Jack Talmadge Davis US Airforce
Jack Bleeker
Brummen, Holland





Underground agent (
Wolzak)
English speaking owner
of 18 resort cabins (
Coldenhove) about
3 miles from Brummen (
Eerbeek).

Dutch underground
in Arnhem Area
Head of underground has brother
who is a doctor in U.S.
He and a friend hid me
immediately after I bailed out,
and contacted underground to
have me moved



Hid me in a cabin for about
two weeks until ordered by
the underground to move me.


Moved me from Brummen
to a resort camp on bicycle
escorted by Dutch policeman.
Moved from camp in Red
Cross car by two dutchmen
to an underground hideout
for one night. From there
by truck to large barn
with small one nearby which
contained store of British
uniforms, chocolate, bread and
jam. From there Dutch guides
took us through ?mes until
we were captured near Arnhem.
Transcriptie
Dutch guides were changed just before we
started through the Rhine defences. The first
section safely, passed  a German outpost, but
our guide led us into outpost, knew no reply to
sentry's challange and we were fired on
causing general alarm in area. Search
parties captured me and many others
the following day.
Name: DAVIS, JACK T.   Signed: Jack T. Davis
Rank: 1st LT. ASN: 0-26108  Unit: 303st Bomb Gp 359th Sq.
Date: May 9, 1945.
Achterste rij van links naar rechts:  Donald L. Kohlstedt, Vernon Hellesvig, Jack T. Davis & Nino L. Guiciardi.
Voorste rij van links naar rechts: David Bloom, Marvin W. Brown, Richard A. Martin, Everett G. Harris & Rex E. Lewnfield
B-17 bommenwerpers in gevechts formatie, omgeven door Flak.
In mei 1944 begon de Amerikaanse luchtmacht op grote schaal Duitse olie-raffinaderijen aan te vallen en het resultaat was meteen merkbaar. Door gebrek aan natuurlijke hulpbronnen begon Duitsland zwaar op synteische brandstof te leunen. Door de bombardementen op de fabrieken die deze brandstof produceerde hadden deze zwaar te lijden. Bewijs van de aanrichtte schade was duidelijk te zien op foto's van verkenningtoestellen en uit de rapporten van de terugkerende bemanningen van de bommenwerpers zelf. De intensieteit van deze aanvallen werd opgevoerd. In mei 1944 lieten de bommenwerpers 5100 ton aan bommen op de olieindustrie vallen. In augustus liep dit op tot 26.300 ton en in november werd de climax bereikt met zo'n 35.000 ton aan bommen die op de Duitse olieindustrie werden afgeworpen. Gezien de productie cijfers van de Duitse olieindustrie en de voorraden aan diesel en bezine bleek dat de aanvallen bijzonder succesvol waren. Op 2 november 1944 viel het overgrote deel van de Amerikaanse 8e Air Force
de olieinstallaties opnieuw aan.

Eën van de éénheden die op deze 2e november aan deze missie deel zou nemen was de 303rd Bomb Group. Als één van de oudste éénheden van de 8e Luchtmacht had zij in september 1942 haar basis in Molesworth gevonden , een klein dorpje geleden op ongeveer 16 kilometer westelijk van Huntington en had vandaaruit al haar missies uitgevoerd.

De 303e Bomb Group bestond uit vier Bomb Squadrons, namelijk de 358ste, de 359ste, de 360ste en de 427ste. De eerste bommenwerper uit deze groep die 25 missies boven Europa volbracht had, was toevallig ook de eerste van de hele 8e Luchtmacht die dit voor elkaar gekregen had. Dit beroemde toestel droeg de alias "Hell's Angels". De groep nam deze naam over als haar motto en was daardoor toen bekend als de Hell's Angels Group.

In november vloog de groep met Boeing B-17G bommenwerpers, gewoonlijk bekend als het Vliegend Fort.
Op dit moment van de oorlog vlogen de bommenwerpers niet meer in camouflage kleuren, maar in kaal aluminium. Om het verzamelen voor een missie eenvoudiger te maken werden de toestellen voorzien van symbolen en letters in heldere kleuren. Begin november 1944 was het insigne van de 303e groep, een grote letter C in een witte driehoek met een rode rand. Dit werd aangebracht op de staart en bovenop de rechter vleugel. Elke squadron had haar eigen code die uit twee letters bestond. Het 359e Bomb Squadron  was bekend als BN, aangebracht op beide zijden van de romp. Daarvoor stond het Amerikaanse symbool, de ster. Tenslotte werd bovendien een geel squadron nummer in het bovenste deel van de staart aangebracht, de vliegtuigen van het 359e Squadron droegen nummer 2.

Binnen de vier Squadrons had elke bommenwerper zijn eigen toestel letter. Dit werd in zwart, maar in geel of zwart aan de rechterzijde van het nationale symbool op de romp en onder de driehoek op de staart. In bovenstaand voorbeeld is de letter U in wit en geel aangebracht. Elk toestel had ook een eigen uniek serienummer. Dit werd aangebracht op de driehoek of net er onder. Veel toestellen werden officieus voorzien van een bijnaam, deze werden bedacht door de bemanning, of door de grondploeg. Deze bijnamen werden over het algemeen aan beide zijden van de neus aangebracht.

Daarom kon een willekeurige bezoeker in de vroege morgen van de 2e november 1944 op een parkeerplek van het 359e Squadron in Molesworth een B-17G aantreffen met het nummer 42-97781, met romp codes BN en O, met de bijnaam "The 8 Ball" op zijn neus. De bal met dit nummer (8) is de bal die met pool biljart al het werk moet doen. Dit was overigens al de derde "The 8 Ball" machine in de 303e Groep. De eerste "The 8 Ball" was één van de originele toestellen van 303e Groep, een B-17F met het serienummer 41-24581. Nadat de training van de groep in de Verenigde Staten beeindigd was vloog de eenheid in 1942 naar Engeland. De gezagvoerder van dit toestel, William F. Calhoun, was gedwongen een buiklanding te maken op het noodvliegveld bij Bovington nadat het toestel zwaar beschadigd was geraakt tijdens een missie naar Romilly-sur-Seine op 20 december 1942. Drie dagen later werd na inspectie het toestel totaal-loss verklaard en geborgen. Het duurde niet lang voordat Calhoun een nieuw toestel kreeg, een B17F met nummer 41-25635. Weer werd de bijnaam "The 8 Ball" op de neus aangebracht. Dit toestel deed lang dienst binnen de 303e Groep. Tijdens veel missies leidde het vliegtuig de groep naar doelen in Duitsland en de bezette gebieden. Uiteindelijk werd het in 1944 uit actieve dienst genomen en naar de Verenigde Staten teruggevlogen. In Albuquerque New-Mexici werd het toestel uiteindelijk gesloopd. Op Molesworth kwam een nieuwe "8 Ball" aan, een B-17G met serienummer 42-97781. Het was in mei 1944 aangekomen en nu op 2 november stond het voor zijn bemanning klaar om zijn 57e missie uit te voeren. De bemanning was een typisch voorbeeld van een bemanning van de 8e Luchtmacht, allen waren jong en kwamen uit verschillende staten van de Verenigde Staten.

De gezagvoeder van het vliegtuig was de 23 jarige 1e Luitenant Jack T. Davis, afkomstig uit Athens in Georgia. De co-piloot was 2e Luitenant Donald L. Kohlstedt uit Hollywood, Californië. Navigator was 1e Luitenant Vernon M. Hellesvig uit Maddoch, Noord-Dakota. De bommenrichter was de 22 jarige officier Nino L. Guiciardi uit Creighton Pennsylvanië. Deze vierofficieren bevonden zich in de cockpit en de neus van het toestel met de naam "The 8 Ball".
Direct achter de twee piloten bevond zich Sergeant Dave Bloom uit Cleveland Ohio. Hij bediende in de bovenste geschutskoepel de twee .50 Browning machinegeweren. Daarnaast was hij de engineer van het toestel. Meer naar de achterzijde van het toestel bevond zich Sergeant Rex E. Lewnfield uit Kalamazoo, Michigan. Hij was de operator die de radiosets bediende, in geval dat het toestel werd aangevallen bediende hij ook een .50 machinegeweer. De onderzijde van het toestel werd bewaakt door Sergeant Richard A. Martin uit River Route in Michigan. Hij zat in een ronde draaibare geschutkoepel die voorzien was van twee .50 machinegeweren. Sergeant Everett G. Harris bediende de twee machine geweren die zich aan de linker- en de rechterzijde van het toestel bevonden. Hij kwam uit High Point in de staat Noord Carolina. De achterste postie werd ingenomen door de staartschutter, Sergeant Marvin W. Brown uit Evensville, Indiana.

De bemanning van Lt. Davis was op 23 september 1944 in Molesworth aangekomen. Na een korte introductie periode vond de eerste missie plaats op 7 oktober 1944. Hun vuurdoop was een ruim 9 uur  durende missie naar Dresden. Hiervoor stond de B-17G 42-97944 "Daddy's Delight" tot hun beschikking. Twee dagen later later vlogen zij een ruim 8 uur durende missie naar Schweinfurt, dit maal aan boord van ook een B-17G, 43-38258, genaamd "Forget me not Olly". Op 11 oktober vlogen zij in dezelfde machine om Wesseling te bombarderen. Mannheim was het doelwit op 19 oktober, dit keer vloog de crew een B-17G, 44-6309, "The Dutchess Granddaughter". De vijfde missie van de crew voerde hen op 22 oktober in een B-17G, 43-38609 zonder bijnaam naar Braunswijk. Na deze vlucht ontving de gehele bemanning the Air-Medal. Een dag later klom de bemanning in de bekende B17G, 42-97781 "The 8 Ball" voor een missie naar de rangeerterreinen van Hamm. De zevende missie werd op 26 oktober uitgevoerd, een aanval op Münster. Op 1 november was Gelsenkirchen het geoogde doelwit. Hier bombardeerden Davis en zijn bemanning olie-installaties in een B-17G met serienummer 43-38878, weer een toestel zonder bijnaam.
In de vroege uren van 2 november 1944 werd de crew van Davis opnieuw voor een missie opgeroepen. Het was de 266e missie van de 303e Groep, de negende voor de crew en de 57e voor het toestel genaamd "The 8 Ball". Deze missie zou een bijzonder einde kennen, voor zowel toestel, als bemanning.
Het hoofddoel van die dag, de 2e november 1994, was door de de 8e Luchtmacht bepaald als zijnde de olie-installaties van Merseburg/Leuna. Niet minder dan 683 B-17's zouden ingezet worden om dit belangrijke doelwit te bestoken. Verder zouden 208 B-25 "Liberators" ingezet worden om de rangeerterreinen en bruggen bij Bielefeld te bombarderen. Nog eens 146 Liberators werden ingezet om de olie-installaties Castrop/Rauxel in het Ruhrgebied plat te gooien. Tenslotte zou de 3e Bomb Group in de 41e Combat Wing, het 303e, de 377ste en het 384ste met 137 B-17 toestellen de olie-installaties van Sterkrade in het Ruhr gebied bombarderen
Merseburg/Leuna
Castrop/Rauxel
Sterkrade
De 303e Groep reageerde op deze uitdaging door vier gevechts formaties samen te stellen, drie van twaalf- en één van dertien toestellen. Deze groepen werden genoemd Lead, Low, High en Number. De vier squadrons zouden binnen één grote formatie vliegen. Om de planning en de uitvoering eenvoudiger te maken werden de vier squadron van het 303e gevraagd om één gevechts formatie te vormen. Het 359e Bomb Squadron zou met zijn vliegtuigen en crews de High groep vormen binnen de formatie. Tijdens de briefing van het Squadron werden de laatste details besproken. Het squadron zou geleid worden door 1e Luitenant Charles O. Mainwaring en zijn bemanning. Lt. Davis aan boord van de "The 8 Ball" werd benoemd als plaatsvervangend squadronleider. Tien andere toestellen van het 359ste zouden ook het doel bij Sterkrade bombarderen.
Die dag werd een bijzondere dag voor de bemanning van Luitenant Davis, er werd namelijk een extra bemanningslid toegevoegd. De naam van het tiende lid van "The 8 Ball" was Sergeant Alvin G. Bader. Hij was een special getrainde radio-operator, ook bekend als een zogenaamde "Y" operator. Deze "Y" operators spraken Duits en waren getraind om het Luftwaffe radioverkeer af te luisteren. Sommigen van hen waren ook getraind ook nep radioboodschappen uit te zenden om op deze manier verwarring te zaaien bij de Luftwaffe piloten. Dit alles was uiterst geheim en de bemanningen waar deze Y-operators mee meevlogen wisten niet wat zij precies deden en werden ook geacht geen vragen te stellen. De Y-operators werden na de missies apart ondervraagd, gescheiden van de vaste bemanningen. Administratief maakten zij deel uit van het hoofdkwartier van de Bomb Group en werden met de diverse squadrons op missie gestuurd. Hij had tussen de 20 en 25 missies gevlogen voordat hij aan boord van "The 8 Ball" klom. Voor meer informatie over zijn functie klik hier.

Alvin G. Bader was born in North Dakota on November 2, 1921. His parents were Jacob and Lydia Weller Bader. According to records, he married Lorraine Oldham at Forsythe, Montana on 31 January, 1942. She is listed on the MACR as his next of kin, with an address in St. Paul, Minnesota.
He was drafted and inducted at Butte, Montana on August 6, 1942. His enlistment record states he had completed 1 year of college (unnamed), was married, and was employed in an unskilled occupation within the transportation industry.
He received training as a radio operator, and was soon deployed to England and assigned to the 351st Bomb Squadron where he made 21 credited combat missions in the period 11 April 1944 and 30 June 1944. He flew mostly as a radio operator and once was utilized as a waist gunner, but he was given a special assignment. He was assigned (apparently on Detached Service) to Headquarters Squadron, 303rd Bomb for for duty as a Voice Intercept Operator.
A Voice Intercept Operator  (sometimes referred to as a "Y" or "S" operator) was a German-speaking radio operator who, with special equipment, monitored the Luftwaffe air control channels and gave advice to bomber groups. They were mostly used on Lead or Deputy Lead aircraft.
De Briefing voor de gevechts crews op Molesworth vond plaats in de vroege uren van 2 november 1944. Na de briefing werden de bemanningen naar hun toestellen gebracht en de motoren werden gestart. Om één minuut over acht vertrokken de toestellen van het Lead Squadron met een interval van 30 seconden.
Om acht minuten over acht vertrokken de toestellen van het High Squadron, inclusief "The 8 Ball" van Lt. Davis en zijn bemanning.
Het formeren van de formatie ging niet over een leien dak, maar alle toestellen kwamen boven Sterkrade aan in de juiste volgorde. De leider van de formatie 1e Luitenant Charles Mainwaring schreef hierover in het rapport dat hij later die dag opmaakte:

"Het formeren van ons squadron verliep zoals afgesproken. Toen wij de Harrington Buncher verlieten voegde de 379e Bomb Group zich tussen ons en het Lead squadron, hierdoor moesten wij naar links uitwijken en hierdoor vlogen wij achter het Lead squadron. Wij sloegen een paar (
navigatie) punten over om hen weer in te halen, maar wij kwamen nooit dichtbij de formatie tot het Initial Point. Vijf minuten voordat wij bij het Initial Point zouden aankomen werden wij op de hoogte gesteld dat het bombarderen op de instrumenten gedaan zou worden. Wij gingen om de beurt naar het Initial Point en alles ging goed. De bommen werden afgeworpen om 2 minuten voor twaalf (11.58) vanaf een hoogte van 29.000 feet en op kompasrichting 130 graden. Over het doel maakten wij een scherpe bocht naar links. Er waren geen vijandelijke vliegtuigen aanwezig. In het doelgebied kwamen wij intens en behoorlijk goed gericht luchtdoel geschut tegen. Na een terugtocht zonder bijzonderheden landde de 303e Bomb Group tussen 13.35 en 14.36 uur op Molesworth. Van alle 49 vertrokken B-17's landen er weer 48. Eén toestel moest als vermist worden opgegeven. Dit was de B-17G, 42-97771 "The 8 Ball".
Boven het doelwit begonnen de zaken voor Lt. Jack Davis en zijn bemanning fout te gaan. 1e Lt. Eugene C. Frazier en 2e Lt. John R. Lutz, die achter "The 8 Ball" vlogen in respectievelijk de "Old Black Magic" en de "Dutchess Granddaughter" rapporteerden bij terugkeer in de loop van de middag op de thuis basis Moleswoth het volgende: "Hun motor nummer-3 werd geraakt door luchtafweergeschut en viel uit. The propeller was feathered first, but soon started to windmill. Er kwam rook uit de motor, maar er waren geen vlammen zichtbaar. Vervolgens begon het toestel hoogte te verliezen, het kon de formatie niet meer bijhouden, maar het leek nog bestuurbaar te zijn".

Wat er precies gebeurde nadat "The 8 Ball" werd getroffen door 'hevig tot intens en  nauwkeurig gericht luchtafweer" kan het beste verteld worden door de bommenrichter Nino Guiciardi: "Wij werden een paar seconden nadat ik de bommen had laten vallen geraakt door luchtafweer vuur. Wij werden geraakt in de buurt van motor nummer drie en het landingsgestel. Motor nummer-3 bevindt zich naast de romp aan de rechterzijde van het toestel. De motor was uitgeschakeld net als het landingsgestel. Terwijl wij doorvlogen in de richting van bevrijd gebied gaf motor-3 ons veel problemen omdat de piloot de propeller niet in de "vaanstand" kon krijgen. Het lukte hem niet omdat de hydrolische systemen van die motor ook niet meer werkten. Wij vlogen met een zogenaamd windmill propeller en dit hierdoor begon het toestel door de tegendruk naar rechts te trekken. Na enige tijd brak de as van de propeller en deze begon nu als een vliegwiel dat uit balans was rond te draaien. De piloot was niet in staat de overige motoren meer vermogen te laten maken om op die manier op hoogte te blijven. Het toestel begon dan namelijk te trillen en de klinknagels lieten los op het punt waar de vleugels aan de romp waren bevestigd. De piloot zette het toestel in een bepaalde glijhoek waarmee net de juiste snelheid gehaald werd, op die manier probeerden wij zo ver mogelijk te komen om bevrijd gebied te kunnen bereiken. Toen wij hoogte en snelheid begonnen te verliezen zagen wij dat twee P-51's bij ons bleven om ons te beschermen tegen vijandelijke vliegtuigen. Zij bleven bij ons tot in de buurt van Arnhem".
In de cockpit deden Jack Davis en Donald Kohlstedt hun uiterste best om hun bemanning in veiliheid te brengen. De crew zette alles wat niet direct nodig was overboord, machinegeweren, munitie en dergelijke om het toestel maar zo licht mogelijk te maken waardoor het langer in de lucht zou kunnen blijven. Waarschijnlijk zouden zij Molesworth niet kunnen halen, maar bevrijd gebied waqs misschien wel mogelijk. Andere halve maand geleden was Arnhem het toneel geweest van felle gevechten tussen de Engelsen en Polen éénerzijds en de Duitsers anderezijds om het bezit van de Rijnbrug. Nadat de geallieerden zich hadden terug getrokken waren de Duitsers nog steeds heer en meester in het gebied ten noorden van de grote rivieren. Davis wilde kostte wat het kost proberen om over de Rijn te komen en om daar, zo ver mogelijk naar het zuiden, te landen, of uit het toestel te springen. "The 8 Ball" verloor echter steeds meer hoogte en vloog nu volgens de diverse rapporten op een hoogte van tussen de 3000 (900 m) en 1000 (300 m) feet.
De twee P-51 Mustangs waar Nino Guiciardi het over had die "The 8 Ball"escorteerden maakten deel uit van de 353ste Fighter Group die zijn basis in Raydon had. Na de missie van de Groep werd het volgende gerapporteerd: "B-17 stortte neer ten noord-oosten van Arnhem. Negen parachutes werd gezien bij het verlaten van het toestel op een hoogte van ongeveer 3000 feet, rond half één (12.30). Acht parachutes gingen open, één niet".
Davis gaf inderdaad nadat hij de IJssel tussen Arnhem en Zutphen gepasseerd was het bevel om het toestel te verlaten. Waarschijnlijk had hij de voor en tegens al tegen elkaar afgewogen om te springen, of om het toestel een buiklanding in het één of ander Nederlands weiland te laten maken. Hij koos klaarblijkelijk voor het eerste want het toestel bleef hoogte verliezen en de bemanning moest eruit voordat het te laag vloog om te kunnen springen.

De vijftien jaar oude Bennie Bieleman kreeg de verassing van zijn leven. Hij woonde met zijn ouders aan de Zutphensestraat in Rhienderen, een gehucht gelegen iets ten noorden van Brummen. "Ik zag een vliegtuig heel laag aan komen vliegen. Toen zag ik dat er een man uitsprong. De parachute ging open en de man dreef in mijn richting. Hij landde op zo'n 150 meter achter ons huis. Vijf of zes Duitse soldaten die bij ons in huis waren ingekwartierd vormden het ontvangst committee. De vliegenier werd weggeleid. Nadat de eerste man geland was zag ik tenmiste nog vijf of zes parachutes in de lucht".
Wat er precies aan boord van het toestel gebeurde wordt beschreven door Rex Lewnfield, de radio operator: "Onze gezagvoeder, Jack Davis, gaf de bemanning de opdracht het toestel te verlaten. Wij stonden opgesteld bij het luik achterin het vliegtuig en wachten op het bevel om te springen. Onze staartschutter stond klaar om te springen, maar hij wilde eerst een parachute open zien voordat hij zelf wilde springen. Ondertussen maakte niemand aanstalte om te springen. Op dat moment schreeuwde ik "Ik ga er uit" en zij konden mij beter meteen volgen omdat het toestel nu snel hoogte verloor". Mogelijk heeft Bennie Bieleman Lewnfield achter zijn huis zien landen, maar de navigator Hellesvig en de bommenrichter Guiciardi verleiten het toestel door een luik in de neus. Wie er nu precies als eerste het toestel verliet en in de buurt van de woning van Bieleman terecht kwam blijft een raadsel. Wel is duidelijk dat de mannen snel, zeer snel, achter elkaar het vliegtuig hadden verlaten, zij kwamen met een interval van een paar honderd feet van elkaar op de grond. Door zeer nauwkeurig onderzoek van Jan de Lange (voormalig hoofdonderwijzer aan de Jan Ligthartschool) uit Eerbeek blijkt dat de bemanningsleden in een rechte lijn naar beneden kwamen, beginnende bij de spoorlijn in Rhienderen langs de Rhienderensestraat richting Eerbeek. Deze bemanningsleden vielen meteen in de handen van de Duitse bezetters en werden krijgsgevangen gemaakt.
Er zitten veel overeenkomsten tussen de Amerikanen en de Nederlanders die getuige waren. Staartschutter Marvin Brown herinnert zich: "Ik landde op een schoolplein met daaromheen een hek. Ik raakte het hek met beide kniëen en kon nadien niet lopen. De overige bemanningsleden moesten mij rondrijden". De heer E.J. Arends herinnert zich hetzelfde geval als volgt: "Eén van de Amerikanen ging door een aantal takken van een appelboom, naast de boerderij van de familie Wolters. Vervolgens raakte hij een hek en daarbij verwondde hij zichzelf. Hij kon bijna niet meer lopen. Samen met verscheidene leden van zijn bemanning werd hij door de Duitsers afgevoerd.

Nadat zeven bemanningsleden het toestel hadden verlaten, waren er nog steeds drie mannen aan boord. Dit waren de Y-operator Bader en de twee piloten, Kohlstedt en Davis.

Arie van der Velde, was zes jaar oud en hij herinnert zich het volgende: "Ik zag een man in een opening in het midden van de romp staan. Hij sprong eruit en zijn parachute ging niet open. Hij kwam terecht tussen de boerderij van Peters aan de Den Broekweg 1 en een schuur. Er liep bloed uit zijn mond en uit zijn neus; hij was dood.
toestel crashsite
dood Bader.
Een andere zes jarige jongen, Frits Bleumink die aan de Rhienderensestraat woonde naast de boerderij waar de ongelukkige man terecht kwam; "Het lichaam werd naar de boerderij van Peters gebracht. De man bloedde uit zijn mond, neus en oren. Zij laarzen werden uitgetrokken en aan boer Peters gegeven. Vervolgens werden het lichaam ontdaan van een ring, horloge, pistool en enkele papieren. Laat in de middag of aan het begin van de avond werd het lichaam in de gedeeltelijk geopende parachute gewikkeld en met paard en wagen naar Brummen gebracht.

Op 3 november werd hij op het Rooms Katholieke kerkhof begraven in graf nummer 17. Na de oorlog werd zijn stoffelijk overschot overgebracht naar het Amerikaanse Militaire kerkhof in Margraten en hij ligt hier nog steeds. Hij komt echter niet voor op de online lijst van begraven militairen.

Alle overige bemanningsleden, behalve de gezagvoeder Jack Davis, werden bijeen gebracht op een boerderij die naast de lagere school van het gehucht Oeken lag. Vervolgens werden zij naar Zutphen overgebracht en daarna naar het Duitse ondervragingscentrum in Oberursel bij Krankfurt. Lt. Davis hadden de Duitsers echter niet kunnen vinden. Hij was de allerlaatste die "The 8 Ball" verlaten had. Co-piloot Kohlstedt rapporteerde later dat Davis gesprongen had toen het toestel nog maar op een hoogte van 150 meter vloog! Zijn parachute moet net op tijd open zijn gegaan om zijn val te breken voordat hij op de grond terecht kwam. Hij kan niet langer dan een paar seconden in de lucht zijn geweest en dit feit maakt zijn ontsnapping mede mogelijk.
Het Leusveld
Turfveen
Boerderij Het Turfveen © Regionaal Archief Zutphen.
Naast het feit dat Davis maar heel kort zichtbaar was geweest tijdens zijn parachutesprong was het andere voordeel dat hij in een bebost gebied terecht kwam tussen Brummen en Eerbeek, genaamd het Leusveld in de buurt van een boerderij genaamd Het Turfveen, welke bewoond werd door de familie Dolman. Zij waren echter niet de enige bewoners, er zat daar ook iemand ondergedoken en dit was Jaap Bleeker. Hij was lid van de lokale ondergrondse verzetsbeweging en hij weet zich nog het volgende te herinneren: "Toen ik laat in de middag terug kwam van een oefening werd ik begroet door Henne Dolman met de woorden "ik heb een verassing voor je". Voor mij verscheen een stevig gebouwd man in een groen uniform. Het was Jack Davis die, die middag, uit uit zijn B-17 was gesprongen. Hij was door Henne Dolman opgevangen en verborgen in het bos. Wij besloten hem te verstoppen in de hooiberg van de boerderij, want de Duitsers waren nog steeds in de directe omgeving op zoek naar hem.Ik bracht een paar dagen met Davis in de hooiberg door. Waar kon je overpraten met met iemand die zo terughoudend was als Davis? Wij houden het hoofdzakelijk over de Amerikaanse Burgeroorlog en de namen van de generaals Sherman en Lee werden regelmatig genoemd. Jack kreeg het zelfde simpele eten te eten als wij, hoofzakelijk roggebrood. Hij sloeg het aangeboden voedsel nooit af, maar later vonden wij heel wat brood terug in de hooiberg. Hij was te beleefd om het te weigeren, maar lustte het echt niet. Een paar dagen later werd hij op "transport" gezet. Op een late avond brachten Henne en Jan Dolman en ik zelf hem naar een kruispunt in de buurt. Het was wel spannend. Op het aangegeven punt stonden twee of drie mannen op ons te wachten. Niemand zei iets en zij vertrokken met Davis richting Eerbeek. Ik had Jack mijn beste wollen trui tegen de kou gegeven".
Davis werd naar kampeerterrein "Coldenhove" gebracht, hier stonden recreatiehuisjes en hij werd hier geholpen door "Groep Wolzak", een lokale verzetsbeweging. Hier moest Davis wachten tot het tijd was om hem verder naar het zuiden te transporteren, richting de geallieerde linies. Gedurende deze maanden zater er veel geallieeerde soldaten in het gebied ondergedoken. Velen van hen waren Engelse parachutisten die hadden weten te voorkomen krijgsgevangen gemaakt te worden. Een deel van hen werd tijdens operatie Pegasus-1  over de rivier de Rijn geholpen. Op 18 november 1944 zou operatie Pegasus-2 plaats vinden en weer zou een grote groep over de Rijn gezet worden, inclusief Davis. Helaas mislukte deze operatie compleet en Davis werd door een Duitse patrouille gevangen genomen. Hierna werd ook hij naar het ondervragingscentrum in Oberursel gebracht.


Nadat de B-17 "The 8 Ball" door zijn bemanning verlaten was vloog het toestel verder op de automatische piloot. Het vloog op een hoogte van 150 meter, maar dat werd gelijkelijk steeds minder. Het vloog recht op het dorp Eerbeek af. Onderweg kregen sommige mensen de schrik van hun leven. Mevrouw Riek Brouwer-Boezewinkel herinnert zich: "Ik stond met een evacuee uit Arnhem uit het raam te kijken, toen dit enorme gevaarte recht op ons huis afkwam. Gelukkig raakte het een berkenboom in de wei waardoor het van ons weg draaide. Toen sloeg het tegen de grond en ik zag dat er niemand uitklom".
"The 8 Ball"was gecrashd in een weiland aan de Voorstondensestraat, vlak voor het Apeldoorn-Dierens kanaal. De Duitsers waren snel ter plaatse en zij verwijderen de resterenden machinegeweren en de bijbehorende munitie en inspecteerden de inhoud van het wrak. Daarna lieten het wrak voor wat het was. Veel inwoners gingen bij het wrak kijken en namen er delen van mee naar huis. Na de oorlog werd het toestel gesloopt door een bedrijf dat in oude metalen handelde. Dit was het einde van een trots toestel dat heel wat had meegemaakt.
"The 8 Ball"  aan de Voorstondensestraat te Eerbeek.
Deze tekst is overgenomen van een Amerikaanse internetsite, maar is waarschijnlijk oorspronkelijk geschreven door Ivo de Jong en komt uit het boek "Bailout over Brummen" Nieuw is de informatie over Alvin Bader welke ook van het internet gehaald is.In het deel van de website over Communicatie & Radioverbindingen wordt nader uitleg geven worden over de rol van Bader in het toestel "The 8 Ball".
TERUG NAAR INHOUDSOPGAVE
w.mugge@home.nl
Crash plaats
dood Bader