DROPPINGVELDEN.
De organisatie rondom de wapenzendingen

De actieve inbreng van Tobias Biallosterski bij de uitbreiding van het aantal droppingvelden in Noord-Holland is niet exact na te gaan. In elk geval stelde hij wel 'Richtlijnen voor droppingen' op die van september 1944 ook elders in het land circuleerden (zoals uit het BS-archiefstuk 1097/2 kan worden afgeleid). (
Uit de verzonden telegrammen kan wel opgemaakt worden bij welke velden Tobias betrokken was.)
Het droppen van BBO agenten met speciale opdracht omtrent het organiseren van wapenontvangsten, verdeling van materiaal en het geven van wapen-instructie nam sedert die datum een grote vlucht, Wapendroppings van voor de late herfst van 1944 zijn slechts bij geruchte bekend en dan nog zou het bij deze gelegenheden gaan om zendingen van uiterst gering omvang. Een min of meer frequente aanvoer van wapens door de lucht kwam pas na september 1944 op gang en wel in de Achterhoek, Drenthe, Friesland, Utrecht, Noord-Holland en op de Veluwe. Vastgesteld kan worden dat de bewapening van het verzet dan ook niet langer uitsluitend plaatsvond uit een oogpunt van veiligheid, bescherming en/of teweerstelling, maar mede en vooral ter voorbereiding op de spoedig te verwachten bevrijding.
Per 18 september 1944 kwam alles wat met de luchtzendingen samenhing onder formele verantwoording van de Commandant Gewestelijke Storm Troepen in het BS-Gewest 9 - '
OOM THEO' (van Eekelen). De wapens werden opgeslagen in de Schermer, vijftig procent hiervan bleef in het gewest, de andere vijftig procent was bestemd voor de Zaanstreek en Amsterdam. Het wapentransport geschiedde per vrachtwagen en boerenkar (binnen het gewest en per schip naar Amsterdam). Tussen Tobias Biallosterki en Hil Schipper (Commandant Afwerp Terreinen) bestond een geregelde koeriersdienst. Op die manier konden beiden berichten uitwisselen. Later geschiedde dit middels een illegale directe telefoonverbinding. Hierbij een voorbeeld van dit berichtenverkeer:

Beste Hil, Hoop je kreeg alles goed vannacht. Besteed aandacht aan het nu volgende:
1) Booschappen dat er 's nachts iets gebeurd worden nu ook afgeroepen in de middag programma's van Radio Belgie. Als het doorgaat krijg je herhaling in de avond uitzending. 2) Tracht door middel van KP, OD of LO twee nieuwe gronden klaar te maken het ontvangst van nog meer materiaal. 3) Deze gronden liggen boven Alkmaar. Jouw terrein draagt de naam MANDRILL zoals je weet. Dezen nieuwen terreinen heten a) LOBSTER en b) WISKEY. Velden moeten 15 km van afweergeschut verwijderd zijn en min. 3 km van de eerste bijzijnde Duitschen post. De boodschap voor Lobster luid 'Morgen rood water in den sloot'. De boodschap voor Wiskey luid 'Van afstel komt uitstel'. De terreinen geef je mij als volgt op: neem de preciesen afstand van de drie dichtsbijzijnde plaatsen in ?r. meters. De terreinen moeten min 600 m vierkant zijn. Verder zal in het vervolg er op gerekend worden dat het Receptie Committee aanwezig is zoodra schema ??? Getekend Hans



De andere velden.

Het afwerpterrein LOBSTER dat op 10 oktober 1944 door Londen was goedgekeurd, bevond zich ook in de Wogmeer. Lobster werd na 'De slag om Rustenburg' van de lijst afgevoerd. Volledigheidshalve zij hier vermeld dat boven de lijn Haarlem-Amsterdam-Huizen naar opgaaf van RAF lijsten nog meer droppingsvelden waren gelegen. In de Purmer bevonden zich HUDSON (achter de boerderij van C. Middelbeek in Katwoude iets ten noorden van Monnickendam) en LANCASTER - tussen Edam en Ilpendam. De afwerpterreinen KAAS bij Purmerend, MACKINI
(Martini) bij Zwaagdijk, EDINBURGH en FRANKIE bij Enkhuizen hebben slechts op papier bestaan. (Klopt niet helemaal, op Edinburgh heeft men weldegelijk getracht droppingen uit te voeren.) De droppingvelden SAMOS (later omgedoopt in CADILLAC) in de Beemster, ALBERTICNE en MEDAN in de Wogmeer waren welliswaar ook velden van het Bureau Bijzonder Opdrachten, maar deze opeerden gescheiden van de terreinen waar Biallosterski en Schipper de scepter zwaaiden.
Organisator achter SAMOS/CADILLAC, ALBERTICNE en MEDAN was Piet de Beer (
WITTE PIET) uit Rotterdam. Op deze velden kwamen totaal zes wapendroppingen neer. Aangenomen mag worden dat de gedropte wapens en munitie geheel los van het team rond Biallosterski naar Rotterdam werden vervoerd. De droppings op de zogenaamde KP velden, eveneens in de Wogmeer, onder leiding van de Amsterdamse KP leider 'OTTO' (Philip Vermeer), vindt men nergens expliciet geregistreerd. Met name deze droppings deden veel stop opwaaien bij het Commando Afwerpterreenen.

Van de acht eerst genoemde afwerpterreinen was MANDRILL veruit het voornaamste droppingsveld. Hier werden de bijzondere dingen als geld en agenten afgeworpen. Tussen de eerste dropping in de nacht van 8 op 9 september 1944 en de laatste van 28 april 1945 kwamen er voor MANDRILL liefst 21 codes door. In tenminste 12 van de 21 gevallen volgde na de aankondiging in de Nederlandstalige uitzending van de BBC ook daadwerkelijk een wapenzending. Van de registreerde 154 ton wapens, brandbommen, springstof en landmijnen, nam MANDRILL 65 ton voor haar rekening. OLIVER en en SALLY met respectievelijk drie en acht droppingen totaal 74 ton; LALOE met twee droppingen 15 ton; op WINNIPEG
*) en MARTINI hebben geen droppingen plaats gevonden hoewel deze tientallen malen werden aangekondigd. De neergekomen hoeveelheden levensmiddelen, rookwaren, versnaperingen en technisch materieel is buiten beschouwing gelaten.



De Wieringermeer als afwerpgebied van BI- en BBO-agenten.

Ondanks hardnekkige geruchten wordt nergens in bron- en literatuur bevestigd dat ook in de Wieringermeer afwerpterreinen zijn geweesten wazpens zijn gedropt. Wel zijn er pogingen gedaan velden in de Wieringermeer voor wapenzendingen te bestemmen (vanwege de gunsige mogelijkheden op opslag en transport), maar verzoeken in deze vonden in Londen nimmer gehoor. Zo is bekend dat de Orde Dienst in Noord-Holland eens op eigen houtje 'ergens in de weiland in de polder' wapendroppings wilde uitlokken. Aam deze pogingen stelde de 'CAT' Hil Schipper paal en perk toen hij eenmaal in september 1944 als Commandant van de Afwerp terreinen in Noord-Holland was aangesteld. Wel heeft Sjeerp Postma (
WITTE DIRK) nog een veld in de buurt van Opperdoes opgegeven, maar dit is waarschijnlijk nooit bij Londen opgegeven.

Een geheel ander chapiter is de dropping van technisch materieel en het afwerpen van geheime agenten. Want voor de komst van het duo Postma/Reisiger in augustus 1944 en het dua Biallosterski/de Vos in september van dat zelfde jaar waren reeds meerder agenten in Noord-Holland neergelaten. In de zomer van 1943 was de OD agent Louis d'Aulnis (
SPIJKER) names het Londense Bureau Inlichtingen van Jan Somer op zoek gegaan naar een terrein waar spullen voor zijn nog op te zetten Meteorologische Dienst konden worden gedropt. Via via kwam hij in Middenmeer terecht bij landbouwer J.C. Onderdijk. Deze steld zijn geconfisceerde land gaarne beschikbaar waarna de positie van de boerderij en de gewenste datum en tijdstippen van dropping door d'Aulnis aan het BI werden doorgegeven. op een niet nader omschreven datum zond Radio Oranje inderdaad de zin 'Twee mensen brengen simpe sampe sompe op de afgesproken plaats' uit waarop zeven containers met zendmateriaal voor weerkundige waarnemingen in Middenmeer werden afgeworpen. Nog datzelfde jaar werd opnieuw gebruik gemaakt van het min of meer exclusieve terrein van Bureau Inlichtingen. In de nacht van 19 op 20 september sprongen hier de BI-agenten Hans van der Stok en Otto Wiedemann. Zij werden door d'Aulnis en de zijnen opgevangen en per tandem naar Schagen gebracht vandaar de reis naar Den Haag per trein werd voortgezet.

In 1944 stopte de aanvoer van BI-agenten en kwamen er agenten van het BBO in Noord-Holland neer. In de nacht van 31 maart op 1 april 1944 werden Bob Celosse (
FARO), Antoon Cnoops, Huub Sanders en Johan Seyben gedropt in de omgeving van de Wieringermeer. Op 7 augustus volgen op dezelfde plek het eerder genoemde duo Postma/Reisiger. In alle gevallen vertrokken de agenten spoorslags richting Amsterdam. Gerrit Reisiger heeft echter nog een tijdje vanuit Alkmaar geopereerd. Frank Hamilton (GUUS) en zijn zus Frankie Hamilton (JOSEPHINE) kwamen op 9 augustus door een noodsprong bij Abbekerk neer, terwijl Tobias Biallosterski en Pieter de Vos in de nacht van 8 op 9 september 1944 gelijk met de eerste wapenzending op het afwerpterrein MANDRILL werden geparachuteerd. De agenten Willem Bouma en Wouter Pleysier waren de laatst gedropte 'Engelandvaarders'. Ook zij kwamen neer op MANDRILL aan de Zomerdijk te Spanbroek.



Drop outs.

Bij de droppings zelf hebben zich voor zover bekend geen problemen voorgedaan, ondanks de Duitse uitpost op de watertoren van Hoorn op hemelsbreed ongeveer 10 kilometer afstand van de belangrijkste afwerpterreinen. Wel viel een viertal mislukte wapendroppings te registreren waarvan een in de nacht van 19 op oktober 1944 toen OLIVER haar eerste lading wapens zou ontvangen. Hier ging echt alles mis. Naar allewaarschijnlijk heeft de bemanning van het vliegtuig de lichten van het stationnetje van Hoogkarspel aangezien voor de seinlampen van het droppingveld. Aldus belanden er 24 containers op en langs de spoordijk. De bijtijds gewaarschuwde knokploeg van Enkhuizen onder leiding van Flip Fluitman zorgde ervoor dat bijna alle afgeworpen spullen waaronder belangrijke zend- en ontvangstapparatuur in veiligheid konden worden gebracht. Op 28 oktober 1944 ontving OLIVER haar eerste reguliere zending bestaande uit 24 containers en drie paketten.
Een erstiger geval van een mislukte dropping deed zich voor in de nacht van 5 op november 1944 toen een viermororige bommenwerper van het type Short Sterling met aan boord een wapenzending bestemd voor LALOE tegen de IJsselmeerdijk bij Venhuizen vloog en 300 meter verderop in het water stortte. Alle zes bemanningsleden kwamen hierbij om het leven. Niettemin wisten de leden van knokploegen uit de buurt nog heel wat materiaal uit het wrak op te diepen. Van de zending van 21 januari 1945, die voor SALLY bestemd was, ging alles verloren. Door onbekende oorzaak verdween de gehele lading bestaande uit 15 containers en 3 paketten in het IJsselmeer. De load voor OLIVER van 14 op 15 april 1945 tenslotte belandde voor een groot deel op het dak van de boerderij van Arie Galis.



De droppingsterreinen.

In het laatste kwataal van 1944 stonden in Noord-Holland zes terreinen als afwerpterrein, of 'Grounds' te boek:

MANDRILL, achter de boerderij van Jan Schipper aan de Zomerdijk te Spanbroek-Wognum. kaart

SALLY, op het land van Willem Kollis te Wijdenes. Commandant Ko van Weelden (
EVERT). kaart

MARTINI, aanvankelijk genaamde WHISKEY gelegen op het land van S. Grootes (pachter C. Koster) na 17 december 1944 verplaatst naar het land van A. Hoogewerff en Jac. Koopman eveneens in de Wogmeerpolder. Terreincommandant Joop Duin en later Cees de Haan. kaart

LALOE, gelegen op het land van Jan Rezelman, tussen Hem en Venhuizen. Dit veld stond onder beheer van Dick Laan (
DIKKE DICK) per 1 april 1945 onder RUDOLF.  kaart

WINNIPEG, achter de boerderij 'De Bruine Hengst' in de Hout ten noorden van Venhuizen. Commandant Joop Duin.
*)  kaart

OLIVER, gelegen achter de boerderij van Arie Galis aan de Zwaagdijk even ten noorden van Zwaag. Terreincommandant Klaas Snip (LANGE, of
GROTE KLAASkaart


Deze teksten zijn overgenomen uit een historisch blad over Noord-Holland, de naam is mij op het ogenblik niet bekend.


*) Van Annet Wood uit Berkhout kreeg ik een mail waarin zij stelde dat op WINNIPEG wel degelijk droppingen plaats gevonden hebben. Zij sloot een deel van het boek "We wisten niet wat ons overkwam" geschreven door Kees Stuijfbergen bij, waarin het onderstaande te lezen was:

"In de eerste periode, dat we in de Wogmeer zaten, hielden we ons bezig met droppings.
OTTO (Philip Vermeer), de KP leider van Noord-Holland, deed een beroep op ons mee te werken bij droppings van wapens. Deze wapens waren bedoeld voor Amsterdam en werden door Engelse vliegtuigen in containers afgeworpen. Het betekende, dat we om te beginnen over een stuk land moesten beschikken. Dat land moest aan een aantal voorwaarden voldoen. Zo waren bij voorbeeld enkele, voor de piloot goed waarneembare, hoge bakens (orientatiepunten) nodig. 't Werd het land van boer Tessel in Zuid-Spierdijk. Het lag gunstig tussen de kerktorens van Ursem of de Goorn en Spierdijk. Adjudant Adriaanse, van de Rijkspolitie te Hoorn, zorgde er voor, dat enkele betrouwbare Marechaussees de omgeving in de gaten hielden, vooral richting Berkhout. We hadden van OTTO de code doorgekregen, die via Radio Oranje zou worden omgeroepen. Die code luidde: "De groeten van Gerard". We moesten dus steeds luisteren naar Radio Oranje. Daardoor ontstond de nodige spanning: gaat het door, of gaat het niet door? Was het zover, dan fietsten we naar de boerderij van Tessel. Daar bleek bij de eerste dropping, dat Henk Kolenbrander, politie-agent te Ursem, die ik nog kende van de ontvoering van Burgemeester Van de Heuvel, commandant van het droppingsveld was.
Het waren spannende nachten. Het begon met wachten, soms uren lang. Was het vliegtuig er eenmaal, dan volgden de gebeurtenissen elkaar snel op. Het vliegtuig verscheen, vloog een keer over het land, waarvandaan lichtsignalen - een vaste code - werden gegeven. Even later kwam het vliegtuig weer en dan zag je opeens de donkere containers aan parachutes in de lucht hangen. Die zakten vrij snel naar beneden. Waar ze dan precies neerkwamen, was afhankelijk van de wind. Dit betekende dus goed uitkijken! Als de containers op de grond geploft waren, begon in ijltempo het losmaken van de parachutes en het wegsjouwen naar de schuur. Daar maakten we ze open.
Zeker de eerste keer, waren we bar nieuwsgierig naar de inhoud. Die bestond natuurlijk in hoofdzaak uit wapens, veel Stenguns - toen een nieuw wapen - en handgranaten, maar ook zat er chocolade bij. Dat bestond dus nog! We leerden corned beef kennen en voedselpillen voor noodsituaties. (We dachten eerst, dat het zelfmoordpillen waren). De wapens werden tijdelijk op de boerderij van Tessel verborgen. Een paar dagen later werden ze per groente-boot vanuit Avenhorn naar Amsterdam gebracht. Daarbij werden geleidebrieven gebruikt, die we via de "goeie" SD medewerkster Thea Hogestein, gekregen hadden. Jammer genoeg - dat vonden wij tenminste - hebben we maar twee keer zo'n dropping meegemaakt. Door re-organisatie van het verzet kwamen er geen wapens meer voor de KP, maar voor de BS, de overkoepelende verzets-organisatie. Wij waren uitgeschakeld.
Het was wel vreemd, dat het land van Eel Koster, de boer waar Kees Geurtsen en SAM ondergedoken waren, later als droppingsveld werd aangewezen, terwijl wij er geen enkele taak bij zouden vervullen. Dit zou te maken hebben, met de niet zo goede verstandhouding tussen de diverse illegale groeperingen. Op dit veld
(MARTINI) hebben trouwens nooit droppings plaatsgevonden".

Dit verhaal van Kees Stuijfbergen gaat over een KP droppingveld en het is de vraag of dit wel veld Winnipeg is, de KP velden waren niet door Tobias en Hil Schipper uitgezocht, sommigen bestonden al voordat Tobias en Pieter de Vos gedropt werden. In een nog te bouwen overzicht met kaarten en de telegrammen waarmee de velden werden aangemeld wordt het een en ander misschien duidelijk.

Er zijn nog meer velden door Tobias Biallosterski in samenwerking met Hil Schipper, of anderen, doorgegeven, zowel in Noord-Holland, als daarbuiten.

EVA: veld gelegen in Drenthe  kaart


MARY: veld gelegen in Overijssel.  kaart

DORA: mogelijk ook gelegen in Drenthe.  kaart

HOLBORN: veld gelegen in Noord-Holland, niet gebruikt  kaart

A-HELSE: veld gelegen in ..., niet gebruikt  kaart

HILDA: veld gelegen in ..., niet gebruikt  kaart

ADAM: veld gelegen in Noord-Holland speciaal voor Amsterdam, niet gebruikt  kaart

CHELSEA: veld gelegen in Noord-Holland  kaart


MADELINE: veld gelegen in Noord-Holland  kaart

HUDSON: veld gelegen in Noord-Holland  kaart

LOBSTER veld gelegen in Noord-Holland  kaart