Verslag Illegale werkzaamheden 1940-1945 te Eerbeek voor Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie.
Op 12 mei 1940 zijn de illegale werkzaamheden, ofschoon nog niet in organisatie verband, aangevangen, met het verbergen - voeden en van burgerkleren voorzien van teruggetrokken Nederlandse soldaten, die daardoor aan krijgsgevangenschap ontsnapt zijn. Een 16 tal soldaten zijn op deze wijze door de Duitse linie gekomen en konden, zoals ontvangen brieven uitgewezen hebben, hun woonplaats bereiken.

Eind 1940 kregen wij bezoek van Lt. C.J.L. Wolzak uit Den Haag die speciaal kwam om hier ter plaatse de ""OD" op te richten en tevens een terrein in kaart te brengen voor het "droppen" van wapens en munitie. Enkele personen in Eerbeek werden bereid gevonden tot de "OD" toe te treden, terwijl op Coldenhove een terrein in kaart werd gebracht. Lt. Wolzak deelde bij zijn vertrel mede dat wij nog bezoek zouden krijgen van een persoon die zich zou legitimeren met het wachtwoord "IJssellinie". Kort na zijn terugkeer in Den Haag werd Lt. Wolzak echter samen met het grootste deel van zijn medewerkers door de SD, die door verraad gepleegd door twee Nederlanders volkomen op de hoogte bleek te zijn, gearresteerd. De illegale groep, beter bekend onder de naam "Strijkel Groep" werd via Scheveningen naar Berlijn vervoerd waar 32 leden op 4 juni 1943 gefusilleerd werden en 10 personen, niet ter dood werden veroordeeld, doch overleden zijn in concentratiekampen, voor de dag van de bevrijding. Door bovenstaande arrestaties werd het contact met het Westen verbroken. De twee verraders zijn inmiddels gearresteerd.
Wie traden er tot de Orde Dienst toe?
De 32 leden die in Berlijn omgebracht werden

Han Stijkel, ook Dr Eerland de Vries
Bartholomeus Herman Bloembergen (1905)
Luit. Kol. Jean Pierre Bolten (Den Haag, 1883)
Barend Davidson (Zwolle, 1907)
Cornelis Drupsteen (1913)
Hendrik Ero (1886)
Rudolf Emile Gostelie (1895)
Jan Groot (1893)
Lt Cornelis Jan Gude (1916)
Gen.-Maj.Hendrik Dirk Stephaan Hasselman (1880)
Jan Frederik Helmers (Soerabaja, 1910)
Willem A. Helmers
Mozes Hes (1903}
Maarten Hoek (1917)
Evert Honig (1914)
Hendrik de Jong of Pieter H. de Jong (1912)
Pieter de Koning (Naaldwijk, 1919)
Jacobus Adrianus Lotgering (1886)
Gerardus Johan Marie van der Marel (1917)
Jacob Naber (1920)
Jan Neuteboom (1903)
Arie van der Plas (1899)
Willem van der Plas (1896)
Pieter Adrianus Smit (Koog a/d Zaan, 1913)
Hendrik Gerard Stoppendaal (1916)
Jacobus Cornelis Thomas (Utrecht, 1909)
Dick de Vries (1915)
Johan J.F. de Vries (1915)
Johannes George Vrolijk (1920)
Willem Wagenaar (1919)
Lt Cornelis Johan Louis Wolzak (1914)
Hermanus Pieter Cornelis Zanen (1893)


Andere leden die in het Oranjehotel zaten


Jhr Jean C. Baud (Arnhem, 1919-1944)
Louise U. Ero-Chambon (1891 - Ravensbrück 1944)
Jan van Hinte (1890-1943)
Ir August van den Honert (1886 - Sachsenhausen 1945)
Cornelis A. Jelier (1901 - Bergen Belsen 1945)
Hendrik Kuipers (Emmen - Sachsenhausen 1945)
Johannes J. Moret (1880 - Oranienburg 1945)
Pieter Mulder (1900 - Berlijn 1943)
Johan R. Renkema (1919 - Legnica 1944)
Alexander W.K. Tamson (1883 - Sonnenburg 1943)
Nico Wagenaar (Rotterdam 1914 - Bergen Belsen 1945)


Oorlog overleefd


Martine S. van Deth (1899-1980), gearresteerd in 1941
Ir Hilko Glazenburg (1915-2005), Sachsenhausen
Wesselina van Hinte - de Bruin (1888-1977)
H.R. Lotgering-Hillebrand (1891-1984)
Ongeorganiseerd werd het illegale werk toen in Eerbeek voortgezet. Dit werk bestond in hoofdzaak tot september 1944 in het verspreiden van illegale bladen (Trouw en Parool) het verbergen van Joden - door de SD gezochte personen - geld inzamelen bij een aantal finaciel krachtige personen voor de KP in Drenthe, die op haar beurt voor bonkaarten zorgde, voor de te Eerbeek ondergedoken personen.
Tot 12 juni 1944 kon het illegale werk betrekkelijk ongestoord voortgang vinden totdat op deze dag de SD uit Arnhem, de weg gewezen door een voormalig politieman te Eerbeek, het kampeerterrein "Coldenhove" omsingelde, waar op dat moment verborgen waren een aantal Joden en een door de SD gezochte medewerker  van "Parool". Jammer genoeg zijn bij deze razzia twee Joodse dames en een jongetje van 4 jaar gearresteerd, zomede de Christen pleegouders van het Joodse jongetje. De twee Joodse dames zijn overleden, waarvan een reeds op "Coldenhove". Het jongetje is via Arnhem-Westerbork naar Theresienstadt vervoerd en daar door de Russen bevrijd en levend in Nederland in 1945 teruggekeerd. De pleegouders zijn na gevangenschap van enkele weken ontslagen en in hun woonplaats teruggekeerd.
Wie was deze voormalige politieman en hoe heette de dame die op Coldenhove reeds is overleden?


In september 1944 werden de illegale werkers in Eerbeek opgenomen in BS verband met als hoofdkwartier Brummen. Door de Pl. Commandant werd Eerbeek verdeeld in vijf afdelingen, waarvan vier in de plaats zelf en één in de Imbosch. Buitendien werd een zesde groep onder leiding van de Pl. Post Commandant van de Marechaussee gevormd die zich na de bevrijding zou belasten met het arresteren van NSB-ers etc. Elke afdeling had aan het hoofd een groepscommandant, die zelf drie a vier leden moest benoemen. Alleen de groepscommandant kende de door de BS benoemde Pl. Commandant. (Wie waren dit?) Verder werd Kampeer-Centrum "Coldenhove" opgenomen in de ketting om piloten en parachutisten een tijdelijk onderdak te verschaffen en door te zenden naar Hoenderloo.
In de periode oktober-december 1944 werden regelmatig piloten en parachutisten aangevoerd en in groepen doorgevoerd naar Hoenderloo. In die maanden vooral hebben wij een groot aantal razzia's gehad van de organisatie Todt uit Brummen en de zogenaamde Politie-Brandweer uit Doesburg. Dankzij een goed werkend alarmsysteem en het feit dat wij de beschikking hadden over een prima ondergrondse schuilplaats in de heuvelen vlakbij het huisje waar de piloten en parachutisten vertoefden als er geen gevaar was, zijn deze onderduikers nooit gevonden, ofschoon er weleens narrow-escapes geweest zijn.
Het oorspronkelijke plan om enkele parachutisten hier te stationeren om de leden van de KP en illegale werkers les te geven in het gebruik van de nieuwste wapens en ammunitie is opgegeven door de mislukte aanval op Arnhem en in verband daarmede terugtrekken van de Engelse troepen.
Over wat voor parachutisten heeft de schrijver het eigenlijk, blijkbaar niet over parachutisten die geland zijn bij de slag om Arnhem. De op Coldenhove aanwezige geallieerde militairen zijn toen in groepen naar het volgende station (Hoenderloo) vervoerd met het uiteindelijke doel, het oversteken van de Rijn bij Wageningen en omstreken (Operatie Pegasus). De crossing van de laatste groep is jammerlijk mislukt. Deze is namelijk op een afdeling SS-ers gestoten en vlak bij de Rijn na hevig gevecht gevangen genomen. Van een andere groep is echter na de bevrijding bericht ontvangen dat zij binnen 24 uur na vertrek uit Coldenhove reeds in Engeland waren aangekomen. De geallieerde militairen hadden absolute instructies om onder geen voorwaarde de plaatsen te noemen waar zij onder gedoken zaten indien zij gevangen genomen mochten worden en zelfs mochten zij ook aan hun eigen superieuren indien de crossing zou lukken niets mededelen, maar werden direct na aankomst over de Rijn per vliegtuig naar Engeland vervoerd om te voorkomen dat zij door loslippigheid de illegale werkers in Nederland in gevaar zouden komen.
Na het vertrek van de geallieerde militairen werd een LKP onder leiding van "GEERT" en een KP onder commando van "LANGE WIM" met als contactman "GIJS" op Coldenhove gestationeerd. De LKP vond een onderdak in het hoofdbouw en de KP in een blokhut. Door deze KP groepen zijn diverse overvallen gedaan. De meest sensationele zijn wel die van de LKP op de Woeste Hoeve waar een drietal Duitse officieren sneuvelde en Rauter zwaar gewond werd, terwijl de KP een schitterend geslaagde overval deed op het gehele Rhedense archief dat via Dieren - Laag Soeren, langs het Apeldoorns-Dierens kanaal naar Apeldoorn vervoerd zou worden.

Voor de overval op de Woeste Hoeve verwijzen wij naar hetgeen daaromtrent reeds gepubliceerd is, onder andere in "Ik draag u op".
De deelnemers aan de overval waten: Geert Gosens (leider), Henk de Weert, Karel Pruis, Wim Kok, Sepp Köttinger en Hermann Kempfer. Beide laatst genoemden waren gedeserteerde Oostenrijkse SS-ers.

De overval op het Rhedense archief door de Eerbeekse KP had plaats aan het Apeldoornse-Dierense kanaal te Eerbeek. De KP heeft hier 's morgens om circa tien uur het transport overvallen en alle begeleiders gevangen genomen, waar onder een Opperwachtmeester. De begeleiders zijn in een nabij gelegen bos tijdelijk onschadelijk gemaakt (Chloroform) waarna de auto vervoerd werd naar de ingang van het Hallse Kerkhof, waar het gehele archief verbrand werd. De Todt organisatie die hierdoor geen overzicht meer had over de mannen tot 60 jaar die voor deze organisatie aan de IJssellinie moesten werken, gaf daarop instructies dat alle mannelijke personen in de Gemeente Rheden, waar onder Dieren, Spankeren, Laag-Soeren, etc zich opnieuw moesten melden, en kregen zij dan een bewijs dat zij zich gemeld hadden. Bij controle op straat en bij razzia's werd iedere man beneden de 60 jaar aangehouden die geen bewijs had dat hij zich gemeld had. Dank zij de hulp van een Eerbeekse drukker (
van Hierden?)en in samenwerking met de illegale werkers te Laag-Soeren en Dieren waren er binnen 48 uur reeds valse bewijzen in omloop, zodat in elk geval de illegale werkers en ondergedoken personen van een "bewijs" dat zij zich gemeld hadden, voorzien waren.
De overval op de Woeste Hoeve had tot gevolg dat de gehele Imbosch en ook het kampeer-centrum "Coldenhove" door de Duitsers, die vermoeden dat de "Terroristen" zich daar ophielden, op 13 maart 1945 bezet werden.
Door de plotselinge bezetting moesten de LKP en de KP vluchten. Een gedeelte ging naar Apeldoorn, terwijl twee LKP-ers de opdracht kregen zich met een gedeelte van de bewapening naar Velp te begeven. Op hun weg stuitten zij op een Duitse patrouille bij de villa "Takkenbos" in de Imbosch. Na een kort vuurgevecht zijn zowel Karel Pruis als Hermann Kempfer gesneuveld. Het stoffelijk overschot van Karel Pruis werd na de bevrijding vlak bij de boswachterswoning in de Imbosch gevonden. Doch het lijk van Herman Kempfer is nooit gevonden, ofschoon door de Duitse bezetting van Coldenhove verklaard is, dat hij bij zijn vlucht aangeschoten is.

Na de bevrijding van Eerbeek, op 16 April 1945, 's morgens om 8 uur, werden door de NBS de NSB-ers en andere verraders gearresteerd geheel volgens het uitgestippelde plan, Buitendien werd een groot aantal Duitsers in de omliggende bossen gevangen genomen en ontwapend en aan de Engelsen uitgeleverd.

Dit stuk vond ik in het NIOD archief in Amsterdam, het is getypt op papier van Kampeer-Centrum "Coldenhove" n.v. Eerbeek (Veluwe). Telefoon 297, Gironummer 173444. Winter-adres: C.A. Wolzak - Eerbeek, telefoon 275.
Bevrijding van Eerbeek en omgeving op maandag 16 april 1945
Reeds op vrijdag 13 april waren er tekenen, die er op wezen, dat er verandering op til was. Er werden paarden en fietsen gevorderd, men hoorde, dat de Duiters aan het pakken waren en er was heen en weer gevlieg van motorfietsen met Moffen koeriers. Over het algemeen kreeg men de indruk, dat de Moffen in de gaten hadden, dat ze in de klem werden gedreven, het gaf zo'n idee van een muis, die in een ruime muizenval hot en haar scharrelt en die geen uitweg vindt. Uit het Zuid-Westen, Zuid-Oosten en Noord-Oosten steeds naderbij komend kanonvuur bij dag en nacht. In de nacht helder verlichte horizon, met of zonder zoeklichten.
Overdag werden 's morgens telefoonleidingen weggehaald, en soms in de middag weer gelegd. In een woord het was een zenuwachtig gedoe.
Zaterdag 14 april werd er al het een en ander in de gevorderde huizen gepakt en naar buiten gedragen naar auto's, die in de verschillende papierfabrieken stonden opgeborgen.
In de nachten vanaf vrijdagnacht was het iedere nacht een wegtrekken van Moffen colonnes, die uit meer Oostelijk gelegen plaatsen moesten zijn weggetrokken, zoals Velp, Dieren, Doesburg, Rheden, De Steeg en Brummen, zoals wij veronderstelden. De soldaten moesten tippelen, de tros werd vervoerd in wagens, bespannen met een of twee paarden, allemaal gestolen, zowel paarden als wagens en ook de inhoud. Sommige wagens werden gevolgd door gestolen koeien en paarden, sommige wagens bevatten kisten en kratten met konijnen, kippen, biggen en ander plunder van de boeren, waar zij inkwartiering hadden gehad. Ook wagens met gestolen fietsen kwamen voorbij, verder handwagens, kruiwagens, in een woord alles wat maar wielen had.
Toch bleef de NSDAP en de organisatie OT nog steeds jongelui opjagen om eenmans-gaten en machinegeweer-nesten te graven langs de wegen en vooral langs het Apeldoorn-Dierens kanaal, waar machinegeweer nesten werden aangelegd om de 10 à 15 meter.
Op zondagmorgen 15 april, werd bekend gemaakt dat er geen kerkdienst zou zijn, op diezelfde morgen werd er weer jacht op slaven gemaakt, die bij het spoorwegstation werden samengedreven. Op een gegeven ogenblik kwam er een Mof per motor-fiets waarschuwen dat de OT-bende en de NSDAP-bende direct moesten terugtrekken, zodat alle samengedreven mensen naar huis konden gaan.
Van over het kanaal en vanuit het Zuiden klonken reeds de machinegeweren steeds duidelijker en langs het kanaal werden de machinegeweren betrokken door mariniers (
Kriegs Marine), die uit Apeldoorn over Loenen waren aangevoerd, hoewel de Moffen infanterie uit Eerbeek reeds was vertrokken.
In de nachten van vrijdag op zaterdag en van zaterdag op zondag werdhevig artillerie vuur gehoord in Noordelijke en Zuidelijke richting, ook wel uit het Oosten en ook van enkele batterijen in Eerbeek zelf en uit de directe omgeving, doch er vielen in het dorp gelukkig geen granaten. In de nacht van zondag op maandag weer hevig kanon vuur uit het Noord-Westen en Noord-Oosten, klaarblijkelijk Duitse batterijen, die in duel waren met Engelse dito.
In huize Molen-Enk te Eerbeek was een radio-post gevestigd en er waren nog enige kelders waarin Moffen dergelijk werk opknapten, doch een eigenlijke bezetting was er niet meer, slechts enkele ronddwalende Moffen met fietsen, die mogelijkerwijze wachten op zich gevangen te laten nemen. Er waren er ook nog, die op het laatste moment hun slag nog sloegen bij verspreid wonende boeren, om fietsen en soortgelijke dingen te gappen.
Op eens 's morgens tussen negen uur en half tien ging een gejoel op en liep heel Erbeek uit, de Coldenhovenseweg op en daar kwamen uit de Imbosch de eerste Engelse tanks opdagen, bemand met Schotse bemanningen van de Royal Artillery, kalme kerels, die hartelijk werden begroet en die even hartelijk terug groetten. Al heel gauw werd hen verteld, waar zich nog Moffen ophielden en kalm ging er dan een Schot op uit om ze op tehalen, wat zonder enige geschiet verliep. Dr. Huininga, arts te Eerbeek, bracht er zelfs persoonlijk, geheel ongewapend zes naar de tanks, droeg zelfs een geweer. Er waren naar mijn oordeel misschien zes grote tanks en een twaalf kleinere, eigenlijk niet eens tanks in de ware zin van het woord, maar veeleer zware en lichte gevechtswagens. Al dit materiaal was prima in orde. Hier was geen sprake van blaffen, zoals Moffen altijd doen, hier geen zenuwachtige koeriers op motor-fietsen, hier kalme resolute bezadigdheid, geen afsnauwen van minderen, geen wegjagen van burgers, het tegendeel was het geval. In zeer korte tijd waren de wagens gevuld met burgers en kinderen, aan wie alles wer uitgelegd. Alle wagens waren voorzien van radio-zend en ontvangststations, met elk vliegtuig dat overronkte werd even een gesprek gevoerd en het werd er op attent gemaakt, dat het te doen had met Britse wagens. Ook was er regelmatig contact met de commandant en werden vragen gesteld en beantwoord op de meest kalme en zakelijke manier en dit alles zonder enige drukte of dik-doenerij.
Spoedig vertrokken er een achttal kleinere gevechtswagens in de richting van het kanaal en wij veronderstelden, dat er nu wel gevochten zou worden, maar ziet, de Moffen-mariniers waren blijkbaar snel teruggetrokken, zij hadden de benen genomen.
Op eens circa elf uur sloegen er in het dorp enige granten in, en waarschuwde de commandant van de zware gevechtswagens, dat de mensen er beter deden van de straat af te gaan, aangezien de Duitse artillerie vanuit Loenen gevuurd had. Er was een kleine jongen uit Loenen, misschien 14 jaar oud, die wist te vertellen, dat er in Loenen maar een Duits kanon stond en die ook precies wist waar het stond (
Wie was deze jongen?) Onmiddellijk werd de plaats van dat kanon op de stafkaart bepaald en de commandant van de gevechtswagens telefoneerde met zijn Chef aan de Imbosch en vroeg vier zware tanks met kanonnnen aan, die in 20 minuten verschenen en doorgingen naar Loenen en die onmiddellijk dat kanon onschadelijk hadden gemaakt.
Door het granaatvuur, dat overigens sclechts enkele schoten afvuurde, werden jammer genoeg nog vier personen min of meer ernstig gewond.
In Loenen kostte het iets meer moeite om de Moffen weg te werken en vielen er nog enige doden, terwijl er ook nog een aantal huizen werden beschadigd.
Na korte tijd hier nog vertoefd te hebben, zijn toen de gevechtswagens doorgereden naar Loenen en hier is sedert die tijd geen Britse militair vertoon meer geweest. Wel zijn honderden tanks en vrachtwagens langs het kanaal gereden in de richting van Loenen, Beekbergen en Apeldoorn, doch deze komen niet door het eigenlijke dorp.
Zo is dan de bevrijding van Eerbeek tot ons aller geluk en genoegen geheel pijnloos verlopen en ademen we weer eindelijk geheel vrij. De NBS hebben hier onmiddellijk de teugels in handen genomen, werden met Duitse geweren bewapend en zijn begonnen met alle leden van de NSB (
wie?) achter slot en grendel te zetten zomede om alle meiden die zich met de Moffen hebben afgegeven ook maar mede op te sluiten. Ze zijn zelfs zo ver gegaan om enige van die creaturen de kop kaal te knippen en te scheren, wat evenwel nu van hoger hand verboden is, omdat er vergissingen zijn begaan. De NBS verrichten hier nu politie-diensten, bezetten alle toegangen tot het dorp, lopen 's nachts patrouilles en vormen een veiligheids-dienst.


J.A. Prins

Stadsblokkenweg 37a
Arnhem

Was deze heer Prins mogelijk een evacuee uit Arnhem?
w.mugge@home.nl