R
 
Rousseau, Mme. 28 Rue Guytussac, Parijs. 15e Arrondisement. Woonde op de 3e verdieping van een apartementengebouw en op de deur hing een bordje "Maison du Droit". HS8-173 pagina 1750082.

REMBRANDT, WT operator Robert Arthur Chapman, VIC Escape Line.

Ridder, de.

RICHARD, alias van Jacob van der Gaag, RVV.

Reineveld. Alias van R.H.F. van de Riviere, officier bij het Registratiebureau, Staf CBS.

Reerink, alias van Dr. G.M.H. (Henk) Veeneklaas, alias
Doctor-X.

Reisiger, Gerrit Heinrich (Gerrit). BBO marconist van Sjeerp Postma. Geboren op 1 december 1917 in de Haarlemmermeer, overleden op 7 april 1945 te Itzehoe, Duitsland. Gedropt in de nacht van 7 op 8 augustus 1944 in de Wieringermeer polder, samen met Sjeerp Postma, Gearresteerd 27 december 1944 te Zeist. Eigen missie codenaam: TURNIQUOITS. SOE zendschema WAVENEY. SOE alias
KAREL. Namen in het veld: Gerrit Royen, Gerrit Rochard, Gerrit van Berkel en Gerrit Henricus. Netwerk-3

Reli, Felix. Arts in Amsterdam, betrok dr. Henk Veeneklaas bij het verzetswerk. Was betrokken bij het 'Saskia-Spel' in Den Haag. Verleende Tobias en Pieter onderdak in zijn huis 'De Rommelpot' nadat zij in Amsterdam waren aangekomen.

Rijsewijk, van. Adam Andreas Marie (Andre). Geboren op 15 december 1919 te Breda, overleden op 13 november 2001 te Breda. SIS/BI agent en marconist. Gedropt in de nacht van 1 op 2 september 1944 op veld 'Air' in de buurt van Staphorst met 7 radiosets en een S-Phone. Trainingsnaam Piet Veltkamp, SIS zendschema St. Egbert. Codenamen KANGEROO en
ZWAARDVISCH. Namen in het veld: Van Cuyk en P.J.M. van der Heyde. Netwerk Dijckmeester

Roode, de Arie Adrianus (Aad). Geboren op 3 juni 1910 te Vlaardingen-Ambacht, overlden op 30 september 1991 te Rijswijk. Hij werkte tijdens de Duitse bezetting voor de groep Packard.
Voor het uitbreken van de oorlog was De Roode radiotelegrafist-observator, later luchtverkeersleider, in dienst van het Bureau Luchtverkeersbeveiliging (LVB) van de Rijksluchtvaartdienst. Tijdens de bezetting kon hij zijn beroep niet meer uitoefenen en werkte hij bij het Departement van Waterstaat in Den Haag. Hij werd in 1942 benaderd door de TH-Delft-studenten Henk Deinum en M.Vader om een zendpost op te zetten. Deze zou geheime berichten doorgeven aan het Bureau Inlichtingen (BI) van de Nederlandse regering in Londen. De Roode stemde hiermee in.
Met hulp van de uit Engeland overgekomen agent Pierre Louis d'Aulnis de Bourouill kwam een dubbel uitgevoerde zendpost tot stand. Twee telegrafisten (marconisten) konden gelijktijdig berichten verzenden. Prioriteit werd gegeven aan het doorgeven van weerberichten. De Roode polste verschillende van zijn vroegere luchtvaartcollega's om activiteiten voor het verzet te gaan ontplooien, waaronder W. Bloemkolk, H.Cleveringa, Theodorus Dubois, Th. Hartlief en J. Smit. Collega W.C.Witte was reeds bij een andere verzetsgroep actief. Op instigatie van BI fungeerde De Roode als coördinator en instructeur voor de medewerkers van de diverse opgerichte en functionerende meteorologische zendposten, zoals 'Irene-Met' te Utrecht, 'Beatrix-Met' te Groningen, 'Margriet-Met' te Maastricht en de aanvankelijk in Amsterdam opererende algemene zender 'St. Denys'.
Alle zenders werden door Eduard Otto Mettivier Meijer voorzien van accu's en van Philips tril-omvormers, waardoor zij ook zonder netstroom konden functioneren. De telegrafisten werkten met een door BI gemaakte instructie die op microfilm was gezet en vele malen werd gereproduceerd. Alle meteorologische zendposten waren uitgerust met apparatuur voor het meten en verzamelen van weergegevens.
De dubbelzender van De Roode functioneerde onder de naam 'St. Julian'. Tot de groep rond de zender behoorden, behalve de telegrafisten, ook (veel vrouwelijke) koeriers en codeurs, een fotograaf, vele informanten en de eigenaren en beheerders van de 'veilige huizen' in Den Haag, Leiden en Delft. Naast weerberichten werd informatie doorgegeven van de voor BI werkende koeriersdienst 'Spyker'. Vooral werd informatie doorgegeven over vijandelijke activiteiten in en rondom Den Haag, waaronder de lanceerbasis voor V-1 en V-2 raketten die Engeland bestookten.
'St Julian' werd op een uitwijkadres aan de TH in Delft op 30 november 1944 uitgepeild door de Sicherheitsdienst, waarbij de twee zenders in beslag werden genomen. De aanwezige telegrafist, J.Smit, werd gearresteerd. Deze liet niets los. Hij bezweek later in een concentratiekamp. Gedurende een maand wist men nog berichten te versturen via de Radiodienst van de Raad voor het Verzet, totdat dat ook niet meer mogelijk was. Eind februari 1945 werden de uitzendingen met nieuw verkregen materiaal voortgezet. De laatste berichten werden op 6 mei 1945 verzonden.  Netwerk Dijckmeester

Razijn, Henk. Lid grondploeg veld Lobster.  Netwerk Schipper

Riet, van 't Arie. Lid netwerk van Cock van Paaschen.  Netwerk van Paaschen

Ris, Jan Ferdinand. Geboren 15 juni 1918, gefusillerd op 8 maart 1945 te Rozenoord, Amsterdam. Was radiotelegrafist bij de PTT te Amsterdam.

Robinson, Arthur William, geboren 1907 te Kirkdale, overleden 1977. Huwde Eva Skotting terwijl hij nog getrouwd was. Huwelijk nietig verklaard en Robinson werd tot gevangenisstraf veroordeeld.

Rijn, van. Groentehandelaar te Utrecht, medewerker van de OD, gefusilleerd.

Rijkeboer, C. Code officier van de OD Radiogroep Noord, Van Houtenlaan 26a, Groningen.

Rustema, Dirk. Marconist van de Radiogroep Noord te Middelstum. PAØDR.

Roosenburg, Henriëtte. Alias
JET, mederkerster van Luctor et Emergo, Fiat Libertas en de Zwitserse Weg.

RUDOLF, alias van MI-6/BI agent/marconist Bergmann.

ROGERS, alias van MI-6/BI agent/S-Phone operator Frans Dijckmeester.

ROELANDTS, alias van ?? Maakte mogelijk deel uit van DC of GAC. Overzicht Verzet

RAALTE, van, alias van Prof. Dr. ir. H. van Riessen. Maakte mogelijk deel uit van DC of van GAC. Overzicht Verzet

RUTGERS, alias van ?? Leiding NSF in het westen van het land. Overzicht Verzet

RUURD, alias van Henk Das, provinciaal leider van de LO in Utrecht. Tevens districtsleider van de CID in Utrecht. Overzicht Verzet

RULLER, van. Alias van ?? Hoofdredacteur TROUW.  Overzicht Verzet

RAP, codenaam missie BBO/SOE agent C. den Dekker in Overijssel.

ROLAND. alias van Charles A.F. Hoyez, geboren 22 februari 1912. Arriveerde op 23 december 1942 in Engeland en maakte deel uit van SOE T-Section. Trainingsnaam was Charles Halleux. Werd op 5 maart 1944 gedropt in de buurt van Bioul als organisator van Operatie Cawdor. Deze had tot doel belangrijke Belgen naar Engeland te brengen die nodig waren voor de periode direct na de bevrijding van België. Zijn veldnaam was ROLAND, ook gebruikte hij de schuilnamen Frenand Charles Horts, Jacques Charles Holvoet, Fernand Charles Huet, MARIE LOUISE, Lt. Alan Brook, Maurice Balasse en Charles Deroo. Werd samen met onder andere landgenoot Georges Marcq in de buurt van Perpignan op 22 mei 1944 gearresteerd. Was toen al aan zijn voet geblesseerde en moest mogelijk daarom weg uit Frankrijk. Werd gedeporteerd naar kamp Buchenwald-Dora, waar hij als Charles Deroo is overleden. Bron: Peter Verstraeten, België.

REDTOWN, code for Paris used by DF-Section.

Rühl, Emil. Geboren op 8 mei 1904 te Gevelsberg, Duitsland, gewoond hebbende te Duisburg, Buchholzstrasse 93. Was een Duitse medewerker van de Sicherheitsdienst (SD) die tijdens de Tweede Wereldoorlog, samen met collega's als Maarten Kuiper, Friedrich Viebahn en Ernst Wehner, in Noord-Holland vele slachtoffers heeft gemaakt. Het is Rühl geweest die Hannie Schaft vanuit het Haarlemse Huis van Bewaring naar het Huis van Bewaring aan de Amstelveenseweg te Amsterdam heeft gebracht. Van daaruit is Hannie Schaft op 17 april 1945 naar de duinen bij Bloemendaal gebracht en geëxecuteerd. Na afloop van de oorlog werd Emil Rühl tot 18 jaar gevangenisstraf veroordeeld wegens deelname aan executies, Silbertanne acties en mishandeling van gevangenen. In 1956, op 31 maart, is hij bij Vaals over Nederlands/Duitse grens gezet en overgedragen aan de Westduitse autoriteiten. Mogelijk is Emil Ruhl in Duisburg-Hamborn overleden.

Rajakowitsch, Erich. Geboren in 1905 in Triëst, overleden in 1988 te Graz. Was oorspronkelijk advocaat in Graz, een stadje dat ook een andere bekende voortbracht, namelijk bisschop Alois Hudal. Daarnaast was Rajakowitsch de schoonzoon van Anton Rintelen, de gouverneur van Stiermarken en de Oostenrijkse ambassadeur in Italië. Erich Rajakowitsch, met de rang Hauptstürmführer Waffen-SS en leider van het Speciale Bureau van voor het Joodse vraagstuk, werd beschuldigd van medeplichtigheid aan de deportatie van 10.000 Nederlandse Joden die via Westerbork vanaf 1942 naar Auschwitz zijn gedeporteerd, waaronder ook Anne Frank uit Amsterdam. In 1939 werd Rajakowitsch als vrijwilliger naar Nisko, Polen, gestuurd nadat Polen door Duitsland aangevallen was. Daar, op initiatief van Rajakowitsch' vriend Adolf Eichmann, werd het eerste concentratiekamp voor Joden opgericht. Beiden hadden daarvoor al met elkaar eerder gewerkt in Wenen. Wiesenthal schrijft over Rajakowitsch' deelname aan de zogenaamde Lublin-transporten uit Wenen, toen Rajakowitsch nog in het Sonderkommando in Polen zat in 1939. Intussen was de band tussen Rajakowitsch, Adolf Eichmann en Hans Fischböck verder versterkt door de nauwe samenwerking. Eichmann als hoofd van het IV B 4, Rajakowitsch als zijn meest vertrouwde hulp en Fischböck als Minister van Handel, waren betrokken in de anti-Joodse wetgeving. Hierbij plunderde Rajakowitsch een fortuin aan Joodse aandelen bij elkaar, terwijl Fischböck ondertussen een buitenlandse valuta-eenheid oprichtte, die nauw samenwerkte met de Reichsbank en de RSHA, om het leegroven van Joods bezit en het chanteren van Joden doeltreffender te maken. De samenwerking tussen Rajakowitsch en Fischböck zou zich op dezelfde manier voortzetten in Nederland, terwijl Eichmann aan het hoofd stond van IV B 4-organisatie in Berlijn. Rajakowitsch kwam in april 1941 in Nederland aan om in het apparaat van de SD-chef Hanns Rauter en als vertegenwoordiger van Adolf Eichmanns sectie IV B 4, de Jodenvervolging te coördineren. Dit bureau van het Judenreferat in Den Haag moest model staan voor de oplossing van het "Joodse vraagstuk" in alle Europese landen. Rajakowitsch introduceerde bij dit bureau het gebruik van de Jodenster in Nederland. Daarnaast coördineerde hij het Auswanderungsfonds. Dit was een fonds waaraan Joden een bedrag, de zogenaamde Reichfluchtsteuer, moesten betalen, als zij zichzelf of andere leden van de Joodse gemeenschap in Duitsland, Oostenrijk en Nederland wilden vrijkopen om de door de nazi's bezette gebieden te kunnen verlaten naar veiliger oorden. De opbrengsten werden doorgesluisd naar Zwitserse bankrekeningen van hoge nazi's. Reinhard Heydrich had Rajakowitsch naar Nederland gestuurd toen hij hoofd was van de Zentralstelle für jüdische Auswanderung in Wenen, Praag en Berlijn. Onder het mom van Vermögungsverwaltung und Rentenanstalt werden de afgenomen valuta, deviezen en sieraden op speciale bankrekeningen gestort. In het najaar van datzelfde jaar werd hij onder de Jodenvervolger Willy Zöpf geplaatst, de leider van de Befehlshabende Sicherheitsdienst. Zo was Rajakowitsch direct betrokken bij alle anti-Joodse maatregelen in Nederland en organiseerde hij in 1942 de eerste vier transporten vanuit de Randstad naar Westerbork. In afwezigheid van Zöpf had hij in 1942 telegrafisch bevel gegeven Nederlandse Joden die in het kamp Drancy bij Parijs zaten, door te sturen naar Auschwitz. Samen met de vertegenwoordigers van de Stellvertreter des Führers en de RK für die Festigung des deutschen Volkstums was Rajakowitsch ervoor om de Joden statenloos te verklaren. Dit laatste is belangrijk omdat Rajakowitsch in de periode oktober - december 1941 in Nederland grote moeite heeft gedaan om te bereiken dat in Nederland verblijvende buitenlandse Joden in de eerste plaats als Joden en niet zo zeer als buitenlanders behandeld werden (Ausländische Juden).
Nadat Rajakowitsch in Nederland de Endlösung had voltooid, gaf hij zich in 1943 vrijwillig op bij de Waffen-SS. Na een training in Bad Tölz, Beieren, werd hij naar het oostfront gestuurd.

Na de oorlog was hij even geïnterneerd in een Amerikaans gevangenkamp, totdat hij ontsnapte en onderdook in Graz, Stiermarken, bij zijn ex-vrouw. Samen met zijn familie, de minnaar van zijn vrouw en een verbindingsofficier, die net als als Rajakowitsch beschuldigd werd van de moord op duizenden Joegoslavische Joden, vluchtte hij naar Italië. Hij werd daar opgevangen door bisschop Hudal, die zijn familie onderbracht in één van de behulpzame kloosters. Bisschop Hudal zou in de tussentijd de vereiste papieren regelen voor de overtocht naar Argentinië. Rajakowitsch kwam op 26 februari 1952, via Chili, Argentinië per vliegtuig binnen. Na de val van Perón in 1955 besloot Rajakowitsch met een op de zwarte markt gekocht paspoort via Triëst naar Italië terug te keren. Inmiddels had hij zijn naam veranderd in
Erico Raja en vestigde zich in Milaan. Hij werd directeur van het handelshuis Enneri & Co., een firma gespecialiseerd in winstgevende transacties met Hongarije, de DDR en Polen. Tegen 1963 werd de waarde van zijn persoonlijk eigendom (verschillende huizen in Italië, Zwitserland en een 3.000 hectare tellende finca in Mexico) geschat op zo'n 4 miljoen dollar. In 1961 werd hij door Simon Wiesenthal in Wenen gevonden en later in 1962 benaderde Wiesenthal de Italiaanse autoriteiten. Daar bleek Rajakowitsch al door de Italiaanse geheime dienst onderzocht te worden op verdenking van het verkopen van industriegeheimen en verboden strategische goederen aan het Oostblok. Hij werd geregeld gesignaleerd met Nikolai Svetailov, een lid van de Sovjetafdeling van handel in Rome, en er waren ook geruchten over steekpenningen aan Sovjetfunctionarissen in verband met zijn zaken met het Oostblok. Er was echter geen bewijs hiervoor en Wiesenthal kon de Italiaanse Officier van Justitie niet bewegen hem te arresteren, aangezien Rajakowitsch in de oorlog geen Italiaanse burgers schade had berokkend. Wel konden zij een verzoek ter uitlevering indienen aan de Officier van Justitie in Wenen, maar ook deze was niet van plan snel te reageren. Ondertussen wist Rajakowitsch door een stommiteit van een journalist van de krant Corriere della Sera dat zijn identiteit was achterhaald. De reporter had hem willen interviewen in verband met het artikel over Wiesenthals ontdekking dat Erico Raja het pseudoniem was van Rajakowitsch, dat de volgende dag zou gepubliceerd worden. De volgende dag was de vogel gevlogen: Rajakowitsch had 's ochtends vroeg geld opgenomen en was ondergedoken. In heel Europa stond de volgende dag de foto van Rajakowitsch op de voorpagina. Wiesenthal bleef hem op het spoor en Rajakowitsch vluchtte via Zwitserland naar Duitsland. Hij werd echter beide landen uitgezet en besloot toen toch maar zich bij de Oostenrijkse justitie aan te geven. Daar werd hij veroordeeld voor de medeplichtigheid aan de deportatie van 83 Joden uit Parijs. Hij kreeg daarvoor in Wenen twee en een half jaar gevangenisstraf met aftrek van voorarrest. Toen hij in 1966 vrijkwam, dook hij meteen onder en hij werd sindsdien niet meer gesignaleerd. Voor de deportatie van de Nederlandse Joden is Rajakowitsch nooit berecht. De Oostenrijkse regering vond het "ongebruikelijk" om een eigen onderdaan uit te leveren, aldus de woordvoerder van het Ministerie van Justitie. Zou hij ooit het land verlaten, dan zou de Nederlandse Officier van Justitie onmiddellijk om zijn uitlevering vragen. Rajakowitsch bleef echter een teruggetrokken leven leiden en stierf uiteindelijk op 82-jarige leeftijd, in mei 1988, in Graz, waar hij was begonnen als advocaat.
Bron: http://www.go2war2.nl/artikel/1368/Rajakowitsch-Erich.htm