Tweede missie van Tobias Biallosterski uitgevoerd samen met de marconisten Pieter de Vos en Paul Polak.
In de nacht van 9 september 1944 vertrok om 00.42 uur vanaf de geheime RAF basis Tempsford een Sterling IV LK200 van het 138 Squadron met de roepletters NF-J. De crew bestond uit F/Lt. G.M. Rothwell, Fl/Engineer F/Sgt R.W. Willmott, Bomb Aimer F/O T.R. Court, Navigator F/O R.A. McKitpatrick, WT/Op F/O J. Hulme, Gunner F/O W.G.E. Walton en Despatcher F/O C.D. Shaw. Verder waren aan boord agent Tobias Biallosterski en marconist Pieter de Vos. De lading bestond uit 12 containers en vier pakketten. Indien  er geen ontvangst commitee op de grond aanwezig was moesten alleen beide passagiers, de containers en drie pakketten gedropt worden, het vierde pakket voorzien van een wit kruis, moest dan absoluut weer mee terug genomen worden.

Voor wie was dit pakket bestemd, voor Frans Dijkmeester alias Snuitkever van MI6/BI?

Het ontvangst commitee stond echter wel klaar, want de code slagzin werd om 18.30 uur nog via de BBC omgeroepen. Dit was ook wel nodig, want de vlucht was eigenlijk 24 uur eerder gepland, maar was wegens slecht weer niet doorgegaan. Tobias en Pieter waren op het vliegveld de leden van de Jedburgh missie
POACHING tegengekomen die ook boven Nederland gedropt zouden worden. Dit was de groep van Henk Brinkgreve die bij de Piksen in de buurt van Almelo gedropt zouden worden. Naast de eerder genoemde Henk Brinkgreve bestond dit team uit John Austin, alias BUNNY, de marconist en de Amerikaan John Olmsted. Alleen deze laatste is van deze missie teruggekeerd, Brinkgreve sneuvelde in de vuurgevecht met de SS en Austin werd op 4 april 1945 bij Hattem door de bezetter geŽxecuteerd.

De vlucht van die zaterdagnacht voerde hen over de Noordzee, tussen de eilanden Texel en Vlieland door, over het IJsselmeer om vervolgens met een scherpe draai over Enkhuizen Spanbroek aan te vliegen. Tijdens het oversteken van de Noordzee waren de weersomstandigheden slecht geweest: storm en regen. Rothwell had de grootste moeite gehad op het toestel op koers te houden en het leek onmogelijk om een dropping uit te voeren. Eenmaal boven Enkhuizen aangekomen leek de storm wat te gaan liggen en werd de dropping als nog mogelijk. Maanstand: laatste kwartier. Boven de dropzone
(droppingsveld Mandrill, Grote Zomerdijk 61, Spanbroek) zag de navigator dat de afgesproken rode en witte lampen branden en iemand die voortdurend een cirkel beschreef met een witte lamp. Het ontvangst comité moest als herkenning de letter O seinen, maar het was blijkbaar niet helemaal duidelijk dat dit met morse tekens moest gebeuren. In een run werd alles uitgeworpen, beide mannen, twaalf containers en de vier pakketten. In deze pakketten zaten onder andere de zenders van Pieter, twee A Mk III's, twee MCR ontvangers en een accu. Pieter droeg de benodigde kristallen bij zich. Tobs en Pieter kwamen beide veilig op de grond terecht en verkenden met getrokken pistolen de omgeving, plotseling doemde een figuur uit het donker op die hen om het wachtwoord vroeg en prompt kreeg hij het juiste antwoord: "Het warenhuis is groen". Jaap Schipper die beide mannen als eerst tegen kwam drukte hen zwijgend de hand. Met paard en wagen werden de containers en pakketten naar de boerderij van Jan Schipper vervoerd, hier trokken Tobs en Pieter hun springenpakken uit en deelden sigaretten en chocolade uit. Tegen de ochtend werden Tobs en Pieter ondergebracht bij Simon Laan B14a in Spanbroek. Hiervandaan verzond Pieter zijn eerste telegram:

DRAUGHTS VIA PLYM  STOP SAFE LANDING ALL MJEE IS OK STOP BALDER SHOT TWO MONTHS AGO STOP LOVE EVA END

Jaap Balder was medewerker van een pilotenlijn, Tobs kende hem omdat hij aan dezelfde pilotenlijn meewerkte. MJEE is een niet te oncijferen woord, het zou iets met materiaal te maken kunnen hebben. Veel telegrammen kwamen door allerlei oorzaken verminkt binnen en dan moest SOE Dutch Section proberen om er weer iets leesbaars van te maken.
Met de Sterling van F/Lt. Rothwell liep het echter minder goed af. Vlak voordat zij tussen Texel en Vlieland naar de Noorzee zouden vliegen raakte het toestel waarschijnlijk de staalkabel van een losgeslagen versperringsballon en stortte brandend in de buurt van de Cocksdorp op Texel neer, drie van de zes bemanningsleden kwamen hierbij om het leven:

* Thomas Roger Court, Flying Officer, 132022, Royal Airforce Volunteer Reserve, Air Bomber. Died on Saturdat 9th September 1944. Son of Thomas Court and of Emily
   Court of Moss Side, Manchester. Awarded the DFC. Buried on Texel (Den Burg) Cemetry, Noord-Holland, The Netherlands, Plot K, Row 7, grave 163.

* John Hulme, Flying Oficer, 145202, Royal Airforce Volunteer Reserve, Wireless Operator/Air Gunner. Died Saturdat 9th September 1944. Buried on Texel (Den Burg)
   Cemetry, Noord-Holland, The Netherlands, Plot K, Row 7, grave 162.

* William George Evans Walton, Flying Officer, 522111, Royal Airforce. Air Gunner. Died on saturday 9th September 1944. Age 32. Husband of Ethel Ruth Ina Walton of
Arlesey. Awarded the DFC and BEM. Buried on Texel (Den Burg) Cemetry, Noord-Holland, The Netherlands, Plot K, Row 7, grave 161.

Rothwell, Willmot and McKitpatrick zaten voor de rest van de oorlog achter het prikkeldraad van een krijgsgevangenen kamp in Duitsland. Ver na de oorlog belde Rothwell Pieter de Vos eens op vanuit Australie, hij had alleen even het tijdsverschil vergeten en dat het hier midden in de nacht was.

Droppingsveld "Mandrill" H-84.

Tobias en Pieter waren gedropt op het droppingsveld "Mandrill" gelegen aan de Grote Zomerdijk in Spanbroek op het land van JAN SCHIPPER. Jan Schipper was al betrokken bij het verzet, hij bracht onderduikers op diverse boerderijen in West Friesland onder. Jan Schipper was een uiterst voorzichtig man, hij deed het werk wat hij moest doen, maar woonde nooit vergaderingen van het verzet bij. Hij was als de dood voor een overval door de Duitsers. Tegen zijn medewerkers zei hij: "Als ik gepakt wordt, maak dan dat je wegkomt". Hij had zich voorgenomen nooit een woord los te laten, maar blijkbaar kende hij zichzelf goed genoeg om een dergelijke uitspraak te doen. Jan deed dit werk samen met zijn neven PIET en HIL SCHIPPER die verderop aan de Grote Zomerdijk woonden. Op een gegeven moment besefte men dat zij behoefte hadden aan wapens om zichzelf en mogelijke onderduikers tegen de bezetter te kunnen beschermen. Via de illegale krant Vrij Nederland werd contact gelmaakt met een agent uit Londen van het Bureau Inlichtingen,
FRANS 6, of Kouwenhove (Frans Dijckmeester).
Hil Schipper over Frans: "Toen FRANS voor de eerste maal in Augustus 1944 in Spanbroek kwam, was ik thuis. FRANS wil ik kenschetsen als een uitmuntend illegaal werker. Men zou hem geen cent geven, maar wij begrepen onmiddelijk, dat hij meer in zijn mars had. Hij hield zich van de domme, maar wist zijn weetje, een pracht kerel!" "Toen hem zowel de mensen waarmee hij werkte hier en in de gehele omgeving en de illegale sfeer hem blijkbaar goed bevielen, vroeg hij of wij bereid waren om te fungeren als aanloopadres voor parachutisten. Hij nam de juiste plek op en seinde deze door naar Londen en gaf ons de juiste code, terwijl hij mij onder geheimhouding zijn correspondentie adres gaf om te melden wanneer er iets bijzonders zou gebeuren. Weer later kwam hij vragen of het niet mogelijk was om hier wat spullen die eventueel uit de lucht zouden komen vallen te verzamelen en hiervoor 15 à 20 man te leveren." Aldus werd overeengekomen. Meer inlichtingen verstrekte FRANS niet.

Een paar dagen later, omstreeks 6 september kwamen vier personen, waaronder
KO BRASSER uit de Zaan en WIM KOK die gestuurd waren door FRANS hier aan. Zij kwamen droppen. De code kwam echter niet door. Toch gingen zij naar het terrein, resultaat natuurlijk nul. De volgende morgen vertrokken zij weer vroeg uit Spanbroek, maar hadden in vijf minuten aan HIL SCHIPPER uitgelegd wat de bedoeling was van het droppen en wat hij moest doen. Zij vertelden HIL dat hij de letter O moest seinen, dat dit in morse code diende te gebeuren vertelden zij er niet bij.

Hil Schipper: " 's Avonds op 8 september kwam de code weer door "Jeane's zuster is gestorven" . Met mijn neef Jan Schipper, op wiens terreinen het afwerpterrein MANDRILL lag en die zich later geheel als terreincommandant van MANDRILL inzette, ging ik op pad. Zeven mensen werden over het terrein uitgezet, hier was ook een meisje bij: Afra Schipper, een nicht van Hil. Toen wij ze hadden uitgezet, gingen wij naar huis. Om kwart over twee bulderde het vliegtuig over. het wierp 17 containers (volgens Hil 17, maar op de vrachtbrief staan 12 containers en vier pakketten) en vier pakketten af met twee agenten namelijk TOBE BIALLOSTERSKI (HANS) en BRAM (Pieter de Vos). Onmiddelijk daarna was het noodweer, een enorme onweersbui en veel regen. Al het materiaal werd op een hoop gebracht en onder stro verstopt. HANS en BRAM gingen met mij mee naar mijn ouderlijke woning aan de Zomerdijk C-3. In de vroege ochtenduren werden zij  overgebracht naar de woning van mijn zwager SIMON P. LAAN, B-14a te Spanbroek. In de vroege morgen stapte ik op de trein, die toen nog met grote stagnatie en onzekerheid liep, we hadden namelijk net Dolle Dinsdag achter de rug, om naar Utrecht te gaan en het gebeuren te melden op het correspondentie adres van FRANS, die ik echter niet thuis trof en niet kon bereiken. Ik liet een schriftelijk bericht achter. Dezelfde avond bereikte ik Spanbroek weer. Intussen had HANS al radiografisch bericht kunnen zenden naar Londen.
Wij gaven opdracht om de containers en de pakketten, nog onder stro verborgen, in het donker over te brengen naar een klein landschuurtje (een boetje). Toen dat gebeurd was zijn wij samen met nog een paar anderen erop af gegaan en hebben alles uitgepakt. De lege containers gooiden wij in de sloot. Ondertussen ontving Pieter zijn eerste bericht vanuit Londen:


TO DRAUGHTS VIA NIGHT PLYM STOP DELEIGHTED WITH NEWS BECAUSE AIRCRAFT DID NOT COME BACK STOP DID YOU HAVE RECEPTION AND WERE CONTAINERS DROPPED STOP GOOD LUCK END.

Daags daarna, zondag 10 september kwam, terwijl ik naar de kerk was, de RVV afdeling Zaandam op bezoek. Mijn broer PIET was thuis. De heren presenteerden onmiddelijk een pistool aan mijn broer, die zich door dat gebaar niet liet intimideren en zij eisten de wapens op. Geen succes, zij moesten onverrichter zaken terug. Toen ik thuis kwam trof ik FRANS in gesprek met HANS en KO BRASSER (Jan Brasser) aan. De wapenzending was bestemd voor de RVV Zaandam. HANS en BRAM werden door FRANS uitgenodigd om naar Amsterdam te gaan. Ik was zeer ontstemd, omdat ik (de RVV onvoldoende kende) door inlichtingen juist niet sympatiek stond tegenover de RVV, omdat ik daarin (vooral in de Zaan) een zeker Communistisch gevaar zag. Wij hebben toen hevig gedebatteerd. Onmiddelijk heb ik geweigerd nog een zending te ontvangen, wanneer voor een bepaalde groep werd gedropt. Deze zendingen wapens zouden wij afleveren aan de RVV wanneer:

a) ons garantie gegeven zou worden dat er niet alleen voor de RVV gedropt zou worden.
b) ons een twintigtal wapens zou worden afgestaan ter beveiliging van het illegale centrum
(ouderlijk huis van Hil Schipper).

Tot drie maal toe hadden wij bericht ontvangen dat de Gestapo onderweg was naar de Zomerdijk. Hun plannen werden echter in de war gestuurd door Dolle Dinsdag. BRAM en HANS waren niet erg blij met de uitnodiging voor Amsterdam. Zij gingen echter ter wille van het algemeen belang".

In een ander stuk dat Hil op 9 juni 1945 met de hand geschreven heeft staat het volgende te lezen: "Onze springers, HANS de leider, met zijn wireless-operator BRAM, vertrokken een paar dagen later naar Amsterdam onder de veilge begeleiding van '
GERARD' met enkele van zijn kornuiten; echter niet zonder de afspraak een stevig contact te zullen onderhouden.
Frans Dijckmeester, 1964.
© Huub van Sabben, Deventer
© Huub van Sabben, Deventer
w.mugge@home.nl
Op 13 september 1944 maakt het 541ste RAF Squadron een foto verkenningsvlucht over Spanbroek en Obdam, deze opnamen worden ter zijner tijd toegevoegd.
TERUG NAAR OVERZICHT