hoop) en ALEX (Dirk Eskes), ALEX vertelde mij het volgende over de arrestatie van LANGE JAN:

"Bij ons vertrek uit Amsterdam werden we aangehouden tusschen Rotterdam en Den Haag, door tien man Grüne Polizei. We moesten uitstappen en onze papieren toonen, die allen van het Roode Kruis waren. Als antwoord kregen we, dat het Roode Kruis, behalve dan het Ziekenvervoer niet in auto's hoefden te rijden.In de auto zaten LANGE JAN
(Thijssen), ALEX (Dr. Eskes) en KLEINE JAN (Chauffeur). We werden vervoerd naar het Plein in Den Haag en kregen een kort verhoor, alle drie tesamen, dus de SD kon toen onmogelijk weten, dat ze belangrijke personen hadden, anders waren we beslist apart verhoord. Het waren onbenullige vragen, waar we vandaan kwamen, waar we geslapen hadden. LANGE JAN gaf mevrouw LEO op in Hilversum, wat klopte (mevrouw LEO heeft daarna nooit bezoek gehad van de SD) Daarna werden we overgebracht naar Scheveningen. We kregen alle drie een aparte cel. Ik werd verhoord na een week. Mij werd onder andere gevraagd hoe ik aan twee tabakskaarten kwam en dit kon ik verklaren doordat ik vertelde dat ik die gekregen had van evacuees uit Elst toen ik daar in september ben geweest en medische hulp heb verleend. Verder vroeg men hoe ik kwam aan Roode Kruis paieren, dit kon ik verklaren doordat ik als Dokter aan het Roode Kruis verbonden was. Het verhoor was wederom niets beteekenend. Het werd geleid door drie personen van de SD, namen weet ik niet. Als straf werd ik te werk gesteld met JAN de chauffeur bij Zevenaar. Beiden werden wij weggebracht in een politie-auto door twee Haagsche agenten. Toen we onderweg stopten om wat te eten zei één van de agenten: "Wat ben ik blij dat U er zoo afkomt". Ik deed zeer verwonderd en vroeg, waarom? Dit kon de agent niet zeggen, maar hij zei wel het volgende: "Proberen jullie beiden niet de eerste week te ontvluchten. Wanneer U de eerste week niets gehoord hebt van mij, dan ontvlucht U pas". De agent gaf zijn adres op dat later door TINKA (de vrouw van LANGE JAN) gebruikt is om van haar man iets te weten te komen. Het adres was goed, maar kom omtrent haar man niets inlichten. Ik heb het idee dat FRANK (KP) en FREEK (RVV) mij op deze wijze eruit geholpen hebben (dit sprak FREEK eerst tegen toen LEO hem daar naar vroeg). JAN de chauffeur is behouden in Rotterdam aangekomen en ik ben bij VERSCHUUR het eerste dichtbijzijnde adres dat ik wist aangekomen".

Dit adres waren vrienden van hem. Mevrouw was een Duitsche, ze hadden een groote houthandel, deden zeer onsympathiek aan. Van LANGE JAN wist hij niets. Ik heb hem toen verteld dat het resultaat van de bespreking tusschen LEX, FREEK en mij. Hij wilde Commandant Radio OOst zijn. Daar hij ouder was, veel had doorgemaakt, legde ik mij daarbij neer. VAN (Organisatie officier RVV), ALEX, HENK (organisatie officier afdeling Vervoer) en ik zijn toen hard aan het werk gegaan om zenders te plaatsen in het Oosten met behulp van FOPKONIJN die we gebruikten als tusschenpersoon om onze berichten te spuien. Wij ontvingen toen de binenlandsche zendtoestellen uit Breda en Heerlen. Het toestel uit Luik ontvingen wij nooit. Vlak daarna kregen we half december
(6 december 1944) het bericht door, dat VERSCHUUR, GERARD (plaatselijke Cdt. RVV) en een koerierster allen gearresteerd waren. Het plaatsen van de zenders bracht vele moeilijkheden met zich mee. In Groningen teveel opgerold door de SD om weer opnieuw te beginnen, daar niemand iets durfde te doen en zijn medewerking verleenen, Friesland en Drenthe zaten OD en KP zenders waar wij nooit inlichtingen over konden verkrijgen en onze berichten uit deze drie provincies per estafette naar Salland stuurden en FOPKONIJN voor de uitzendingen zorgde.

Er was groot gebrek aan marconisten en technisch personeel. Herhaaldelijk heeft FOPKONIJN Stens en marconisten gevraagd maar nooit ontvangen. Daar de zenders steeds niet werkten besloten we LEX
(Floris van der Laaken) uit het Westen te halen. Mij werd die taak opgedragen daar ik de route goed kende, ook over de IJssel. De dag voor Oudjaar ben ik vertrokken en kwam Nieuwjaarsdag te Amsterdam aan. Toen werd juist bekend gemaakt dat alle jongemannen van de provincies Noord- en Zuid-Holland en Utrecht van 17 tot 40 jaar zich moesten melden. Ik zat dus volkomen vast en LEX ook. We moesten eerst bekijken wat voor papieren er uitgegeven werden. De stemming van het volk was solidair, dus niet melden. Toch hebben de meeste bedrijven lijsten klaargemaakt om, voor het geval zij er onmogelijkonderuit komen, ze klaar te hebben. In alle groote plaatsen zochten de Directeuren van groote bedrijven contact met de Ondergrondsche leiders, die zich strikt aan de regeeringsverklaringen hielden. 's Avonds begin januari 1945 werden er papieren opgehangenom zich te melden. De volgende ochtend b.v. Amsterdam, waren alle Duitsche aanplakbiljetten overdekt met Oranje Regeeringsverklaringen. Verschillende aanmeldingsbureaux werden in brand gestoken. Tien personen, waaronder ook twee vrouwen, die op aanmeldingsbureaux werkten werden door de Binnenlangsche Strijdkrachten doodgeschoten. Toch gingen tamelijk veel menschen zich melden, de meesten door honger gedreven, daar ze dan hun levensmiddelenkaarten thuis mochten houden. Maar de transportgelegenheid ontbrak bij de Moffen, dus namen werden genoteerd en voorloopig mochten zij naar huis gaan. Half januari werden zij weer opgeroepen, maar toen kwam er haast niemand, onder andere moest men zich te Amsterdam in de Apollohal, waar er maar 9 verschenen. Het verzet had gezegevierd.

Eind januari waren onze papieren in orde en zijn we vertrokkennaar het Oosten. Deze reis heeft ruim een week geduurd, moest lopende door de bosschen, veel sneeuw, hoofdwegen konden we niet gebruiken daar er veel controle was. We bedelden langs de deuren om eten. Als de opbrengst vijf droge boterhammen per dag was, was dat veel. LEX had een doorgeloopen voet, dus voor hem was de tocht dubbel zwaar. Bij Deventer werden wij overgezet en ging de tocht gemakkelijker, daar men zich in dat gebied niet behoefde te melden, er minder controle langs de wegen was.

Direct begon LEX met het repareren van de toestellen en omstreeks 5 februari kregen wij het eerste contact met BI
(Eindhoven). Dit was met een toestel van KOPKONIJN. Na het eerste contact is besloten in welke volgorde de telegrammen verzonden zouden worden. Dit zou beginnen op vrijdagmiddag 9 februari 1945 omstreeks 15.00 uur. Om drie uur 's middags is LEX begonnen op een boerderij (fam. Prenger) vlak bij de Duitsche grens onder de gemeente Hardenberg. ALEX zat bij hem. Hij kon de eenige weg afzien, die van Hardenberg naar de boerderij liep. Plotseling kwam van de Duitsche grens ongeveer 60 man Grüne Polizei over de weilanden, omsingelden de boerderij en arresteerden LEX (Floris van der Laaken) en ALEX (Dr. Dirk Eskes). 's Avonds werd Dr. Post uit Bergentheim gearresteerd (medewerker R.D.). De volgende dag werd FOPKONIJN (Gerard Buunk) met JANUS (Nico Bergsteyn) om kwart voor acht bij Dr. Oskam in Vroomshoop gehaald. JANUS probeerde nog te ontvluchten, maar dit mislukte, want hij kreeg vier kogels in zijn linker been. Daarna 's morgens VAN (van der Hoopen uit Leersum), die ongeveer elf uur van huis werd gehaald. 's Middags om drie uur kwam de Grüne Polizei bij boer Kaptein in Daarlerveen om  de Binnenlandsche zender te zoeken. De troffen zij daar aan. Deze zender zou 's middags gebruikt worden om drie uur. Dit was alleen bekend bij ALEX. 's Avonds om kwart voor zeven werd HENK gearresteerd. Deze stond juist op het punt om na het hooren van al deze arrestaties onder te duiken, maar kon niet eerderweg, omdat hij zich alleen bij donker over de straat kon begeven.

Direct na deze arrestaties heb ik FREEK
(Gerben Wagenaar) uitvoerig op de hoogte gebracht en gevraagd of hij de overkant wilde inlichten. Tevens deelde ik mede, dat de code van FOPKONIJN onbruikbaar was. FOPKONIJN heeft vrij vlug na zijn arrestatie zijn code afgegeven aan de SD, het welk hij heeft gedaan, naar hij mij uit de gevangenis liet weten. om tijd te winnen. De volgende morgen vroeg ben ik vertrokken om EVERT (Lancker) te waarschuwen. Die nacht zijn ze ook bij mij een huiszoeking komen doen. Daar ik een goede schuilgelegenheid had hebben zij mij niet gevonden. Ik wist toen niet dat EVERT Zaterdagavond tot tweemaal toe gewaarschuwd was. Helaas vond hij het niet belangrijk genoeg om naar een ander adres te gaan. Toen ik vlak bij Evert's huis kwam op zondagmiddag ging het juist in lichterlaaie op. Ik begreep toen "ook dit is ontdekt".

Ik ben toen doorgegaan naar Almelo en heb contact gezocht met den Kring Cdt. NBS, Piet Horvath (oud RVV-er) om inlichtingen in te winnen. Deze verwees mij naar Jan Blömer (Cdt. Burgelijke Inlichtingendienst). Wat deze B.I. gepresteerd heeft was voortreffelijk. Overal hadden zij hun contacten en zij waren van alles op de hoogte. Verschillende rapporten die zij hadden opgemaakt, bekeek ik met hen om uit te maken, wie de schuldige was en welke adressen nog bruikbaar waren. Er waren twee meeningen over het geval.

Ten eerste ALEX zou de schuldige zijn:

Hij zou LANGE JAN hebben laten arresteren.

De Veluwe waar hij goed bekend was, zou door zijn toedoen zijn opgerold.

Verschuur en GERARD zijn op geheimzinnige wijze opgepakt.

Radiodienst en ICO werden overvallen, terwijl de adressen alleen bij ALEX uit hoofde van zijn functie als Radio Oost Cdt. bekend waren.

De vrijlating van ALEX uit Scheveningen wekte onder andere ook bij FREEK argwaan. Niemand wist waar hij woonde, alleen de plaats Ommen was bekend. In Ommen zelf durfde niemand zich te vertoonen daar er zeer veel SD was en het Kamp Erica in de buurt. ALEX bewoog zicg daar of hij daar thuis was, terwijl hij zogenaamd zwaar gezocht werd. Het adres van PIET VELUWE (
Ir, Kruijff) was bij hem gekend en bij zijn adjudanten en een koerierster voor zover nagegaan kon worden. De overval op de boerderij van Kaptein in Daarlerveen was wel zeer vreemd. Het zendtoestel was goed opgeborgen op een plaats, die ALEX zelf had uitgekozen.
Wat voor hem pleitte: hij ging altijd uiterst voorzichtig te werk en maakte een rustige indruk. FOPKONIJN en HENK (die later op een transport vanuit het HvB Almelo naar Zwolle ontsnapte) waren van oordeel, dat ALEX alles verteld moet hebben.

Ten tweede: FOPKONIJN
(Gerard Buunk) was uit duizenden te herkennenen zou geschaduwd zijn. Donderdag voor de arrestatie is hij op al die adressen geweest en voor het eerst op een adres van HENK (organisatie officier afdeling Vervoer). Dit adres was nog door niemand bezocht, wel bij sommigen bekend. FOPKONIJN droeg altijd een PTT-pet, een witte shawl en een blauwe regenjas. Zoo kon iedereen hem volgen op verre afstand. Deze veronderstelling was door VAN (van der Hoop, RVV), vanuit de gevangenis geuit.


De arrestatie van EVERT
(Kapt. Lancker) is mij op de volgende wijze verteld: "Op zondagmiddag kwamen er twee mannen van de SS het huis binnen waar EVERT vertoefde sinds september. Hij was juist vrijdag teruggekeerd uit Gronau, waar hij met een plaatselijke NBS groep persoonlijk zijn aanstaande vrouw had bevrijd. Deze twee mannenzeiden dat ze huiszoeking moesten doen. Buiten stonden twee mannenin SD uniform te wachten. In dat huis woonde de familie Nieboer (Nieuwboers), bestaande uit man, vrouw en vier volwassen kinderen. Nieboer was hoofdonderwijzer aan de Lagere School te Hoog Heksel, gemeente Wierden. De huiszoeking werd slordig verricht. Steeds bleef een man bij EVERT en de twee onderduikers, die ze daar ook aantroffen. Na afloop moest EVERT en de oudste onderduiker mee, howel ze geen bewijzen hadden gevonden. EVERT vroeg of hij even zijn jas mocht aantrekken. Hij vertrok geen spier maar zag lijkbleek. Terwijl hij zijn jas aantrok schoot hij vanuit zijn binnenzak van zijn jas de twee SS-ers in burger neer. Hierdoor kregen de onderduikers en de inwoners gelegenheid om te vluchten. Bij het hooren van de schoten kwamen de twee SD-ers die buiten de wacht  hielden, aanloopen en schoten direct op EVERT.
EVERT schoot terug, één werd zwaar gewond, terwijl bij de ander de revolver ketste. EVERT kreeg zelf twee schoten in de rug en viel voorover. Men heeft niet kunnen vaststellen of hij zichzelf toen doodschoot, dan wel doodgeschoten is. Het huis ging na een uur in vlammen op.
HERMAN
(Doppen) zijn oude ondercommandant en verbindingsofficier met Kolonel Hotz heeft de taak overgenomen.

De taak om personen van de Radiodienst te bevrijden was niet gemakkelijk. In totaal zaten voor dit geval 32 personen, waaronder 8 belangrijke vast. De Duitschers hadden de bovenste verdieping van het HvB gevorderd. Er was daar maar één weg om boven te komen, dat was vanuit de hall door een trap die van alle kanten open was. Boven was een balustrade, waar acht man Landwacht stond opgesteld met twee machine geweren. Wanneer je dus naar boven liep had je absoluut geen dekking. De cellen waren op slot en wanneer ze van de ééne cel naar de andere werden gebracht, werden ze geboeid. We hadden geregeld contact met hen, maar VAN en FOPKONIJN schreven zelf, dat het van binnen uit onmogelijk was hen te bereiken en tot hen door te dringen. De kans om hen te bevrijden was gering, maar na een week kregen we de kans persoonlijk tot hen te praten. Dit is via één van onze koeriersters gedaan, daar een vrouw in dit verband het minste opviel. Toen alle voorbereidingen getroffen waren on hen te bevrijdenmoesten er een paar cipiers onderduiken en net doen of de schuld op hen viel. en zoodoende de goede contacten behouden kondenblijven voor andere gevallen. Eén van deze cipiers die onder zou duiken ging op den dag dat het zou gebeuren zijn vrouw en meubels naar elders overbrengen. Dit was één van de redenen dat er een gezoem
(gefluister) opging dat er dien avond wat zou gebeuren. Toen 's avonds voor de laatste maal alles werd nagegaan of de aanval kon beginnen, was de wacht verdubbeld en de Landwacht versterktmet vier man Grüne Polizei. Toen was de kans verkeken, verschillende malen is alles nog eens bekeken, maar de bezetting was te sterk om een aanval te wagen. Het loonde niet de moeite om met zoo'n geringe kans op succes menschenlevens te wagen en op te offeren. Tegelijkertijd werd er een wagen overvallen te Doetinchem, waarin volgens oncontroleerbare geruchten 6 Duitsche personen (3 officieren en 3 minderen) zouden zitten en gedood. In ieder geval werden 46 personen uit de Kruisberg bij Doetinchem gehaald en doodgeschoten. Twaalf personen uit het plaatsje Bergentheim onder andere werden daarbij doodgeschoten. De Duitschers wisten zelf niet wie ze doodschoten, hetgeen bleek uit het feit dat de slachtoffers voor zij werden gefusilleerd hun naam en adres op moesten geven. Het geval deed zich voor dat slachtoffers op een valsch P.B. (persoonsbewijs) gearresteerd waren en die naam ook op het briefje schreven. Daarom is het moeilijk na te gaan wie allemaal doodgeschoten zijn. Na drie weken werden VAN, LEX en Dr. Postma uit het HvB weggehaald en gefusilleerd zonder verdere vorm van proces. FOPKONIJN  en ALEX zijn daarna vervoerd in de richting van Zwolle. Van hen is later nooit meer iets vernomen. De rest waaronder HENK (die nooit verhoord is) zijn tewerkgesteld aan de IJssellinie bij Zwolle.

HENK is na zijn ontsnapping gedood bij de overval van een Duitsche post bij Hardenberg. Dit was een uur voordat Hardenberg bevrijd werd. Hij ligt in Gramsbergen begraven.

Ik heb zelf het Cdo. Radiodienst Oost op mij genomen. Eén zender zou komen te staan in Tubbergen voor Twente en één in Hoogeveen. Daar ik zonder toestellen zat en er niets gedropped werd, heb ik FREEK geschreven om een bouwplan van de binnenlanden, die ik in Zwolle dan zou kunnen bouwen. Langs drie verschillende wegen heb ik geprobeerd Kolonel Hotz te bereiken, via de GDN (Geheime Dienst Nederland) te Zwolle (NOL), via HERMAN
(Doppen)  (Cdt. Salland) en via Piet Horvath (kring Cdt. Almelo) helaas geen succes. Een binnenlander (het 2e toestel dat gedropped was) was in het bezit van HERMAN. Daar HERMAN van oordeel was dat zenden zeer gevaarlijk was wilde hij het niet aan mij afstaan. Na veel heen- en weer geschrijf ontving ik het vier dagen voor de bevrijding. Toen ik nog geen marconist had kon ik er niet meer mee werken. Mijn taak was toen practisch afgeloopen en ben toen naar Apeldoorn gegaan om mij daar te melden bij de NBS. De bevrijding van Almelo en omgeving ging met veel moeilijkheden gepaard. Ik kreeg als taak om de leiding te nemen bij de verzetsgroepen die de verschillende resten Duitschers moesten opruimen. Doordat de Canadezen in Adorp geen bezetting achterlieten moesten de verzetsgroepen steeds weer optreden om de indringende Duitschers terug te slaan. Na verschillende gevechten kregen we steun van Canadeesche gevechtswagens en zodoende konden de Duitschers verdreven en gevangen genomen worden. Wanneer bij den aanvang andere maatregelen waren getroffen zouden er niet zoveel slachtoffers gevallen zijn. Nu heeft Adorp zeer veel schade opgelopen. Daarna ben ik met WITTE PIET, die ik in Almelo aantrof, meegereisd naar GERRIT (in Eindhoven) om rapport uit te brengen.
In de onderstaande transcriptie is te lezen hoe Otto Haubrok van de SD zich in Dr. Dirk Eskes vergist heeft.


Bei dem einen Begleiter, der mit THIJSSEN zusammen festgenommen wurde, handelte es sich um einen Dr. ESKES oder ähnlich vom dem THIJSSEN angegeben hatte, dass er eine "nebensächliche" Figur in der "Illegalen" Welt datstellte. Er bat am Tage nach seiner Festnahme, als er sich zur Mitarbeit anbot, darum, Dr. ESKES und den Kraftfahrer -X- frei zu lassen, da diese mit seiner Arbeit nichts zu tun hätten. Beide waren bisher nur oberflächlich durch FRANK selbst verhört worden. Als "unwichtiges" Papier hatte Dr. Eskes einen Briefumschlag bei sich, auf dem etwa 20 Vornamen von Mädchen verzeichnet standen. Auf die Frage hin, was diese Vornamen zu bedeuten haben, antwortete er, dass dieses seine Freundinnen seien und er habe die Leidenschaft ihre Vornamen und die Anzahl des ausgeübten Geschlechtsverkehrs zu notieren. Hinter der Vornamen standen nähmlich in Klammern Zahlen bis zi etwa 20, jedoch nicht in der Reihe nach. Also Hätten die Angaben des Dr. Eskes wohl stimmen können. Wenn er sich weigerte, darüber auch nur irgendwelche Angaben zu machen, war das als verständlich quittiert worden, zumal Dr. ESKES verheiratet war. Dr. ESKES und der Kraftfahrer -X- wurden jedenfalls nicht länger in Haft gehalten, sonderm wurden mit einem Transport zu "Ysselbefestigungen" verpflichtet. Nach einige Tagen stellte man aber fest, dass beide geflUchtet waren. Bei der Gelegenheit stellte es sich auch heraus, dass Dr. ESKES eine besondere Funktion als Leiter der Kurierlinien des RVV inne hatte. Die Vornamen auf seinem Briefumschlag waren die Namen der : "Kurierinnen" und die Zahlen die Nummern der "Kurier-Stellen". Einge Wochen später ist THIJSSEN in Zwolle noch zu diesem Thema verhört worden, aber Dr. ESKES hatte inzwischen alle Kuriere und Kurierstellen geändert, weil er ahnte, dass Gefahr im Verzuge war. Während ich von dem Kraftfahrer -X-, der wie gesagt bei der Fa. Stockvisch, Amsterdam oder Rotterdam als Kraftfahrer tätig war, nichts mehr vernahm, hörte ich wieder einige Wochen später, dass Dr. ESKES inrgendwo im Osten des Landes erneut festgenommen wurde. Ich kann aber nicht sagen, durch welches Kommando und wo es geschah. Ich weis nicht einmal, dass er durch die SiPo festgenommen ist. Es kann genau so gut die Feldgendarmerie oder die "Ordnungspolizei gewesen sein. Ich weiss auch nicht, wo er verblieben ist. Vielleicht könnte der Kraftfahrer -X- darüber Angaben machen, da ich annehme, dass dieser mit Dr. ESKES nach der Flucht zusammengearbeitet hat. 
Dit is het telegram van Jaap Beekman (MAURITS) aan Eindhoven waarin Dr. Dirk Eskes aangeeft dat Jan Thijssen en hij op 8 november 1944 opgepakt zijn. Het lot van Thijssen is onbekend, maar Eskes werd op 20 november bevrijd. Hij ontsnapte en vermoedt dat Van Bijnen en Wagenaar hierbij geholpen hebben. Hij verzoek Prins Bernhard op de hoogte te stellen dat Thijssen opgepakt is.

From Charades via Wensun of 5.12.1944
79 stop Aan regering Londen van ALEX
(D.Eskens) een van drie KAREL (Jan Thijssen) CRD en ALEX (Dirk Eskes) officier Algemeene Organisatie RD (Radio Dienst) op acht elf in OP LOI (lot) KAREL onbekend komma ALEX op twintig elf bevrijd vermoedelijk door combined action FREEK en FRANK stop Please inform PRINS stop Ziet twee stop


In dit telegram, ook verstuurd op 5 december 1994 verzoekt Dirk Eskes om toestemming om de taak van Jan Thijssen over te mogen nemen. De staf van de Radiodienst zou al toestemming hebben verleend.

From Charades via Wensun of 5.12.1944
80 stop Van ALEX twee van drie Verzoeke met instemming STFTAF
(staf) RD erkenning ALEX als waarnemend Radiodienst Nederland gedurende afwezigheid KAREL om voortgang RD te waarborgen stop
LEO is Jhr. Joan Ferdinand de Beaufort, geboren op 19 maart 1922 te Abcoude, overleden op 10 juni 2004 te Zeist. Hij trouwde op 4 juni 1946 te Amersfoort met Caroline Louise van Heyst. Zij kregen twee dochters en een zoon. Dennis Zwanenburg heeft uitgezocht wie LEO was.

Integenstelling tot het rapport van LEO zijn Dr. Dirk Eskes (ALEX), Floris van der Laaken (LEX) en Gerard Buunk (FOPKONIJN) onder aan de Geldersedijk bij Hattem op 4 april 1945 gefusillerd. Samen met John Austin (BUNNY) de marconist van Henk Brinkgreve en twee anderen.

Op 8 maart 1945 werden bij de Woeste Hoeve Jan Thijssen (LANGE JAN), Dr. Hendrik Jan Post, Jan Hendrik Prenger, Nicolaas Herman Bergsteyn (JANUS), Jacob Kaptein en Bernard Christiaan Marie van der Hoopen (VAN) vermoord.

HENK, dit is waarschijnlijk Henk Scheffer.

VERSCHUUR, dit is Hendricus Albertus Johan Herman (Jan) Schamhart uit Olst, zijn vader was houthandelaar Alexander Schamhart. Jan Schamhart werd in 1905 geboren en is op 8 maart 1945 bij de Woeste Hoeve gefusilleerd.
Op de zolder van het koetshuis van kasteel De Haere waar hij woonde bevond zich een zender. Eén van zijn koeriersters was Jenny Hellendoorn.
TERUG NAAR OVERZICHT
w.mugge@home.nl
Bergentheim. Vrijdagmiddag werden onder enorme belangstelling begraven de stoffelijke overschotten van onze plaatsgenooten, die vielen in dienst van Koningin en Vaderland en wel van: A. Bols, G. Griemink, M. Grendelman, W. Oordt, G. Luchies, G.J. Ormel, D.J. te Rietstap, G. Salomons Lzn., R. Seinen, H. Schuurman, A. Timmerman, W. van de Sluis. Aan de groeve, waarin reeds elf kisten waren neergelaten en één kist werd neergelaten tijdens de plechtigheid, sprak eerst Ds. Van Nie van Hoogeveen namens de N.B.S. als haar veldprediker. Staande aan dit graf, aldus spreker, loopen we zoo licht gevaar de verbittering in ons hart toe te laten. En de vijand ziet ons gaarne verbitterd. Die overwinning mogen we hem niet gunnen. Wij willen trachten het in Gods hand te geven. Overigens heeft de vijand zich in tweeërlei opzicht vergist. Hij meende deze mannen te kunnen dooden en zo een einde aan hun leven te maken. Een formidabele vergissing, ze zijn alleen maar gegaan naar een beter Vaderland. Ook heeft hij gemeend den geest te kunnen breken. Maar ook dat is een waan. Wij gaan moedig voorwaarts en zullen niet rusten voor de laatste vijand van den vaderlandschen bodem verdwenen is. Ds. Dijkhuis sprak er z’n blijdschap over uit dat hier de kerkmuren geen scheiding brachten, dat we hier één waren, zoodat hij ook voor de Gereformeerden spreken kon. Eén zijn we, aldus spreker, één met hen die ook één waren in hun strijd voor het Vaderland. Hij wees de weduwen en weezen op Hem, die als de volmaakte Hoogepriester voor hen bidt tot den Vader, Die altijd luistert naar het gebed van den Zoon. Ds. Pieffers las voor Openb. 7:9-17, en de Apostolische geloofsbelijdenis en bad het Onze Vader. De heer J. Malda sprak namens de dragers en de heer H. Morsink van wierden dankte namens alle weduwen voor de belangstelling.
Hardenberg. Eén dezer dagen kon met zekerheid worden vastgesteld, dat de landbouwer J.H. Prenger uit het Hardenbergerveld, wiens woning eenigen tijd geleden door de grünen is verwoest en die zelf was gearresteerd, door den vijand is gefusilleerd. Het lijk is woensdag ter aarde besteld op het oude kerkhof. Een overgroote schare volgde de baar, die gedragen werd door leden van den Strijdgroep der N.B.S., welke in uniform waren gekleed met den helm op het hoofd. Onder doodsche stilte, terwijl de ondergrondschen het militair saluut brachten, daalde de kist in de groeve. Ds. Nijkamp las een gedeelte uit Openbaring 14, waarna burgemeester Van Oorschot in een toespraak den overledene en zijn werk eerde. In allen eenvoud heeft Prenger gewerkt ten behoeve van het vaderland. Vaak is hij van terzijde aangekeken en is gevraagd: zou hij wel goed zijn, thans is wel zeer duidelijk gebleken, dat hij een Nederlander was van groot formaat, die geleden en gestreden heeft voor zijn volk, volkomen geestelijk bereid te offeren en te sterven. Het moge een troost zijn voor de familie, dat de heele gemeente steeds met eerbied aan dezen groote zal terugdenken. Vervolgens sprak dr. Kuyvenhoven namens den commandant van den radiodienst. Vijf jaar van antichristelijke terreur liggen achter ons, een terreur waarop een reactie van de zijde van ons volk moest komen. Om nationale of principiële redenen laaide het verzet op. Prenger was een hoogst belangrijke schakel in den radiodienst, waarvan in Oost-Overijssel nog maar drie meer in leven zijn. Prenger is gestorven als een held. In alle eenvoud en volle geloofsovertuiging heeft hij gewerkt. Hoe graag hadden we gewild, dat hij de bevrijding mee had mogen maken, doch God volgde een anderen weg. Prengers gedachtenis zal in hooge eere blijven. Ds. Koopman wees er op, hoe Prenger een is van zoovelen, voor het volk gevallen. We staan aan het graf van iemand, die waarachtig held was. Velen die vijf jaar niets gedaan hebben, voeren nu een groot woord, hier was een held, die niet sprak, maar deed. Als een groot monument op zijn arbeid is daar de vrijheid van het vaderland. Maar grooter troost moge voor de familie zijn het grootere monument, opgericht in Gods Woord: Zalig die de heere zal vinden alzoo doende. het was voor Prenger een roeping als Christen, te werken voor de bevrijding van ons land, door Godswege hem op de schouders gelegd. Nu geeft Christus hem de vrijheid der kinderen Gods welke boven de vrijheid der natie uitgaat. Vermelden wij nog dat op het graf kransen waren gelegd van den Radiodienst en van de Vereeniging van Oud-leerlingen waarvan hij een trouw lid was. Den volgenden dag, den 10 mei, vond de kranslegging plaats bij het gedenkteken van sergeant Eilander, waar burgemeester Van Oorschot en ds. Koopman het woord voerden en op de Engelsche graven, waar naast den burgemeester ook ds. Jens sprak.
Oorlogsslachtoffers gemeente Hardenberg. In deze gemeente zijn volgens officiële gegevens niet minder dan 49 oorlogsslachtoffers te betreuren. Te Hardenberg zelf sneuvelde den 10 mei 1940 sergeant Eilander uit Zwolle, terwijl te Rhenen sneuvelde op 12 mei Gerrit Bakker te Collendoornerveen (geb. 08-02-1918) en te Dordrecht op 11 mei Harm Wolf te Schuinesloot (geb. 06-09-1919). Reeds eerder, nl. op 03-12-1939 overleed mej. Antonia Everdina Johanna Bent te Bergentheim (geb. 24-06-1921 te Gendringen), getroffen door het pistool van een Nederlandse militair. Door de Duitschers werden gearresteerd en op 02-03-1945 te Varsseveld gefusilleerd de volgende personen: Albert Bols (geb. 19-12-1909) uit Bergentheim, Gerrit Griemink (09-11-1917), Bergentheim, Gerrit Luichies (09-08-1886), Brucht, Jan Ormel (13-11-1910), Kloosterhaar, Derk Jan te Rietstap (07-04-1913), Kloosterhaar, Geert Salomons (10-06-1914), Bergentheim, Hermannes Schuurman (25-02-1914), Bergentheim, Roelof Seinen (19-09-1912), Bergentheim, Willem v.d. Sluis (05-04-1910), Bergentheim, Albert Timmerman (11-01-1898), Bergentheim. Van deze personen waren Bols en Schuurman ongehuwd. Als lid der Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten sneuvelde op 05-04-1945 Albert Kremer, Bergentheim (geb. 08-05-1905). Door de Duitschers werd doodgeschoten op 06-04-1945 te Rheezerveen Harm Dijkstra uit Leiden (geb. 27-03-1909), schoonzoon van den heer R. Smit. Dien datum sneuvelde als lid der N.B.S. Albert Groenewoud (08-12-1910), Gramsbergen, ongehuwd - Jan Hulter (10-07-1908) Anerveen, Herman Hendrik Scheffer (06-06-1892), Heemse, Hermanus Henricus Kleine Staarman (19-04-1903), Slagharen en Pieter Arends (26-04-1918), Heemse stierven respectievelijk op 7, 8 en 26 april. Klaas Huibers (06-04-1886), stationschef te Mariënberg werd als onderduiker gearresteerd en later gevonden in een massagraf. De marechaussee Jan Schut te Hardenberg werd doodgeschoten te Apeldoorn op 02-10-1944. Hij was geboren op 08-06-1918. Te Zwolle werd eveneens gefusilleerd op 31-03-1945 de marechaussee W. Sebel (geb. 04-04-1901) uit Lutten. Op 08-03-1945 werden gevonden in een massagraf Hendrik Jan Post, arts te Bergentheim (geb. 18-04-1902) en Jan Hendrik Prenger, landbouwer te Hardenberg (geb. 07-08-1901). Op 23-09-1944 werd gefusilleerd door de N.S.K.K. te Avereest Hans Erik Gouwe (geb. 28-04-1923), Lutten en in de tuin van dr. Gouwe te Lutten Johannes Fransiscus Kosse (geb. 02-03-1919), beiden ongehuwd. Op 29-03-1945 werd te Wierden gefusilleerd Pieter Hendrik Wolfert, gereformeerd predikant te Mariënberg (geb. 28-04-1902). Bij beschieting uit een vliegtuig op 10-02-1945 werd dodelijk getroffen Albert Hendrik Ravenshorst (20-10-1929), te Baalder, zoon van het hoofd der school. Overleden op 28-11-1944 door voltreffer op een boerderij Gerrit Jan Hekman te Diffelen (geb. 02-10-1900) en zijn knecht Derk Jan Plaggenmarsch (geb. 20-11-1919). Op 04-05-1945 tengevolge van schotwonden uit een vliegtuig bekomen te Lutten, mej. Elisabeth Hendrika v.d. Elst (geb. 09-06-1913), Den Haag). Op 01-03-1945 bij beschieting van de tram te Lutten uit vliegtuig Goosem Boers (05-03-1913), Coevorden. Te Oldebroek op 20-06-1944 bij beschieting uit een vliegtuig Johannes Jozef Petrus de Lange, groentehandelaar, Slagharen. Overleden op 26-03-1945 in gevecht met de Duitschers Harm de Lange (24-11-1922), Bergentheim, ongehuwd. Op 10-12-1942 in een kamp te Amersfoort Albert Jan Kerkdijk (geb. 11-03-1907), Lutten. Te Mühlenberg bij Hannover overleed op 22-10-1944 tengevolge van bomaanslag Jan van Faassen (geb. 07-09-1923), Hardenberg, ongehuwd. Overleden te Peres-Alpenrose op 05-12-1944 Lucas Smit (geb. 02-04-1927), Oud Lutten en aldaar op 18-03-1945 Geert Migchels (24-05-1905), Slagharen, de eerste ongehuwd. Overleden op 03-05-1945 in het kamp Wöbelin Cornelis Lucas de Jong (geb. 26-07-1921), ongehuwd. Zonder nadere gegevens overleden in Duitschland Hendrikus Habers uit Slagharen (geb. 17-10-1924), ongehuwd. Gefusilleerd te Varsseveld Jan Cornelis Hendrik Fleer (geb. 03-06-1897) en Jan Cornelis Hendrik fleer (geb. 27-03-1921), beiden uit Amsterdam en verblijvende te Slagharen R-22. Overleden op 31-12-1942 te Lünenborg Derk Jan Huiskes (geb. 18-11-1912), Bergentheim, ongehuwd. Op 07-10-1943 te Hamburg Hendrikus Zwiep (geb. 26-06-1923), Slagharen, ongehuwd. Overleden op 27-02-1944 bij exploderen van een projectiel Hendrik Jan Meijer (geb. 08-08-1910), Bergentheim, ongehuwd. Overleden op 09-05-1945, geraakt bij het lossen van vreugdeschoten te Bruchterveld Albert Hendrikus Flierman (geb. 05-06-1927) en den volgenden dag tengevolge van hetzelfde ongeluk Jakob Schonewille (geb. 09-03-1927), beiden ongehuwd en wonende te Bergentheim.
Inlichtingen gevraagd over onzen broer en zwager Albert A. Homburg, lt. vliegenier bij de R.A.F., geb. 12 juni 1917. Op eerste Paasdag, 1 april jl. is hij met zijn Spitfire bij Eindhoven opgestegen voor een vlucht boven Zutphen en het oosten van ons land. In de buurt van het Dortmund-Emskanaal verloren z’n collega’s het radiocontact met hem, zodat hij waarschijnlijk is neergestort of een noodlanding heeft moeten maken. Sindsdien is hij als vermist opgegeven en werd niets meer van hem vernomen. Daar hij eerst als officier van de ‘Secret Service’ hier te lande werkzaam geweest is, bestaat de mogelijkheid, dat hij onder een Engelse schuilnaam openbaar geworden is. Inlichtingen worden graag vergoed, vooral van inwoners in ’t oosten, die mogelijk iets gezien hebben. Boekhandel Ab de Jong, Putten o.d. Veluwe.
Heemse. Bij de dagen der bevrijding is de heer H. Scheffer door een doodelijk schot getroffen. Hij, die bij hem was, de heer Arends, onderwijzer aan de M.U.L.O. te Hardenberg, is gewond geworden. Gisteren, op zijn 27en verjaardag, is ook hij in het ziekenhuis overleden.

Onderstaande transcripie is van een Proces Verbaal van de sub-commissie Opsporing Oorlogsmisdrijven Zwolle, opgemaakt op 19 april 1947.



Op 4 april 1945 zijn op last van de Sicherheitspolizei te Zwolle op de Geldersche Dijk nabij Hattem de navolgende personen gefusilleerd:

Gerrit van Unen, geboren 26 januari 1921 te Oldebroek, wonende te Wezep, gemeente Oldenbroek.

Derk van Diepen, geboren 11 mei 1896 te Oldenbroek, wonende te Wezep, gemeente Oldenbroek.

Dirk Eskes, geboren te Deventer 16 augustus 1913, wonende te Amsterdam.

Floris van der Laaken, geboren 24 september 1919 te Amsterdam, wonende te Hilversum.

Gerrit Bertus Buunk, geboren te Boxtel 4 december 1917, wonende te Breda.

J.P. Austin, Engelschman, sergeant the Royal Berks (36 GRU) alias Bunny Wyatt.


Door de sub-commissie opsporing oorlogsmisdrijven te Zwolle is dienaangaande een onderzoek ingesteld en hiervan is een afzonderlijk proces verbaal opgemaakt/
Op donderdag 17 april 1947 werden door het Bureau Opsporing Oologsmisdrijven te Amsterdam ter beschikking van genoemde sub-commissie gesteld de Duitschers Gencyyk en Dittes welke volgens bekomen inlichtingen aan deze fusilleering zouden hebben deelgenomen.
In verband met vorenstaande zijn beide Duitschers voornoemd door ons Jan Smit, inspecteur van politie, Roelof Lohman bigadier rechercheur en Barend Harm Jan Johannes Kroeze, agent rechercheur, allen behoordende tot de gemeentepolitie te Zwolle, tevens onbezoldigd rijksveldwachter, gehoord.
Uit dit verhoor is gebleken dat de destijds bij het Einsatzkommando der Sicherheitspolizei te Zwolle werkzaam zijnde Nederlander:

Piet Richard Cieraad, geboren te Laren, 3 december 1921, aanwezig is geweest bij de fusilleering.

Friedrich Genczyk, geboren 12 november 1888 te Kobulten (Kreis Ortelsburg) Kriminal-Sekretär, laatst wonende te Koningsbergen Ost-Preusen, thans tijdelijk ingesloten aan het bureau van politie te Zwolle, verklaarde desgevraagd het volgende: "Ik bezit de Duitsche nationaliteit. Op 16 augustus 1939 werd ik opgeroepen voor de militaire dienst en ingedeeld bij de Geheime Feldpolizei (GFP). Ik heb daarna dienst gedaan in de rang vam Feldpolizei-Sekretär in Polen, Denemarken en korten tijd in Frankrijk, Begië en Duitschland. Ik kwam op 30 september 1944 in Nederland. Ik heb eerst dienst gedaan bij de Wehrmachts Befehlhaber te Hilversum tot 20 november 1944 en vervolgens tot 11 december 1944 te Emmen. Daarna ben ik een dag in Deventer geweest en werd toen overgeplaatst naar Zwolle. Mijn taak was aldaar aanvankelijk het houden van controle's op Duitsche militairen. Aanvankelijk zou ik met mijn manschappen ingezet worden voor controle aan de IJssellinie. Dit ging echter niet door daar de controle toen werd verricht door Zoll-Beambten. In het midden van februari 1945 werd ik ingedeeld bij het Einsatzkommando der Sicherheitspolizie te Zwolle waarvan toe commandant was Joseph Rauch, die voordien FeldpolizeiKommissar was geweest en commandant van Gruppe III der Feldpolizei. Ik werd aangewezen als vervanger van Teegen die het hoofd was van de afdeeling V bij het einsatzkommando. Afdeeling V was belast met onderzoeken naar diefstal, zwartsclachtingen, etc.
Ik herinner mij dat ik in het begin van April 1945, de juiste datum weet ik niet meer, bij Rauch werd ontboden, die tegen mij zeide dat ik den volgenden morgen om 5 uur mee moest gaan met een kommando van de Grüne Polizei (Ordnungs Polizei) dat ik zou treffen bij het Huis van Bewaring te Zwolle. Wij moesten uit het Huis van Bewaring te Zwolle 5 of 6 gevangenen halen, deze menschen meenemen en op eenige afstand van Hattem fusilleren. De commandant van de afdeeling van de Grüne Polizei welke met mij mee zou gaan, was voorzoover ik weet, door Rauch reeds ingelicht waar en wanneer deze fusillering moest plaats vinden. Rauch deelde mij verder mede dat de Duitsche bewakers van het Huis van Bewaring reeds opdracht van hem hadden gekregen en dat hen de namen van de gevangenen reeds waren opgegeven. Ik kreeg voorzoover ik mij herinner althand geen lijstje mee waarop de namen van de te fusilleren gevangenen voorkwamen. Ik ben er van over tuigd dat Leopoldsberger, die destijds commandant was van het Huis van Bewaring te Zwolle, hetzij schriftelijk, hetzij telefonisch van Rauch reeds de opdracht had gekregen de te fusilleren gevangenen tijdig klaar te maken om door ons te worden meegenomen.
De volgenden morgen om vijf uur ben ik ingevolge deze opdracht van Rauch met de autobus van ons kwartier van de Eekwal weggereden. In de loop van de tijd ben ik vergeten wie van het personeel van de Dienststelle toen met mij zijn meegegaan. Thans heb ik echter in Vught van Dittes gehoord dat hij en ook Birk hierbij tegenwoordig zijn geweest. Thans herinner ik mij ook wel weer dat zulks inderdaad het geval is geweest. Wie de autobus bestuurde weet ik niet, doch het was iemand van de GFP.
Rauch had mij gezegd dat er ook een tolk mee zou gaan om aan de gevangenen voor te lezen om welke reden zij zouden worden gefusilleerd. Hiervoor was door hem aagewezen de Nederlander Cieraad die destijds werkzaam was bij het einsatzkommando der Sicherheitspolizei te Zwolle.
Wij zijn dien morgen eerst naar het Van Nahuysplein gereden waar Cierraad op straat reeds op ons stond te wachten. Wij zijn vervolgens naar het Huis van Bewaring te Zwolle gereden. Ik ging het gebouw binnen en trof aldaar de Duitscher Leopoldsberger. Of de manschappen van de Grüne Polizei er toen reeds waren of later binnen kwamen weet ik niet meer. Leopoldsberger heeft daarna de gevangenen die ik mee moest nemen uit de cellen gehaald en hen de handen op de rug gebonden. Hoeveel personen dit precies waren weet ik niet meer en hun namen zijn mij ook niet bekend. Dat zich bij deze gevangenen een Engelschman bevond wist ik ook niet. Ik heb met de gevangenen niet gesproken. De gevangenen zijn vervolgens naar de autobus gebracht. De manschappen van de Grüne Polizei (10 of 11 man) stonden, toen wij met de gevangenen naar buiten kwamen, buiten de gevangenis te wachten. Nadat de gevangenen in de autobus waren gebracht zijn wij weggereden haar Hattem. Ik had met de bestuurder reeds afgesproken dat hij op eenige afstand van Hattem zou stoppen. Toen wij op ongeveer 200 meter van Hattem gekomen waren, op een punt waar de dijk een bocht maakt, stopte de bestuurder en wij stapten allen uit. De gevangenen werden opgesteld aan de linkerzijde van de weg. Tegenover hen werden de manschappen van de Grüne Polizei opgesteld op zoodanige wijze dat op iedere gevangene door twee manschappen werd geschoten. Ik weet zulks niet zeker maar ik geloof dat ik tegen Cieraad, die ik kende als medewerker van Untersturmführer Bartels, eveneens werkzaam bij het einsatzkommando der Sicherheitspolizei te Zwolle, heb gezegd dat hij de gevangenen moest mededeelen dat zij wegens een gepleegde sabotage aan een spoorlijn zouden worden doodgeschoten. In ieder geval is Cieraad toen voor de gevangenen gaan staan en heeft hen medegedeeld dat zij zouden worden doodgeschoten in verband met een geplaagde sabotagedaad aan de spoorlijk Groningen-Zwolle. Ik herinner mij thand dat Rauch zulks mij ook had medegedeeld. Ik stond een paar meter van Cieraad af. De gevangenen zeiden hierop niets. Ik ben toen weer een weinig teruggegaan tot de autobus. Ik had de rijweg laten afzetten, zoowel aan de zijde van Hattem als aan de zijde van Zwolle door de beide GFP beamten Dittes en Birk en had hen opgedragen niemand door te laten. Het is mogelijk dat ik, nadat Cieraad aan de gevangenene dat medegedeeld dat zij zouden worden doodgeschoten, aan de commandant van de afdeeling Grüne Polizei heb gezegd dat "alles erledigt war". Met zekerheid kan ik mij zulks echter niet herinneren. In ieder geval gaf toe de commandant zijn bevelen aan de manschappen. Tegenover iedere gevangene was een schutter opgesteld die knielend vuurde en een schutter die staande vuurde. De commandant gaf het commando " legt en Feuer" Hierna viel het salvo en stortten de gevangenen neer. Ik ben toen naar de gevangenen toegeloopen en zag dat zij dood waren. Ik vond het daarna niet noodig om genadeschoten te geven. Ik ben daarna met Cieraad in de autobus naar Hattem gereden om de burgemeester mede te deelen dat hij de lijken moest laten begraven en eerst een politiebeambte erbij op post moest plaatsen. Deze mededeeling werd door Cieraad als tolk aan de burgemeester overgebracht. Op de leden van de Grüne Polizei ook meegereden zijn naar Hattem weet ik niet, doch het is wel mogelijk dat zij na de fusilleering in de autobus zijn gestapt. Dittes en Birk bleven op de plaats van de fusilleering achter voor bewaking der lijken toen wij naar Hattem reden. Ik heb hen toen geen opdracht gegeven om de gefusilleerden genadeschoten te geven. Toen ik terug kwam op de plaats van de fusilleering deelde naar ik meen Birk mij mede dat één der gefusilleerden nog geleefd had en dat hem een genadeschot was gegeven. Door wie dit genadeschot was gegeven weet ik niet meer, doch dit moet door Dittes of Birk gedaan zijn. Persoonlijk zou ik hier nimmer opdracht voor hebben gegeven, doch deze gevangene weer meegenomen hebben naar de Dienststelle ook als hij reeds gewond was geweest had ik hem niet laten dooden. Ik kan mij niet herinneren dat tegen een hek van een weiland nabij de plaats waar de fusilleering was uitgevoerd een biljet aangeplakt is of een bord is geplaatst warop vermeld stond dat de gefusilleerde personen terroristen waren. Naar ik meen ben ik in de auto gebleven toen wij uit Hattem terug kwamen om Dittes en Birk mee te namen. Vervolgens zijn wij naar Zwolle teruggereden. De manschappen van de Grüne Polizei zijn uitgestapt bij de eerste huizen van de Veeralee te Zwolle en zijn daar binnen gegaan. Ik ken niemand van de leden der Grüne Polizei die deze fusilleering hebben uitgevoerd. Hun commandant was een Polizei-Meister of Polizei-Obermeister, oud ongeveer 40 jaar, ongeveer 1,70 m lang, normaal gebouwd, geen baard of knevel. Ik had deze nooit tevoren gezien en heb hem nadien ook nooit weer ontmoet. Wij zijn vervolgens naar de Dienststelle teruggereden aan het Van Nahuysplein alwaar wij allen, ook Cieraad, zijn uitgestapt. Ik was van de bij deze executie aanwezige leden van de GFP de hoogste in rang. Ik ben er zeker van dat Rauch de Polizei-Waffenschule de avond tevoren heeft verzocht om manschappen voor de fusilleering ter beschikking te stellen. Ik herinner mij ook dat ik persoonlijk een keer geweest ben ik een school waar de Polizei Waffenschule gelegerd was om een Hauptmann het beschikbaar stellen van een kommando voor fusilleering te bespreken.. Of dit echter geweest is voor deze fusilleering of voor een fusillering aan de Meppelerstraatweg te Zwolle welke eeder plaats vond
(31 maart 1945), weet ik niet.
Ik was in de meening dat de te fusilleeren personen een aanslag hadden gepleegd op een spoorlijn. Of deze personen al dan niet door een gerecht ter dood veroordeeld waren weet ik ook niet. Het was mij niet bekend dat de "Kriegsgerichten" en de "Feldpolizeigerichten" opgeheven waren.
Van de foto welke U mij thans toont (wij relantanten vertoonen aan Genczyk een foto van P.R. Cieraad voorgenoemd) herken ik Cieraad, in mijn verklaring bedoeld, met zekerheid terug".
Koetshuis kasteel De Haere © Kees.
11 APRIL 2005 - Hoe nabijer de bevrijding, hoe fanatieker Piet Cieraad, lijkt het wel. In januari 1945 sleept hij eigenhandig weer een groot aantal al dan niet joodse Zwollenaren uit hun huizen. Na de oorlog blijkt de beul van Zwolle echter niet zo strijdlustig meer. In het zicht van wellicht de doodstraf ontpopt hij zich als een bangelijke man, die zijn overtuigingen even makkelijk inwisselt als een paar sokken.
Geruchten willen dat Piet Cieraad nog altijd in leven is. Hij zou ergens in het Gooi wonen, 83 jaar inmiddels, maar waar precies weet niemand. Zoals zovele vroegere oorlogsmisdadigers leidde hij na zijn vrijlating een teruggetrokken leven. Publieke functies zaten er trouwens toch niet in, want zijn Nederlanderschap was hem ontnomen. Cieraad had te veel op zijn kerfstok om zich nog staatsburger te mogen noemen.

Cieraad, geboren op 3 december 1921, was een hartstochtelijk pleitbezorger van het nationaal-socialistische gedachtegoed. De kiem daarvoor was gelegd in Apeldoorn, waar hij als 17-jarige jongen onder de indruk was geraakt van de marsen van de Nationale Jeugdstorm. Cieraad klom op tot lijfwacht van NSB-leider Anton Mussert, maar kon daar - om het zo eens te noemen - zijn ei niet kwijt. Hij meldde zich bij het Politie Opleidings Bataljon in Diepenveen, waar de beruchte zwarte politie werd opgeleid, en vestigde zich eind 1944 in Zwolle. Als medewerker van de Sicherheits Dienst verwierf hij daar de bijnaam ‘de beul van Zwolle’. Cieraad ging zo op in zijn rol, dat hij in bed uniform en laarzen aanhield, een stengun in de schacht in één van de laarzen. Zo kon hij sneller uitrukken.

Een trouwere knecht kon Hitler zich niet wensen, is het beeld dat oprijst uit de verhoren die zijn slachtoffers of hun nazaten na de bevrijding zijn afgenomen. Hendrika van Dijk, wier echtgenoot door de Duitsers was gefusilleerd, verklaarde tegenover de rechtbank dat Cieraad de leiding had bij de arrestatie van haar en haar man. Na enige dagen in het Huis van Bewaring schoot ze Cieraad aan, staat in de processtukken: ‘Mijnheer, mag ik u even spreken, ik heb vier kleine kinderen thuis. Zonder antwoord te geven gooide hij echter de deur in het slot.’

Een Zwollenaar die aanwezig was bij de arrestatie van verzetsvoorman Chris Huiberts gaf een soortgelijke verklaring. Huiberts - die wist wat hem boven het hoofd hing - wilde afscheid nemen van zijn zieke vrouw, een verdieping hoger, en kreeg daarvoor toestemming van een Duitse SD’er. Cieraad verbood dat echter. ‘Och, lassen Sie doch’, zei de Duitser. ‘Geen sprake van, hij gaat direct mee, we hebben al genoeg trappen gelopen’, zei Cieraad.

Op 11 december 1944 arresteerde Cieraad in zijn eentje de ondergedoken Margot Davidson, een joodse Zwolse. Ze probeerde nog weg te rennen, maar dat mislukte, verklaarde ze na de oorlog bij de rechter. ‘Ik hoorde achter mij een schot en verstijfde. Je mag van geluk spreken dat ik je niet geraakt heb, zei Cieraad.’

Het zat allemaal wat anders, verklaarde Cieraad op zijn beurt. Hij bekende dat hij geheel of gedeeltelijk verantwoordelijk was voor de arrestaties van zeker vijftig Zwollenaren, de bewijslast liet hem ook geen keus, maar zo wreed als men zei - nee, dat was hij niet geweest. ‘Of ik in dien tijd een bezoek aan haar cel heb gebracht, waarbij ze zou hebben getracht mij iets te vragen, kan ik mij niet herinneren’, reageerde hij op de verklaring van Hendrika van Dijk. En over Margot Davidson: ‘Bij haar poging tot ontvluchting heb ik inderdaad een schot gelost. Ik ontken echter op haar te hebben gericht.’ Wist de rechter overigens dat hij enkele malen zijn ontslag bij de SD had aangeboden? Dat dat werd geweigerd, daar kon hij niets aan doen. En bovendien: ‘Door mijn rapporten heb ik bereikt dat de Landwacht te Zwolle aan banden werd gelegd.’

De rechter prikte daar doorheen. Cieraad was schuldig aan alle aanklachten. Dat hem desondanks niet het lot was beschoren van zijn plaatsgenoot Eykelboom, die als tweede man van de Landwacht de doodstraf kreeg, was te verklaren door zijn gebrek aan ruggengraat. Hij lapte al zijn vroegere medestanders erbij. ‘Ik heb in totaal ongeveer vierhonderd rapporten gemaakt en drieduizend namen genoemd’, zei hij trots. Want ach, dat nationaal-socialisme was bij nader inzien eigenlijk niets waard.

Had de beul van Zwolle inderdaad een metamorfose ondergaan? Nee, kunnen we concluderen uit een latere getuigenverklaring van Willem Meijer, cipier in het Huis van Bewaring. Hij meldde de politie hoe Cieraad afscheid nam van drie medegevangenen die overgeplaatst werden. ‘Bij het vertrek namen dezen met een handdruk afscheid van Piet Cieraad. Tevens zag ik, dat zoowel door Cieraad als door den vertrekkenden gedetineerde Veldhuis de Hitlergroet werd gebracht.’

Als Cieraad al een ruggengraat had, was die van rubber.

Piet Cieraad vluchtte na de bevrijding van Zwolle naar Arnhem, waar hij - om een zware straf te ontlopen - de geallieerden actief hielp bij de opsporing van oorlogsmisdadigers. De vernedering van een publieke arrestatie, zoals hier op bevrijdingsdag in de Assendorperstraat, bleef hem bespaard.
Angeklagte:
Genczyk, Friedrich
2 Jahre
Gerichtsentscheidungen:
BG/BS Arnhem 490422
BRvC 491010
Tatland: Niederlande
Tatort: Zwolle (?)
Tatzeit: unbekannt
Opfer: Häftlinge
Nationalität: Niederländische (?)
Dienststelle: Polizei Sipo Zwolle, Wehrmacht Geheime Feldpolizei
Verfahrensgegenstand: Beteiligung an der Erschiessung von 5 oder 6 Häftlingen
Nach Deutschland abgeschoben: 500301
Urteil veröffentlicht: nein
Verfahren Lfd.Nr. NL122
Tatkomplex: Kriegsverbrechen
Johannes Reinhold Dittes, geboren 25 juni 1899 te Pürsten, van beroep Oberlehrer, laatst wonende te Fraureuth (Dld) Wertauerstraas 15, thans tijdelijk ingesloten aan het bureau van Politie te Zwolle, die verklaarde: "Ik bezit de Duitsche nationaliteit. In november 1939 werd ik opgeroepen voor de Wehrmacht en werd toen ingedeeld bij de Geheime Feldpolizei (GFP) Gruppr III. Ik heb gediend in Luxemburg, België. Frankrijk (Lille) en Nederland. In begin september 1944 kwam ik in Nederland met het toen gevormde Z.B. Verwendungskommando 22. Ik ben een paar dagen in Arnhem en Putten geweest en ben op 17 september 1944 weer naar Duitsland vertrokken. Ongeveer 14 dagen later, aldus begin oktober 1944, kwam ik in Nederland terug en wel in Haaksbergen. Eenige weken later werd ik overgeplaatst naar Lichtenvoorde alwaar ik eveneens ongeveer 2 weken bleef en daarna ging ik naar Doetinchem. Daar ben ik gebleven tot het midden van februari 1945 en werd toen toegevoegd aan het Einsatzkommando der Sicherheitspolizei te Zwolle hetgeen onder commando stond van den Kriminal-Kommissar Rauch. Tot dat oogenblik hadden wij nog slechts zoogenaamd "In Bereitschaft" gelegen. Ik heb in Zwolle eenige huiszoekingen en eenige arrestaties verricht. Ik was zelf sachbearbeiter en stelde zelfstandig onderzoeken in. Ik had de rang van Oberfeldwebel.
Ik herinner mij dat ik in het begin van april 1945 opdracht kreeg van Genczyk om den volgenden morgen vroeg met hem mee te gaan. Ik geloof niet dat Genczyk tegen mij gezegd heeft waarvoor ik mee moest gaan. Ik herinner mij in ieder geval wel dat ik den volgenden morgen vroeg met de Feldwebel der GFP Birk ingestapt ben in de autobus van de GFP welke voor de dienststelle van de Sicherheitspolizei kwam voorrijden. Ik weet althans met zekerheid dat Birk later bij de fusillereering bij Hattem aanwezig was. Ik heb de Nederlander Cieraad, die onder de Untersturmführer Bartels werkzaam was bij het Einsatzkommando der Sicherheitspolizei te Zwolle wel gekend. Ik ken hem ook terug van de foto welke U mij toont. (wij relatanten vertoonen aan Dittes een foto van Cieraad voorgenoemd) Ik kan mijn niet herinneren dat bedoelde Cieraad dien morgen ook in de autobus is gestapt. Ik kan echter ook niet verklaren dat hij zulks niet heeft gedaan. Ik herinner mij beslist niet of Cieraad met ons is meegereden en bij de fusilleering in Hattem aanwezig is geweest, doch zulks is wel mogelijk. Wij zijn vervolgens gereden naar het Huis van Bewaring te Zwolle. Ik geloof dat wij toen het Huis van Bewaring binnen zijn gegaan en gevangenen af hebben gehaald. Ik neem aan dat ik toen reeds geweten heb dat deze gevangenen gefusilleerd zouden worden. Wie de gevangenen uit de cellen heeft gehaald en door wie hen de handen op de rug zijn gebonden herinner ik mij niet meer. Ik ken de Duitser Leopoldsberger, die toen dienst deed in het Huis van Bewaring wel, doch ik kan mij niet herinneren hem dien morgen te hebben gezien. Ik kan mij wel herinneren dat de gevangenen, naar ik meen, waren dit zes personen, in de autobus gebracht werden. Ik herinner mij ook dat tien a twaalf leden van de Grüne Polizei mede in de autobus stapten. Voorzoover ik weet hadden deze zich bij de gevangenis bij ons gevoegd. Wij zijn vervolgens gereden naar Hattemen ongeveer 200 meter op de dijk voor Hattem stopte de bestuurder en daarna zijn wij allen uitgestapt. Wie de bestuurder van deze autobus was weet ik niet. Het was echter steeds dezelfde chauffeur die op deze autobus dienst deed. Ik herinner mij wel dat het ook een beambte was van de GFP. Ik kreeg toen de opdracht van Genczyk om een eind door te loopen en op dat punt al het verkeer uit de richting Hattem tegen te houden. Het was tusschen 6 en zeven uur. Ik heb mij toen opgesteld op een plaats op ongeveer 50 meter afstand van het punt waar de fusilleering zou worden uitgevoerd. Birk begaf zich naar de tegenovergestelde zijde om het verkeer vanuit die richting tegen te houden. Geczyk bleef op de plaats waar de fusilleering zou worden uitgevoerd. De gevangenen werden aan de linkerzijde van de weg opgesteld. Tegenover hen werd het kommando van de Grüne Polizei opgesteld hetwelk de fusilleering uit zou voeren. Ik heb toen niet gezien dat de helft van deze manschappen knielde en de andere helft bleef staan. Ik kan mij ook niet herinneren dat Cieraad de gevangenen heeft toegesproken. Ik hoorde wel het salvo en zag dat de gevangenen op de grond vielen. Ik ben evenals Birk naar de plaats van executie teruggeloopen en wij kregen de opdracht van Genczyk bij de lijken post te vatten. Genczyk en de leden van de Grüne Polizei zijn toen weer in de autobus gestapt en hiermede naar Hattem gereden om den Burgemeester met de fusilleering op de hoogte te stellen en hem opdracht te geven de lijken te doen begraven. Toen wij bij deze lijken op post stonden zagen wij dat één van de gefusilleerden personen een andere gelaatskleur had als de andere gefusilleerden. Wij geloofden dat deze man nog leefde en Birk schoot hem daarna midden in het voorhoofd. Of Birk met zijn automatisch geweer of met zijn automatische pistool geschoten heeft herinner ik mij niet meer. Meer genadeschoten zijn voorzoover ik weet niet door Birk gegeven. Ik heb persoonlijk in het geheel niet geschoten. Ongeveer een half uur later kwam de autobus met Genczyk en de manschappen terug en zijn wij teruggereden naar Zwolle. De leden van de Grüne Polizei stapten onderweg bij de eerste huizen toen wij Zwolle binnenreden uit en gingen daar één der ter linkerzijde van de weg gelegen huizen binnen. Ik kan mij ook niet herinneren dat wij na aankomst op de Dienststelle Cieraad uit de autobus heb zien stappen. Aangezien Genczyk geen Nederlandsch kende, althans niet kon spreken acht ik het echter wel waarschijnlijk dat hij een tolk heeft meegenomen en het is zeer wel mogelijk dat hiervoor Cieraad is aangewezen.
Ook herinner ik mij nog dat na de fusilleering nabij de plaats van de fusilleering een biljet is aangebracht betreffende deze fusilleering. Wat hierop precies vermeld stond weet ik niet en het is mij ook niet bekend wie dit biljet heeft aangebracht. Ik heb het niet gedaan en ik weet zeker dat Birk het ook niet heeft gedaan.
De personen die gefusilleerd zijn kende ik niet en hun namen zijn mij ook niet bekend. Ik had ook als sacharbeiter niets met hen te doen gehad. Ik heb niets anders geweten dan dat het terroisten waren die ter dood veroordeeld waren. Eerst na den oorlog heb ik gehoord dat er na september 1944 in Nederland geen Duitsche gerechten meer waren".


Franz Leopoldsberger, geboren 7 oktober 1907 te Aigen am Inn, laatst wonende te Aigen am Inn, thand gedetineerd in het Bewaringskamp Avegoor te Ellecom, die verklaarde: "Ik bezit de Duitsche nationaliteit. Van januari 1941 tot juni 1944 heb ik deel uitgemaakt van het Duitsche bewakingspersoneel van de gevangenis te Scheveningen. Nadat de gevangenen in verband met het bestaande invasiegevaar vandaar via Vught naar Duitschland waren overgebracht, werd ik op 18 november 1944 ingedeeld bij het Duitsche bewakingspersoneel van het Huis van Bewaring te Zwolle. Ik had de rang van Scharführer. De Hauptscharführer Schweiger trad op als commandant van dit personeel, doch daar hij de meeste tijd ziek was werd ik als zijn vervanger aangewezen.
Ik herinner mij dat ik op een vroege morgen in het laatst van de maand maart 1945 te omstreeks 5.30 uur gewekt werd met de mededeeling dat door de Sicherheitspolozei gevangenen werden afgehaald uit het Huis van Bewaring. Ik woonde toen naast het Huis van Bewaring gelegen directeurswoning. Ik heb mij toen naar het bureau van het Huis van Bewaring te Zwolle begeven en trof aldaar aan den Oberleutnant  Winter van de GFP die toentertijds werkzaam was bij het Einsatzkommando der Sicherheitspolizei te Zwolle. Hij was in gezelschap van vijf of zes andere leden van het Einsatzkommando, wiens namen ik mij niet meer herinner. Ik ben er echter vrij zeker van dat de Nederlandsche SD beambte Cieraad er ook bij was. Ik kan mij echter ook vergissen dat dit bij een andere gelegenheid is geweest toen gevangenen voor fusilleering uit het Huis van Bewaring werden gehaald. In ieder geval weet ik zeker dat Cieraad er éénmaal bij aanwezig was toen personen voor fusilleering uit het Huis van Bewaring werden gehaald. Ik kan echter niet meer met zekerheid zeggen bij welke gelegenheid dit was".


Wij relantanten voegen aan bovenstaande toe dat de leider van het Einsatzkommando der Sicherheitspolizei te Zwolle Joseph Rauch niet gehoord is kunnen worden. Blijkens een rapport van de Netherlands War Crimes Commission te Bad-Salzuflen (Dld) d.d. 17-3-1947 is Rauch, wiens uitlevering reeds aan het Bureau Opsporing Oorlogsmisdrijven te Amsterdam bij Proces Verbaal (prima faeiebewijs) d.d. 28-5-1946 was verzocht, inmiddels uitgeleverd aan Joego Slavië.
De SS-Oberscharführer Franz Birk is eveneens niet gehoord kunnen worden. Diens uitlevering is aangevraagd en blijkens voorgenoemd rapport van de Netherlands War Crimes Commission is diens uitlevering naar Nederland op 16-1-1947 verkregen. Birk die thans in een gevangenenkamp in Duitsland vertoeft zal waarschijnlijk binnenkort naar Nederland worden overgebracht.

Meer informatie over deze executie is te vinden in het boek 'De vijftien executies' van Wolter Noord. Uitgeverij Omniboek, ISBN nummer 978 94 019 0520 6.
De arrestatie van Buunk en Eskes vond plaats terwijl zij net waren begonnen met het overseinen van berichten naar Eindhoven vanuit de boerderij van Jan Hendrik Prenger in Hardenbergerveld. Dit kan geen toeval zijn geweest. Was het verraad of nalatigheid? Het kan heel goed zijn dat Buunk deze boerderij al vaker als zendadres heeft gebruikt en daardoor waren de Duitsers in staat geweest hem nauwkeurig uit te peilen. Jaap Beekman was al van mening dat Buunk veel te roekeloos te werk ging door bijvoorbeeld veel langer dan 20 minuten in de lucht te blijven. Ook Rudy Blatt de Nederlandse Commando die de SAS éénheid Gobbo begeleidde, was ook niet over de handelswijze van Buunk te spreken. Als het verraad zou zijn geweest uit welke hoek zou dit dan gekomen moeten zijn? Het moet haast wel vanuit de RVV gekomen zijn gezien het feit dat de Duitsers blijkbaar de adressen kenden waar diverse personen zaten. Jan Schamhart werd op 6 december 1944 rond 07.00 uur gearresteerd en de eerste volgende arrestaties, die van Buunk en Eskes, vond plaats op 9 december rond 15.00 uur. Daarna volgden de arrestaties elkaar in hoog tempo op. Dit vraagt eigenlijk om een nader onderzoek, mogelijk is dit reeds na afloop van de oorlog gebeurd, maar dat moet dan wel opgezocht worden.
Lijst van Gevangenen, die vanuit het Huis van Bewaring te Zwolle gefusilleerd zijn geworden in het jaar 1945.


J.K. Wendt, Molenweg 2 Zwolle. Gefusilleerd te Apeldoorn op 8 maart 1945, begraven te Hattem.
A.H. Kattouw, Almelo. Gefusilleerd te Apeldoorn op 8 maart 1945, voorloopig begraven te Apeldoorn.
Julius Hoek, Amsterdam. Gefusilleerd te Apeldoorn op 8 maart 1945, voorloopig begraven te Apeldoorn.
H.M. Rodink, Ruysdaelstraat 28 Zwolle, Gefusilleerd te Apeldoorn op 8 maart 1945, begraven te Zwolle.
A. Slurink, Kampen. Gefusilleerd te Apeldoorn op 8 maart 1945, begraven te Zwartsluis.
M.J.R. v.d.Veen, Dalfsen. Gefusilleerd te Apeldoorn op 8 maart 1945, begraven te Zwolle
Herman Leus, Apeldoorn. Gefusilleerd te Apeldoorn op 8 maart 1945, begraven te Apeldoorn.
J. Stroomberg, Zwollerkerspel. Gefusilleerd te Apeldoorn op 8 maart 1945, begraven te Zwolle.
H.G.J. Huijskamp, Zwollerkerspel. Gefusilleerd te Apeldoorn op 8 maart 1945, begraven te Zwolle.
J.B. de Goede, Zwartsluis. Gefusilleerd te Apeldoorn op 8 maart 1945, begraven te Zwartsluis.
P. Moll, Hengelo. Gefusilleerd te Apeldoorn op 8 maart 1945, begraven te Apeldoorn.
J.B. Joosten, Dalfsen. Gefusilleerd te Apeldoorn op 8 maart 1945, begraven te Apeldoorn.
J. Stutvoet, van Ostadestraat Zwolle. Gefusilleerd te Apeldoorn op 8 maart 1945, begraven te Zwolle.
M. Ploegers, Amsterdam. Gefusilleerd te Apeldoorn op 8 maart 1945, begraven te Zwolle.
Jan Thijssen, Rijswijk. Gefusilleerd te Apeldoorn op 8 maart 1945, begraven aldaar.
F.H. Meijer, Jachtlaan 168 Rotterdam. Gefusilleerd te Apeldoorn op 8 maart, begraven aldaar.
T. Hartedief, Terschelling. Gefusilleerd te Apeldoorn op 8 maart, aldaar begraven.
H. Koopman, Groningen. Gefusilleerd te Apeldoorn op 8 maart, begraven te Apeldoorn.

S.K. Sietzema, Hertenstraat 17 Zwolle. Gefusilleerd te Wierden op 29 maart 1945, begraven te Zwolle.
J. Langkamp, Groenestraat 43 Zwolle. Gefusilleerd te Wierden op 29 maart 1945, begraven te Zwolle.
J.H. Roskam, Diezerstraat 81 te Zwolle. Gefusilleerd te Wierden op 29 maart 1945, begraven te Zwolle.
H. Maaskant, de Ruyterplein 4 te Zwolle. Gefusilleerd te Wierden op 29 maart 1945, begraven te Zwolle.
W. Jakma Assendorperstraat 110 te Zwolle. Gefusilleerd te Wierden op 29 maart 1945, begraven te Zwolle.
A.G. Hendriks, Hyacinthstraat 30 te Zwolle. Gefusilleerd te Wierden op 29 maart 1945, begraven te Zwolle.
H. Keilnolz, Molenweg 192 te Zwolle. Gefusilleerd te Wierden op 29 maart 1945, begraven te Zwolle.
H.G.?. Bannink, Sophiastraat 14 te Zwolle. Gefusilleerd te Wierden op 29 maart 1945, begraven te Zwolle.
J.H. Roël, Stationsplein 25 te Zwolle. Gefusilleerd te Wierden op 29 maart 1945, begraven te Zwolle.
J. Albers, Thomas á Kempisstraat 68 te Zwolle. Gefusilleerd te Wierden op 29 maart 1945, begraven te Zwolle.
A.C. Huiberts, Kerkstraat 18 te Zwolle. Gefusilleerd te Wierden op 29 maart 1945, begraven te Zwolle.

H. Bosch, Korenbloemstraat 16 te Zwolle. Gefusilleerd te Zwolle op 31 maart 1945, begraven te Zwolle.
W.A. van Dijk, Baliestraat 24 te Zwolle. Gefusilleerd te Zwolle op 31 maart 1945, begraven te Zwolle.
J.A. Muller, Boelestraat 25 te Kampen. Gefusillerd te Zwolle op 31 maart 1945, begraven te Kampen.
B.J. IJzerman, Kampen. Gefusilleerd te Zwolle op 31 maart 1945, begraven te Kampen.
W. Sebel, P69 Lutten, gemeente Hardenberg. Gefusilleerd te Zwolle op 31 maart te Zwolle, begraven te Lutten.

B. White, Ier. Gefusilleerd te Hattem op 4 april 1945, Voorloopig begraven aldaar.
Floris van der Laaken (Alex). Gefusilleerd te Hattem op 4 april 1945, voorloopig begraven aldaar.
Dr. Eskes (Lex) te Almelo. Gefusilleerd te Hattem op 4 april 1945, voorloopig begraven aldaar.
Fop Konijn (Fop). Gefusilleerd te Hattem op 4 april 1945, voorloopig begraven aldaar.
D van Diepen. Gefusilleerd te Hattem op 6 april 1945, begraven te Wezep.
G. van Unen. Gefusilleerd te Hattem op 4 april 1945, begraven te Wezep.

S.J. Baarsma, Kerkplein Dalfsen. Gefusilleerd op 10 april 1945 te Zwolle, begraven te Dalfsen.
F.Beke te Gent (België). Gefusilleerd op 10 april 1945 te Zwolle, begraven te Kampen.
A. Geerts te Zwolle. Gefusilleerd op 10 april te Zwolle, begraven te Olst.
N.J.J. Aan het Rot te Zwolle. Gefusilleerd op 10 april te Zwolle, begraven te Zwolle.
R. Henderson (Eng) te Catleij bij Manchester. Gefusilleerd op 10 april te Zwolle, begraven te Wilsum.
A. Nijboer te IJsselmuiden. Gefusilleerd op 10 april te Zwolle, begraven te Voorst, gemeente Zwollerkerspel.
A. Fros te Den Haag. Gefusilleerd op 10 april te Zwolle en begraven te Zwollerkerspel.
Ph. W. Pander te Wassenaar. Gefusilleerd op 10 april te Zwolle, begraven te Voorst, gemeente Zwollerkerspel.
F. Wierda, Tjerk Hiddesstraat 30 te Leeuwarden. Gefusilleerd op 10 april 1945 te Zwolle, begraven te Wezep.