Op donderdag 7 oktober kreeg Tobias een bericht van Schrader dat zij de volgende dag op station Holland Spoor in Den Haag zich moesten melden. Die vrijdag 8 oktober, reisden Tobias en Rein eerst naar een woning aan de Populierstraat 19 in Den Haag en vandaar ging het per tram naar station Holland Spoor. Hier ontmoeten zij op het verzamelpunt nog enkele mannen die de overtocht zouden maken. Met een vrachtauto van de Dienst Voedselvoorziening, waar Schrader voor werkte, werden allen naar Oud-Beijerland gebracht, waar het schip de 'Nooit Volmaakt' van Kees Koole reeds klaar lag. In het ruim van dit schip was een bootje vanuit Leidschendam hier naar toe gebracht. In Leidschendam werden de bootjes die de overtocht moesten maken op de Van Ravesteijnwerf door de broers Jo en Piet Meijer min of meer zeewaardig gemaakt.
Zoon Anton Koole met een model van de 'Nooit Volmaakt'.
In het boek 'Londen roept Amsterdam' geschreven door Eddy de Roever staat dat men van Oud-Beijerland naar Schiedam voer, daar nog een passagier aan boord nam en dat er in het Spui nog enkele mannen bij kwamen. Dit lijkt gezien bovenstaande kaart onlogisch. Het lijkt waarschijnlijker dat men vanuit Schiedam via de Maas en de Oude Maas naar Oud Beijerland is gevaren en vervolgens via het Spui naar het Haringvliet is gegaan. Vlak bij het Haringvliet werd het bootje uitgeladen en daar kwamen de laatste passagiers aan boord.
Het kan ook zo zijn dat het bootje achter de 'Nooit Volmaakt' aangesleept heeft en in de buurt van het Haringvliet heeft afgekoppeld.

Ook Schrader vond het tijd om naar Engeland te vertrekken en zo ontstond het volgende reisgezelschap:

1. Ir. Anton Schrader, later OSS agent, BK & Silver Star.
2. Tobias Biallosterski, later BBO/SOE agent, RMWO, BK & MBE.
3. Rein Bangma, later BBO/SOE agent., BL, BK & VHK.
4. Jan de Bloois, later BI/SIS agent, BL & VHK.
5. M.C.W. Arenthals, BK.
6. J.H. Brunings, BK & MC.
7. Jules Goossens, BK.
8. J.C. Jansen
9. Mr. Folkert de Koning, BK.
10. P.P.R. Kruis
11. Jacob Snijder
12. Jacob van Grondelle, BK.
Het weer van 9-10-1943
Zonnige en fris-warme (max 18,1C) dag met bijna 7 uur zon. De lucht was onbewolkt, er woei een zwakke wind (2 Bft).
Dicht bij het Haringvliet werd het open bootje nog verder zeewaardig gemaakt door een groot zeil overheen te trekken. Daarna was het afwachten tot de maan wat lager stond. Tegen half twaalf stak men van wal en voer men het Haringvliet op. Nadat men Dirksland had gepasseerd werd een vliegtuig opgelicht door zoeklichten. Net voorbij Hellevoet sluis zag het gezelschap twee patrouilleschepen en bij Kwadehoek kwam een patrouilleboot op 400 meter voorbij varen zonder hen echter te ontdekken. Na Balkegat te hebben gepasseerd zette men koers richting Harwich. Die nacht zag men een vliegtuig wat in brand stond in de Noordzee crashen. Er werd geen poging ondernomen om te kijken of men hulp kon bieden omdat een groot oppervlak van de zee verlicht werd door brandende bezine wat op het water dreef. Verder was de boot al overvol en zou men niet in staat zijn geweest mensen aan boord te nemen. Ook was de kans groot dat er Duitse patrouilleboten in de omgeving waren. Rond half acht sloeg het noodlot toe: de motor sloeg af. Gedurende een aantal uren dreef men hopeloos stuurloos rond terwijl Jacob Snijder die een technische achtergrond had met de motor aan de slag ging. Rond half elf 's morgens kreeg hij de motor weer aan de praat en was men welliswaar op halve kracht in staat verder richting het noord-westen te varen. Die zaterdag, 9 oktober 1943, passeerde men rond half vijf 's middags een boei en zagen zij in de verte de silhouetten van verscheidene schepen. De vraag was echter was het vriend of vijand? Als het Duitse schepen waren was het avontuur voorbij en waren de gevolgen niet te overzien. Een schip maakte zich los uit het konvooi en stoomde op richting het kleine bootje. Gelukkig bleek het een Engelse destroyer te zijn en kon men opgelucht adem halen. De destroyer Campbell gaf lichtsignalen, draaide bij en stopte bij het nietige bootje. Onder het slaken van vreugdekreten voeren de Engelandvaarders langszij waarna de opvarenden door matrozen aan dek gehesen werden. Ook het bootje werd aan boord gehesen en vastgesjord. Ondertussen werd het reisgezelschap door de Engelse bemanning onthaald op voedsel, drank en Engelse sigaretten. De twaalf mannen konden terugkijken op een geslaagde ontsnapping en genoten van hun verwonnen vrijheid. Op zondag 10 oktober arriveerden de Engelandvaarders in Harwich.
 
Hier vandaan werd men per trein naar Londen gebracht waar iedereen in de Royal Victoria Patriotic School aan een uitgebreid en langdurig verhoor werd onderworpen. Men wilde er immers in England zeker van zijn dat er op deze manier geen spionnen het land binnenkwamen. Er kwamen namelijk honderden vluchtelingen binnen die aan het Nazi regime ontsnapt waren en in Engeland hun toevlucht zochten. Het was voor de Gestapo heel eenvoudig om in deze groepen spionnen te laten infiltreren en daarom werd iedereen van hoog tot laag in de RVPS ondervraagd. De Nederlanders werden ondervraagd door de Politie Buitendienst onder leiding van de roemruchte Oresto Pinto.
w.mugge@home.nl
Schiedam
Oud Beijerland
Spui
Haringvliet
ONTSNAPPING
TERUG NAAR OVERZICHT