DE NACHTZUSTER
Het zal een donkere avond zijn geweest in de oorlogswinter 1943-1944. Buiten heerst een vrijwel volledige duisternis. Geen straatverlichting en de vensters van de woningen in onze toen nog landelijke buurt laten, op een enkele kier na, geen licht door. De verplichte verduistering wordt streng gecontroleerd door leden van de Luchtbescherming en manschappen van de Landwacht en de Feldgendarmerie.
De strenge controle op de juiste verduistering moet ervoor zorgen dat bemanningen van Engelse Lancasters of Amerikaanse Vliegende Forten met betrekking tot de navigatie niet wijzer te maken dan ze al zijn. (
Overigens vlogen de Amerikanen nooit 's nachts) Is het buiten donker, binnen is het al niet veel beter. Electriciteit is afgesloten. wat als lichtbron overblijft, hangt af van de inventiviteit van de bewoners van het pand. En inventief is mijn vader, Om de paar dagen brengen wij via een smal bospaadje een paar accu's uit oude vrachtwagens naar de aan de spreng gelegen wasserij. Dit bedrijf ontleent overdag de noodzakelijke energie via een dynamo aan een waterrad. 's Nachts, als het bedrijf stil ligt, wordt die energie overgebracht naar onze accu's. Het resultaat is, gedurende enkele avonden, een armetierig lichtje. Zijn de accu's leeg, dan gaan ze op een krakende, houten kruiwagen opnieuw naar het 'oplaadstation'. Dat gebeurt in het donker, opdat mijn ondergedoken vader niet door de 'Moffen' gesnapt zal worden. Bovendien moet de concurrentie slapend gehouden worden.

De vindingrijkheid van mijn vader kent geen grenzen. Zo monteert hij een van een propeller voorziene en op de wind draaibare dynamo op de nok van zijn werkplaats. Het probleem met deze vinding is de afhankelijkheid van de heersende windsterkte. Bij weinig of geen wind zitten we in het donker. Een stevige herfstwind zorgt voor een lichtbron, waarbij zelfs zichtbaar wordt wie er rond de keukentafel zitten. De keuken biedt plaats aan buren, familie, onderduikers en aan voedselhaalers uit het westen. Onderduikers laten soms hun haardos door mijn vader knippen, of dat bij de schaarse verlichting altijd een succes is geweest, vraag ik mij nu weleens af. Het gezelschap rond de tafel vormt een onuitputtelijke bron met sterke verhalen, niet altijd geschikt voor jonge oortjes. De sfeer wordt ondersteund door de geur van surrogaatkoffie en een blauwe walm van sigaretten, merk 'eigenbouw' uit onze tuin. Voor mij is het zaak, wil ik wat meekrijgen van de verhalen, om mij zo onopvallende mogelijk te gedragen. Mijn favouriete plekje is het stapeltje hout naast het fornuis. Met een bekertje warme melk - wij krijgen om de dag van een bevriende boer een halve liter van dat vocht - en gespitste oortjes is het daar goed toeven. Ondanks de duisternis en het onopvallende gedrag ontsnap ik niet aan de aandacht van mijn moeder. Haar waakzaamheid wordt aangewakkerd door een grommende geluid van een laag overkomend vliegtuig, elke avond op hetzelfde tijdstip. Deze koerier, waarschijnlijk een tweemotorige Heinkel of Dornier, koerst, laag vliegend over de Veluwse bossen, vanuit noordelijke richting, Fliegerhorst Deelen.
Het geluid is nog niet verstomd of mijn moeder meldt zich: "Je hebt het gehoord. De nachtzuster is al op Deelen. Naar bed!" Tot mijn spijt is de zuster nooit te laat, maar ik ben nog te jong om mij aan de Duitse Pünktlichkeit te ergeren. Door mijn moeder gevolgd kruip ik de trap op, om enkele minuten later onder de wol gestopt te worden, met een warme kruik of een in de oven van het fornuis voorverwarmde baksteen.
Ondertussen is op Fliegerhorst Deelen de bemanning van de nachtzuster uit de benauwde cockpit gekropen en beent in de richting van hun onderkomen voor de nacht.
Dit artikel werd geschreven door Bertus Maassen en gepubliceerd in een kwartaal uitgave van "De Marke", de oudheidkundige vereniging van de Gemeente Brummen.
w.mugge@home.nl
Heinkel HE-111
Heinkel HE-111
Dornier DO-17