WILLEM TUYN
Op 10 augustus 1949 heeft mr. A.M. baron van Tuyll van Serooskerken, procureur-fiscaal bij de Bijzondere Raad van Cassatie, in tegenwoordigheid van mr. L.A. Donker, voorzitter van de Enquetecommissie Regeringsbeleid 1940-1945, in het van het Consulaat der Nederlanden te Baden-Baden gehoord. Willem Tuyn, die zakelijk verklaard heeft, dat hij enige maanden na de strijd in mei 1940, waaraan hij als militair heeft deelgenomen, als hoorfdordonnans bij de Luchtbeschermingsdienst te Amersfoort kwam, waar ook de kapiteins 't Sas en Boers werkzaam waren. Voor die tijd had hij nimmer enige contact gehad met de Britse inlichtingendienst. Hij leerde in de herfst van 1940 George van Medenbach de Rooy kennen, een officier, die met anderen meewerkte aan de uitvoering van een plan om een aantal zenders te bouwen en die op verschillende plaatsen in Nederland op te stellen teneinde daarmee contact met Engeland tot stand te brengen. Hij heeft zelf daarvoor materiaal gehaald bij iemand die werkzaam was bij de N.S.F. (Nederlandse Seintoestellen Fabriek te Hilversum). Of dit plan is verwezenlijkt is hem niet bekend. Uit eigen ervaring weet hij alleen het volgende:
Omstreeks augustus 1940 heeft hij een Philips ontvangtoestel gehaald bij een banketbakker aan het Willemsparkweg te Amsterdam, zulks in opdracht van Jan Meyer, die ook in de groep werkzaam was. Met dit ontvangtoestel werden berichten afgeluisterd. Omstreeks september 1940 is aan hetzelfde adres door Snoek een zender afgehaald, die in Tuyn's woning te Amersfoort verborgen is. Iemand, die met Jan Meyer meekwam en die hij alleen als Gerrit kent, heeft getracht met dit toestel op de 86-meter-band te zenden, doch er kwam geen enkel antwoord. Tot zijn arrestatie door de Duiters op 4 juli 1941 is er met dit toestel nimmer contact met Engeland tot stand gebracht. Door de Duitsers is hij zwaar mishandeld, zodat hij moest worden overgebracht naar het ziekenhuis te Amersfoort. Daarna is hij op 9 juli 1941 met behulp van zijn vrienden ontvlucht en is overgebracht naar het rusthuis 'Plantwijk' te Bilthoven, dat door zuster Balk geëxploiteerd werd. In verband met het ernstige letsel, dat hem was toegebracht, kwam hij onder behandeling van de arts Brouwer, met wie hij later heeft samengewerkt. In het ziekenhuis te Amersfoort had hij al een opdracht naar buiten weten te smokkelen om de zender uit zijn woning te Amersfoort te halen en in veiligheid te brengen. Nadat de zender eerst bij Fok Jan van den Biezenbosch te Amersfoort was ondergebracht, is hij later door Jan Meyer naar 'Plantwijk' overgebracht. Tuyn heeft in dit rusthuis eerst drie maanden in een schuilplaats verborgen gelegen. Ongeveer october, of november 1941 was hij weer op de been. Ongeveer anderhalf jaar heeft hij nog bij zuster Balk vertoefd; gedurende al die tijd was hij als verpleegster vermomd.
Was de zender afkomstig van de Nederlandse Seintoestellen Fabriek?
Op een gegeven moment is toen Jan Meyer met een code gekomen. Waar hij die vandaan had, weet Tuyn niet. Zij vroegen nooit naar dingen, die zij niet per se moesten weten. Het was een code waarbij tweemaal gecodeerd moest worden, namelijk horizontaal en vertikaal.


Dit was dus een double-transposition code.


Er waren geen afspraken om bij bepaalde veranderingen in de tekst van de telegrammen aan te brengen, waaruit de ontvanger van de telegrammen zou kunnen zien, dat de code door betrouwbare lieden gehanteerd werd. De zendletters waren A C . Eerst kregen zij ook met gebruikmaking van deze code geen contact. Totdat op een gegeven - dat moet nog voor Kerstmis 1941 geweest zijn - antwoord kwam. Daarna is een druk zendverkeer ontstaan. Zij zonden steeds 's avonds tussen 8 en half negen; soms dagen achter elkaar. Gemiddeld is er op die tijd zeker om de andere dag gezonden. De bediening van de zender was Tuyn's taak, omdat hij het werken met morse goed meester was. Hij had dat ook al in zijn diensttijd gedaan. De berichten werden hem verschaft door Brouwer, met wie hij samenwerkte aan de codering van de berichten. Hoe Brouwer aan die berichten kwam en welke organisatie daarvoor zorgde, is hem niet bekend. Wel weet hij dat de AC-berichten ook langs andere wegen naar Engeland gingen. Hoe dit echter geschiedde kan hij niet mededelen. Dat weet Brouwer echter wel. Zij hebben ook meermalen berichten verzondenvan L-63. Radio Oranje is wel eens een bevestiging van ontvangst daarvan doorgekomen,ongeveer in deze geest: "Bericht ontvangen van L-63. Goede wijn behoeft geen krans"
L-63 was kapitein de Geus van de groep ......
Hij kan zich niet herinneren een bericht van L-63 verzonden te hebben waarin medegedeeld werd dat een drietal met roepletters aangeduide zender in handen van de vijand waren. Wel herinnert hij zich van L-63 een telegram ongeveer met de volgende inhoud: "Stop berichten, geen vertrouwen meer". Een telegram gedateerd 24 september 1942 dat bestemd was voor de O.D. en waarin sprake was van de op handen zijnde invasie herinnert Tuyn zich ontvangen te hebben. Dat heeft toen wel sterk de aandacht getrokken. Brouwer heeft voor de doorzending naar de O.D. zorggedragen.
De verbinding met Engeland met deze zender heeft tot 9 april 1943 bestaan. Alle telegrammen die hij ontving waren ondertekend: BRISTOL. Zij hebben steeds aangenomen dat zij afkomstig waren van de Engelsen. Hij weet geen middel om thans nog vast te stellen waar de code vandaan is gekomen. Jan Meyer, die deze bij hem gebracht heeft, is gefusilleerd. Aanwijzingen, dat zij met de Duitsers in plaats van de Engelsen geseind hebben, heeft hij niet. Gedurende de tijd, dat hij met de zender gezonden heeft, heeft hij weleens een bericht gekregen, dat hij op een andere golflengte moest overgaan. Dat was met de zender die hij had mogelijk en dat is toen ook geschied. Het was een vrij grote, sterke zender. De berichten, die hij ontving, luidden alle in de Nederlandse taal.


Jan Meyer is adelborst J.C. Meijer uit Zeist.


Op 9 april 1943 heeft de Gestapo een inval gedaan in 'Plantwijk' en de daarbij horende gebouwen. Er waren daar ook nog eens 28 Joden verborgen. Dezen zijn allen nog weggekomen evenals de heer Tuyn zelf. Hij is tenslotte in Valkenswaard terecht, waar hij tot de bevrijding ondergedoken is geweest. Eer hij echter in Valkenswaard aankwam, heeft hij bij de gezusters van Katwijk te Lunteren nog ruim 74 dagen in een schuilplaats onder de grond verborgen gezeten.


Dit waren Petronella Jacoba en Johanna Agatha van Katwijk. Zij woonden waarschijnlijk aan de Molenweg nummer 3


In 'Plantwijk' hebben de Duiters tenslotte ook de zender gevonden. Zelf heeft hij nooit meer een geheime zender bediend. Hij vreest, dat Brouwer, die hij overigens zeer waardeert, tijdens hun werkzaamheden niet voldoende opgepast heeft voor zijn naaste omgeving. Tuyn meent, dat Brouwer door het kindermeisje is verraden. Ook had Brouwer te veel aantekeningen gemaakt. De medische hulp, die Tuyn na zijn ontvoering uit het ziekenhuis te Amersfoort op 9 juli 1941 in 'Plantwijk' kreeg kon tengevolge van de moeilijke omstandigheden niet afdoende zijn. Hij moest daarom steeds luminal innemen en kreeg daarvan ook wel eens te veel. Vandaar dat hij soms neerviel. Epilepticus was hij echter niet. Tengevolge van hetgeen hij in de oorlog ondergaan heeft is zijn gezondheid wel blijvend geschaad. Op 28 februari 1946 is hij gearresteerd, omdat men vermoedde, dat hij in 1941 mensen zou hebben verraden aan de Duitsers. Het onderzoek heeft evenwel aan het licht gebracht dat dit vermoeden geheel onjuist was. Hij is dan ook reeds op 29 april 1946 onvoorwaardelijk buiten vervolging gesteld. Toch heeft hem deze behandeling, na al hetgeen hij in de bezettingstijd heeft meegemaakt, zeer gegriefd.

w.mugge@home.nl